Wie Jezus ziet, kan van Hem niet wegblijven
Vraaggesprek met de. R. Boogaard
Op 1 oktober 1994 was het 25 jaar geleden dat dominee R. Boogaard in het ambt van herder en leraar werd bevestigd. Na 28 jaar als landbouwer werkzaam te zijn geweest, werd hij op 44jarige leeftijd toegelaten aan de theologische school. De Heere bond hem Exodus 3 : 15 op het hart om het beroep naar de gemeente van Leiden aan te nemen. Inmiddels is deze gemeente 'verhuisd' naar Leiderdorp... de dominee woonde daar al vanaf het begin! Vijfentwintig jaar mag ds. Boogaard de gemeente dienen. En precies 25 jaar na zijn intrede herdacht hij dit feit in een bijzondere dienst temidden van de gemeente en in aanwezigheid van familieleden en vele vrienden uit verschillende delen van het land.
Dominee, u had voor deze dienst als tekst: Ik ben in het midden van u, als één die dient' (Lukas 22:27). U hebt er de nadruk op gelegd dat in de evangelieverkondiging Christus in het middelpunt moet staan. U hebt gewezen op een dienende Zaligmaker, die tegelijk het am Gods is dat de zonde der wereld wegneemt. U hebt beklemtoond dat ook voor de dienaar van het Evangelie geldt dat hij persoonlijk moet leren buigen voor Christus en dat hij moet heenwijzen naar het Lam Gods. Zondaren zullen Hem moeten leren kennen. Gods kinderen zullen geoefend moeten worden in de kennis van Christus. Graag willen we naar aanleiding van de herdenkingsdienst hierover met u spreken.
In Johannes 14:6 lezen we dat de Heere Jezus zegt: Niemand komt tot de Vader, dan door Mij'. Wat wil de Heere Jezus hiermee zeggen?
Dat er maar één weg is tot het leven, namelijk Hij Die getuigt: 'Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven'. De vraag is of jezus Christus waarde voor ons heeft gekregen. Zo ja, dan zijn we aan onze schuld ontdekt.
Johannes de Doper heeft de Heere Jezus tijdens Zijn omwandeling op aarde aangewezen als het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt. Hoe komt Hij vandaag de dag tot ons?
Hij heeft Zelf getuigd: Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen' (Mattheüs 18:20). Hij wandelt onder ons in het gewaad van Zijn Woord. Terwijl wij in de gemeente van Hem spreken, horen of lezen, staat Hij in het midden van ons. johannes kon de Heere Jezus met de vinger aanwijzen. Nu is Hij verhoogd in heerlijkheid. Toch zullen u en ik Hem ook moeten zien, maar dan met een oog des geloofs.
Hij wordt ons ook in de sakramenten voor ogen gesteld. Maar we hebben geloofsogen nodig om Hem te kunnen zien. Anders blijft Hij verborgen!
Wat betekent dat: zien op Jezus door het geloof?
Wie Hem mag zien door het geloof, mag de zaligheid zien. Denk aan Simeon, David, job en Jakob, om enkele bijbelse voorbeelden te noe-
men. En dan kunnen wij meer in Hem zien dan johannes in Hem gezien heeft. Wij weten uit het Woord hoe Hij heeft geleden, is gekruisigd, gestorven en begraven, maar ook dat Hij is opgewekt! Als we in Hem het Lam van Cod mogen zien, is dat het grootste wonder dat ooit op aarde wordt aanschouwd. Dit is een heilig moment als een schuldig mensenkind voor het eerst met de Heiland in aanraking komt. Dit is onvergetelijk en voor de eeuwigheid beslissend.
Niet allen die het Woord komen tot de kennis van Hoe komt dat? horen, Christus.
De verkondiging van het Woord vindt niet bij allen gehoor. Van de catechisatie weten de jongeren dat er een onderscheid wordt gemaakt in de uitwendige en de inwendige roeping. De inwendige roeping is het werk van Gods Geest. Daarbij worden wij overtuigd van onze zonde en ellende, ons verstand wordt verlicht en onze wil vernieuwd.
