JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wat doe ik met de fouten en gebreken van mede-gemeenteleden?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat doe ik met de fouten en gebreken van mede-gemeenteleden?

Over het leven als gemeente

10 minuten leestijd

In de omgang met mensen onder elkaar kom je ze bijna iedere c/ag tegen. De fouten en gebreken van de ander. Kleine kinderen kunnen elkaar op het schoolplein ongezouten de waarheid zeggen als ze iets 'afwijkends' ontdekken bij een groepsgenootje. En a/s ze dat nodig vinden, gebruiken ze ook nog handen of voeten er bij om hun afkeer over die 'afwijking' op een onbarmhartige manier te uiten. Ouders schrikken soms als ze hun kinderen horen. Van wie zouden ze dat hebben? En hoe is dit in de gemeente? De plaats waar wij met elkaar leven onder Gods Woord. Gaat het daar anders?

Wat is de gemeente?

We spreken van de gemeente in haar openbaringsvorm en in haar wezen, zo leren we op catechisatie. Of ook wel de zichtbare en de onzichtbare kerk. De zichtbare kerk zijn alle (doop)leden van de gemeente. Niet alle leden van de zichtbare kerk zijn ware gelovigen. De onzichtbare kerk is dat deel van de gemeente dat in waarheid de Heere mag dienen. De vergadering van ware Christgelovigen zoals artikel 27 van de Nederlandse geloofsbelijdenis zegt.

Gemeenschap

Door geboorte ben je lid van de zichtbare gemeente. Daarom behoor je ook gedoopt te worden, zo zegt ons doopformulier, je bent geheiligd. Dit betekent afgezonderd van anderen, van de heidenen. Je bent samen met andere mensen, jongeren en ouderen, in een gemeenschap gebracht. In dit artikel gaat het over het leven van de gemeente in haar openbaringsvorm. De zichtbare kerk dus. Een gemeente waar kaf en koren is.

Het Woord centraal

Die gemeenschap/gemeente funktioneert in de eerste plaats rondom het Woord. Dit betekent dat je de gemeente bijeen ziet als Gods Woord verkondigd wordt. Het Woord bindt samen. Maar dat betekent niet dat die gemeente er alleen op zondag is. De gemeente is er ook de andere zes dagen van de week. Toch zie je op zondag de verschillen al openbaar komen. Het ene gemeentelid is er iedere zondag. Trouw. Meestal zit hij of zij op dezelfde plaats en naast dezelfde mensen. Veel mensen hechten aan vaste gewoonten.

Het andere gemeentelid is er niet iedere zondag. Sommigen zijn lichamelijk of psychisch ziek of zwak, zodat zij helaas niet iedere zondag naar de kerk kunnen gaan. Meestal weten wij dat wel. Dit vraagt ons meeleven met elkaar.

Anderen komen niet trouw omdat ze eigenlijk niet zo geïnteresseerd zijn. Weer anderen zijn minder trouw omdat ze zich ergeren aan bepaalde dingen of gemeenteleden...

In de week

Ook in de week hoort de gemeente er te zijn. Je ziet gezinnen en alleenstaanden in de gemeente heel verschillend reageren. Sommige gemeenteleden zie je bij elke kerkelijke aktiviteit trouw meedoen en meeleven. Anderen zie je alleen maar 's zondags in de kerk. Jammer, want op zo'n manier leer je elkaar nauwelijks kennen. En als je elkaar niet kent, kan er ook geen kontakt zijn.

Fouten en gebreken

En nu is de vraag: hoe ga je om in de gemeente met eikaars fouten en gebreken? Met al die verkeerde eigenschappen! Met dat gedrag van

bepaalde mensen dat sommigen irriteert, terwijl anderen daar geen hinder van hebben.

Hier ligt een spanningsveld. Allerlei vragen en gedachten zijn er op dit gebied. Vragen als kan/mag je iedereen zomaar op fouten wijzen en vertellen hoe hij of zij moet leven? In jouw ogen wel te verstaan. Of moet je de irritaties die je daardoor hebt, of je het wilt of niet, opkroppen? Maar je weet dat het voortdurend opkroppen van deze gevoelens je op den duur depressief of agressief kan maken.

Ga je de 'strijd' met iemand aan of vlucht je er voor weg? In beide gevallen kan dat tot een breuk leiden. En mag dat als wij onder één kerkelijk dak leven?

je wilt wel zeggen wat je dwars zit, maar je weet dat de ander niet tegen kritiek kan. Moet je dan toch maar niets zeggen. Je zelf voorbij gaan en de ander sparen? Allerlei vragen, waar er nog vele aan toegevoegd kunnen worden.

Wie is er zonder fouten?

