JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Op weg naar school

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op weg naar school

5 minuten leestijd

Piepende remmen, een doffe klap, een schreeuw, stilte. Een portier siaat dicht, een man bukt zich neer. 'Bel jij vlug 06-11 en vraag naar een ambulance, daar in dat huis'. 'Hoe gaat het, heb je pijn'. Een zacht gekreun. Een blauw zwaailicht, deuren gaan open, mannen in witte jassen buigen zich over Janet. Ze wordt voorzichtig op een brancard gelegd. De ziekenauto verdwijnt in de verte.

Ze lopen stil door de lange gang, ze zeggen niet veel tegen elkaar. Kamer 11 7 B heeft de portier gezegd. Ja, dan moet het hier zijn. Gerda doet langzaam de deur open, ze kijken rond. Ja, daar bij het raam, dat moet janet zijn.

Ze ligt stil voor zich uit te staren. Wat is er allemaal gebeurd? Piepende remmen, een klap en verder weet ze niets meer. ‘Daag janet’.

Een flauwe glimlach van herkenning. 'Hier, we hebben wat voor je meegebracht. Een kaart van onze klas, van harte beterschap staat erop'. Een zak met sinaasappelen en een pak druivesap van thuis worden stil op het kastje gezet, ‘je hebt de hartelijke groeten van de klas en van meneer Jansen. Ze weten niet zo goed wat ze nog meer moeten zeggen.

Klas 2b zit luidruchtig kwebbelend te wachten op meneer Jansen. De bel is al gegaan en meneer |ansen is er nogniet, anders is hij altijd op tijd.

‘Heb je het al gezien', fluistert Heidi tegen haar buurvrouw, 'Janet, Hanneke en Gerda zijn er nog niet. Ik ben benieuwd wat voor smoes ze nu weer hebben, zeker wéér een lekke band’.

Meneer Jansen komt binnen. 'Goede morgen jongelui, laten we beginnen, we zingen vandaag Psalm 39 vers 3.

O, Heer ontdek mijn levenseind aan mij. Mijn dagen zijn bij u geteld. Ai, leer mij, hoe vergankelijk ik zij.

Meneer leest een gedeelte uit Psalm 103. Hij doet de Bijbel dicht en gaat op zijn bureau zitten. Wat vreemd, anders zegt meneer altijd 'Laten we bidden', maar nu niet.

‘Jongens en meisjes', klinkt het door de klas, 'Ik heb jullie wat te vertellen. We hebben samen gelezen uit Psalm 103, jullie weten wel waar deze Psalm over gaat, of niet Heidi? ' 'O, jawel meneer, die wordt altijd gezongen als er bij ons in de kerk iemand overleden is.’

‘juist, ja, deze Psalm gaat inderdaad over de kortheid van het leven. Gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer. jullie zijn nog niet oud, hè’.

‘Gelukkig niet meneer', zegt jan. 'En toch gaat het hier over een bloem'. Meneer kijkt de klas eens aan, en gaat verder, 'jullie zijn net als deze bloem in de groei van jullie leven, je bent sterk, gezond. En daarom denken we vaak zo weinig aan de dag van onze dood.' 'Ja, maar meneer, we kunnen toch niet elke dag aan onze dood denken? ’

‘Nee jongens dat doe ik ook niet elke dag, maar vanmorgen werd ik er uitdrukkelijk bij bepaald. Wij kregen net bericht vanuit het politiebureau dat één van onze leerlingen een ernstig ongeluk is overkomen’.

Het wordt doodstil in de klas. De leerlingen kijken verschrikt naar de lege plaatsen, zou..? 'Maar ze leeft gelukkig nog.' Er gaat een zucht van verlichting door de klas.

‘Het is inderdaad Janet uit onze klas. Ze was op weg naar school, toen zij van achteren werd aangereden door een personenauto. Haar toestand is

ernstig, hoewel niet levensbedreigend. Jongelui, het is een roepstem voor ons allen, waarom zij en niet ik. Maar ik wil het hierbij niet laten, want in het volgende vers staat dat de goedertierenheid des Heeren van eeuwigheid is, over degenen die Hem vrezen. Wat is dat nodig dat we dat weten voor onszelf. Want wij weten de dag van onze dood niet. Je ziet hoe dichtbij die bij Janet was. Daarom jongelui, zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is en stel het niet uit tot later. Kom, laten we nu maar gaan bidden en vragen of de Heere Janet wil sparen en weer beter maken, maar ook of Hij ons wil bekeren.’

Hanneke zit stil in de kamer, pa leest de krant.

‘Heb je het al gelezen Hanneke? ’, vraagt Pa.

‘ja’ zegt Hanneke en tranen rollen over haar wangen. Ma had nog geroepen toen ze naar school ging. 'Pas op hoor, in het verkeer'. 'Maak je maar niet ongerust', had ze lachend terug geroepen. Ze wist wel dat het gevaarlijk was om met z'n drieën naast elkaar te rijden. Maar ja, dan moest er één achteraan rijden. Ze hadden zoveel aan elkaar te vertellen, en toen...!

Hanneke sluipt stil de kamer uit. En als ze boven op haar kamer is, huilt ze het uit. Er zijn zoveel vragen waar ze geen antwoord op weet. Was het mijn schuld?

Als ik daar had gefietst, zoals altijd? Het had nog vreselijker gekund, en dan?

Ja, ze durft er nauwelijks aan te denken, want dan was het eeuwigheid geweest. En ze weet wat dat betekent, dat is God ontmoeten. Ze snikt het uit, Ma had toch gelijk. Ze had beter op moeten passen. Eén ding weet ze zeker, ze zal voortaan niet meer zo gevaarlijk doen. Ze heeft nu gezien wat oma zo vaak tegen haar heeft gezegd: 'Kind pas toch op, er is maar één schrede tussen ons en de dood’.

Ze had er altijd wat om moeten lachen. Echt een uitspraak van oma. Maar nu heeft ze het ervaren dat het waar is. O, wat zal ze blij zijn als janet weer beter mag worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's

Op weg naar school

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's