Basis en ruimte in de opvoeding
Eerste lezing Jeugdwerkdag
Elke opvoeder die vanuit de Bijbel wil opvoeden, zal als de hoogste opdracht zien om die Bijbel en de jongeren die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd bij elkaar te brengen. Dan zeg je wel heel wat! Bij elkaar brengen van, bemiddelen tussen Gods heilig Woord en zondige mensenkinderen... En dat terwijl je zelf tot die laatste groep behoort! Bemiddelen kan er toch maar Een? Ja, in de volle zin van het woord is er maar Eén Bemiddelaar tussen ons en de Heere. En toch, dankzij die Ene, Die toont dat de IIeere Zélf naar ons toekomt, is het mogelijk dat er zondige mensen gebruikt worden om even zondige kinderen naar Hem te wijzen.
Ken bekende en ook buiten onze kring geciteerde uitspraak van ds. C. den Boer is: ..Preken is bemiddelen tussen het Woord cn de Heilige Geest enerzijds en de gemeente anderzijds”.
Nu gaal het in dit artikel er uiteraard niet over hoe er gepreekt moet worden. Maar dc laak van een jeugdwerker ligi niet zo heel ver van die van ccn predikant. Luther moet gezegd hebben dal het ambt van onderwijzer (en een jeugdwerker kan daar gerust aan toegevoegd worden) na dat van predikant hel hoogste ambt is dat iemand kan begeren.
De middelen
Wij zeggen vaak dal dc Heere middellijk werkt. Allereerst denk ik dat hel bij die uitspraak altijd doorleefd moet worden, dat hel God is Die werkt, met of zonder middel, via een mens die Hem kent of die Hem niet kent. Wc moeien ons heil niet lé gemakke-
lijk in het gebruiken van de middelen zoeken.
Tegelijk moet ik zeggen, dat het niel onverschillig is of die middelen er zijn en of ze goed gebruikt worden. Werken mei kinderen in de gemeente is voor honderd procent van Gods zegen afhankelijk èn vraagl tegelijkertijd honderd procent onze inzet en voorbereiding.
Daarom moet je beide zaken, waartussen je moet 'bemiddelen' kennen. Je moetweten wat dat Woord van God zegt én je moet de jongeren kennen.
De ene kant
Vroeger was er voornamelijk aandacht voor dat eerste; een opvoeder moest vooral dat Woord kennen en bij kinderen inplanten. Koelman zegt: „U (onderwijzers) hebt voor christen-kinderen te zorgen en hun zielen te vormen tot de kennis van hun Maker en tot een heilige christelijke levenswandel”.
De andere kant
Tegenwoordig slaat de balans door naar dc andere kant: het kennen van jongeren en hun behoeften is het belangrijkste. Een modern godsdienstpedagoog als Ploeger formuleert hel ais volgt: „Voor levensbeschouwelijke identiteitsontwikkeling en geloofsopvoeding die niel wil indoctrineren, maar jongeren wil leiden naar een eigen keuze, die ook het christelijk geloof kan zijn, zou men beter moeten leren inspelen op de huidige situatie: we gaan uit van de moderne beleving van het leven. Mensen zijn ieder voor zich uniek”.
G. Lengkeek omschrijft het zo als hij het doel voor levensbeschouwelijke vorming aangeeft: „Leerlingen godsdiensten) leren verstaan vanuit ook voor henzelf herkenbare fundamentele menselijke verlangens naar: vrede, gerechtigheid, zusterschap/ broederschap, eenheid met de natuur, zinvolle inzet voor een bewoonbare en een leefbare toekomst”.
Beide kanten
Wij moeten ons op beide zaken richten, maar wel in de volgorde zoals ds. Den Boer die noemt. Eerst hel Woord. Dat geeft de basis aan. Maar ook het kind, de jongere in zijn eigen situatie.
Daar ligt de ruimte moet worden. die gegeven
De kern van de opdracht
Waar gaat het in de kern eigenlijk over? Wat moetje nu doorgeven? Psalm 78 zegt het zo krachtig, dat ik dat alleen maar noem: „Wij zullen het niet verbergen voor het navolgende geslacht, vertel lende de loffelijkheden des Heeren (—) opdat zij hun hoop op God zouden stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren: en dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspanning geslacht dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God". Wal een moed kan datje geven! Je hoeft niet jezelf te brengen, maar Gods grote daden mag je doorgeven, opdat anderen, maar ook jijzélf, hun hoop op Hem zouden gaan stellen!
