JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Dorinde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dorinde

11 minuten leestijd

Maatschappijleer. Dorinde zat een beetje achterover op haar stoel. Derks kon het wel. Hij had je meestal meteen te pakken. Moest je dat rijtje op het bord nu ook zien. Baby, peuter, kleuter... puber, adolescent. Vorige week had hij het al opgeschreven en de klas had dubbel gelegen.

„Test!", had Sierd geroepen. „Waar zijn we blijven steken? ”

Derks had zich omgedraaid. „Jij bij de peutertijd", had hij rustig gezegd, „want die weten ook nog niet, wanneer ze hun mond moeten houden." Vandaag stonden er aandachtspunten bij 'puber' en 'adolescent'. In Derks' ogen was een plagende lach geweest.

„Hou je vast, Sierd", had hij gezegd. Nu zat hij zoals altijd op een punt van z'n bureau, 't Was net of hij bij de klas hoorde, een beetje jongensachtig nog. Terwijl hij toch al vier of vijf kinderen had. Dorinde had hen wel eens gezien.

Ze zakte een beetje onderuit, maakte af en toe aantekeningen. De puberteit, tijd van veranderingen; 't was zo herkenbaar. Was het ooit een grotere warboel van binnen geweest? Een warboel, als't ging over de gewone dingen, maar ook dat andere, dan onverklaarbare. Ze kon het geen naam geven.

’t Was op die door-de-weekse avond in de kerk zomaar gekomen. En ze kon er met geen mogelijkheid meer los van komen.

Derks warschuwde, zonder boven hen te willen staan. Zijn stem werd zachter. Dorinde keek naar de kale neuzen van haar schoenen. „Juist die puberteit kan later zo tegen je getuigen", zei hij en 'twas alsof het recht uit zijn hart kwam. „Kijk maar naar David in de Bijbel. Zijn gebed in de vijf-en-twintigste Psalm staat er niet voor niks." Hij bladerde in zijn psalmboekje, dat altijd op zijn bureau lag, las al: „Sla de zonden nimmer ga, die mijn jonkheid heeft bedreven; denk aan mij toch in gena, om Uw goedheid eer te geven.”

Dorinde was opeens blij dat ze helemaal achterinde klas zat. Derks kon je soms zo doordringend aankijken. Alsof hij wist, wat er in dat warrige hart van je zat. Ze schreef niet meer, keek eens stiekem om zich heen. Sierd hing scheef op zijn stoel. Hij keek stoer en onverschillig. Annemiek en Willemijn ginnegapten. En helemaal voorin de klas praatte Derks verder, nog even ernstig en recht uit zijn hart.

De bel ging, te hard en te snel. Dorinde ruimde traag haar map op. Ze schreef het huiswerk in haar agenda. Een opstel over de puberteit. „Maar ik word niet persoonlijk", dacht ze, terwijl ze naar de inktletters staarde. „Dat kan ik niet - nooit!”

Ze stommelden het lokaal uit, Dorinde achteraan. Derks stond bij zijn bureau. Hij knikte naar haar. „Is er wat, Dorin? ", vroeg hij zacht. Ze schudde geschrokken haar hoofd.

„Nou nee", zei ze.

Hij aarzelde even. „Anders kom je maar, hoor. Misschien kan ik je helpen.”

Helpen? Ze schudde haar hoofd. Na die door-de-weekse kerkdienst was het zo duidelijk geworden. Geen mens kon helpen, niet een. „Sterkte dan", zei Derks nog. Hij ruimte zijn spullen op.

Ruim een uur later liep Dorinde op het perron. De winterzon stond laag, maar stralend aan de hemel. Ze keek er even naar, staarde toen weer naar de punten van haar schoenen. Wat deed je met je tijd, als de trein veertig minuten vertraging had? Terug gaan naar school was de moeite niet. Een lege bank kon ze nergens vinden. En er was een zee van tijd om te piekeren.

„Hé Dorinde, kom bij ons!", riep Sierd. Hij leunde met een paar anderen tegen een hek.

Ze keek hem niet aan. Hij was best aardig, maar ze had even geen zin in z'n grapjes-om-leuk-te-zijn. Ze had nergens zin in, ze leek wel een oud mens. Met een boekje in een hoekje - als Sierd het wist, zou hij in een deuk liggen. Misschien was het ook wel raar. Misschien moest ze meer genieten. De zon scheen, notabene. Stralend, als beloofde zij dat het snel weer lente zou worden. Lente, nieuw leven - voor haar?

Ze ging op een van de bankjes zitten. Deze kant van het perron was rustig. Achter haar liep een oudere mevrouw heen en weer. En op de rails vochten meeuwen om stukken kaas, die uit een flat naar beneden gegooid waren. Ze keek omhoog naar de flats die in de zon nog grijzer leken.

