JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Resocialisatie: mensen leren zichzelf te helpen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Resocialisatie: mensen leren zichzelf te helpen

In gesprek met J.C. Zijderveld over resocialisatie

9 minuten leestijd

Hans Zijderveld (36) is na twintig jaar dienstverband bij de Koninklijke Marine gaan werken in de hulpverlening. Momenteel volgt hij de deeltijdopleiding MBOinrichtingswerk. Zijn stage als inrichtingswerker liep hij in de militaire gevangenis te Nieuwersluis. Zijn huidige werkplek is bij de stichting Frans 2de Hands in Rotterdam. Deze stichting resocialiseert jongeren tussen de zestien en vijfendertig jaar. Dikwijls zijn dit (ex-)gedetineerden. Ook werkt Hans als vrijwilliger bij stichting 'Ontmoeting' in Rotterdam. In het kader van de aktie 'Onder-Dak' spraken we met hem over zijn hulp bij resocialisatie.

Hans, je huidige opleiding is het gevolg van een reorganisatie bij de Koninklijke Marine, kun je iets meer vertellen over hoe een en ander gelopen is in je leven?

Op zestienjarige leeftijd ging ik naar de Koninklijke Marine. Acht jaar heb ik gevaren. Ik was werkzaam in het onderhoud en de bediening van het scheepsgeschut en springstoffen. De laatste tien jaar ben ik instrukteur geweest in bewapening en nucleaire, biologische en chemische verdediging (NBC-verdediging). Al langer was er sprake dat ons dienstvak met de tijd zou verdwijnen. Gedwongen ontslagen werden niet uitgesloten. We kregen het advies om rond te kijken in de burgermaatschappij naar werk wat we eventueel wilden gaan doen. Een beroepentest gaf uitslag dat mijn interesses lagen bij het werk in de hulpverlening. Ik gaf toen te kennen dat ik een deeltijdopleiding MBO-inrichtingswerk wilde gaan volgen. Dit werd goedgekeurd en zodoende kwam ik terecht in de militaire gevangenis te Nieuwersluis. Na een paar maanden werd ik overgeplaatst naar Rotterdam.

Sinds 1989 werk ik bij een instelling waar jongens worden opgevangen die in probleemsituaties zijn terecht gekomen. Ook gaf ik me op als vrijwilliger bij stichting 'Ontmoeting'. Daar werk ik nu al weer bijna vijf jaar.

Wat doe je precies bij stichting ‘Ontmoeting’?

Daar mag ik één keer per week, met alle gebrek, de bijbelstudie verzorgen en op eenvoudige wijze de boodschap van God aan mensen doorgeven. Centrale thema's hierin zijn: 'Wie is God? , 'Wat zegt God van en tegen ons? ' en 'Kan ik God ontmoeten? ’.

In de militaire gevangenis heb ik geleerd met agressie van mensen om te gaan. Maar ook mocht ik daar zien dat gevangenen precies dezelfde mensen zijn als ik. Ik liep rond als bewaker, maar innerlijk stond ik naast de gevangenen. En soms, als persoonlijke zonden in gedachten kwamen, dacht ik wel eens: 'De overheid straft ze niet, maar die plek heb ook ik verdiend'. Dan ga je 'anders' met gevangenen om. Dan verwondert het je wel eens wat de Heere doet. Want we hebben verdiend dat God Zich nooit meer met ons zou bemoeien...

je huidige werkplek is bij de stichting Frans 2de Hands in Rotterdam. Deze stichting resocialiseert jongeren tussen de zestien en vijfendertig jaar. Wat is resocialisatie precies?

Resocialisatie is eigenlijk mensen leren zichzelf te helpen. Het doel daarbij is, dat ze op eigen benen kunnen staan in deze maatschappij en dat je ze helpt naar zelfstandigheid en leert hun eigen verantwoordelijkheid te dragen. Mijn taak daarbij is jongeren te stimuleren, te motiveren of soms af te remmen. Heel belangrijk hierbij is dat er een vertrouwensrelatie ontstaat en dat de jongens respektvol worden benaderd.