Denk maar aan de discipelen van Johannes de Doper. Ik weet niet hoeveel mensen bij Johannes stonden die gehoord hebben: 'Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt'. Van twee mensen weten we dat zij het zó hoorden dat zij jezus volgden. Zo was het toen, maar zo is het nu nog. Veel mensen nemen de bijbelse boodschap voor kennisgeving aan en leggen die naast zich neer. Een ernstige preek kan soms het geweten bezwaren, maar een opwekkend gesprek brengt ze er weer bovenop. Maar het brengt niet in ware zielenood voor God. Het brengt ons niet aan het eind met ons zelf. Er komt geen plaats voor Christus in het hart. En wee, die op zulke grond de hoop op de zaligheid bouwt.
In Gods Woord wordt de wedergeboorte, geloof en kennis van Christus onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De kennis van Christus is noodzakelijk tot vergeving van zonden. Er is geen ander fundament dan Jezus Christus en Dien gekruisigd. Zij die waarlijk mogen horen, komen er niet van los. Zij horen anders dan anderen. Door het geloof gehoorzamen zij aan het Woord en maken ernst met het woordje ZIET! En wie Hem ziet, kan van Hem niet wegblijven.
Waar wordt het leven der genade in gekend?
In hét leven! In een leven van liefde en geloof. Daarin wisselen de werkzaamheden van het geloof zich af. Er is sprake van bestrijding en bemoediging, van zondesmart en vertroostingen, van uitzien en liefdeblijken van de Heere. Daar weet iemand met beschouwende kennis niet van. In het leven der genade gaat het altijd zo anders dan verwacht. Door gekrenkte hoop en afgesneden verwachting, leert de Heere Zijn kinderen dat er van hen niets in aanmerking komt. Dan wordt met Paulus geleerd dat er maar één Weg ten leven is, namelijk Christus de Heere.
Tegen de discipelen die Hem volgen, zegt Jezus: Komt en ziet!' (Johannes 1:40). Ze krijgen nader onderwijs van Hem. Waarin gaat Christus Zijn jongeren onderwijzen?
De noodzaak en de algenoegzaamheid van het Lam moet worden geleerd. De farizeeërs dachten met hun eigen gerechtigheid, wat in wezen pure vijandschap is tegen God, de zaligheid te kunnen verdienen. Maar alle ware gelovigen moeten leren dat er een volkomen weg ter zaligheid is door het geloof in Jezus Christus. Dan moet de wet plaats maken voor en leiden door het heerlijke en lieflijke Evangelie tot Christus. Daardoor ontvangen zij kennis van Hem en Zijn Middelaarsbediening en gaan zij ook van Hem spreken.
Dominee, u zegt in de preek weieens: 'Hebben u en ik in ons naderen tot God een Lam bij ons? ' Bedoelt u daarmee dat ieder mens persoonlijk een Borg moet leren kennen?
Ja, met minder kan het niet. Men kon in Israël niet tot het morgen-en avondoffer komen zonder lam. Zo zal niemand voor God kunnen bestaan zonder hét Lam. Het Lam moet onze enige hoop voor God zijn. Want God heeft Zichzelf een Lam ten brandoffer voorzien.
Hadden de discipelen toen ze het eerste onderwijs van jezus ontvingen al kennis aan de Heere jezus als Middelaar?
Johannes zegt: 'Ziet, het Lam Gods!' Daarmee krijgen de discipelen een heenwijzing naar de Heere Jezus. Met de naam Lam van God duidt Johannes zo heel bijzonder de gewilligheid, het offer, het hart van heel het borgwerk van Christus aan. En dat geloven de discipelen. Het is voor hen een onvergetelijke ontdekking geweest dat de Heere jezus het Lam was! En zo is het nog. Wij hebben Hem niet gevraagd of Hij een Lam wilde zijn. Wij hebben niet verdiend dat Hij Lam wilde worden. Maar God heeft Hem aan zondaren tot een Lam gegeven. Daarin straalt de liefde van God uit. 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad...'
Maar de discipelen stonden toch nog voor het lijden en sterven van de Heere jezus?
