Een spoor van licht
„Misschien moet ik eens een poosje weggaan", denkt ze soms, „maar naar wie moet ik toe? ”
Hel gaat gewoon niet thuis de laatste maanden. Bijna iedere dag zijn er irritaties en meningsverschillen. De kleinste dingen bezorgen haar al een gevoel van ergernis. In haar beleving lijkt het alsof alles tegenzit en iedereen haar probeert te dwarsbomen. Het houdt haar vaak bezig, maar even zo vaak komt ze tot de konklusie dat ze niet weet hoe ze er iets aan kan veranderen. Telkens weer gaat hel mis en ze heeft het gevoel dal ze er niets aan kan doen. Nou ja, meestal dan. Want laatsi is ze toch echt tc ver gegaan. Dat was toen zc met Kars op de brommer weg zou gaan. Ze dacht op dat moment nog dat ze hem echt leuk vond en voelde zich zeer vereerd dat hij haar had gevraagd om een keer mee te gaan. Haar moeder maakte bezwaren.
„Ik heb echt liever niet dat jc met hem meegaat. Elien. Soms zie ik hem wel een paar keer per dag met ccn onverantwoorde snelheid voorbij rijden”.
Diep in haar hart wist Elien dat moeder geli jk had. Toch steigerde er iets binnen in haar. Als je zeventien was. mocht je toch wel een keer zelf weten met wie je uitging. Ze werd notabenc belemmerd om om te gaan met een jongen die ze leuk vond. Een felle, onberedeneerde woede was in haar omhoog gesprongen.
„Niks mag ik hier”, had ze geroepen, „u gunt me nog niet eens een pleziertje. Ik kan wel merken dat u mi jn eigen moeder niet bent". Haar moeder had haar zwijgend aangekeken, te verslagen om iets terug te zeggen. Juist die verslagenheid had Elien geraakt. Toch had zc er op dat moment niet toe kunnen komen om haar exkuses aan te bicden. Later had ze dat wel gedaan. Veel later zelfs. Ze was toen inmiddels met Kars meegeweest. Het was op ccn mislukking uitgelopen. Ze was stil en teruggetrokken geweest en Kars had ronduit gezegd dat hi j toch wel wat meer van die middag verwacht had. Hij hield niet van problemensjouwers, had hij gezegd en hij had niet gedacht dat zij cr ook zo één was.
Ze neemt aan dat hel uitstapje wat hem betreft niet voor herhaling vatbaar is. Voor haar hoeft hel ook niet meer. Ze is er wel achter gekomen dat hij weliswaar heel stoer is, maar dat er buiten zijn brommer en de voetbalklub weinig dingen zijn waarvoor hij belangstelling kan opbrengen.
Nee, die middag met Kars was het echt niet waard geweest om er thuis zo'n onenigheid voor te riskeren.
Een paar dagen na het mislukte uilstapje overdenkt Elien 's avonds tijdens het huiswerk maken alles nog eens.
„Misschien ligl het toch ook wel een beetje aan mij", denkt ze. Ze neemt zich stellig voor om le proberen zich voortaan wat positiever op tc stellen. De volgende dag komt er niet veel terecht van haar goede voornemens. Tijdens het ontbijt gaat het al mis. „Elien, heb jij vanmiddag weer om drie uur vrij? ", vraagt haar moeder. Ze knikt instemmend.
„Zou jij dan de tweeling op willen vangen na schooltijd? Ik moet om vier uur met Laurens bij de tandarts zijn". Elien voelt de ergernis al weer opkomen en voor ze er goed over na heeft kunnen denken, zcgl ze het al: „Had u nu echt niet op een andere tijd afkunnen spreken? Ik had graag nog even met Margriet naar de bibliotheek gewild na schooltijd”.
„Tja, ik kom cr ook wel een beetje laat mee aan. Het is me gewoon even ontschoten. Maar ik zal dc buurvrouw wel vragen of de kinderen een poosje bij haar mogen komen”.
„Ach nee, dat hoeft niet", zegt Elien, , .ik zal wel met
Margriet overleggen of wc een andere keer naar de bibliotheek kunnen gaan en anders moet ze het maar zonder mij zien te redden vanmiddag". „Waarom heb ik dat niet dadelijk gezegd? " vraagt ze zich op hetzelfde moment af, „dat had toch veel aardiger geklonken”.
’s Middags zit ze in de serre met haar huiswerk. Ze begint maar met de vakken die haar niet zoveel inspanning kosten. Dan is het niel zo erg als zc een keer wordt afgeleid. De tweeling is trouwens rustig. Bas speelt met zijn lego en Joost is ingespannen aan het kleuren, het puntje van zijn tong uit zijn mond.
Toch kan ze niet goed haar gedachten bij het werk houden. Jammer toch dat het vanmorgen al weer zo is gegaan. Zc had zich nog wel zo stellig voorgenomen om het anders tc doen.
