Huisbezoek
Om half vijf komt Elisabeth thuis. Met haar jas nog aan snuffelt ze altijd eerst de binnengekomen post door. Vandaag zit er niets voor haar bij. Wel is de kerkbode gekomen. Gewoontegetrouw bladert Elisabeth het 'Kerknieuws' door. Onder de rubriek 'huisbezoek' ziet ze de naam staan van het gezin waartoe zij behoort... Even stroomt haar bloed wat sneller.
Ze denkt direkt aan het gesprek dat ze in de pauze gehad heeft met haar kollega Yvonne. Samen werken ze op afdeling 2a. Yvonne staarde wat voor zich uit. Nietszeggend. En toch voelde Elisabeth dat Yvonne ergens mee zat. Ze kent Yvonne van het werk en van de catechisatie.
„Yvonne”, was ze voorzichtig, vragend begonnen. Soms hoef je alleen maar iemands naam te noemen om te worden begrepen. Wat mooi is dat toch! Als vanzelf kwam Yvonne met haar verhaal.
„’k Voel me intens verdrietig en eigenlijk ook tegelijk wat verbitterd...!", begon Yvonne. „Wij hebben gisteravond huisbezoek gehad. En daar zit ik toch mee! De 'broeders' hadden een goed geestelijk gesprek met mijn moeder. Nou ja, wat je 'goed' noemt... Ze vertelden aan een stuk door wat ze zelf allemaal hebben meegemaakt. En daar wil ik vanzelf niets van zeggen, maar daar komen ze toch niet voor? Mijn moeder betrokken ze in het gesprek, waarschijnlijk omdat zij aan het avondmaal gaat, maar mijn vader, zus en ik zaten erbij alsof we niet bestonden. Een paar keer probeerde mijn zus Marian, die op belijdeniscatechisatie zit, zich te mengen in het gesprek. Dat lukte eindelijk toen mijn moeder even naar de keuken was om koffie te halen. Marian zei dat zij de tekst 'werkt uwszelfs zaligheid met vreze en beven' zo moeilijk vindt en ze vroeg hoe ze die moet opvatten. Even leek het alsof de ouderlingen in de war waren. Zo'n vraag verwachtten ze zeker niet van iemand van 21 jaar. Zeer vriendelijk werd haar door één van hen gezegd: „Leg die vraag maar voor aan de Heere, en vraag maar of Hij je bekeren wil". Punt uit! 't Was even heel stil. Maar je weet hoe ik ben... Direkt reageerde ik: „Wie van u weet of mijn zus al niet bekeerd is...!? " Een geladen stilte volgde. De broeders keken elkaar eens aan en je zag ze denken: wat een bijdehante tante. „Tja, tja", was hun enige reaktie. En vervolgens praatten ze weerverder met mijn moeder. Alsof de rest niet bestond! De laatste drie minuten van het bezoek kregen wij dan nog een 'beurtje'. Nee, ze vroegen niet of de preken iets in ons uitwerkten. Alsof ze dat toch niet verwachtten. Zo'n algemene opmerking als: „De Heere is machtig om ook jullie te veranderen!" Ze kwamen niet meer terug op mijn felle opmerking. Verdrietig was ik. En boos! En nu... nu baal ik verschrikkelijk! 't Zijn onze ouderlingen. Maar hoe moet ik nu respekt hebben voor die mensen? Begrijp je mij, Elisabeth? "
Tot nu toe had Elisabeth alleen geluisterd. Moet zij nu advies geven? Ze kan de stemming van Yvonne heel goed begrijpen... En toch... je zult er maar mee zitten zoals Yvonne!
Voorzichtig begint Elisabeth: „je kunt proberen om één van de ouderlingen te bellen om te vragen of je eens langs mag komen? !" „Zou jij dat durven? ", reageert Yvonne.
„Nou, eerlijk gezegd, 'k zou het niet gemakkelijk vinden en misschien wel tien keer de hoorn van de telefoon nemen en weer terugleggen, voordat ik het nummer toetste. Maar toch... je moet er eens serieus over denken. Als je niets doet, worden je gedachten over die ouderlingen alleen maar scherper."
Vlug kijkt Elisabeth naar de namen van de ouderlingen die bij hen op bezoek zullen komen. Balster en Van der Kam. Even trekt Elisabeth haar wenkbrauwen op. Maar direkt dringt ze de gedachten die bij haar opkomen weg... Ze weet dat ze zo niet mag denken! De ouderlingen hebben nu eenmaal hun eigen karaktertrekken.
„En ik ook”, denkt Elisabeth er met een lichte zucht achteraan...
Aan tafel vraagt vader zo neutraal mogelijk: „Elisabeth en Hans, hebben jullie de kerkbode al ingezien? " „Hoezo? ", reageert Hans van 15 jaar.
„Ja”, knikt Elisabeth. Moeder geeft vader een knipoogje. Ze begrijpen elkaar. Twee kinderen hebben ze. En allebei reageren ze op hun eigen manier.
„Nou, wat is er dan? ", gaat Hans ongeduldig verder.
„Dinsdag over een week krijgen we huisbezoek", zegt vader rustig. Vader ziet Hans schrikken. Hij is ook 15 jaar geweest... Vader vermoedt welke gedachten er nu in zijn zoon omgaan.
