JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het is moeilijk te onderscheiden of een geestelijke ervaring van de Heere is of uit onszelf opkomt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het is moeilijk te onderscheiden of een geestelijke ervaring van de Heere is of uit onszelf opkomt

Over geloofsbeleving van psychisch zieke mensen

13 minuten leestijd

'Dokter, ik heb het zo verschrikkelijk moeilijk, ' klaagde een al wat oudere vrouw. 'Vannacht zou ik naar de hemel gaan, maar mijn kamergenote heeft ervoor gezorgd dat dat niet gebeurde. Cod geeft haar de vrijheid mij te plagen en nu kan ik niet meer vergeven. Weet u, twee jaar geleden heb ik een erge zonde begaan. De dokter wilde mij bloed afnemen, maar dat wilde ik niet. Toen wist ik nog niet, dat ik een groot offer had moeten brengen, Omdat ik geen bloed heb gegeven kan Cod me nu ook niet tot zich nemen'. je kunt deze woorden terugvinden in het boek 'Psychische stoornissen en bijbelse zielszorg' van S. Pfeifer, een Zwitserse christelijke psychiater. Ze brengen ons bij het thema van dit artikel. Wat is het verband tussen geloofsbeleving en psychische ziekte?

Gestoord

Als je de woorden van deze vrouw leest dan zie je dat zij op een heel aparte manier spreekt over geestelijke zaken. Maar de manier waarop dit gebeurt, is duidelijk gestoord. Er is sprake van wat we een 'schizofrene stoornis' noemen. Daarbij worden vaak stemmen gehoord en treden wanen op: je ziet, hoort, denkt en voelt dingen die er niet zijn. Zo denkt deze mevrouw dat haar kamergenote haar dwarsboomt en daarvoor van God de vrijheid (en misschien wel de opdracht) heeft gekregen. En zo schept zij voor zichzelf een aparte wereld door allerlei dingen te verbinden die logisch gezien geen verband houden met elkaar.

Een pionier

Toen ds A. Elshout in 1978 'Een helpende hand' publiceerde, was hij de eerste in onze kringen die uitvoerig inging op de beïnvloeding die bestaat tussen geestelijk leven en psychische ziekten. In zijn 'Nogmaals... een helpende hand' (1981) werkte hij zijn visie verder uit volgens de geschiedenis van Elia (1 Koningen 19). Het kenmerkende van zijn boeken zijn de helderheid en pastorale toon.

Misschien sta je daar niet zo bij stil, maar het betekende veel dat deze boeken geschreven en gepubliceerd zijn. Het was tenslotte heel persoonlijk, uit eigen ervaring, wat er op papier gezet is. Daarmee heeft de schrijver zich kwetsbaar opgesteld, maar ook zeer velen een grote dienst bewezen. Vooral omdat het zo herkenbaar is wat hij geschreven heeft. Daarnaast werd uitvoerig aangetoond dat ook Gods kinderen ernstige psychische ziekten kunnen krijgen die niets te maken hebben met (ernstige) persoonlijke zonden. En die evenmin hoeven te betekenen dat hun geloof niet in orde is. Bovendien werd uitgelegd dat het gebed

nooit onderschat mag worden, maar dat medische, psychiatrische en psychologische hulp bij de middelen hoort die de Heere ons geschonken heeft.

Geloof bezitten en ongelovig zijn

Ds Elshout heeft zich gericht op ernstige depressies en de gevolgen daarvan voor het geloofsleven. Hij heeft laten zien hoe en waarom een uitgeputte en depressieve Elia er ais een ontgoocheld mens uiteindelijk toegekomen is om de Heere te vragen hem uit het leven weg te nemen (1 Koningen 19:4).

Elia was uitgeput. En Elia was ongelovig: tot tweemaal toe zegt hij dat hij alleen is overgebleven (vers 10 en 14), terwijl de feiten anders lagen. Bovendien was hij daar helemaal niet verantwoordelijk voor; dat was een zaak voor de Heere.

Het is beslist zo dat uitputting een aanslag pleegt op je psychische konditie. Het valt niet te ontkennen dat je daardoor geestelijk somber kunt worden en een donkerheid in de ziel kan neerdalen.