„Wat doe je nou dan? ", klonk Sierds stem boven haar. „Ga je hier een beetje in je eentje zitten? Kom toch bij ons, man, we bijten toch niet? " Ze krabbelde overeind.

„Nee, natuurlijk niet”, zei ze. En ze

liep al met hem mee. Maar zijn grapjes, waarbij hij ook haar probeerde te betrekken, hoorde ze niet. Hoe kon het toch, dat er opeens zonden waren, waar ze met geen mogelijkheid meer omheen kon? Hoe kwam het, dat alles zwart en donker leek? Hoe kwam het, dat ze zo bang was, zo heel bang om 's avonds te gaan slapen en nooit meer wakker te worden?

„Daar komt-ie!", riep een van de jongens. Ze keken allemaal naar de blauw-gele kop, die langzaam het station binnenreed. Remmen piepten.

„Die mogen ze ook wel eens smeren", zei Sierd. „Kom Dorinde, we zoeken een gezellig plekje.”

Hij duwde een paar mensen opzij, stond al vooraan. Ze keek heel even naar hem, liep toen gauw een eindje verder.

De coupé's waren vol. Naast een dikke mevrouw met veel bagage, vond ze een plekje.

„Goeiemiddag", knikte de mevrouw, „wat een heerlijk weer, hè? ”

Ze had de zonwering een eindje naar beneden getrokken, wees naar buiten.

„ja, o ja", knikte Dorinde. Ze deed vlug haar tas open, bladerde in haar agenda.

„O, je zit natuurlijk op die school", knikte de mevrouw, terwijl ze nu naar de andere kant gebaarde, waar de school vlak naast het spoor stond. Dorinde knikte weer.

De mevrouw kuchte kort. De trein begon te rijden. Dorinde staarde in een boek, zonder wat te zien. Als die mevrouw haar mond nu maar hield! Ze had helemaal geen zin in een praatje. Hele verhalen hoorde ze soms, over een huwelijk dat niet goed meer was en een dochter die ging scheiden en...

„jij hebt er een neus voor", zei vader laatst, toen ze weer in een drama ingewijd was. Ze zei nooit veel, luisterde alleen maar. En dat leek al genoeg te zijn. Maar nu... „Ik heb er ook op gezeten", zei de mevrouw opeens. Dorinde keek eens stiekem opzij.

„Zijn ze er nog zo streng? Toen wel - vreselijk benauwd! Vooral bij godsdienst. 't Was nooit goed en ze namen het nooit van je aan. Terwijl het toch allemaal zo simpel is, dat geloof. Zeg nou zelf...”

Dorinde klemde haar lippen op elkaar.

„Allemaal zo zwaar!", praatte de mevrouw alweer. „Over zonden, enzo. Nou ja, je doet heus wel eens iets verkeerd, maar dat is toch vergeven? ”

„Sla de zonden nimmer ga, die mijn jonkheid heeft bedreven..." Vergeven? Ze waren er, en ze klaagden haar aan. Er was niets vergeven en ze kon het niet meer vergeten. Nog nooit had iets haar zo bezig gehouden. Ze kon het niet zeggen in zo'n volle coupé. Ze durfde het ook niet. Naast haar werd het stil. De mevrouw keek naar buiten en tikte met twee vingers op het kleine tafeltje.

Bij het volgende station stond ze op. Ze zocht al haar spullen bij elkaar. „Goeie reis nog", zei ze, en ze knikte vriendelijk naar Dorinde. Dorinde schoof naar het raam. Ze zag haar het perron aflopen. Haar leren jas glansde in de zon. Misschien was het zo makkelijk, als zij zei. Misschien moest je gewoon geloven, dat die zonden wel vergeven werden, 't Stond in de Bijbel, maar daar stond nog meer in. Daar stonden al die veroordelingen en juist die klaagden haar aan. God vergeten, God verlaten. Weggelopen van Hem - 't gold niet langer alleen Adam en Eva. Die preek op die door-de-weekse avond. Hoe mooi tekende de predikant het geluk van Gods volk.

Zondige mensen, veilig achter het bloed van de Heere jezus. Omdat Hij het Zelf tegen hen zei: „Zie, Ik heb u in beide de handpalmen gegraveerd..." Nog nooit had ze zo duidelijk gezien, wat ze miste, 's Avonds in bed was 't benauwd geworden. Alleen als je in Zijn handen stond, kon je sterven. Alleen dan was het goed...

De trein reed opnieuw een station binnen. Dorinde keek verward op het bord. Vlug stopte ze het boek in haar tas.

„Soms gaat het heel snel", zei de meneer die tegenover haar zat. „Starende ogen...”