Fouten en gebreken zijn een gevolg van de zonde. Dat zeg ik niet om ze goed te praten. Wel om te verklaren. Het zijn schuldige fouten. Wie dat voor zichzelf zo mag beleven, zal ook op een bepaalde manier zijn naaste benaderen. Ook Gods kinderen hebben nog dagelijks tegen fouten en gebreken te strijden.

De bekende baptistenpredikant in Engeland uit de vorige eeuw J.C. Philpot schrijft in één van zijn brieven over mevrouw Prentice, die in zijn gezin als huishoudelijke hulp gediend had: 'Zoals de meesten had ook zij haar fouten en gebreken en deze verdonkerden het werk der genade weieens'. Toch mag Philpot een goed gerucht van haar geven als hij verder schrijft 'dat er maar weinigen in Oakham zijn die zo diep en zo helder onderwezen zijn in de dingen Gods (...) Maar ge weet ook wel, dat er allicht onaangenaamheden voorvallen wanneer heer en knecht beiden de waarheid beleven, ja deze mogen beleven in de vreze Gods'.

Onze houding

In het Nieuwe Testament vinden wij veel aanwijzingen over het gemeenteleven.

In Efeze 4:2 wijst Paulus de gemeente erop te wandelen in ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde.

Deze houding, die in wezen vrucht van genade is, wordt ons op verschil lende plaatsen in Gods Woord voorgehouden.

Verdraagzaamheid

We dienen elkaar te verdragen in liefde. Dit is wat Gods Woord ons leert. De liefde denkt geen kwaad. Dit is nog meer dan het respekt waarmee we onze naaste hebben te bejegenen. Een respektvolle houding ten opzichte van de ander kan al zoveel vooroordeel wegnemen. Als je de ander in liefde wilt verdragen, stel dan je zelf vragen.

Zijn die fouten van de ander werkelijk zo erg? Zie ik ze zelf niet teveel door een vergrootglas? Komt het omdat ik misschien heimelijk wel jaloers ben op de ander?

Het begrijpen van de fouten en gebreken van de ander kan al veel

irritaties voorkomen. Daarvoor is wederzijds wei een houding van openheid nodig. Een openheid op basis van wederzijds vertrouwen. De reden van de fouten en gebreken kunnen ook voor de ander zelf soms een kruis zijn. Ik denk aan de mensen die psychisch ziek zijn. Ik weet dat hier soms heel veel van iemand gevraagd kan worden.

Aanvaarding

Is het blijven zwijgen wel eerlijk? Dat hangt er vanaf, waaruit dit zwijgen voortkomt. Als je uit liefde zwijgt, uit respekt voor de ander, dan is dit geen oneerlijkheid. Het is een bewuste keuze. Want de liefde maakt niet blind, maar ziet juist scherp wat er mis is.

De aanvaarding van de ander houdt in dat je hem of haar aanvaardt, ook met zijn fouten en gebreken. En er kan een moment komen waarop er gelegenheid is om er over te spreken.

Meestal is de telefoon daar niet het meest aangewezen middel voor om dit doen. Ook zomaar een losse opmerking in de winkel of op straat is niet de juiste oplossing. Een gesprek heeft tijd en ruimte nodig. Maar dit is het dan ook ten volle waard.

Voor jezelf opkomen en zachtmoedig zijn ?

Om met elkaar kontakt te hebben, moet je de durf hebben een kontakt aan te gaan.

Sommigen hebben hier geen enkel probleem mee. Die stappen zo naar iemand toe. Voor anderen is dat onvoorstelbaar. En zeker om met iemand iets uit te praten.

Ik denk dat het goed is dat wij daarmee rekening houden. Wat voor de een vanzelfsprekend is, is dit voor ander helemaal niet.

Toch kan het zijn dat je hierin ook niet eerlijk naar jezelf bent. En dat merkt de ander ook. Als je zegt niet boos te zijn en die boosheid straalt van je gezicht af, dan zijn je woorden en je lichaamstaal niet met elkaar in overeenstemming. Dan ben je niet eerlijk naar jezelf en ook niet naar de ander.

Mensen die uit zogenaamde zachtmoedigheid alleen maar (toe)geven, doen de naaste tekort.

Als je het woord zachtmoedigheid gebruikt in de betekenis dat je alles maar goedvindt van een ander, zelfs al zouden ze over je heen lopen, dan heeft dit niets met de zachtmoedigheid te maken, die Gods Woord, als vrucht van de Geest, noemt. De ander mag weten waar hij aan toe is.

De dochters van Zelafead hadden kunnen zwijgen (Numeri 27). Maar dat deden zij niet. Zij brachten hun zaak voor Mozes en de oudsten. En de HEERE sprak dat de dochters van Zelafead recht spraken.

