Je moet gewoon jezelf blijven...
Jongeren en hun werk
De redaktie vroeg drie werkende jongeren hoe zij omgaan met zaken die te maken hebben met hun identiteit. Vragen rond een sollicitatiegesprek, zoals 'Word je als reformatorische jongere geaccepteerd? ' en 'Lukt het om je mening onder woorden te brengen? '. Vragen over het dagelijks funktioneren in het werk en in de omgang met kollega's. Hun reakties staan bij dit artikel. Karin Sollie uit Zoeterwoude-Dorp is 7 7 jaar en leerling ziekenverzorgende. jacob Broekhoff uit Woerden is ook 77 jaar en werkt op een meubelmakerij, joost Trouwborst is 7 9 jaar, woont in Hendrik Ido Ambacht en werkt in een slagerij. Uit deze reakties blijkt dat reformatorische jongeren het soms best wel eens moeilijk hebben om zichzelf te blijven in een niet-christelijke werkomgeving. Daarom hadden wij een gesprek met de heer P. Schalk, direkteur van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) over hoe jongeren om moeten gaan met hun identiteit op het werk.
De heer Schalk is 33 jaar. Na de - toen nog - Pedagogische Academie is hij in dienst gegaan en daarna het onderwijs in. Na twee jaar onderwijzer geweest te zijn en vervolgens nog twee jaar adjunktdirekteur was hij nog zeven jaar direkteur op de basisschool in Berkenwoude. Hij was ook voorzitter van de kommissie Mivo +12 van de Jeugdbond. Toen de RMU bijna tien jaar bestond, is het besluit genomen om een direkteur aan te stellen. De heer Schalk was daar al aktief als voorzitter van de sektie Onderwijs. Inmiddels is hij een half jaar direkteur van de RMU. Zijn hoofdtaken zijn: runnen van het kantoor, knooppunt tussen alle geledingen van de RMU en het verzorgen van de kontakten naar buiten toe.
Hebben jongeren problemen op het werk?
Mijnheer Schalk, wij willen met u spreken over jongeren en werk. Komen er bij de RMU wel eens jongeren met klachten over zaken op het werk?
Jongeren vinden steeds vaker uit zichzelf de weg naar de RMU. Dat is prima, want daar zijn we voor. Ze komen met gerichte vragen over een konkreet probleem op hun werk. Er zijn bekende voorbeelden, zoals tijdens de polio-epidemie. Er is toen een leerling-verpleegkundige uit de woonflat gezet, omdat ze niet ingeënt was. Ze dreigde (volgens het ziekenhuis) een gevaar te zijn, omdat ze via andere verpleegsters patiënten kon besmetten. Ook weet ik dat 'pesten' soms voorkomt, met name in de maandagmorgenkuituur zoals praten over het weekend, voetbalwedstrijden, kroegenbezoek. Er zijn zelfs jongeren, die op maandag vrijnemen om dit te ontvluchten.
Weten reformatorische jongeren goed wat hen te wachten staat? Zijn ze er volgens u goed op voorbereid?
De problematiek van het staan in een onchristelijke werksituatie leeft wel degelijk: tijdens lezingen luisteren ze als vinken. Toch is het mijn indruk dat jongeren er weinig onderling over praten. Ook hebben veel jongeren er nog niet echt over nagedacht en schuiven velen dit nadenken over te verwachten problemen voor zich uit, zodat ze bijvoorbeeld op sollicitatiegesprekken soms hun mening niet goed kunnen verwoorden, terwijl juist dit erg belangrijk is, om je te handhaven. Als een meisje, dat solliciteert naar een baan als verpleegster, op de vraag, hoe ze tegenover abortus of euthanasie staat, alleen maar weet te antwoorden: 'Dat mag niet, want dat staat in de Bijbel', dan komt dat beslist niet overtuigend over.
Ik zou jongeren willen zeggen: denk goed over allerlei zaken na, vorm je mening erover, ga na waarom je die
bepaalde mening hebt en praat erover met mensen om je heen. Als je in een moeilijke situatie werkt: praat er veel over met je vrienden, vriendinnen, of ouders, of op de jeugdvereniging, hoe je met bepaalde dingen moet omgaan. Zo vorm je je mening. Wees ook duidelijk over wie je bent en laat merken waar je voor staat. Wees jezelf en kom voor je mening uit.