Maar ook het omgekeerde is waar. Zijn er geen voorbeelden van kinderen van God die in de grootste nood en in de meest uitputtende omstandigheden hun harten hoofd oprichten naar omhoog? Wat denk je van David toen Ziklag in puin lag? Hij had er evenals Elia een uitputtende reis opzitten, kwam thuis en ontdekte niet anders dan een rokende puinhoop; alle vrouwen en kinderen waren weggevoerd. Tot overmaat van ramp overwogen zijn mannen in hun wanhoop om hem te doden. Hij werd erg bang, maar... sterkte zich in de HEERE zijn God (1 Samuël 30 : 6). Geloof en geloofsbeoefening zijn twee dingen. Zowel Elia als David mochten de Heere vrezen met een oprecht geloof. Beiden waren geoefende christenen die in de kracht van het geloof grote daden hebben verricht.

En waarom kwam Elia nu in ongeloof terecht, terwijl David zich gelovig sterkte in zijn God? Het eerste is wel te begrijpen. Ongeloof hoort immers bij onze boze natuur. Het tweede is veel minder te begrijpen.

Dat wordt ten diepste veroorzaakt door de werking van de Heilige Geest. Geloof funktioneert alleen maar als de Heilige Geest door het Woord werkt. Anders is het - ook bij een psychisch gezonde gelovigeeen dorre boel.

Geloof, hopeloosheid en wanhoop

Natuurlijk spelen karakters en levensomstandigheden (ook psychische ziekten) een belangrijke rol, maar vergeet nooit dat de Geest vrij is in Zijn werkingen. Dat is een troostvolle gedachte voor (jonge) mensen die denken dat ze geen toekomst meer hebben.

Toch is het uit het voorbeeld aan het begin van dit artikel en van Elia duidelijk dat psychische ziekten een grote invloed hebben op de geloofsbeleving. Probeer iemand die ernstig depressief is en meent dat hij de zonde tegen de Heilige Geest gedaan heeft, of dat alles wat de Heere gedaan heeft slechts inbeelding is, maar eens op andere gedachten te brengen. Telkens zullen de angst-en schuldgevoelens weer terugkeren in het gesprek. Zo iemand kan niet meer bidden en vindt dat het ook geen zin meer heeft. Zo belééft iemand dat. Oók een kind van God dat deze ziekte heeft gekregen. Deze hopeloosheid en wanhoop hoort bij het ziektebeeld, maar niet bij het geloof dat de Heere door Zijn Woord en Geest in het hart gewerkt heeft. Een gezond geloofsleven wordt namelijk niet gekenmerkt door wanhoop aan de Heere (Ezechiël 30 : 31). Er is wel een gevoel van onwaarde in zichzelf en een gevoel van wanhopen aan zichzelf (eigen krachten of verdienste) en er kan een diepe indruk zijn van het oordeel van God in de ziel Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 10) maar daarnaast is er een hopen op de Heere en een bidden om genade. Calvijn onderstreept in zijn verklaring van Psalm 1 30 (vers 4) dat 'de bewustheid van Gods oordeel, als het niet gepaard gaat met de hoop van genade te zullen verkrijgen, niets dan schrik en angst teweegbrengt, waaruit dan noodzakelijkerwijs haat moet voortkomen’.

Calvijn zegt dat er in het ware geloof altijd enige hoop en vertrouwen op de Heere en Zijn genade moet blijven. De vader van de maanzieke knaap riep uit: 'Ik geloof Heere kom mijn ongelovigheid te hulp'. Als die hoop er niet is, kunnen wanhoopsdaden ontstaan.

Als mensen gezond zijn, is het duidelijk te zien dat zelfs in de strengste oordelen van God en de moeilijkste omstandigheden de kinderen van God de Heere niet los kunnen laten tenzij Hij hen redt, genadig zij en zegent. Toen Petrus in de golven verdween riep hij: Heere, behoud mij' (Mattheüs 14 : 30). En nadat

Paulus neergeveld was op de weg naar Damascus, at en dronk hij drie dagen niet, maar de Heere vertelde Ananias: 'want zie, hij bidt'

(Handelingen 9:11). Comrie schrijft in een preek over Romeinen 5:1waarin hij spreekt over het geplaatst worden voor Gods rechtbank in het geweten ('vierschaar der consciëntie')-dat de zondaar wel oordeelt dat het rechtvaardig is als God hem voor eeuwig verdoemt, maar dat het 'een gevaarlijke dwaling tegen Gods Woord en strijdig met onze natuur' is, om te eisen 'dat de mens daartoe zou moeten komen, om even gewillig te zijn om verloren te gaan, als behouden te worden. Bovendien wordt de zondaar roepende en smekende gemaakt tot genade en geen recht’.

