Jozef en Jezus
Lezen: attheiis I : 18 - 25 Er kunnen wel eens dingen zijn waar wij absoluut niets van begrijpen. Die helemaal tegen onze bedoelingen en verwachtingen ingaan. Hoe stellen wij ons dan op? Dat is moeilijk. Het is genade als je je juist dan laat leiden door het Woord van God. Als je clan nietje eigen naam en zaak op de voorgrond zet. maar vooral ook de naam en het belang van de ander. En wat gaat het er dan juist om dat de Naam van God geen oneer wordt aangedaan. Hoe zou dat gacm in ons leven als het eens moeilijk werd?
Jozef vvas in ondertrouw. Hij en Maria hadden in de omgang met elkaar altijd geleefd zoals het behoord. Maria is juist enkele maanden weg geweest. Naar een verre nicht in het verre Judea. Wat zal hij blij geweest zijn toen ze weer terug was.
Niet begrepen
Maar dan moet hij iets konstateren dat hij nooit gedacht had. Maria is in verwachting. Dat is voor hem een ontzaglijk grote teleurstelling. Hij kan niet anders denken dan dat Maria overspel heeft gepleegd. Het zou kunnen dat haar onderweg iets overkomen is. maar dan zou Maria toch wel aangifte gedaan hebben en erover gesproken hebben. Jozef kan er niets van begrijpen; het is hem allemaal één groot raadsel. En hij heeft altijd gedacht dat Maria een meisje was dat ook de Heere vreesde. Zij leefde, net als hij. rechtvaardig. Zij waren jonge mensen die naar het Woord en de Wet van God leefden. Ze hadden de Heere lief en wandelden in Zijn wegen. Zij wilden ver van de zonde blijven, want de Heere verdriet aandoen, zouden ze verschrikkelijk vinden.
Naar de wet, maar in liefde
Jozef heeft toch het recht aan zijn kant. Hij zou naar de rechters kunnen gaan cn haar openlijk te schande kunnen laten maken. Maar dat wil hij niet. Wat zou dat erg zijn voor Maria. Hij heeft haar toch nog lief, en wil haar sparen. En wat zouden de mensen wel zeggen. „Dat heb je van die rechtvaardigen." Zo zou de Naam van God ook nog gelasterd worden. Daar wil hi j helemaal niet aan meewerken. Daarom neemt Jozef zich voor er stiekem tussenuit te gaan. Dan zal 'men' hem wel de schuld geven, maar als hij ver weg trekt, heeft hi j daar geen last van. En dan komt Maria er mogelijk het gemakkelijkst doorheen. Zo moet Jozef ongeveer gedacht hebben. Wat zal hij er ccn verdriet bij gehad hebben. Zijn liefde, zijn toekomstverwachting, zelfs zijn gedachten over iemand die de Heere vreest, alles is wreed verstoord cn in stukken geslagen. Misschien heeft hij ook nog WCl in zijn gebed uilgeroepen: Jtöcerc. is dit Uw weg? Waarom toe IV”.
: jo/ct leefde rechtvaardig; en ook nu probeert hij d.n te doen. Maar met de wel loopl hij vasi. HIJ loopt muurvast, zelfs mei de meest liefdevolle wij/e waarop hij deze probeert na le leven. Zijn leven, een leven in de vreze des Heeren. is in grote verwarring.
De Heere weet van Jozef
Hij is vast van plan zijn voornemen uit te voeren. Binnenkort, 't Is maar het beste. En dan moet hij met zijn teleurstelling maar verder zien. En van Gods weg begrijpt hij niets. Maar juist dan gaat dc Heere spreken. Hij kent van verre Jozefs gedachten. Dat blijkt. Hij weet dat de teer levende Jozef niet uit hardheid wilde handelen maar uit vrees voor dc naam en de zaak van Gods wet. „Wees niet bevreesd", zegt dc Heere. Aansluitend bij de tere, liefdevolle houding van Jozef.