Je mag voor jezelf opkomen, zonder de ander te kwetsen. Dit is niet in strijd met de liefde, die hierboven genoemd is. Ik denk aan een voorbeeld uit het Nieuwe Testament. Toen Paulus in Handelingen 16 onveroordeeld (en dus rechteloos) in de gevangenis geworpen en daarna losgelaten werd, ging hij niet zomaar uit de gevangenis. Hij wilde dat de hoofdmannen zelf kwamen en hem uitgeleide deden. Er moest recht gedaan worden.

Zondig gedrag

Je moet hierbij wel bedenken dat wij al snel geneigd zijn dat wanneer wij ons gekwetst voelen door een medegemeentelid wij dit gedrag als zonde zien. Ook hierin is zelfonderzoek noodzakelijk. Zitten wij er (heimelijk) zelf niet tussen?

Luister naar Paulus: ant de liefde denkt geen kwaad (1 Korinthe 1 3:5). Maar wanneer er sprake is van zondig gedrag bij de ander? Moetje dan denken: aar is de kerkeraad voor, die moet daar maar op toezien? Zo mag je niet denken. Ook hierin wijst Gods Woord ons de weg. Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, zo zegt de Heere jezus, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen (Mattheüs 18:15).

Dit gedeelte uit Gods Woord gaat verder dan alleen het zich verongelijkt voelen door de houding of het gedrag van de ander. Het gaat hier, en dat blijkt uit vervolg in de verzen 16 en 1 7, vooral over die zonden, die bij het bekend worden in de gemeente en bij verharding de zondaar tenslotte buiten de gemeenschap (gemeente) doet staan.

De stem van een oudvader

Dat het probleem van dit artikel niet alleen van vandaag en gisteren is, blijkt uit waar ds. F. Ridderus in 1679 de gemeenten al op wijst.

‘Wij moeten ons niet terstond aan de zonden van anderen ergeren, maar liever fouten bedekken. Niet, dat wij de zonden goed moeten praten, want wij moeten de dwalende bestraffen en terecht brengen. Maar wij moeten de schande en de schaamte van de zondaar bedekken, als Sem en Jafeth de naaktheid van hun vader. We moeten niet zó de zonde dragen - zie Leviticus 19 - het oog afwenden, de tong van lasteren onthouden, opdat wij zijn hart na de bestraffing te beter buigen. Wij moeten niet blij zijn met hun val, maar bedenken: als wij staan, dat wij moeten toezien, dat wij niet vallen'. Dit is het onderlinge pastoraat dat in deze tijd, vrees ik, zo weinig beoefend wordt. Het lijkt wel dat wij bang van elkaar geworden zijn.

Middelmatige dingen

Aan de andere kant kunnen wij ook teveel op elkaar letten, zonder de nodige afstand ten opzichte van elkaar te nemen. Het gaat dan vaak om persoonlijke en middelmatige dingen.

Soms kom je met name in kleine gemeenten of in een gemeente waar veel familie van elkaar woont een dergelijk gedrag tegen. Dan leest men elkaar de les over allerlei dingetjes en gewoonten (middelmatige zaken), die in het ene gezin nu eenmaal anders gebeuren dan in een het andere gezin.

Het pijnlijkste is dit nog wanneer het niet rechtstreeks uitgesproken wordt, maar in bedekte termen toegevoegd wordt of via de kinderen gezegd wordt. Daarmee kunnen wij binnen één en dezelfde kerkelijke gemeente elkaar veel verdriet berokkenen.

De eerder genoemde J.C. Philpot haalde in een brief aan zijn vriend Joseph Parry een uitspraak van William Tiptaft aan (eveneens een Engelse predikant) die zei, dat de christenen op koolplanten gelijken; die groeien het beste wanneer ze niet te dicht op elkaar staan! En het getuigt van veel zelfkennis als Philpot verder schrijft: Niemand heeft mij ooit zo veel beproefd of geplaagd, of mij zo doen schrikken als J.C. Philpot zelf. Daarom ben ik er ook zeker van dat niemand zo goed weet waarom ik bevreesd voor hem ben.

Kinderkens, hebt elkaar hartelijk lief

Van de apostel Johannes is bekend, toen hij op zeer hoge leeftijd was en zelf niet meer voor kon gaan, men hem naar de samenkomst droeg. En daar alleen deze woorden uitsprak: Kinderkens, hebt elkander hartelijk lief. En deze opdracht is voor christelijke gemeente van 1995 onveranderd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1995

Daniel | 32 Pagina's

Wat doe ik met de fouten en gebreken van mede-gemeenteleden?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1995

Daniel | 32 Pagina's