JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een schuldige pleiter op de verbondsbelofte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een schuldige pleiter op de verbondsbelofte

4 minuten leestijd

Maar Gij, Heere, blijft in eeuwigheid en Uw gedachtenis van geslacht tot ges/acht (Psalm 102:12)

In dit tekstwoord vinden wij een pleiter op de verbondsbelofte. Dat is iets waarover vaak gesproken wordt in onze tijd. De beloften van God in Christus zijn waar en amen.

‘Daaraan heb je houvast. Daarop moetje pleiten', zegt men. Maar nu is de vraag: hoe pleit je op deze verbondsbelofte en wie krijgen daar houvast aan?

Boven deze Psalm staat: 'Boetpsalm'. Dat geeft aan dat er schuld is. Dit is geen algemene kreet, maar beleefde schuld.

Er zijn boetpsalmen die getuigen van persoonlijke schuld. Denk aan Psalm 32 en Psalm 51. Er zijn ook boetpsalmen die spreken van een nationale schuld. Ze spreken van Israël als bondsvolk. Daarvan is deze psalm een voorbeeld. Voor Israël mogen we in dit verband ook de kerk lezen.

De dichter verkeert met zijn volk in ballingschap, in Babel. Waarom zij daar verkeerden is bekend: vanwege de afschuwelijke afgoderij.

Daarnaast hadden veel mensen voldoende gehad aan de uiterlijke vorm. Dat ging gepaard met zelfgenoegzaamheid. Daarover kun je bijvoorbeeld lezen in jeremia 7. En nu was in hun leven gebleken dat de Heere de zonde niet door de vingers ziet. Het volk was gestraft. Maar wel met het doel hen te brengen tot boete en berouw. Helaas kwamen echter velen niet in de schuld.

Dit is bij de dichter heel anders. Hij was door de Heilige Geest levendgemaakt en ontdekt aan Zijn schuld en aan de schuld van het volk. God was geweken van Zijn bondsvolk. Er was een kloof tussen God en het volk. Daaronder ging de dichter gebukt. De toorn van God drukte zijn ziel. De vijanden bespotten hem. Hij had de dood voor ogen.

Zie, jonge vrienden, hier kunnen wij leren hoe we pleiten mogen en wie er nu houvast aan de belofte krijgen. Dat is een schuldig, uitgewerkt mensenkind. En zo iemand bidt voor zichzelf én voor zijn volk. Hij heeft geen rechten meer, maar pleit op de belofte van God in en door het geloof. Hij pleit als iemand die God niet missen kan en die de Verbondsmiddelaar nodig heeft. En wat hij nodig heeft, dat heeft ook zijn volk nodig. Daarom bidt hij: 'Heere, zou U aan Uw belofte willen gedenken? Ik en mijn volk, wij hebben het niet verdiend, maar Gij, Heere, Gij blijft toch dezelfde. U verandert toch niet. Zou u aan ons willen gedenken, alleen om de arbeid van Christus. Gedenk aan mij en mijn volk. Breng ons weder tot U.' En hij bidt ook: 'Breng er nog toe Heere! Wilt U er nog bekeren krachtens Uw belofte. Gedenk aan de kinderen, aan de jeugd.'

Zo pleit de dichter op de verbondsbeloften. Hij doet hetzelfde als Daniël. We lezen dat in Daniël 9 : 8, 9 en 19. 'O Heere, bij ons is beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Bij de Heere onze God zijn barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben. O Heere hoor, o Heere vergeef, o Heere merk op en doe het, vertraag niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.'

jonge vrienden, het is binnenkort biddag. Wat zou het een gezegend seizoen worden, wanneer er onder jong en oud veel van zulke pleiters gevonden mochten worden.

Mensen die als rechtelozen, goddelozen, smekend of God om Christus' verdiensten de hemel zou willen scheuren en neder komen, ja, of Hij ons in de schuld wilde brengen, persoonlijk en kerkelijk. Zijn er onder ons ook niet velen die afgoderij bedrijven en genoeg hebben aan de vorm en zelfgenoegzaam roepen: des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel zijn deze!

Jonge vrienden, wat is jullie leven? Afgoderij? je vertrouwen stellen op eigen krachten, kennen en kunnen? Leven jullie gerust zonder God net als velen van het oude bondsvolk voor en tijdens de ballingschap? Of is jouw leven getekend in hen die genoeg hadden aan de vorm? Wat arm!

Bid dan of de God van het verbond daarvoor je ogen wil openen en je armoede wil tonen.

Wanneer je leven getekend is in de pleiter van deze Psalm, houd dan een weinig moed.

Houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven. Nooddruftigen, veracht Zijn goedheid niet; Nooit zal Hij Zijn gevangenen begeven.

Psalm 69:13b

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1995

Daniel | 32 Pagina's

Een schuldige pleiter op de verbondsbelofte

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1995

Daniel | 32 Pagina's