Omgaan met mensen met psychische ziekten

Bij sommige ernstige psychische ziekten is alle verlangen om ogen en hart op te heffen tot de Heere verdwenen. Daarmee is bij een kind van God het werk van de Heere (het geloof) niet weg; hetfunktioneert (het geloven) alleen niet meer. Als een psychische ziekte vastgesteld wordt, dan is het noodzakelijk dat daarvoor behandeling (soms ook medicatie) gezocht wordt. Dat zijn de middelen die de Heere ons heeft gegeven en die Hij ook wil zegenen. Het is soms wonderlijk om te zien hoe een depressie op kan klaren en hoe iemand ook weer geestelijk tot ruimte komt. Het is net alsof de woorden uit de Bijbel dan opnieuw betekenis krijgen en zoals eerder tot je doordringen.

Het lijden aan een psychische ziekte is zwaar en maakt gehandicapt. De betekenis van mensen (de gemeente) die om je heen blijven staan en voor je bidden, kan niet overschat worden. Ook als iemand in een zwart gat leeft of niet meer te bereiken valt, is het zinvol dat bij bezoek het Woord telkens weer opengaat. Want de Heere werkt door Zijn Woord en Geest. Het gebed in de gemeente is eveneens van grote betekenis. Want de Heere doet grote wonderen op het gebed. Ook het gezegend worden van middelen is zo'n wonder. Dat zullen zij, die ondanks alle therapie en medicatie een chronische psychische ziekte hebben, volmondig beamen. Het is belangrijk om geestelijke (religieuze) zaken enerzijds en psychische of psychiatrische verschijnselen anderzijds niet door elkaar te halen. Als we dat doen, kunnen we iemand niet helpen.

Ds Elshout beschrijft in 'Nogmaals... Een helpende hand' hoe een vrouw (en haar omgeving) medische hulp weigerde omdat zij meende dat zij dan de Heere tegenstond. Zonder ophouden probeerde zij zich te brengen in een toestand dat zij ook met haar hart het zou goedkeuren dat God haar om haar zonden zou verdoemen. Zij kwam intussen het bed niet meer uit en haar depressie werd steeds dieper.

Toen zij uiteindelijk medicatie kreeg, knapte de vrouw op en keerde haar geestelijke nood terug tot ‘gezonde proporties’.

Gezond en ongezond

Het is in het pastoraat en in de hulpverlening altijd moeilijk om uit te maken of er sprake is van gezonde geestelijke beleving of dat er meer gedacht moet worden aan een psychische stoornis die z'n invloed heeft op de geloofsbeleving.

Een eerste vraag is of de beleving past in de gebruikelijke manier van denken en beleven van iemand. Als Piet altijd al zwaarmoedig en pessimistisch is, dan is het niet vreemd a's je van hem een somber verhaal over de toekomst hoort. Met dat sombere verhaal kan hij immers nog gewoon verder aktief blijven en rustig voortleven.

Iets anders is het als je Marleen hoort tobben op een manier waardoor je haar niet meer herkent: 'Is dat nu die opgewekte meid van vorig jaar? '. Zeker als het niet duidelijk is hoe de verandering is ontstaan, kun je je terecht zorgen maken.

Als er daarbij ineens allerlei geloofsvragen zijn gaan leven, dan kunnen die voortkomen uit het getob. Ze kunnen ook weer verdwijnen als de somberheid overgaat. Een tweede vraag is of de uitingen en gedragingen passen bij de omge

ving waarin men opgegroeid is en leeft. Zo is er reden tot zorg als bijvoorbeeld een jongen uit een van onze gemeenten tijdens zijn diensttijd zijn kamergenoten ineens gaat aanspreken of zij Jezus al aangenomen hebben en op het kampement avond aan avond folders gaat verspreiden met daarop dezelfde vraag. Deze handelwijze is niet te begrijpen vanuitzijn achtergrond en opvoeding. Als een lid van een pinkstergroepering, die regelmatig deelgenomen heeft aan evangelisatiecampagnes met deze stijl, zich zo zou gedragen, dan past dat bij die persoon en zijn opvattingen.

Een derde vraag is of er verschijnselen zijn die duiden op een stoornis. In het voorbeeld van de mevrouw die meent dat haar kamergenote haar dwarsboomt zijn verschillende van die verschijnselen (symptomen) te vinden.

Het is duidelijk dat het niet altijd eenvoudig is om te onderscheiden tussen gezond en ongezond gedrag.