Op dit gebied zie ik ook een taak voor de RMU, de scholen en de jeugdvereniging. Ik doel dan op zowel praktische toerusting: 'Welke dingen spelen er? ', als het leren verwoorden waar we voor staan.
Toerusting
De toerusting is ook een taak voor het gezin. Hoe kan in het gezin daaraan gestalte worden gegeven?
In het ge2in is het gesprek en wezenlijke interesse voor elkaar heel belangrijk. Weten we van elkaar waar we mee zitten en praten we daarover op een goede manier? Als jongere moet je je openstellen voor de mening van je ouders: je ouders zeggen of vinden bepaalde dingen niet zomaar. Probeer erachter te komen waarom je ouders iets vinden. Daar moet je als jongere aan werken en ook als ouders. Als jongere moet je ook je ouders de gelegenheid geven met je te praten over de dingen waar je mee zit op je werk: vertel wat er goed gaat op je werk èn wat er niet goed gaat en waar je tegenop loopt.
En de school?
De school moet goede voorlichting geven over wat er speelt en het leren verwoorden. Daarbij zitje in een spanningsveld: moetje leerlingen zo weinig mogelijk wereldwijs maken, of moet je hen sterk met de maatschappij konfronteren? Dit spanningsveld vind je ook in het jeugdwerk.
Karin Sollie:
„Ik ben leerling ziekenverzorgende en werk in een verpleeghuis. Tijdens het sollicitatiegesprek werd mij onder andere gevraagd naar mijn levensovertuiging en waarom ik voor dit beroep gekozen had.
Ieders mening of wensen werden geaccepteerd. Hoe hij of zij er ook overdacht. Het onderwerp euthanasie kwam ook ter sprake. Ik vond het best wel moeilijk om goed onder woorden te brengen hoe ik daarover dacht. Toch merk ik wel dat ook mijn mening geaccepteerd wordt. En hoewel ik er een eigen mening op na houd, zijn de kontakten met niet-christelijke kollega 's er niet minder leuk door. juist de kontakten met de kollega's zijn ook goed om je eigen standpunt te leren verdedigen. Natuurlijk is het ook soms wel eens moeilijk en voel je je een soort 'eenling'.
Vooral als zij praten over onderwerpen waar ik niet over mee kan praten. Maar ik heb het reuze naar mijn zin op m'n werk en ik zou niet anders meer willen."
Welke kant van het spanningsveld kiest u?
Je moet hierin de middenweg bewandelen. Als je voor de eerste strategie kiest, leven leerlingen in een koker. Als ze dan 'losgelaten' worden in de maatschappij, komen ze in aanraking met zaken waar ze nog nooit van gehoord hebben. Jongeren zijn dan feitelijk totaal onvoorbereid, weten niet hoe ze met die maatschappij moeten omgaan en kunnen in de problemen komen.
Daarom is zo breed mogelijke toerusting in het onderwijs en het jeugdwerk van groot belang. Aan de andere kant moet de toerusting niet losstaan van de levensbeschouwing, maar ervan uitgaan. Het probleem in het leren aangaan van de konfrontatie blijft natuurlijk altijd dat de reformatorische school en de jeugdver-
eniging geen maatschappij zijn: het is altijd wat beschermd. Toch kunnen het reformatorisch onderwijs en het jeugdwerk veel betekenen. Ik kijk zelf met veel dankbaarheid terug op wat ik heb meegekregen.
Moet de toerusting ook in de catechese en de prediking plaatsvinden?
Ik wil niet pleiten voor een puur maatschappelijke prediking, maar toch moeten de zaken die gebeuren in de maatschappij aangekaart worden in de prediking...
Zoals de busstaking?
Waarom wel de watersnood en niet zo'n toestand dat 27 dagen lang mensen hard en onverzoenlijk tegenover elkaar stonden? Hieruit kan blijken dat de prediking in 1995 plaatsvindt. Dit geldt eigenlijk ook voor de catechese. Dit was een prima moment om aandacht te besteden aan verhouding werkgever/werknemer en hoe de houding van een christelijke werkgever/werknemer moet zijn. Dit hoeft niet hele avonden, maar wel zo dat jongeren ook eens over deze problematiek nadenken. Het vijfde gebod en de brieven van Paulus krijgen zo extra inhoud.