Dat is zeker. Ze hebben van Zijn Middelaarswerk ook nog niet zoveel verstaan. We lezen in het Evangelie dat jezus tot driemaal toe met Zijn discipelen gesproken heeft over de diepe weg die Hij gaan moest om tot heerlijkheid te komen. Maar zij verstonden geen van deze dingen. Dat moet ook worden gezegd. Er was een geringe kennis van Jezus' Middelaarsarbeid.
Laten wij de discipelen hierin niet hard vallen. Ook nu is bij velen in wie de Heere het leven der genade gewerkt heeft, die kennis niet groot. Uit de Schrift weten wij allen welke weg de Zaligmaker heeft moeten gaan om de zaligheid te verdienen. Maar verstandelijke wetenschap is geen geloofswetenschap. En het lijkt wel of het onderscheid daartussen steeds minder beseft wordt. Dat het zaligmakend geloof totaal anders is in werking en vrucht wordt alleen gekend door hen die dit geloof mogen bezitten. Ik denk dat hier de meeste en de grootste vergissingen gemaakt worden. Maar een waar geloof, al is het zo klein als een mosterdzaadje, presenteert zich. Tijdens de dienst in de kerk, maar ook op de catechisatie. Dat heeft voeding en versterking nodig.
Het is een uitnemend voorrecht als Christus aan ons geopenbaard mag zijn, maar wat is er vaak weinig geloofskennis van de noodzakelijkheid van Zijn lijden en sterven! Dan is er wel onderwijs door het Woord en de prediking, maar Gods kind verstaat de inhoud van het Woord zo weinig. En ten diepste wil men er ook niet aan dat de weg van de Meester 'door lijden tot heerlijkheid' ook de weg is van de Kerk.
Als er weinig kennis is aan Christus als Middelaar, hoe kan iemand dan toch weten een aandeel aan Christus te hebben?
Als het geloof maar werkzaam mag zijn. Als het geloof in oefening is, hebben de kleinen in de genade evenveel als de verst gevorderden.
Wilt u dit iets nader omschrijven?
Niemand krijgt van God een halve Zaligmaker toegerekend. En nu kan de zondaar de Zaligmaker zich zover toeëigenen als hij gelooft. En naar mate zijn geloof is, zal hij Christus leren kennen en op Hem vertrouwen. Als dus het geloof in oefening is, zal hij zeggen: e HEERE is mijn Herder. En als de werkzaamheden van het geloof gemist worden, staat hij in zijn waarneming weer overal buiten. Daarom zegt de apostel: Wast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker jezus Christus...'(2 Petrus 3:18)
Hoe kan een zondaar dan tot meerdere kennis van Christus komen?
We gaan zien dat er alleen bederf en gruwelijkheid bij ons te vinden is en dat we totaal verdorven zijn door de zonde. We kunnen Hem echter niet loslaten. En welk een wonder van genade als Hij zich opnieuw wil openbaren. Dan wordt Hij voor ons de Schoonste van alle mensenkinderen, in Wiens lippen genade is uitgestort. Naar die mate wordt de zonde ons tot smart en last.
William Guthry schrijft in zijn boek: Des christens groot interest: 'Als een mens voldoende kennis van zijn zonde heeft, neemt hij de zaligheid meer dan iets anders in deze wereld ter harte. Hij verwerpt alle hulp in zichzelf, zelfs het beste in hem. Christus, de Verlosser, wordt zeer dierbaar voor de ziel. Een mens is daarna bevreesd om te zondigen. Hij wil zalig worden op de wijze waarop het God behaagd hem zalig te maken'.
En als de zonde weer de overhand heeft in het leven van de gelovige?
God moet de zonde straffen. Iedere zonde verdient de eeuwige straf. Maar als de gelovige bedroefd is over zijn zonden en deze met schaamte voor Gods aangezicht belijdt, dan zal hij opnieuw de blijken van Gods genade ontvangen. Zo blijft zijn aandeel aan Christus zeker. Wel moet oprecht tegen de zonde worden gestreden. In het leven der genade gaat het er om telkens weer de toevlucht te nemen tot Christus en te leren gelovig gebruik van Hem te maken; van Zijn bloed tot vergeving van zonden en van al Zijn weldaden.
