JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Presidentesvergadering te Gouda op 9 februari 1995

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Presidentesvergadering te Gouda op 9 februari 1995

8 minuten leestijd

Rond tien uur opent de voorzitter, ds. Van Dieren, deze vergadering door te laten zingen van Psalm 73 : 1 en 8, en te lezen 1 Samuël 25 : 14 tot en met 31. Na een hartelijk welkom aan alle aanwezigen staat ds. Van Dieren stil bij het gelezen schriftgedeelte, dat handelt over Abigaïl. We zien in Gods Woord wonderlijke dingen. De Bijbel tekent ons vrouwen, die tot groot onheil en grote schade, soms van een enkeling of zelfs van een gehele natie zijn. Denk aan Eva, aan Delila, maar ook aan Izébel, die de hele natie voorging in de zonde. Gods Woord spreekt ons echter ook van wijze vrouwen, die dwaze mannen tot rede gebracht hebben met de gave die de Heere hen gegeven heeft, om de golven te doen bedaren. Zo'n wijze, godvruchtige vrouw was Abigaïl.

Wanneer Calvijn de vraag stelt: 'Waarom heeft de Heere aan deze wijze vrouw zo'n dwaze man gegeven? ', dan is zijn antwoord: 'Deze vleeskruisigende weg heeft ten doel, dat Abigaïl verootmoedigd zou worden voor Gods aangezicht. Deze weg heeft zij mogen leren aanbidden en goedkeuren. Abigaïl heeft gestaan tussen Nabal en David. Zij zoekt het goede voor haar man in de nood en het dreigende doodsgevaar. Maar ook David, de man naar Gods hart, gedraagt zich dwaas. Abigaïl is tevens een middel om hem van zijn dwaasheid te behouden. Uit het schriftgedeelte blijkt dat Abigaïl genade bezit. Zij bukt, eigent schuld, staat er niet boven, zoekt uit de hartelijke liefde het welzijn van de naaste. De dominee spreekt zijn wens uit, ook gezien het onderwerp van deze morgen, dat er onder ons, en in het midden van de gemeenten vrouwen mogen zijn, met gaven en genade van de hemel geschonken. Dat zij verborgen lastdraagsters mogen zijn van de noden, die de gevolgen zijn van de zonde en die zich allerwege openbaren. Vervolgens geeft hij het woord aan ds. P. Mulder.

Het leven van de naaste, ook ons een zorg

In het inleidende gedeelte van zijn referaat bepaalt ds. Mulder ons bij wat er zoal gebeurt, ook onder ons op het gebied van 'zorg'. We denken aan bejaardenzorg, gehandicaptenzorg. Er is ook veel nood. De laatste tien jaren verschenen het GLIAGG 'De Poort', het G.P.Z. en wat dichterbij de 'Vluchtheuvel'. Er is zorg die over de grenzen heenreikt. Dan kun je denken aan het Deputaatschap voor Bijzondere Noden, Woord en Daad. Het onderwerp van deze morgen zal aan de hand van vierpunten belicht worden.

1. Bijbels/principieel

2. De praktijk binnen en buiten de gemeente

3. Naastenliefde is 'zorg met wijsheid'

4. Naastenliefde is meer dan zorg omtrent het aardse alleen

Bijbels/principieel

De Nederlandse Geloofsbelijdenis leert dat de mens geschapen is met als doel het dienen en eren van zijn Schepper. Daarbij heeft de mens heerschappij gekregen over het geschapene. Door de zondeval, getekend in Genesis 3, is de mens geworden onbekwaam tot enig goed, onbekwaam tot naastenliefde, hatend en hatende.

De opdracht blijft echter onveranderd: God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf.

Op het tweede gedeelte van dit gebod valt deze morgen het accent. Dat heeft temeer zijn kracht, als we zien waar alle ellende vandaan komt. God is niet de Auteur van de ellende. Onze zonde is daarvan de oorzaak. Waren er geen zonden, er waren geen wonden, juist in dit licht valt de vraag: 'Wie moet de nood lenigen? ' De eerste verantwoordelijkheid ligt bij ieder persoonlijk, op de plaats waar hij gesteld is.

Ook in het Oude Testament was er 'sociale voorziening' voor weduwen, wezen, eenzamen en vreemdelingen.

Denk aan Deuteronomium 15 en 24 waarin onder andere gesproken wordt over het maaien van de akker, waarbij de hoeken moesten blijven staan voor de armen, de wees. De 'sociale voorziening' was een persoonlijke zaak. De arme was zélf ook verantwoordelijk; we lezen van Ruth, dat ze er zelf op uit moest om aren te rapen.

In het Nieuwe Testament spreekt de Heere jezus Zelf, dat bij het oordeel, persoonlijk aan een ieder gevraagd zal worden, hoe hij gehandeld heeft tegenover zijn naaste. Jakobus spreekt over de zuivere en onbevlekte godsdienst, die bestaat uit wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet

bewaren van de wereld. Deze apostel schrijft in zijn brief: 'Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelf dood.'