Kun je een voorbeeld geven van een bewoner van Frans 2de Hands?

Ik denk aan Roelof. Op vijftien, - zestienjarige leeftijd kwam bij hem de drang naar boven om vrij te zijn. Net als zijn vader wilde hij een eigen leven leiden en avonturieren. Konflikten met zijn moeder bleven niet uit. Haar vermaningen beknotten hem in zijn gewenste vrijheid. Daarom trok hij zich er niets van aan. Hij zocht 'vrienden' waar hij zich thuis voelde. Die leerden hem hash roken. Roelof ontdekte dat als hij onder invloed van de hash was, de vermaningen van zijn moeder hem veel minder raakten. Met zijn vrienden experimenteerde hij met harddrugs (o.a. LSD). Binnen twee jaar was hij verslaafd, terwijl hij alleen maar wilde experimenteren! Een mislukte verkering deed hem vluchten in de heroïne. Vervelende gevoelens had hij toen niet meer. Alle problemen leken verdwenen, maar... om aan heroïne te komen,

is veel geld nodig. Vanwege het plegen van kleine delikten kwam hij in de jeugdgevangenis van Vught terecht.

Hoe is Roelof bij jullie gekomen? Uit de gevangenis ging hij samenwonen. Hij was nog steeds clean (niet meer verslaafd). Roelof had zelfs werk gevonden wat hem goed beviel. Een ongeluk aan zijn hand vaagde al zijn toekomstidealen weg. Roelof kwam in de ziektewet. Nooit had hij geleerd om over zijn problemen te praten. De heroïne had hij leren kennen als 'prima' pijnstiller. Binnen de kortste keren was hij weer verslaafd. Opnieuw ging hij stelen om zijn verslaving te bekostigen. Hiervoor kwam hij in de gevangenis in Rotterdam terecht. Daar werd hij geattendeerd op 'de Hoop', een christelijk afkickcentrum. De aandacht, individuele begeleiding en warmte deed hem weldadig aan. Intensief deed hij mee met bijbelstudie. Hij hield stille tijd en zong uit volle borst mee. Na zes maanden maakte hij voor zichzelf de balans op: wat is nu echt? In een persoonlijke krisis is hij weggevlucht in... de heroïne. Na zes maanden zat hij weer vast. Toen hoorde hij in de gevangenis van Frans 2de Hands. Na een paar kennismakingsgesprekken en een bezoek aan het tehuis, is hij bij ons gekomen.

Wat kan Frans 2de Hands voor Roelof doen?

Frans 2de Hands zet zich onder andere in voor (ex-)gedetineerden die los willen komen van hun kriminele verleden. Roelof is in de 24uurs opvang terecht gekomen. Dag en nacht is hij dan onder begeleiding. In de eerste weken kon hij wennen aan de nieuwe leefomstandigheden.

Daarna moet hij gaan werken aan zijn eigen problematiek. In een half jaar wordt hem bewust gemaakt 'waar' (helaas niet waaróm) het fout is gegaan in zijn leven. Dit verloopt in een vertrouwelijke sfeer, waarin Roelof wordt geaccepteerd en zichzelf mag zijn.

Zijn mentor (psycholoog of maatschappelijk werkende) en een psycho-sociaal therapeut geven aan welke gedragingen hij zich eigen dient te maken, wil hij zelfstandig verder kunnen, zonder hulp van anderen. Bepaalde gedragingen moeten aangeleerd worden, andere afgeleerd.

Wat moest Roelof leren?

Roelof moest leren omgaan met geld en met het indelen van vrije tijd. Ook leerde hij sociale vaardigheden om beter met zichzelf en andere mensen om te gaan. Verder zaken als wassen, koken, strijken en klussen in huis. Kortom, allemaal vaardigheden die nodig zijn om zelfstandig te wonen. Wekelijks hebben de bewoners ook (groeps-) gesprekken. De overige tijd wordt gevuld met onderhouds-en renovatiewerkzaamheden van de eigen panden. Deze fase duurt een half jaar.