En Jozef moet vooral geen platvloerse gedachten hebben, want het gaat om een verheven zaak. Daarom herinnert de Heere aan zijn koninklijke afkomst. Hij is een zoon van David. En David was een godvrezend koning. Een kind en knecht van de Heere die rijke beloften had gekregen. De Heere begint met Jozef aan deze afkomst, aan David te herinneren, opdat hij verheven gedachten zal krijgen. En dan gaat dc Heere Zelf het grote raadsel, de grote onmogelijkheid van zijn leven oplossen. Inderdaad, Maria is in verwachting. De Heere kent dc vragen van Jozef. Wat zal hij dat alleen al als een wonder hebben ervaren. En een nog groter wonder is de verklaring die de Heere gaat geven. „Hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest.”
Gods Licht in Jozefs duisternis
En dan gaat de Heere de komst van de Messias aankondigen. Niet in de verre toekomst, maar heel dichlbij. Uit Maria door
een groot wonder van God Wat zal Jozef geluisterd hebben. Wat ccn blijde boodschap. En dat voor hem die ccn rechtvaardig levende, een goddienende Jood was. Zo zal hij ook uitgezien hebben naar de komst van de Messias. En nu mag hij horen dat de vervulling heel dichtbij is. Wat een bron van blijdschap. Hij heeft veel om nog eens stil over na tc denken. En om verwonderd over te zijn voor Gods aangezicht. Juist nu Jozef muurvast zit met heel zijn leven; nu het niet meer gaat met zijn zoeken om in liefde de wet te vervullen, nu gaat God Zijn Evangelie aan hem verkondigen. Nu mag hij horen van Gods weg dwars door onze onmogelijkheden heen.
Zijn Woord precies passend
En daar komt nog ccn geloofsversterkende verklaring bij. Dit alles is naar de Schrift. Dat is voor iemand die de Heere vreest en naar Zijn Woord wil leven, van levensbelang. „Ziet de maagd zal zwanger worden". Jesaja had dat immers al voorzegd. En dat woord is Gods Woord. Dat wordl nu vervuld. En het past precies in de omstandigheden van Jozef. Het verklaart alles. Zo spreekt de Heere gewis lot elk die voor Hem leeft. Toen sprak Hij tot Jozef. Maar zo spreekt Hij ook vandaag nog tot degenen die Hem vrezen.
Vanuit Zijn Woord. Precies passend in onze (geestelijke) levensomstandigheden. Zo lost Hij raadsels op. Ook is er de persoonlijke toepassing: Jesaja zei: 'ccn' maagd. Maar voor Jozef is het 'de' maagd. Zijn Maria is hel; cn zij is dus nog maagd. Geen zonde door Maria tegenover hem. En vooral geen zonde tegenover de Heere cn Zijn gebod.
Toch man en vrouw
Jozef krijgt er ook werk bi j. Hij zal niet de vader zijn van het Kind. Dat zou niet kunnen, want dan zou Hij niet de Zaligmaker kunnen zijn. Maar Jozef moet wel iels doen. Hij moet Maria in huis nemen. Om haar tol man en beschermer te zijn cn haar voor schande te bewaren. En om samen met haar ccn huis en een gezin voor hel Kind Jezus te bieden. Zo krijgt hij een eervolle laak. Het zal hem een liefde en vreugde geweest zijn. Dan mag hij toch met Maria trouwen. Zonder dat er nare vragen overblijven en zonder dal Gods Naam ontheiligd wordt. Wat een grote blijdschap zal dat voor hem geweest zijn. I lij heeft er de volgende dag al werk van gemaakt. Dat moet voor hen samen een grote vreugde geweest zijn. Nu konden ze alles samen bepraten. Het had eigenlijk ook niet gekund dat Maria dit zelf had moeten vertellen. De Heere openbaar! Zijn grote heilgeheim aan dc Zijnen. Zo zorgt Hij voor Zijn eer, voor de eer van Zijn Zoon, maar ook voor de eer van Zijn kind (Maria). Intussen moet het ons opvallen dat als Jozef Maria in huis neemt, hi j toch nog ingetogenheid in acht neemt. „En bekende haar niet, totdat...”