Hoe het komt, weet ze niet, maar ze voelt zich de laatste maanden steeds een beetje tekort gedaan. Vaak heeft zc het gevoel dat niemand haar ccht begrijpt. Nog nooit heeft ze zo sterk het verlangen gevoeld om met haar eigen moeder te praten over alle dingen die haar bezig houden. Tegelijkertijd beseft ze dat dat verlangen geen enkele zin heeft. Haar moeder leeft immers al meer dan lien jaar niet meer.
Zes was ze en het was zomervakantie. Een prachtige, zonnige dag. Ze mocht van mama haar zondagse jurk aan en bovenop haar hoofd vlinderde haar mooiste strik. Ze weet nog hoe blij ze zich voelde.
Ze zouden de hele dag naar opa en oma gaan, want oma was jarig. Papa ging ook mee. Zijn vakantie was eigenlijk al voorbij, maar hij had nog weer een vrije dag genomen. Ze weet nog precies wat mama zei: ..Wil jij nog even naar de plantenbakken kijken. Hans? Vooral dc fuchsia's hebben heel veel water nodig met dit weer. Wacht jij maar een poosje op de tuinbank, Elien. anders wordt je jurk misschien vuil. Ik haal nog even een mooi boeket voor oma. Tot straks". Dat was het laatste. Mama was nooit meer teruggekomen. Vlakbij de bloemist werd zc door een vrachtwagen geschept. Op weg naar hel ziekenhuis overleed ze.
Haar vader, overmand door verdriet, had Elien nauwelijks op kunnen vangen in de periode daarna. Familieleden, buren en kennissen probeerden hel elk op hun eigen manier wel. Toch hadden ze geen van allen het gevoel dat ze haar ccht konden bereiken. Elien weigerde om over haar moeder te praten. Ze keerde zich vaak af van volwassenen die haar benaderden.
Urenlang speelde ze met haatpoppen en bouwde dan een eigen wereldje om zich heen. waarin het veilig was en vertrouwd.
Langzaam hernam het leven zijn gewone gang. Haar vader ging weer naar zijn werk en dc school was al lang weer begonnen. Maar de zondagse jurk van die zomerdag wilde ze nooit meer aan.
Die jurk heeft ze altijd bewaard. Hij hangt nog steeds in haar kasl cn verschillende keren heeft ze af gedacht „Ik moet hem een keer wegdoen". Het is er nooit van gekomen. De jurk is voor haar een symbool geworden. Een symbool van de zorg die haar moeder voor haar had. de blijdschap die ze in kleine dingen wist te leggen, dc vreugde van die laatste zomervakantie.
Een periode met verschillende hulpen brak aan. De één sympathiek, de ander heel wat minder aardig. Voor kortere of wat langere tijd namen ze de zorg voor Elien en haar vader op zich. Daarna vertrokken ze weer. De één omdat ze ging trouwen. de ander omdat ze toch een baan wilde waarin ze meer mensen om zich heen zou hebben, de derde omdat zc uiteindelijk alleen om vader cn niet om Elien gekomen was Toen was Hanna gekomen. Iemand die wel gekomen was vanuit bewogenheid met vader èn haar. Zonder bijbedoelingen was ze gekomen, maar juist tussen haar en vader was een opechte liefde opgebloeid.
In dc tijd dat Hanna gewoon 'tante Hanna' was, was Elien veel om haar gaan geven. Tante Hanna was anders dan dc andere hulpen die ze gekend had. Tante Hanna kon luisteren en zc kon ook prachtig vertellen. Verhalen uil dc Bi jbel vertelde ze dan en ze leerde Elien ook hele mooie versjes.
Niet alleen voor Elien betekende de komst van Hanna een verandering, maar zeker ook voor haar vader. Opgegroeid in een christelijk gezin was hij al voor zijn huwelijk min of meer losgeraakt van dc kerk. Het huwelijk was weliswaar nog kerkelijk bevestigd en Elien was gedoopt, maar daar was ook bijna alles mee gezegd. Met Kerstfeest en Pasen kwamen Cora en hij wel in de kerk, maar verder zelden of nooit. Het lééfde niet voor hen. Na Cora's overlijden was hij. in al zijn opstand cn verdriet cn met zijn ontelbare 'waarom'-vragen. nog verder van God afgeweken.
En toen kwam Hanna. Een mens door God gebruikt om hem opnieuw te wijzen op de
Weg. Hij ging weer in de Bijbel lezen. Hij ging weer naar de kerk. Niet om Hanna, maar omdat hij er niet meer buiten kon.
Toen Hanna en hij wisten dat ze zouden gaan trouwen, hebben ze er elk op hun eigen manier met Elien over gesproken. Het was niet zo dat Elien heftig protesteerde, maar ze proefden allebei iels van verzet en gelatenheid bij haar. Vanaf de dag dat ze wist van de trouwplannen, leek er sprake te zijn van een verkoeling in de verhouding tussen Hanna en haar.
