Verlangen naar de komst van Christus
Mijn zieI is bezweken van verlangen naar Uw heil Psalm 119:81a
Psalm 119 wordl wel eens genoemd de geestelijke apotheek. Wil ze echter voor ons een apotheek zijn, dan moeten we de medicijnen daaruit nodig hebben. We zijn van nature wel dodelijk ziek en we haasten ons wel ten dode. maar hel is nodig in ons leven dat we door de Heilige Geest dat leren kennen. In de tekst wordt gesproken over 'Uw heil'. Dat is Gods heil. Heil betekenl vrede, zaligheid. Het gaat bij de dichter over geestelijk en eeuwig heil. Heil dat nooit vergaal.
Van nature is onze staat heilloos, jammerlijk en rampzalig. Gods Woord zegt: het heil is verre van de goddelozen, al kunnen wc dromen van een heilstaat. Buiten God en Christus zijn we diep ongelukkig, heilloos. Over het heil des Heeren wordl in Gods Woord veel gesproken. Daarmee wordt bedoeld het heil, dc zaligheid, de vrede die door Christus verworven is. door de diepte van de val heen. De Vader schonk dat heil door Christus' lijden en sterven. Toen er niemand was die heil beschikte, heeft Gods arm heil beschikt, hetwelk een tijdelijk, geestelijk en eeuwig heil inhield.
In de opluistering van Gods deugden is het heil door Christus aangebracht. Dat heil, dat ook door Christus wordt toegepast in dc harten van Zijn volk. En nu zegt de dichter: „Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil". De dichter gaat diep gebogen onder de verdrukking en ellende. Door dat alles heeft hij een bezwijkende ziel. De ziel is het edele deel en is voor een eeuwigheid geschapen. Onze edele ziel. die wij hebben verwoest door onze val in Adam. Wanneer we sterven met een ongeredde ziel. is dat een rampzalig sterven. Gods kinderen hebben een geredde ziel. De Heere redde hun ziel van de dood en genas de ziel door de balsem uil Gilcad en de enige Heelmeester aldaar.
De ziel kan bezwijken van vrees, door angst, tegenspoed. Ook kan de ziel bezwijking nabij zijn door de strijd en aanvechtingen. Zo riep de Heere Jezus uil: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot dc dood toe". Een bezwijkende ziel, dat kent een ieder van wie het hart bezwijkt van droefheid, bijvoorbeeld bij verlies van man of vrouw of wanneer dierbare panden moeten worden afgestaan. Of denk aan de moeite en het verdriet, hetwelk het uitnemendste is in dit leven. Velen hebben daardoor een bezwijkende ziel en worden oud van ellende.
Maar in deze Psalm spreekt een man wiens ziel bezwijkt van verlangen naar Gods heil. Een verlangen naar tijdelijke verlossing. maar bovenal naar de eeuwige vrede, zaligheid en verlossing. Dc dichter kent door genade de toevluchl naar boven. Hij is door genade door Gods Geest wedergeboren tot een levende hoop. Hij is onderwezen in dat heil. Dat heilgeheim is hem geopenbaard door de traliën van het Woord. Hij kende dat heil, dc vrede in Christus, door de onderwijzing van de Heilige Geest in zijn hart. En nu is zijn verlangen een heimwee, een uitzien naar dat heil.
Zo heeft de dichter uitgezien, verlangd naar die dag van Christus, naar de verlossing uit de druk. Dan gaat de ware bekommerde ziel hunkeren naar dat heil, naar Zijn gezegende komst. Om Ilem te mogen kennen voor eigen hart en leven, vooral als ze in de ziel spotten: gij hebt geen heil bij God. Dan is er toch een sterk verlangen, een uitzien naar dat heil. Al is hel dat het duizendmaal verzondigd is cn alle recht daarop is verloren, het is in hun ziel: „In Gocl is als mijn heil, mijn eer. mijn sterke Rots, mijn tegenweer". Als de Ifcerc licht geeft over Zijn toezegging, is cr een heimwee, een bezwijken van verlangen naar Hem, Wiens komst alleen hun heil volmaken kan. Dc dichter is dus een bezwijkende ziel van verlangen naar dc komst en de inkomst des Heeren in zijn hart. Dat is een sterk verlangen, een verterend verlangen. Het is een aanklevend zoeken naar dat heil. Al hun haitsverlangen gaal uit naar Sions Borg en Middelaar. „Geef mij Jezus of ik sterf, want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.”
Ken je dat verlangen, is dat het uitzien van je leven. Is dat dc uitgang van je ziel'? Zoals de dichter gezongen heeft:
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen: Mijn lutrt roept uit tot Gocl, Die leeft, En aan mijn ziel het leven geeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1994
Daniel | 32 Pagina's