Wat heeft Gods Kerk dan een rijke Zaligmaker!
Ja zeker! Daar is een heerlijke Borg. Een gewillig Godslam, wandelend, gereed, bereidwillig om Zich te doen kennen. Het is heerlijk werk van Hem te mogen getuigen, maar ook hoe zalig voor zondaren om van Hem te
mogen horen! Ambrosius zegt: 'Zo er enige hemel op aarde is, gij zult die vinden in de betrachting en oefening van de Evangelieplicht in het zien op jezus.'
Wat moet iemand doen die Christus niet kent?
Hij moet zich geen rust gunnen totdat hij een zaligmakend aandeel aan Christus heeft verkregen. In de prediking wijs ik op het grote gevaar waarin we van nature verkeren, maar ook op Christus, de gezegende Schuilplaats. Als het nu zulk een onuitsprekelijk voorrecht is om zo'n Zaligmaker te kennen, wat is het dan nameloos arm om deze Zaligmaker niet te kennen. Tegen de jonge mensen zou ik willen zeggen: Smeek toch om ware bekering.
En wie Hem nu werkelijk mist?
Houd je gemis maar voortdurend aan de Heere voor. Als het je uitzien is dat Hij Zichzelf zal openbaren is dat ook bij Hem bekend. Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht. Houd Hem maar veel Zijn eigen Woord voor.
Wat is de vrucht van het kennen en volgen van Christus?
Verzoening en herstelling in de gemeenschap met God.
Onweerstaanbaar worden de gelovigen als met een onzichtbare hand tot Hem getrokken. Hij laat het oog op Hem gericht zijn, terwijl het oog gesloten wordt voor alles wat buiten Hem is. Dan worden diepe wegen begaanbaar. Dan leren ze het kruis verdragen en de schande verachten. Zo gaat Jezus de Zijnen voor. En al voortgaande bemoedigt Hij hen. Dan mogen we ook gemeenschap met Hem hebben. En dat is een voorsmaak van de genietingen van de hemel. Want in de hemel zal Hij eeuwig en volmaakt gezien worden in al Zijn schoonheid en heerlijkheid.
Dominee, we lezen in de Openbaring van Johannes de aangrijpende profetie: ' Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja amen.' Kunt u hier iets over zeggen?
Alle oog zal Hem zien! Maar hoe zal Hij dan gezien worden? Niet als het Lam van God, maar als Rechter van levenden en doden. Bileam heeft van Hem geprofeteerd: 'Ik zal Hem zien, maar nu niet, ik zal Hem aanschouwen, maar niet van nabij.'
Moeten we niet beven voor het vreselijk lot van allen die met Bileam zeggen: ik zal Hem zien, maar nu niet? Dan zullen ze Hem zien als het te laat is. Als bekering niet meer mogelijk is. Daarom zou ik een ieder door het Evangelie willen toeroepen: 'Ga tot Hem!' Hem te zien heeft niet de dood, maar het leven tot gevolg. Hoe hartinnemend nodigt Hij verloren zondaren om tot Hem te komen, als Hij uitroept: 'Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.' Hij is een Uitdeler der menigerlei genade Gods. Hij is alléén de Zaligmaker.
Wat zou u tot slot tot onze jonge mensen willen zeggen?
Aan de twee blinden te Jericho vraagt jezus: 'Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? ' Wat wil jij? Heb jij werk voor Hem? Zie je waarde in de Zaligmaker? Hij is in het midden van ons, als een die dient.
Hij is een dierbare Zaligmaker. Wie door het geloof op Hem mag zien, die kan van Hem niet wegblijven! Die wordt door de Vader tot Hem geleid. En, zegt jezus: Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.' (Johannes 6:37) En die is onuitsprekelijk gelukkig; nu en eeuwig!
Hartelijk dank dominee voor uw medewerking. We wensen u met uw vrouw toe dat het ten tijde des avond licht mag zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1995
Daniel | 32 Pagina's