Zijn Naam noemen
Jozef krijgt nog een opdracht. „Gij zult Zijn naam heten Jezus". Hij moet voor dc naamgeving zorgen. Hij is niel de vader. Hij moet wel dc aardse vadertaak gaan vervullen. Opnieuw een eretaak voor Jozef. Het is een wonder wanneer de Heere ons inschakelt in het werk in Zijn Koninkrijk. Op welke wijze en op welke plaats dan ook.
Wat zal er in die naamgeving voor Jozef een rijke troost gelegen hebben. Jezus moet hij Hem noemen. Zaligmaker zal Hij zijn. Ook van Jozef. Jozef kon in dc weg van de wet niet in het reine komen voor God. Maar dit Kind zal Zijn volk zaligmaken van hun zonden. Dan kan Jozef toch rein worden voor God en aan alle eisen van de wet voldoen. Niet door zichzelf. Daar is hij wel achtergekomen. Maar door Hem. Hij zal het doen. Hij zal zaligmaken. Hij verlost van het grootste kwaad cn brengt tot het hoogste goed. Hij verlost van de zonde cn brengt tot de vrede met God. En dat doet Hij voor Zijn volk. Voor al de uitverkorenen; voor allen die dc Heere ooimoedig vrezen. Jozef, ook voor u.
Hoeveel zonden je dan ook hebt. Hoe vast je ook aan de zonden zit; hoe zwaar het pak van je zonden ook is. Hij zal zaligmaken van (al) hun (eigen) zonden.
Jozefs nood en ellende wordt veranderd in advent. Verwachting die heel dichtbij komt. Advent wordt kerst. Voor Jozef. Door Jezus het Kind van Maria. De Gave van God. Dc Zaligmaker van Zijn volk. De Behouder ook van Jozef.
Capelle aan den IJssel ds. P. Mulder
Gespreksvragen
1. Lees artikel 18 van dc NGB. a. Nam de Heere Jezus de menselijke natuur aan van voor de val of van na de val? b. Hij had ook een menselijke ziel, zegt artikel 18. Kun je daar Schriftbewijzen voor geven? c. Wat is de geestelijke betekenis van wat onder a. en b. naar voren kwam.
2. Lees artikel 19 van de NGB. Waarom moest Jezus zowel God als mens zijn? Hoe krijgt in Zijn twee naturen 'Emmanuel' diepe belekenis?
3. „Die in de nood mijn Redder is geweest." Zo zal Jozef de boodschap van Jezus ervaren hebben. Zo ervaren Gods kinderen het als Jezus aan hen door het geloof wordt geopenbaard. In H.C. de zondagen 2-5 lezen wc wat onze nood is en hoe deze gekend wordt. Ga eens na de opklimming in de ontdekking aan deze nood die in deze zondagen beschreven wordt. Waar loopt hel op uit (vr. 12)?
4. De Heere maakt Zelf dc komst van Zijn Zoon bekend: dat hoeft Maria niet te doen. Noem daarvan nog enkele voorbeelden uit Lukas 1 en 2. Waardoor maakt dc Heere Hem nu aan hel hart bekend volgens H.C. antw. 21?
5. Steeds weer is cr diskussie over de vraag voor wie de Heere Jezus gekomen is. Vers 21b geeft duidelijk antwoord. Lees ook DL 11. 3 cn 8.
6. Jozef en Maria geven een bijbels voorbeeld van omgang tussen verloofden. Zoek daarvan ook een voorbeeld uit het Oude Testament (Gen. 29:20-30 en 2 Sam. 13:11-13b). Dc christelijke ethiek en de vreze des Heeren hebben elkaar nodig. Zijn ze heizelfde? Zijn ze te (onderscheiden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1994
Daniel | 32 Pagina's