JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Als de kerk een steeds kleinere minderheid wordt...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als de kerk een steeds kleinere minderheid wordt...

Vraaggesprek met mr. dr. J. T. van den Berg te Nunspeet

8 minuten leestijd

De kerk wordt steeds verder naar de rand van onze samenleving geschoven. We worden nog wel geduld, maar een leidende rol is de kerk niet meer toebedeeld. Steeds minder wordt rekening gehouden met de mening van 'kerkmensen'. Naar de kerk gaan wordt als ouderwets beschouwd. Iets van vijftig of honderd jaar geleden. Moeten we ons erbij neerleggen? Hoe moet onze houding zijn als jongeren? Vragen op dit terrein hebben we voorgelegd aan mr. dr. ).T. van den Berg, tweedekamerlid voor de S.G.P. en ouderling van de Gereformeerde Gemeente van Nunspeet. Hij wordt als politicus en ambtsdrager regelmatig met bovenstaande vragen gekonfronteerd. Heeft hij een antwoord?

Het was vroeger normaal, dat je tot een kerk behoorde. Dat wordt nu steeds meer 'abnormaal'. En dat gaan we steeds meer merken. Het moderne levensbesef dringt overal door. Kijk alleen maar naar de reklame en de media. Aan veel dingen kun je niet meer meedoen. Dat roept nogal eens verbazing en onbegrip op, ja zelfs agressie. En dat wordt echt niet minder! Gods Woord staat nu eenmaal haaks op de tijdgeest. Als je je aanpast, dan heb je er niet zoveel moeite mee. Maar als je in alle gebrek, toch probeert te leven naar Gods Woord en voor je overtuiging uit wilt komen, dan zul je steeds meer tegenstand ervaren.

Daar komt nog bij, dat als gevolg van het proces van ontkerstening de christelijke normen en waarden, die onze samenleving toch hebben gestempeld, in snel tempo worden uitgewist. Denk alleen maar aan de jongste ontwikkelingen rond de winkelopenstelling op zondag. Denk aan de zeer verontrustende verschuivingen in de medische ethiek. Al met al vrees ik, dat het vinden van een verantwoorde werkkring voor steeds meer jongeren uit onze kring een moeilijke zaak zal worden.

Mijnheer Van den Berg, hoe moet onze houding zijn ten aanzien van deze ontwikkeling?

Wij moeten de werkelijkheid onder ogen zien. De realiteit ontkennen, brengt ons niet verder. Vluchten in aanpassing aan de moderne samenleving is uiteraard nog veel slechter. Het is trouwens geen vreemde zaak, die ons overkomt. Wie Gods Woord en de kerkgeschiedenis ook maar enigszins kent, weet dat het meestal maar een (kleine) minderheid is geweest, die tegen de grote stroom moest oproeien. En... we behoeven toch niet in eigen kracht onze weg te gaan?

Welke levenshouding heeft uw voorkeur: 'in ons isolement ligt onze kracht', of'een zoutend zouten een lichtend licht’?

Een heel belangrijke vraag! Het interessante is, dat hier een tegenstelling lijkt te liggen, die er in feite niet is. Als wij tenminste goed verstaan, wat Groen van Prinsterer met zijn uitspraak: In ons isolement ligt onze kracht, bedoelde. Hij bedoelde daar in ieder geval niet mee: een zelfgekozen isolement, een zich bewust terugtrekken uit de samenleving. Wat hij wel bedoelde was: onze kracht ligt in ons beginsel. Met dat beginsel verkeren wij in ons isolement. Maar met dat beginsel moeten wij wel - waar dat maar enigszins mogelijk is - naar buiten treden en zeker onze verantwoordelijkheid voor de samenleving niet uit de weg gaan. En dat is nu precies onze roeping in deze tijd! Vanuit ons beginsel, vanuit het Woord getuigend bezig zijn in deze ontkerstende maatschappij. En dat getuigen hoeft niet alleen, en soms zelfs niet in de eerste plaats, met woorden te gebeuren, maar met de daad, met ons leven. Ons anders-zijn zal gezien moeten worden. En dan bedoel ik echt niet alleen (hoewel dat ook belangrijk is) ons uiterlijk. Ik moet met het oog op de tijd die wij beleven vaak denken aan de eerste christengemeenten. Wat ging er juist van hun leven een getuigenis uit! En de Heere heeft dat kennelijk willen zegenen. Ik denk dat wij daar in onze tijd vooral behoefte aan hebben.

Vindt u dat we het positief of negatief moeten waarderen dat we als kerk zo 'n kleine minderheid zijn?

Het is uiteraard bijzonder droevig, dat wij zo'n kleine minderheid zijn geworden. Het moet ons toch wel

bijzonder aangrijpen, dat zoveel mensen om ons heen, en misschien wel heel dicht bij ons in de familie en vriendenkring, niet meer naar Gods Woord willen leven. Aan de andere kant heb ik al gezegd, dat het geen vreemde zaak is.

In hoeverre heeft de kerk zelf schuld aan deze minderheidspositie?