„Eh...”, begint Hans, , , 'k geloof dat
ik op woensdag daarna een zware repetitie voor Frans heb."
Moeder lacht hartelijk. Ook vader kan zijn gezicht niet in de plooi houden. Ze hoeven niets te zeggen. Hans voelt dat hij een kleur krijgt. Hij kent zijn ouders. Aan dat huisbezoek valt niet te ontkomen. Hij heeft een stel fijne ouders, maar soms hebben ze hem iets te snel door!
Op haar kamer mijmert Elisabeth na over het gesprek met Yvonne. Allerlei gedachten komen in haar op. Waarom wordt er vaak zo tegen huisbezoek opgezien? Waarom merkt ze dit elk jaar ook zo bij haar thuis? En... bij haarzelf?
Vragen komen er bij Elisabeth naar boven drijven. Veel vragen. Vragen, waar ze al langer mee loopt. Vragen over haar verhouding met de Heere. Tot nu toe heeft ze er met niemand over durven praten. Uit angst. Voor zelfbedrog. Of... dat haar vragen niet serieus genomen worden. Zou ze dat aankunnen?
Elisabeth is 19 jaar. Ze denkt weer aan de preek van enkele maanden terug, 't Ging over de genezing van een melaatse door Jezus. „Ik wil", sprak Jezus, „wordt gereinigd". Verwonderd was Elisabeth dat er staat dat Jezus innerlijk met barmhartigheid bewogen was. Zo had zij er nooit bij stilgestaan! Heel sterk voelde Elisabeth dat het'Ik wil' van Christus alles te maken heeft met Zijn barmhartigheid. Verward is ze na kerktijd naar huis gegaan.
Ook voelde ze dat als Christus spreekt 'Ik wil', er niemand is die daar onderuit kan. Maar wat moest zij met die gedachten? Elisabeth weet dat ze anders in haar Bijbel is gaan lezen. Dat haar bidden anders werd. Vaak komt ze niet uit haar woorden. Op zulke momenten weet ze dat haar leven een puinhoop is. Vol van zonde en dwaasheid. Mag zij bidden om genezing van haar zondige 'melaatsheid'? Maar... juist in die momenten ervaart ze ook de kracht die er ligt in de woorden van jezus: 'Ik wil'! En dat geeft haar toch de vrijmoedigheid om te bidden: 'Heere, naar wie moet ik dan anders gaan? U hebt de woorden van het eeuwige leven!" Ze voelt een sterk verlangen en heimwee naar de God van het Woord. Maar om daar met anderen over te praten? Nee, dat durft ze niet!
Dinsdagavond. Ouderling Balster maakt zich klaar voor het huisbezoek. Al drie-en-twintig jaar mag hij dit werk doen.
Hij denkt terug naar de kerkeraadsvergadering van vrijdagavond. Het agendapunt 'verslag van huisbezoeken' leverde, zoals gebruikelijk, weinig nieuws op. En toen was de dominee zomaar begonnen. Niemand had dit verwacht! Hij sprak met ontroering: „Broeders, 'k weet dat op huisbezoek gaan niet altijd even eenvoudig is. Toch krijg ik bij het verslag uitbrengen soms een gevoel van neerslachtigheid, je zou bijna denken dat de Heere niet meer werkt! Maar luisteren we wel voldoende op de huisbezoeken, of praten we teveel over onszelf? Ik weet dat dit een pijnlijke vraag kan zijn, maar we moeten eerlijk met elkaar omgaan, 't Gaat niet in Gods Koninkrijk om onze eer, maar om de voortgang van Zijn Rijk! En dan is kunnen luisteren een belangrijke eigenschap!" 't Was even stil geweest... Niemand van de broeders had nog een vraag gesteld.
En hoewel Balster met gemengde gevoelens aan de opmerkingen van zijn predikant terugdenkt, is hij de raadgeving niet vergeten.
Om vijf over negen gaat de bel bij de familie De Wit. Vader doet de deur open en ontvangt de broeders ouderlingen. Moeder, Elisabeth en Hans wachten in de kamer af op de dingen die komen gaan. leder met de eigen gedachten.
Voor het huisbezoek heeft Elisabeth op haar kamer gebeden. Voor de ouderlingen. Maar ook voor zichzelf en de anderen. Ze heeft eenvoudig gevraagd of de Heere met Zijn Woord en Geest aanwezig wil zijn. Of Hij de leiding van de gesprekken op Zich wil nemen. Ze weet: als dit zo is, dan gaat het vanavond niet over wat mensen allemaal wel of niet ervaren, maar dan staat het werk van de Heere centraal.
Even over half elf verlaten de ouderlingen het gezin De Wit. Ouderling Balster is verbaasd. Over zichzelf. Hij heeft geprobeerd de 'les' van de dominee ter harte te nemen, 't Kostte hem wel veel moeite! Vaak betrapte hij zich vanavond erop iemand niet uit te laten praten. Vanavond beseft hij dat het gebed „Zet Heer' een wacht voor mijne lippen" veel meer betekent dan dat hij altijd dacht
Vanavond heeft hij geprobeerd te luisteren.
De Heere gaat door met Zijn werk! Zolang de zon en maan schijnen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1995
Daniel | 32 Pagina's