Dit kan alleen vanuit een nieuw levensbeginsel, waaruit liefde komt tot Gods geboden; alleen vanuit de Ware Wijnstok, de Heere jezus. De opdracht tot naastenliefde geldt echter voor iedereen in algemene zin. Ook de overheid heeft hierin een plaats, maar meer aanvullend, toezichthoudend. In het Oude Testament denken we aan Psalm 72, en in het Nieuwe Testament aan Romeinen 1 3 en Titus 3. In de eerste plaats geldt onze zorg onze huisgenoten. Zo iemand zijn huisgenoten niet verzorgt, die heeft zijn geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige. Zorg voorde naasten geldt daarna de huisgenoten des geloofs, maar strekt zich ook verder uit. In het Nieuwe Testament zien we het geld ophalen voor de naburige gemeenten. We lezen de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Zorg voor de naasten is niet alleen materiële hulp, maar bijvoorbeeld ook herbergzaam zijn of weduwen bezoeken, blij zijn met de blijden, en wenen met de wenenden.

In Caivijns gemeente waren er diakonessen, die aangesteld waren door de kerkeraad en hulp boden binnen de gemeente. Zorg voor de naaste houdt dus in:

1. persoonlijke zorg

2. gemeentelijke zorg

3. ambtszorg, overheid en diakonie

De praktijk van de zorg binnen en buiten de gemeente

Er is op dit gebied veel werk, juist voor vrouwen-en zendingsverenigingen. Dit kan praktisch, door verkopingen, kreatief bezig zijn om geldmiddelen te verzamelen, of door mee te leven met de zendingsarbeiders door middel van post. Met de zorg die geboden wordt door instanties ben je er nog niet altijd uit. Het kan nodig zijn om extra hulp te bieden daar waar nodig is: extra gezinshulp, praktische thuiszorg. Bij ernstige ziekte kan het wel nodig zijn hulp te bieden. Men kan eenzamen bezoeken, waarbij een bezoekregeling soms nodig is. Er kan veel eenzaamheid zijn, zelfs binnen de bejaardentehuizen, ook van onze gemeenten. Denk ook aan hen die alleen wonen, de ongehuwden. Buiten de gemeente is er eveneens zorg nodig. Denk aan de verschillende instellingen die zich bezig houden met zorg voor de naaste, zoals de N.P.V., de V.B.O.K. We kunnen ook als gastgezin een taak hebben in de zorg voor onze naaste.

Naastenliefde is ‘zorg met wijsheid’

Naastenliefde moet met wijsheid verricht worden, met gevoel voor de ander naar de ander toe.

Je kunt je niet indringen in de zaken van anderen. Wel mag je - in alle bescheidenheid - je bereidheid tot hulp laten voelen, jij hebt het recht niet en de ander heeft de plicht niet, om ons in zijn zorgen en moeiten te laten delen. Hoe bereik je de ander in zijn kruis? De ene persoon praat veel en is soms juist daardoor moeilijk te bereiken. De ander zwijgt en spreekt alleen over andere onderwerpen. Toch kan het goed zijn, dat men weet: er is een naaste, die een horend oor, een meelevend hart, een dienstvaardige hand wil verlenen. Het kan daarbij een ingang zijn door uit eigen ervaring te spreken.

Denk er altijd aan, dat we ons eigen patroon, onze manier van uiten niet kunnen overdragen aan een ander. We moeten de ander altijd in zijn of haar waarde laten, zonder de zonde goed te praten. Wat kan het moeilijk, ja, soms zelfs onmogelijk zijn, om de naaste te bereiken, zeker als deze naaste onze eigen man, ons eigen kind is. Ga naast de ander staan en erken dat het in eigen hart ook zo kan leven. Wat kan dan de verzuchting overblijven: 'Heere, hoe krijg ik hem of haar zover dat ze spreken? '

Bovenal moeten we te vertrouwen zijn. We moeten kunnen zwijgen over wat de ander ons toevertrouwd heeft. Bij dit alles staat bovenaan: 'Zo iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere'.

Naastenliefde is geestelijk van aard

Als voornaamste blijft staan: 'Zoek eerst het koninkrijk Gods'. Het gevaar kan zo groot zijn, dat we opgaan in het sociale, en vergeten dat een mens schepsel Gods is, van nieuws geboren moet worden en een ziel heeft voor de eeuwigheid.

De vrouw heeft zeker een taak op het gebied van zorg voor de naaste. Van nature heeft de vrouw een dienende aard, een luisterend oor, een gevend en zorgend element. Het is nodig die gaven te benutten op de plaats waar we gesteld zijn. Dit kan alleen gedaan worden in de weg van het gebed. Daarbij gaat het niet om eigen eer, maar om Gods gebod te betrachten. Alleen uit het ware geloof, uit kracht der wedergeboorte, door de bediening des Geestes zal gepaste naastenliefde betoond worden. Dan zal er gebed zijn om zelfverloochening te betrachten, ootmoedigheid te ontvangen en om de ander in het gebed te mogen meenemen. Zo kan naastenliefde ons brengen aan de voeten des Heeren om - zo het Hem behaagt - te werken door Woord en Geest. Na een korte koffiepauze beantwoordt ds. Mulder de vele vragen.

Over de middagvergadering, die handelde over de praktische zijde van het leidinggeven aan een vrouwen-of zendingsvereniging hoop ik D.V. in een volgend artikel te schrijven.

‘s-Gravenpolder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1995

Daniel | 32 Pagina's

Presidentesvergadering te Gouda op 9 februari 1995

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1995

Daniel | 32 Pagina's