Hier raken wij een buitengewoon belangrijk punt. Wij kunnen de schuld van de trieste ontwikkeling in onze samenleving niet op anderen schuiven, op de wereld of op kerken die zover zijn weggezakt. Zeker past ons niet ook maar het minste gevoel van zelfvoldaanheid, omdat wij het er toch niet zo slecht als anderen van hebben afgebracht. Waar ligt de schuld? Bij ons zelf! Wat gaat er van onze kring naar buiten uit?

De Schrift spreekt van een tijd, dat het oordeel begint van het huis Gods! Als de levende Kerk op haar plaats zou zijn, zou het er ook in de wereld om ons heen anders uitzien! Ik denk ook aan de droevige kerkelijke gescheurdheid. Het beste is, als wij maar bij onszelf beginnen. Wat gaat er van mij uit? Ben ik zo'n zoutend zout? Dan kunnen wij niet meer naar een ander wijzen. Maar dan komt er ook de smeekbede om Gods Geest, opdat Die de hof van Zijn kerk weer zal mogen doorwaaien.

Moeten we ons er maar bij neerleggen, dat we een kleine minderheid zijn geworden?

Het ligt er maar aan, hoe deze vraag bedoeld is. Onze reaktie kan natuurlijk niet zijn: 'We zullen het verloren terrein wel eens trachten terug te winnen', en dat door onze aktiviteiten. 'Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden'. Dat roept ons op tot bescheidenheid.

Aan de andere kant zal de situatie ons niet onverschillig mogen laten. Wij hebben de roeping het Woord door te geven aan onze naaste dichtbij en veraf, waar ons dat mogelijk is. Dat is een opdracht voor ons allen persoonlijk! Wij mogen en moeten ons land en volk ook met een bewogen appèl terugroepen naar Gods Woord en Zijn heilzame geboden.

Wij mogen dus het politieke terrein juist in onze tijd niet links laten liggen. Daarin ligt toch de enige echte remedie voor de nood van onze tijd. Bid en werk mag hier het parool zijn.

Heeft de uitspraak van de Heere jezus uit het hogepriesterlijk gebed: 'Wel in de wereld, maar niet van de wereld' nog iets te zeggen in deze problematiek?

Zeker wel. Ik zei al: wij moeten het isolement niet zelf zoeken. Als wij er door de ontwikkelingen in onze tijd steeds meer in gedrongen worden, is dat uiteraard een andere zaak. Wij blijven echter in deze wereld geplaatst en hebben hier onze taak en roeping. Maar hoe? Het 'niet van de wereld' zal steeds meer realiteit worden, als het goed is. Het gaat om de bijbelse notie van het vreemdelingschap. Een christen heeft hier zijn thuis niet, maar heeft wel een open oog voor de ontzaglijke nood van deze wereld. Een groot gevaar is echter, dat wij - misschien zonder het te beseffen - al een eind zijn meegesleurd in het moderne levensgevoel. Denk aan zaken als materialisme en individualisering. Hoe meer de kerk wereldgelijkvormig is, des te minder kan er van haar uitgaan!

Onze reformatorische kerken zitten nog behoorlijk vol, we hebben eigen scholen, een eigen politieke partij, een eigen krant. Dat is wel eens anders geweest. Mogen we onze tijd dan wel zo negatief benaderen?

Deze konstatering is juist. We mogen de Heere wel dankbaar zijn voor de mogelijkheden die wij in ons land juist nog mogen hebben. Dat kunnen we niet genoeg waarderen. Eigenlijk is dat een unieke zaak. Maar toch schuilt er een ontzaglijk gevaar in! Aan de ene kant is er het gevaar dat we gaan denken: het valt allemaal nog wel mee. We sluiten dan onze ogen voor de vele gevaren die ons van buitenaf en van binnenuit bedreigen. Anderzijds is er het grote gevaar om ons te verschuilen in onze eigen bastions. Maar daar zal de Heere in blazen, omdat we bij alle goeds waar we mee bezig zijn, toch vlees tot onze arm stellen. Alles, waar wij ons houvast in zoeken buiten de Heere zal absoluut onhoudbaar blijken!

Hebt u nog een slotopmerking, aansporing of een advies?

Ik hoop niet dat dit verhaal somber overkomt. Dan zien wij het verkeerd. Inderdaad, het zal er zeker ook voor jongeren niet gemakkelijker op worden. De Heere heeft het Zelf gezegd: 'In de wereld zult gij verdrukking hebben'. Dat zal steeds meerervaren worden, naarmate de eindtijd nadert. Maar er is meer; Hij heeft ook gezegd: 'Maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen'. Ook die Gode-vijandige machten zijn in feite overwonnen machten. Het Koninkrijk van God breekt zich onweerstaanbaar baan, dwars door de wereldweeën heen. Dat is het rijke perspektief, het schone vooruitzicht. En dan is de vraag: waar staan jij en ik persoonlijk? Wij zullen alleen staande kunnen blijven door een persoonlijke, levende band aan de Koning van de Kerk. Smeek daarom! Maar schaam je ook niet om juist in een steeds verder van God en Zijn dienst vervreemdende wereld voor Zijn Naam en zaak uitte komen. Daar zul je nooit spijt van hebben! Is Hij het niet waard? juist dan zul je ook mogen ervaren, dat Zijn kracht in onze zwakheid wordt volbracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's

Als de kerk een steeds kleinere minderheid wordt...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's