Kenmerken van pubers
In dil artikel gaat het over de jongeren. Wie zijn zij? Wat houdt hen bezig? Wat moet je van hen weten?
Ik beperk me lol enkele hoofdlij-
Relativisme
Typerend voor de puberteit is relativisme. De vraag naar 'Wal is de waarheid? ' Juist op die leeftijd ga je om je heen kijken en luisteren en vraag je je af of jouw ouders, jouw leraren, jouw kerk wel gelijk hebben. Volgens de bekende psycholoog Kohlberg gaat het moreel oordeel van jongeren, dal vooral geënt was op wat de omgeving zei zich nu op andere mogelijkheden. andere visies richten, om uiteindelijk een eigen standpunt te kiezen.
Onze maatschappij helpt daar hard aan mee. Er is niet meer één waarheid; overal moet afgewogen worden via demokratische beslissingsprocedures, waar uiteindelijk voor gekozen moet worden om zoveel mogelijk mensen in hun eigen waarde en eigen waarheden hun leven te laten invullen.
Ook bij ons zie je heel duidelijk hoe we kinderen van onze tijd zijn. Vroeger had je op de j.v. een inleiding, vaak ook door een ouderling. Nu vragen we echte 'diskussies', waarbij zelf nagedacht moet worden. Ook dc reformatorische scholen, waar verschillende kerken uit de Gereformeerde Gezindte zo nauw met elkaar optrekken, brengen jongeren meer aan het relativeren. Vergeet ook niet het levende kontakt met andere kuituren, in onze straat (moslims) cn op onze vaak verre reizen.
Heel onze maatschappij helpt mee aan dat relativeren.
Het is dan ook geen wonder dat jc dit verschijnsel steeds vroeger bijinderen ziet optreden. Ik maak regelmatig mee dat kinderen van acht jaar opmerkingen maken, die volgens het boekje rond een jaar of twaalf pas zouden kunnen.
Zelfstandigheid
Een ander kenmerk voor de puberteil is de hang naar steeds meer zelfstandigheid. Nu is het zelf-leren-doen uiteraard altijd een hoofddoel van de opvoeding.
Die hang naar zelfstandigheid is een normale psychologische ontwikkeling. Toch is de huidige maatschappij en opvoeding cr wel heel erg op gespitst.
Mondigheid en zelf kiezen, zelf uitmaken wat en hoe staat zo'n beetje centraal.
Tegelijk wil ik met name noemen de hang naar het emotionele, het zelf-ervaren. dat bij onze beslissingen vaak de doorslag geeft.
Ik kies zelf, maar ik kies ook vooral op grond van mijn eigen ervaringen. Als ik iets niet kan meevoelen, als ik er niets van snap, als ik dat anders voel, dan kies ik daar niel voor!
Ook wat betreft die nadruk op het ervaren, waar een jongeren toch al gevoelig voor is, heeft onze samenleving een stimulerend effekt. Denk alleen maar aan cle moderne theologie, ook wel ervaringstheologie genoemd, die weer heel veel aandacht heeft voor 'bevinding' en spiritualiteit. Het woord Godservaring komt meer voor in modern-theologische en psychologische literatuur dan ooit.
Opvoeden tot zelfstandigheid?
Konklusie is dus dat de huidige maatschappij typische puberteitskenmerken versterkt.
Volgens Kohlberg zijn twee dingen tijdens de puberteit heel belangrijk om jongeren tot een eigen moreel oordeel zich te laten ontwikkelen, namelijk de
mogelijkheid om veelsoortige sociale ervaringen op te kunnen doen (met veel verschillende leef-en denkwijzen in kontakt komen) én mee mogen doen met beslissingen in het leefverband waar je de hechtste kontakten hebt (gezin.)
Volgens de enquete-gegevens uit de zomerkampenquete is zo'n 70% in staat zijn/haar visie omrent zondagsarbeid. abortus cn euthanasie te verwoorden tegenover niet-christenen. Dat zou betekenen dat de meeste jongeren in ieder geval een beargumenteerde visie hebben.
Nu kan die visie uiteraard berusten op het doorgeven van wat in eigen omgeving gezegd wordt. In hoeverre jongeren in onze kring zich ook oriënteren op andere meningen, zou nader onderzocht moeten worden.
