God zegene ons
God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. (Psalm 67:2)
We zijn een nieuw jaar ingegaan. En waar zoeken wij nu onze hulp en verwachting?
De één vertrouwt op zijn sterke gezondheid. De ander ziet op zijn bekwame inzichten. Een derde heeft veel goede relaties. Een vierde hoopt dat het allemaal een beetje mee zal zitten. En jij?
Geldt voor jou: 'd'Ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts om op God te letten'. Het is genade als dat zo mag zijn. Vraag er maar om; leef er maar naar.
De dichter begint met de wens: 'God zij ons genadig’.
Genade staat tegenover strafwaardigheid. Vergeving hebben we immers nodig, als we ons schuldig weten. Dat heeft de dichter blijkbaar geleerd. Hij weet zich een schuldige zondaar voor God. Hij is het niet waardig dat de Heere aan hem denkt.
Maar de dichter kan toch de Heere niet missen. Wat zou hij zonder de Heere toch moeten beginnen? Hij vraagt dan ook: 'God zij ons genadig en zegene ons’.
Ken jij daar iets van: je schuldig weten voor God. Niet waard zijn dat de Heere aan je denkt. En toch... de Heere niet kunnen missen. Wat zou het groot zijn als dat in 1995 werkelijkheid zou worden in jouw leven. Ook als we de Heere mogen vrezen, komen we door onze zonden en door ons ongeloof vaak in moeiten terecht. En dan kan het zijn dat we overal zoeken, maar niet bij Hem. Rampzalig is hij die, als de dood komt, het nog overal zoekt maar nooit geleerd heeft het werkelijk bij de Heere te zoeken. Zalig, daarentegen is hij die het nergens kon vinden, maar bij de Heere heeft leren zoeken. Zalig wie die zegen des Heeren ontvangt.
De vraag van de dichter is niet: geef mij rijkdom, geef mij voorspoed. Maar: 'Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten'. Daar gaat het hem om: de gunst en toegenegenheid des Heeren, Zijn liefde en nabijheid te mogen ervaren.
Hoe is dat bij ons? Wat is het eerste dat wij zoeken? Dat dié wens vervuld zal worden; dat dat nu eens anders zal gaan...
Of is het door genade: 'Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten’?
Wat is het groot, als we iets van Zijn zegen mogen merken. Soms in 'kleinigheden', waar een ander schouderophalend aan voorbij gaat. Maar wie er de goede hand des Heeren in zien mag, die geeft het vreugde en stille verwondering. Aan zo één bewezen!
De afkering van Zijn aanschijn verontrust de wereld niet, maar is voor hem, die de Heere oprecht liefheeft, verschrikkelijk.
Zie het aan de Borg. Toen Hij de verberging van 's Vaders vriendelijk aangezicht moest ervaren, riep Hij uit: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? ' Hoe zwaar viel Hem die duisternis.
Degenen die de Heere vrezen, verstaan iets van die klacht. 'Toen Gij Uw aangezicht verborg, verschrikte ik'. En nu het wonder. De Zaligmaker verstaat hun klacht, en helpt hen.
Wanneer bij het licht van Gods wet eigen zonden gezien worden, mag de bede wel zijn: 'Verberg Uw aangezicht van mijn bedreven kwaad'. Maar vanuit de hartelijke liefdeband aan de Heere zal tegelijk gebeden worden: 'Verberg Uw aangezcht niet van Mij’.
Ken je deze twee gebeden met je hart? De Heere lere het ons in 1995 voor het eerst en opnieuw.
Veel verschrikkingen en moeilijkheden kunnen voor ons liggen. Of ook voorspoed. Maar zullen we de Heere vrezen? Met zo'n hart als wij' hebben? Het geloof moet door de Heilige Geest in ons hart gewerkt worden. Dan is het zeker: de Heere zal ons zegenen. Als we onszelf de waarheden voorpraten, doen ze geen nut. Maar als de Heilige Geest het geeft dat we het persoonlijk mogen eigenen, dan is het Woord een kracht Gods tot zaligheid. Daar zal iets aan vooraf gaan: schuldbesef en zondeberouw. En ook dat de ogen geopend worden voor de Middelaar in Wie genade is gewaarborgd.
Dan zullen we mogen ervaren dat Zijn aangezicht mee gaat op reis door de woestijn van het leven. Dat is onmisbaar voor een vreemdeling die de weg niet weet, en zo gauw tot dwalen geneigd is. Als Zijn aangezicht mee gaat op de reis, dan hebben we een veilige geleide. Want de zegen van de Almachtige vergezelt het hele leven en zal zelfs bij het sterven niet eindigen. Geen zonden, geen zorgen, geen duivel, geen graf kunnen scheiden van de liefde Gods welke is in Christus Jezus, onze Heere.
'God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten’.
Capelle aan den Ijssel ds. P. Mulder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1995
Daniel | 32 Pagina's