Leer ons bidden
De discipelen zagen eens de Heere Jezus bidden. Wat moet dat geweest zijn! Die grote Meester in gebed te zien. In het Oude en Nieuwe Testament vinden we 'mannen des gebeds': Mozes, Elia, David en Daniël. Maar wat zijn zij vergeleken bij deze Bidder? Biddend tot God, Zijn Vader in de hemel. Niet voor de wereld, maar voor degenen die Hem gegeven zijn. De discipelen hebben Hem met verwondering gezien in het gebed.
Toen de Heere Jezus ophield met bidden, vroeg één van Zijn discipelen: „Heere, leer ons bidden". En toen heeft de Heere hen het allervolmaaktste gebed gegeven. Het gebed, dat genoemd is naar de aanhef: het 'Onze Vader'. Zo gaf de Heere Jezus onderwijs. Gebedsonderwijs. Datgebedsonderwijs hebben wij ook zo nodig!
Wonder
Wat een wonder als wij door genade op deze school van het gebed gebracht worden. Daar leren wij te bidden. Dat is iets anders dan 'gebeden uitspreken'. Bidden is eerbiedig spreken met de Heere. Bidden wordt geleerd in de verborgen omgang met God. Daar worden onze harten vervuld met de Heilige Geest. Dan wordt bidden niet maar wat woorden uitspreken. Maar een hartelijk bidden tot God. Bidden in kinderlijk opzien tot de Heere, de God en Vader van de Heere jezus Christus.
Saulus
Waar de Heere het ware geloof in het hart werkt, daar wordt dat ware bidden geboren. We lezen van Saulus, nadat de Heere Jezus hem getroffen heeft door Zijn liefdeszwaard: „Want zie, hij bidt". Saulus had als farizeeër genoeg 'gebeden uitgesproken', maar nooit écht leren bidden. Maar in Damaskus vinden wij hem als een bidder, door schuldbesef getroffen en verslagen en biddend om genade. Tot de Heere, zijn Rechter, bij Wie hij in de schuld staat, maar ook zijn Redder. Die Zich over hem wilde ontfermen. Hebben wij die God ook zo al leren kennen?
Waarom?
Waarom moeten wij bidden? Wel, zo wil de HEERE het. Hij is de Alwetende. Hij ziet onze nood en Hij kent onze vragen. Toch wil de Heere dat wij al onze noden Hem voorleggen. Hij wil dat wij alle dingen Hem bekend maken. De HEERE regeert en bestuurt alle dingen, naar Zijn heilige wil. Toch wil Hij dat we Hem bidden om Zijn leiding.
Hij is ook een allesvervullend God. Hij vervult Zelf al Zijn beloften. Hij doet wat Hij belooft. En toch wil Hij, dat wij om de begeerde zaak vragen. We lezen in Ezechiël 36 van Gods belofte, dat Israël weer terug zal worden geleid in Kanaan. Dat zal zeker gebeuren, want wat God belooft, doet Hij. Toch lezen we aan het einde van dit lange hoofdstuk dat de HEERE er om het huis van Israël zal gebeden zijn om het te doen.
Hoe?
Hoe moeten we bidden? Met ootmoed en in diepe afhankelijkheid. In het besef van schuld en onwaardigheid in onszelf. In het geloof. Kwalijk bidden is bidden zonder geloof. Dat is gruwelijk voor God. Ergens om vragen en eigenlijk denken dat het toch wel niet zal komen. Dat is niet zoals de Heere het van ons vraagt.
De Heere hoort naar hen die need'rig naar Hem vragen! Wat komen we dan veel te kort. juist als het gaat om de wijze waarop we moeten bidden. Hoe is ons gebedsleven? Is ons gebed altijd met veel ernst en oprechtheid? Wanneer we slordig zijn in het gebed, zal het gevolg daarvan zijn een slordig leven en weinig vrucht in ons leven.
Wat?
Waar moeten wij om bidden? Wel, om alle dingen, zul je zeggen. Maar waar je vooral om moet bidden is de Heilige Geest. Die Geest in je hart te mogen ontvangen. Mag je daarom bidden? , vroeg ds. Ledeboer. Jazeker, want je bent gedoopt. En je bent gedoopt in de Naam van de Vader en de Zoon, maar ook in de Naam van de Heilige Geest. En die Geest is nu zo nodig in je hart om alles te schenken. Om de genade van schuldvergeving, de genade van een nieuw hart, de genade van heiligmaking en de genade van lijdzaamheid en gehoorzaamheid in je hart te schenken.
Kom, bid dan tot de Heere of Hij ook Zijn Heilige Geest wil geven in jouw hart. Door de genade van de Heilige Geest worden onze zonden ons van harte leed. Maar die Geest verheerlijkt ook Christus in ons hart. Opdat Hij door het geloof in onze harten woont. In de weg van het gebed wil Hij al Zijn beloften vervullen. Juist zo komt Hij aan Zijn eer. De Heere wil onze gebeden dan verhoren. Niet om iets van of in ons, maar om die grote Voorbidder, de Heere Jezus, Die met Zijn bloed tussen treedt voor God de Vader.
Nee, wij kunnen niet zo bidden als de Heere Jezus. Maar, dat heeft Hij ook nergens geboden. Wat Hij wel geboden heeft, dat is dat wij in Zijn Naam moeten bidden. Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen... (Joh. 14:14). Daarom eindigen wij ons gebed met 'om Jezus' wil'. In de wetenschap dat God ons gebed alleen in Zijn Naam kan verhoren. Ja, meer, in de wetenschap dat God ons gebed alleen in Zijn Naam wil verhoren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1995
Daniel | 32 Pagina's