Ook wat betreft het meedoen aan gezinsbeslissingen lopen wij beslist niet achter bij Kohlbergs ideeën over de westerse samenleving: meer dan 70% zegt dat ze thuis betrokken worden bij gezinsbeslissingen. Ook hier zou het interessant zijn na te gaan cwcr welke zaken die gezinsbeslissingen zoal gaan.
Al met al denk ik dan ook dat er voorlopig nog geen ommekeer in de gesignaleerde ontwikkeling te voorzien valt.
Liefde, basis en ruimte
Wat betekent dit alles nu voor de praktijk van dc opvoeding in gezin, school en kerk en op de vereniging? Ik wil de begrippen basis en ruimte wat konkreter proberen in te vullen, maar niet voordat ik benadrukt heb dat beide alleen in liefde ingebed, kunnen gedijen. Zonder liefde doet dat Woord geen kracht, zonder liefde wordt die ruimte tot onverschillig cn koud opvoeden.
Hel gezin
Liefde is het startpunt, dus dan moetje er wel zijn voor elkaar, ook door gewoon aanwezig te zijn! De werkende moeder is altijd het mikpunt, soms ook de altijd vergaderende vader. Daar ligt zeker waarheid in, maar vergeet niet de overal-behalvethuis-huizende kinderen! Als je aandacht voor elkaar hebt en naar elkaar wilt luisteren, dan ben je cr vaak!
Basis: als het Woord centraal staat, neem je tijd voor bijbellezen/gebed/gesprek. De zondag is nog de ideale dag ervoor in de drukke Nederlandse samenleving!
Ruimte: groter wordende kinderen moetje niet klein houden, maar verantwoordelijkheid leren dragen door ze die tc geven. Zolang jc er met je kinderen over kunt praten, kan er veel! School en vereniging
Liefde: ook hier begin je niets zonder echte belangstelling en een goede band onder elkaar. Een goede organisatie en inhoud alleen zijn te weinig. Tijd voor onderling kontakt en inhoud, uitstapjes en zomerkampen zijn daarom niet verkeerd, maar juist ondersteunend!
Basis: laat zien dat ook voor jou dat Woord centraal staat. Kom niet te gauw met eigen verhalen, maar als dat écht kan, dan zijn ook Gods grote daden in jouw leven de moeite van het doorleefde verhalen van mensen die de Heere dagelijks ervaren!
Ruimte: wees niet al te kleinzielig. probeer wat begrip voor puberaal gegiechel en herrie te tonen. Met een grapje bereik je vaak veel meer! Maar weet waar de grens ligt.
Geef ook ruimte aan hun vragen, hoe onbijbels die soms ook klinken, maar laat ze zelf nagaan wat dc Bijbel erover zegl. Betrek ze ook bij de onderwerpkeuzen.
Tenslotte
Ik heb heel wat probleemvelden aangegeven die hel er niet gemakkelijker op maken voor mensen die in het jeugdwerk mei jongeren bezig zijn. Toch wil en hoef ik niet troosteloos tc eindigen. Zonder de kleine percentages, die je grote zorgen moeten geven, tc veronachtzamen, was ik verrast door de toch overwegend positieve resultaten van deze enquete.
Het is toch prachtig als meer dan 90% van onze jongeren lussen 3 en 21 jaar thuis de sfeer als gezellig karakteriseert en dat rond de 85% stelt dal ze tot nu toe een behoorlijke fijne jeugd hebben gehad? Overigens ligl dat in Nederland landelijk ongeveer hetzelfde (rapport 'Jongeren op de drempel van de jaren '90', SCP).
En al heeft Bi jbellezen voor velen ook een gewoontekarakter, toch zegt meer dan 80% dat ze er iets aan hebben voor hun geestelijk leven en bijna 80% van de jongeren zegt te ervaren dat ze God dagelijks nodig hebben. Dat ligt landelijk gezien heel anders (32% ziet veel of iets in 'het' geloof), (rapportage jeugd 1994, SCP).
Al deze cijfers mogen ons overigens niet te zeer beïnvloeden. Wi j hebben Gods opdracht uit Zijn Woord, dat zeer vast is: „Vertellende de loffelijkheden des Heeren... opdat zij hun hoop op God zouden siellen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1994
Daniel | 32 Pagina's