Hoe kan de RMU een bijdrage geven in het weerbaar maken van jongeren?
De RMU kan voorlichting geven op scholen en jeugdverenigingen. Op zo'n avond kunnen we opdrachten geven of casussen (konkrete probleemsituaties) laten uitwerken, waarin problemen op het werk aan de orde komen. Aan de hand hiervan kunnen jongeren nadenken over hoe je deze op kunt lossen.
De RMU kan ook praktische aanwijzingen geven waar je op moet letten bij sollicitatiegesprekken. We hebben een papier met hints ten aanzien van zaken waar je op moet letten en waarop je voorbereid moet zijn bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Hierop staan 'gewone' dingen als salarisafspraken, maar ook het onderwerp zondagsarbeid en het maken van afspraken over zaken waarmee je het niet eens bent of verwacht niet mee eens te kunnen zijn.
Jacob Broekhoff:
„Een echt sollicitatiegesprek heb ik eigenlijk niet gehad. In een gesprek vooraf vond ik het wel moeilijk om m'n standpunt vast te houden. De ene keer dacht ik van 'ik word wel geaccepteerd', maar een andere keer staken ze weerde gek met mijn opvattingen.
Op mijn werk kom ik wel dingen tegen bij kollega's waar ik het niet mee eens ben. De meesten hebben een veel 'ruimer' leven; het weekend is 'stappen' en 'zuipen' en pret maken.
Ook wordt er veel gevloekt.
Om voor mijn mening uit te komen lukt meestal vrij goed, maar het is soms wel erg moeilijk. De kontakten met mijn kollega's zijn vrij goed, doordat ik mezelf spontaan probeer op te stellen en niet schijnheilig doe. Echt naar mijn zin heb ik het niet op mijn werk, maar dat komt omdat kollega 's zich niet aan afspraken houden.
Als ze op het werk wel eens over zondagsarbeid praten, zeg ik gewoon niets. Ik heb wel geleerd om dan niets te zeggen, want bij mij op het werk helpt dat toch weinig of niets. Moeilijk vind ik het om mezelf te blijven als ze bijvoorbeeld vragen of ik mee ga naar een feest. Toch moet je gewoon jezelf blijven, anders merken ze dat je mening niet echt is. En daar maken zij dan weer gebruik van! i"
Op zondag werken?
Er zijn bedrijven waar je op zondag moet werken of waar op zondag gewerkt gaat worden in de nabije toekomst. Is er dan ruimte om toch daar te werken?
Bij een aantal bedrijven, zoals bijvoorbeeld de NS, ben je nu al verplicht regelmatig op zondag te werken. Er is geen ruimte voor uitzonderingen. Ook zijn er bedrijven waar zondagsarbeid binnenkort mogelijk ingevoerd wordt.
Ik weet een voorbeeld van zo'n bedrijf, dat 's zondags wilde gaan werken. Acht werknemers hadden principiële bezwaren. Toen heeft men eerst gekeken of men hen kon ontslaan. Dit bleek niet te kunnen. Vervolgens heeft men besloten, dat men niemand meer zou aannemen
die niet op zondag zou willen werken. Het is duidelijk datje dan als reformatorische jongere geen kans maakt.
Verborgen code
Pas zat ik in een forum, dat ondermeer over zondagsarbeid ging, waar ook iemand van Albert Heijn in zat. Op een vraag of er bij AH ruimte was voor mensen die niet op zondag wilden werken, zei hij, dat dat geen problemen opleverde. Je hoefde alleen op basis van vrijwilligheid op zondag te werken. Daarop heb ik gereageerd dat er dan dus over vier jaar niemand meer werkt, die niet op zondag wil werken, omdat sollicitanten die het meest flexibel zijn in hun werktijden, ongetwijfeld meer kans maken.
Ik vrees dat er zo langzamerhand een soort verborgen code ontstaat: mensen die minder flexibel zijn doordat ze niet op zondag willen werken, krijgen gewoon minder kans bij een sollicitatie.