„Ze legt zich erbij neer", zei vader tegen Hanna, „maar of ze echt blij is. betwijfel ik. Ik ben wel eens bang dat ze na het overlijden van Cora veel tc veel gevoelens verdrongen heeft en daardoor nooit echt aan een verwerkingsproces heeft kunnen beginnen”.
Een aantal jaren is voorbijgegaan. Jaren met vaak moeilijke momenten voor Elien, maar ook veel vreugdevolle ogenblikken. De trouwdag die ondanks alles toch een gevoel van feestelijkheid gaf, de geboorte van dc broertjes, de zorg van mama voor alle gezinsleden, haar luisterend oor, haar aandacht voor dc wezenlijke dingen in het leven.
Vreemd, dat er juist op de beste momenten toch telkens weer de gedachten aan haateigen moeder waren. Ze had het gevoel dat ze haar eigen moeder tekort deed door te genieten van dingen die met haar tweede moeder te maken hadden. En dan de akelige vragen die soms zomaar in haar opkwamen: „Zou ze niel liever vader alleen hebben leren kennen? " en: „Zou zc niet meer van Laurens, Bas en Joost houden dan van mij? " Hoewel het vaak moeilijk bleef voor Elien, leek hel toch in de loop van de jaren allemaal wat de goede kant op te gaan. De laatste maanden komt echter al les weer mei dubbele kracht op haar af.
Ook op deze dag, zo vol goede voornemens begonnen, vliegt het haar weer aan. Het benauwt haar plotseling binnen. Ze moet even weg. Even alleen zijn cn proberen een lijn te ontdekken in de chaos van haar gedachten. „Vindt u het goed dat ik nog een eind met Joris ga lopen? " vraagt ze, als de vaat gedaan is.
„Natuurlijk", zeggen pa en ma tegelijk. Joris heeft zijn naam gehoord cn springt blaffend om haar heen. Even later loopt ze buiten. Er slaat veel wind. maar het deert haar niel. Het hoort juist bij de herfst. Ze ruikt de typische, kruidige geur van afgevallen bladeren. Een blad dat valt. Symbool van het leven dat voorbij gaat.
Ze ontwaart het silhouet van ccn boom met zijn kale takken. En hoog daarboven de maanlichte lucht. Ze weet zich klein tegenover Gods almacht. Ze voelt iets van hoe beperkt en vergankelijk alles is tegenover Zijn onvergankelijkheid. Is niet het enige waar hel werkelijk op aankomt in hel leven hoe je tegenover God staat?
„Als mam was blijven leven, zou ze zeker goed voor me gezorgd hebben", denkt zc, „en we zouden het vasl fijn gehad hebben samen. Maar ze zou misschien nooit met me over dc Heere gepraat hebben en over wal het betekent om je leven in Zijn dienst te mogen besteden”.
Hel geluid van haar voetstappen klinkt door dc stille straal. Ze waant zich bijna alleen, maar ze weet tegelijkertijd dat ze nooit alleen is. Ze ziet het spoor dat Gocl in haar leven getrokken heeft. Misschien zal ze hel nooit helemaal begrijpen, maar ze ziet wel heel duidelijk dat Gods weg hoger is dan die van mensen. Dat wat een weg door hel duister leek, een spoor van licht geweest is. Door de weg van het wondden door middel van een mens mag het licht van Zijn Woord schijnen in hun huis. Hij heeft opnieuw iemand gegeven die voor hen zorgen wil. En zij heeft dat misschien hooguit ccn beetje geaccepteerd, maar nooit aanvaard. Ze heeft in haar herinnering van haar eigen moeder iemand gemaakt die eigenlijk geen fouten kon maken. En bij degene die nu haar moeder is, heeft ze juist alles aangegrepen om haar verdacht te maken. Wat redelijk was, heeft zij als onredelijk betiteld. Zorg heeft ze voor overdreven bezorgdheid aangezien.
„Zij heeft mij wel geaccepteerd, maar ik heb haar nooit echt geaccepteerd", denkt ze verwonderd en beschaamd. Ze loopt nog ccn heel eind, zonder veel besef van de omgeving. Dan ziet ze plotseling op de torenklok in de verte dat het inmiddels al lang tijd is voor koffie.
Ze roept Joris bij zich. „We gaan naar huis, Joris", zegt ze. „ze wachten op ons". Er is een vraag in haar hart als ze het tuinhek openduwt en haar vader en moeder ziet zitten in hel licht van de schemerlampen. Een dubbele vraag is het eigenlijk. Zelfs meer dan dat. Het is een gebed. „Laat ik het voortaan anders mogen doen en geef dat ik in Uw licht hel Licht mag zien”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1994
Daniel | 32 Pagina's