Hij keek haar plagerig aan. Ze hees haar tas omhoog, duwde de coupédeur open. Nu nog een eindje fietsen en ze was weer thuis.

Haar fiets stond in het schuurtje bij kennissen. Ze liep langzaam het erf op. Oom Aalt was zijn auto aan het wassen.

„Ha Dorinde!", lachte hij. „Heeft die kar van jou ook een beurtje nodig, soms? ”

Hij wrong zijn zeem uit, zwaaide er vrolijk mee. Dorinde deed de deur van het schuurtje open. 't Was klein - haar fiets paste er precies in.

„O, eh, ja", knikte ze. „Ik heb een lekke band.”

Ze zuchtte heel even diep. Ook dat nog...

„En je zit heel diep in de put", zei oom Aalt. „Zet die fiets maar neer, die maak ik wel even. Maar we gaan eerst bij moeder-de-vrouw koffie drinken.”

Koffie, onderzoekende blikken, vragen van oom Aalt - ze wist dat het zou komen. Oom Aalt was een man, die zomaar over de dingen van de Heere kon beginnen. Heel eenvoudig, maar ook heel eerlijk.

„Doe het maar", zei oom Aalt, „we zijn er om mekaar te helpen, kind." Even later zaten ze in de keuken. Tante jet zette koffie met een ketel kokend water en 't pruttelde gezellig. Ondertussen babbelde ze over de kleinkinderen en over de verkoping van de vrouwenvereniging, die binnenkort zou zijn. Dorinde luisterde maar half. Ze kende bijna alle kleinkinderen wel en op de verkoping was ze vorig jaar ook geweest, maar nu...

„Stil 'ns even, vrouw", viel oom Aalt tante Jet eindelijk in de rede. „Dat kind zit ergens mee en we moesten maar 'ns proberen om d'r te helpen.”

Er viel een stilte in de keuken. Dorinde haalde haar schouders op. „U kunt me niet helpen", zei ze zacht. „Ik, eh, ik weet het ook niet, maar, eh...”

Ze hoorde zichzelf stuntelen. Hè, als ze over gewone dingen met oom Aalt of tante Jet praatte, ging het veel beter...

„Is er thuis iets naars? ", viste tante Jet.

Oom Aalt schudde zijn hoofd. „Ik denk dat ik het al weet", zei hij bedachtzaam. „Je zit met die preek, hè? Je vertelde toen, dat je naar de kerk geweest was, meer niet, maar sinds die tijd..." Hij keek haar aan. Ze knikte. „Ik heb geprobeerd om het te vergeten", zei ze, „maar 't lukt niet. Die mensen, die zijn zo rijjk, maar ik... 'k Weet echt niet meer, hoe 't moet.”

Haar tranen zaten los. Verwoed veegde ze over haar gezicht. Wat stelde ze zich toch vreselijk aan! Tante Jet schonk koffie in. „Drink maar 'ns", kwam ze hartelijk. Oom Aalt keek haar aan.

„Erzijn alleen maarzonden", zei hij zacht, „jouw zonden, en je kunt geen kant meer op. Je kunt niet sterven, maar je kunt zo ook niet leven, is het niet? ”

Hoe wist oom Aalt het? Hoe kon hij het zo verwoorden? „Ja", knikte ze, „ja, zo is het. Maar...”

Ze kon niet verder, durfde het ook niet. Wat zouden oom Aalt en tante Jet wel niet denken... Oom Aalt glimlachte.

„Ga maar op je knieën, kind", zei hij. „Leg het maar steeds opnieuw aan de Heere voor. 't Behoeftig volk, in hunne noden, in hun ellend' en pijn, gans hulpeloos tot Hem gevloden, zal Hij ten Redder zijn - echt waar!" Hij glimlachte weer, en Dorinde wist dat hij het zelf zo beleefde.

Hij maakte haar band, vertelde heel eenvoudig hoe de Heere in het leven van Zijn kinderen werkte.

Ellendigen, nooddruftigen, mensen die het zelf helemaal niet meer wisten en niet meer konden, die riep Hij het toe: „Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”

„En dan brengt Hij je er ook nog", besloot oom Aalt. „Want eerlijk, 't is alleen Zijn werk. Hij zorgt er Zelf voor, dat dat pak van zonden van je rug valt. En dat gebeurt als je de Zon ziet. De Zonne der gerechtigheid, Die de blinden de ogen opent en de gebondenen uit de gevangenis voert.”

Toen Dorinde naar huis reed, scheen de zon nog, al een heel eind lager aan de hemel.

„O Heere", bad ze stil, „breng me daar Zelf dan maar.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's

Dorinde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1995

Daniel | 32 Pagina's