En dan? Toch maar toegeven op het punt van de zondagsarbeid, om die baan te kunnen krijgen? Nee! Je kunt beter geen baan hebben in de gunst des Heeren, dan een baan om maar werk te hebben. De RMU heeft overigens een brochure over zondagsarbeid. Deze is inmiddels zo'n zeven jaar oud. De laatste tijd is er in de wetgeving heel wat veranderd. Te denken is aan de verruimingen van de winkelsluitingstijdenwet. Ook wordt de arbeidstijdenwet veranderd. Er stond tot nu toe in, dat pas op zondag gewerkt hoefde te worden, wanneer de werkgever dat uitdrukkelijk bedongen had en de werkzaamheden dat vroegen. Nu wilde men de bedrijfsomstandigheden als kriterium gaan hanteren. Dit is een rekbaar begrip. Dit betekent dat konfrontatie met zondagsarbeid steeds sterker zal worden. De RMU heeft bij alle christelijke politieke partijen erop aangedrongen hier aandacht aan te besteden. Dat hebben onze partijen gedaan. De kans is groot dat het bedingen weer opgenomen wordt in de wet.
Binnenkort verschijnt een nieuwe uitgave over zondagsarbeid, die ingaat op deze veranderingen in de wetgeving. Ook zal dan ingegaan worden op de (on)geoorloofdheid van zondagsarbeid.
Joost Trouwborst:
„Tijdens mijn sollicitatiegesprek wist mijn baas al dat ik van een kerk was, maar daar is tijdens de sollicitatie weinig over gesproken. Wel kon ik merken dat mijn baas graag iemand in dienst had die van een kerk was. Toen ik pas definitief bij mijn baas ging werken, kwam ik dingen tegen waar je gewoon niet achter kan staan, zoals meningen over 'kinderen krijgen', 'uitgaan op zaterdagavond' en diep in de nacht doorgaan met feesten, je krijgt dan wel eens een reaktie als 'je mag eigenlijk ook helemaal niets van God'. Ik vind het dan moeilijk om hier een korrekt antwoord op te geven.
Over het algemeen kun je wel gewoon voor je mening uitkomen. Ook al denken zij er vaak heel anders over.
Laatst had ik het met een oudere man bij ons op het werk over zondagsarbeid. Hij zei toen: „ Zondags werk ik nooit, want zondags is een rustdag ". Dan delen we dezelfde mening, ook al bekijkt hij het uit een ander oogpunt.
Als het gaat om muziek en sport, is het eerlijk gezegd best wel moeilijk om je dan op de juiste wijze op te stellen. Zeker omdat ik mezelf daar best graag mee bezig houd.
Ik heb het verder goed naar mijn zin op mijn werk en de kontakten zijn ook goed. Het maakt het allemaal wel een stuk gemakkelijker omdat ik ook christelijke kollega's heb, en we worden als christen ook gewoon geaccepteerd."
Wat is noodzakelijke arbeid?
Wat moet je precies onder noodzakelijke arbeid op zondag verstaan?
'Op zondag werken wanneer je een verzorgend beroep hebt, of als je politieman bent, daar hebben we geen moeite mee', zeggen we. Maar: wordt in de verpleging niet vaak gestreken op zondag, omdat er dan tijd voor is. Of werkt een politieman misschien op zondag zijn procesverbalen uit, omdat hij in de rest van de week er niet toe komt? Wordt dan noodzakelijke arbeid verricht? Of: wordt dan de zondag gebruikt voor werk waar je normaal niet aan toe komt? Of dat meisje van zeventien, dat tegen betaling op zondag in een reformatorisch verzorgingstehuis werkt, omdat anderen naar de kerk willen? Is dat echt noodzakelijk werk? Of gaat het alleen om de leuke zakcent? Voor werken in een volcontinubedrijf geldt dat dat werk veroorzaakt wordt door onze produktiemaatschappij.
Het huwelijksformulier spreekt over het beroep als het goddelijk beroep. Je beroep is het werk dat je met al je gaven en talenten zo goed mogelijk mag doen. Als daarbij hoort dat op zondag gewerkt moet worden, omdat het noodzakelijk uit de taakstelling voortvloeit, dan hoort dat bij de uitoefening van dat goddelijke beroep. Maar als je als scholier op zondag koffie schenkt, in dat verzorgingstehuis, omdat de anderen naar de kerk willen, doe je het dan voor de leuke zakcent? Of doe je dat werk, omdat het noodzakelijk werk is? Het gaat erom wat de mentaliteit erachter is!