Daarna heeft Roelof voor drie maanden meer vrijheid en verantwoordelijkheid gekregen. In deze periode is ook een begin gemaakt met een opleiding voor een toekomstig beroep. Na deze drie maanden is hij overgaan naar het begeleid-woonprojekt voor maximaal een jaar. Hij heeft nu een prachtige kamer in een oud huis in Rotterdam-West. Overdag volgt hij een werkervaringsprojekt dat zes maanden duurt en dat uitzicht biedt op een baan. Graag wil ik Roelofs reaktie doorgeven. Hij zei tegen mij: 'Ik zit nu een jaar bij Frans 2de Hands en heb hier toch veel geleerd. Geleerd dat niets zo ernstig kan zijn of er is een oplossing voor. Dat het geen schande is om hulp te vragen. Dat er iets bestaat als zelfrespekt. De band met mijn moeder is nu gelukkig een stuk beter. Twee maal per week bel ik haar. Moeder heeft veel teleurstellingen met mij meegemaakt. Het vertrouwen groeit nu ze weer hoort hoe het met me gaat en hoort wat ik doe.

De aktie 'Onder-Dak' wil een aanzet geven om in Epe met een dergelijk projekt te starten. Wat vind je hiervan?

Ik ben blij dat de aktie 'Onder-Dak' gehouden wordt. HET IS NODIG, jullie, jongeren, lopen, fietsen of rijden je niet voor niets warm. In deze tijd wordt de samenleving steeds harder en ingewikkelder, gejaagder en goddelozer. Dat is de tijd waarin wij als jongeren en ouderen leven! Geen wonder dat mensen overbelast raken en tijdelijk of gedurende de rest van hun leven extra hulp en zorg nodig hebben. Wat is het dan gelukkig dat er christelijke opvang is. En bedenk: e wereld verwacht van christenen niet anders! En wat nog belangrijker is: e Heere gebiedt het ons. In Galaten 6:10 lezen we: Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.' Als we de kanttekeningen van de

statenvertaling erop naslaan, en zien wat daar staat, dan mogen we niet anders.

Tenslotte Hans, hoe kijk je zelf tegen resocialisatie aan?

Mijn visie is dat niet iedereen te resocialiseren is. Sommige persoonlijkheidsstrukturen zijn zo defekt, dat het resocialisatieproces blijft steken op een niveau dat maatschappelijk gezien nog steeds onaanvaardbaar is. Er zijn jongeren die niet willen werken of die geen gezag boven zich verdragen. Anderen houden weinig rekening met andere mensen en willen absoluut niet met hen praten. Zij redeneren: ikik-ik en de rest past zich maar aan mij aan. Zulke jongeren zijn niet voor rede vatbaar.

Toch zijn er die zover komen dat ze net als anderen bij jou en mij in de straat wonen en als volwassene deelnemen aan het maatschappelijke leven.

Maar zijn ze dan eigenlijk wel echt geresocialiseerd?

Je zou kunnen zeggen: eigenlijk zijn ze alleen opgevoed voor deze wereld. Wij weten dat één ding nodig is, namelijk een vernieuwd hart. Mijn persoonlijke mening is, dat al het resocialisatiewerk overeenkomstig Gods Woord moet zijn. Want daar gebiedt de Heere Zijn zegen over. En als de Heere Zijn Woord gebruikt in het leven van een ontspoorde jongere, dan pas is ten diepste het echte resocialisatieproces begonnen. Want dan heeft die jongere geleerd om in beginsel weer te zijn, wie hij moet zijn: een mens die weer gaat leven tot eer van de Heere. Net zoals die verloren zoon die opstond en weer terugging naar zijn vader.

Menselijkerwijs is dit dubbel moeilijk voor zo'n jongere. Want als iemand christelijk gaat leven, dan wordt hij vaak weer opnieuw afgewezen in de burgermaatschappij. Maar bij wie het 'echt is', zal met zijn nood naar de Heere vluchten om bij Hem te schuilen. Want daar is het goed.

Woerden, Marianne Sofiie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1995

Daniel | 32 Pagina's

Resocialisatie: mensen leren zichzelf te helpen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1995

Daniel | 32 Pagina's