Gewerkt door de Heere of door jezelf

Tot nu toe heb ik het woord geloofsbeleving vooral gebruikt voor de beleving van kinderen van God. Maar ook onbekeerde mensen kunnen geestelijke ervaringen hebben. Het is schokkend om te bemerken hoe mensen die in nood verkeren allerlei dingen kunnen zeggen en beleven die kunnen wijzen op geloof en het bezig zijn met de zaken van Gods koninkrijk, terwijl daar soms niets van overblijft zodra een ziekte opklaart.

Dit komt ook bij psychische ziekten voor. Zo heeft iemand een grote angst om verloren te gaan. Zij vraagt telkens aan ambtsdragers die op bezoek komen om voor haar te bidden. En als de depressie opklaart... is alles verdwenen.

Het is niet eenvoudig om te onderscheiden of een godsdienstige ervaring van de Heere en zaligmakend is en door de Heilige Geest gewerkt wordt. Of dat er sprake is van een beleving die uit onszelf opkomt, een algemeen werk van de Heilige Geest is of door de satan voorgespiegeld wordt. Zeker als er een psychische ziekte is, moetje erg oppassen met het vellen van een oordeel. Dat komt ons trouwens ook niet toe! Wel is het zo, dat sommige uitingen en belevingen ongezond en onbijbels genoemd kunnen worden. Als iemand steeds maar in een kringetje om zichzelf en zijn zonden blijft draaien en vaststelt dat de Heere niet meer met hem te maken wil hebben, dan staat dat haaks op Gods Woord. De Heilige Geest werkt verdriet over de zonde en ook een verlangen naar de Heere. Ook als een groot zondebesef plotseling als het ware uit de lucht komtvallen, zonder aanleiding (een preek bijvoorbeeld) dan is er alle reden om voorzichtig te zijn en je af te vragen of er geen sprake is van een depressie. Als de Heere werkt doet Hij dat door Zijn Woord. Bovendien brengt dat een zondaar aan Zijn voeten'en niet alleen maar in de put. johannes vatte het evenwicht kernachtig samen door: 'Hij moet wassen, maar ik minder worden'. Zodra het ik losstaat van Hij is er iets fundamenteel mis. Als het evenwicht er is en er met alle nood en donkerheid tot de Heere gevlucht mag worden, dan zal dat zeker vruchten afwerpen. De Heere stuurt niemand weg die tot Hem verheft het angstig hart.

Literatuur

A. Comrie, Verhandeling van eenige eigenschappen des zaligmakenden geloofs, 1 744 A. Elshout, Een helpende hand, 1978 A. Elshout, Nogmaals... een helpende hand, 1981 S. Pfeifer, Psychische stoornissen en bijbelse zielszorg, 1994 P.j. Verhagen, Depressiviteit en depressie; een christelijke handreiking, 1991

Psychisch ziek-zijn en zondaar-zijn

De Heere Jezus heeft duidelijk uitgelegd dat er geen direkt verband bestaat tussen de zonde en de ziekte (Johannes 9 : 3). Een ziekte kan weieens dienen opdat de werken Gods in iemand geopenbaard worden!

Laat dat tot troost en tot bemoediging zijn als je zelf worstelt met een psychische ziekte of er in je omgeving mee te maken hebt.

Maar de zonde heeft wel alles stuk gemaakt. Boven alles heeft het onze verhouding met de Heere gebroken. We staan schuldig tegenover een heilige en rechtvaardige God.

De beleving van schuld is een van de regelmatig voorkomende verschijnselen van een psychische ziekte. Zo'n schuldbeleving leidt op zichzelf tot niets. Hoe diep, zwart of angstig zij ook mag zijn. Zij brengt namelijk niet aan de voeten van de Heere. Zij doet de blik niet buiten onszelf slaan. Als je door deze ziekelijke schuldgevoelens geteisterd wordt: blijf de Heere vragen of Hij je ervan verlost en of Hij Zijn genade aan je wil bewijzen. Dat gaat niet langs een goedkope weg (de Heere Jezus moest er voor geboren worden en sterven), maar wel langs een eenvoudige en eerlijke weg (lees vraag en antwoord 2 uit de Catechismus nog maar eens na).

Het mogen dienen van de Heere bevrijdt niet van alle (psychische) ziekten, maar geeft wel een behouden vaart en een zekergestelde aankomst bij de Heere. Dat staat vast, ook als de nachten pikzwart zijn en er geen doorzicht meer is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's

Het is moeilijk te onderscheiden of een geestelijke ervaring van de Heere is of uit onszelf opkomt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's