Als jij niet wilt werken op zondag, maar wel andere mensen op zondag dat werk moeten doen, dan veroorzaak jij dat je kollega op zondag moet werken. Hoe moet je dit zien?
Dat ligt natuurlijk heel komplex. Moeten we dan op zondag ook maar geen elektriciteit gebruiken? je hebt je persoonlijke verantwoordelijkheid, ledereen heeft dat. Als jij moeite met zondagsarbeid hebt en je kollega niet, dan hoef jij je daarover niet
schuldig te voelen. Dat is de verantwoordelijkheid van die ander.
Gewetensbezwaren
Soms loop je tijdens je werk tegen iets op dat bij jou op gewetensbezwaren stuit. Bijvoorbeeld: de pomphouder, die de kondoomautomaat moet bijvullen en de schappen van pornolektuur moet voorzien. Wat dan?
Je moet verschil maken tussen zaken waartegen je gewetensbezwaren hebt, die je ziet aankomen en zaken die gedurende de tijd die je als je er werkt openbaar komen. Als je iets van te voren weet, moet je dat mijns inziens tijdens het sollicitatiegesprek aan de orde stellen en duidelijk aangeven wat je wel en niet wilt. Je moet bijvoorbeeld duidelijk aangeven dat je geen zondagsarbeid wilt verrich ten. Als je tijdens de periode waarin je in dienst bent met zaken te maken krijgt die je niet met je geweten kunt verenigen, dan kun je je beroepen op een wetsartikel rond gewetensbezwaren. Dit is in 1994 in het Burgerlijk Wetboek opgenomen. In dit artikel staat wat je dan moet doen. Als je een situatie, die jou gewetensbezwaren zal opleveren, ziet aankomen, moetje direkt aktie ondernemen en de procedures opstarten voor vrijstelling daarvan. Die mogelijkheid biedt de wet heel nadrukkelijk. Je moet beslist niet blijven afwachten tot de situatie zich voordoet!
Duidelijk zijn
U noemde die jongere die op maandag altijd vrij nam. Zo'n vluchtgedrag is niet goed. Wat zou u zo 'n jongere die de maandagmorgenkuituur op het werk moeilijk vindt, willen adviseren?
Allereerst zou ik willen zeggen, dat je duidelijk moet zijn. Je moet laten weten wie je bent en waar je voor staat. Waarom zouden anderen wel mogen zeggen hoe ze denken en leven en jij niet? Misschien krijg je daardoor wel waardering. Probeer in goed en begrijpelijk Hollands jouw mening te verwoorden. Dit is best moeilijk, maar je zult zien, dat dat je steeds makkelijker afgaat. Praat gewoon over de dingen die jou bezighouden met je kollega's. Dit hoeven echt niet altijd gesprekken over bijbelse zaken te zijn. Zeg ook gewoon dat jij op zondag naar de kerk gaat. Misschien dat ze dan juist wel belangstellend vragen waarom jij dat doet. Wees open en eerlijk en blijf jezelf. We staan ook midden in deze wereld. Dit spreken over wat jij van bepaalde zaken denkt en wat de Bijbel zegt, biedt juist de mogelijkheid om de bijbelse boodschap uit te dragen naar je kollega's. Aan de andere kant kan het ook zo zijn dat men juist erger gaat spotten of vloeken als jij er wat van zegt. Als jouw opmerkingen juist aanleiding zijn tot godslastering is het moment daar om te stoppen. Je moet dan ook geen paarlen voor de zwijnen werpen.
Toch weet ik ook zelf dat gewoon er wat van zeggen, als die ander vloekt, soms best wat uitmaakt. Toen ik in dienst zat, zei ik er eens wat van toen iemand ongeveer in elke zin vloekte. Hij nam dit, vloekte vervolgens nog regelmatig, maar zei wel steeds: 'Sorry Peter'. Ik zei toen dat hij eigenlijk niet zijn verontschuldigingen aan mij moest aanbieden, maar aan God vergeving moest vragen, je hebt dan in ieder geval bereikt dat die persoon zich ervan bewust is en dat het bespreekbaar is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1995
Daniel | 32 Pagina's