Een allervolmaakste aanhef: Onze Vader...
Hoe begin je je gebed? Welke woorden gebruik je om God aan te spreken? Dat is een tere zaak. We kunnen immers niet zo maar tot de Heere spreken. Dat geldt voor het gewone leven ook. Het zou hoogst onbeleefd zijn om zo maar tegen de Koningin te gaan praten, zonder haar met 'Hare Majesteit' aan te spreken. Dat doe je toch niet! Hoeveel te meer dan bij de Koning der koningen. We moeten met diepe eerbied vervuld komen tot de troon der genade. Dan wil de Heere ons 'audiëntie' verlenen. 'Op deze zal Ik zien, op de arme en verslagene van Geest, en die voor Mijn Woord beeft' (jesaja 66:2b).
Maar hoe moet nu de aanhef zijn? De Heere jezus heeft ook hierin een voorbeeld willen geven. Hij heeft tegen Zijn discipelen gezegd: „Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt..." De Heidelbergse Catechismus vraagt: waarom heeft ons Christus geboden, God alzo aan te spreken: 'Onze Vader'? „Opdat Hij van stonde aan, in het begin van ons gebed, in ons de kinderlijke vrees en toevoorzicht tot God verwekke..."
Kinderlijke vrees
Kinderlijke vrees en toevoorzicht tot God. Dat zijn geen vruchten van onszelf, maar dat zijn dingen die Christus verwekt. Van nature leeft dat niet in ons hart. Dat moet verwekt worden op de dorre akker van ons hart. Een waar gebed is altijd met vrees.
Bidden zonder vrees is een vorm van vrijpostigheid, die God niet behaagt. Maar wel: kinderlijke vrees! Dat is dus iets anders dan slaafse vrees. Slaafse vrees is angst. Angst voor God, vanwege een slecht geweten. Maar Christus verwekt geloof en vertrouwen in de harten van Gods kinderen.
Ware kinderen
Wie zijn de ware kinderen die God tot hun Vader hebben? Dat zijn zij die het nieuwe leven hebben ontvangen, dat uit God geboren is. Door wedergeboorte zijn zij van kinderen des toorns tot kinderen van God geworden. Allen die dat nieuwe leven hebben ontvangen, hebben God tot hun Vader gekregen. Wat een wonder om de naam van 'Sions kinderen' te dragen (Psalm 87). Ken jij dat wonder in je leven?
Dat nieuwe leven gaat ook naar God uit. Reeds de eerste traan van droefheid naar God komt op uit dit nieuwe leven, dat God schenkt. Toen de verloren zoon tot zichzelf kwam, sprak hij: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u!" Dat zijn de ware kinderen. Nee, niet de zelfgenoegzame zonen uit het vaderhuis, die zich beroemen op uiterlijke rechten. Niet de besneden joden, die God hun Vader noemden. De Heere Jezus zei tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben!" En verder: Gij zijt uit de vader de duivel...!" (Johannes 8:41 - 44).
Hartelijk vragen en smeken
De ware aanhef moet altijd met eerbied en ontzag zijn. Nee, het zit hem niet in de lengte van de aanhef. Een grote opsomming van al Zijn Namen en deugden. Vaak wordt het dan meer een spreken OVER God, dan een spreken TOT God. Bidden moet toch in de eerste plaats blijven een hartelijk vragen en smeken tot de Heere. Zo hebben al de bidders uit het Oude en Nieuwe Testament tot God geroepen in de noden en zorgen van hun leven, maar ook in tijden van vreugde en blijdschap.
Het gaat ook niet om de schoonheid van onze woorden op zich. Alsof dat voor God zou gelden. De Heere ziet immers ons hart aan. Al zouden wij de schoonste aanhef hebben in ons gebed, waar iedereen van onder de indruk was, maar ons hart is niet recht voor God, dan is ons gebed ook een gruwel voor God. Hij heeft geen behagen in onze lippentaal. Maar de Heere ziet ons hart aan. Tegen de geveinsden sprak de Heere Jezus met een verwijzing naar het woord van Jesaja: it volk genaakt Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij (Mattheüs 15:8).
Weinig vrijmoedigheid
Waarom is er vaak zo weinig vrijmoedigheid om God 'Onze Vader' te noemen? John Bunyan gaat in een boekje over het gebed op heel pastorale wijze deze vraag beantwoorden. Hij zegt: „Wat is het een geweldig zware opdracht wanneer een arme zie! zich bewust wordt van zijn zonden en van de toorn van God, in het geloof dat ene woord te zeggen: Vader! O, zegt hij, ik durf Hem geen Vader te noemen. Juist daarom moet de Geest worden gezonden in de harten van de mensen om Abba, Vader te roepen omdt de mens alleen door Hem bewust en gelovig 'Vader' kan zeggen."
Het is Christus Die de Vadernaam op de lippen van Zijn discipelen legt. De Catechismus zegt: „Dat God onze Vader door Christus geworden is..."
Want Zijn discipelen zijn degenen, die door genade kinderen van God geworden zijn. Zelf zouden zij daar geen vrijmoedigheid voor hebben.
Het kan ook alleen maar door Christus. De grote Zoon van de Vader. En die Zoon heeft Zijn bloed willen vergieten om de Vader kinderen te geven. En daarom, ziende op Christus alleen, kunnen wij het in onwaardigheid nazeggen: „OnzeVader, Die in de hemelen zijt..."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1995
Daniel | 32 Pagina's