JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Waarom zou ik danken?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waarom zou ik danken?

Gedachten bij de dankdag

6 minuten leestijd

O ja, 't is binnenkort dankdag! Hij komt elk jaar weer terug, die dag, althans dat hoop ik toch wel. Immers, komt hij niet, dan beleef ik hem niet. Waar zal ik dan zijn? Mijn lot voor eeuwig beslist! Een zaak om over na te denken, in dit heden der genade; om vandaag mee te beginnen, toelevend naar de dankdag!

Als schrijver van dit artikel wil ik jc allereerst vragen: kom jij die dag óók naar de kerk? Daar denken we samen met de gemeente er verder over na.

Velen van jullie — ik hoop in principe allen — zullen antwoorden: ja, natuurlijk, de school geeft vrij. Onze winkel is zelfs gesloten, de hele dag. Mi jn chef tekende mijn verlofkaart al af. Nee, hoor. ik hoop er zeker te zijn; dat komt in orde!

Maar, zeg je misschien, eh... ik heb een wedervraag aan u dominee: waarvoor moeten we eigenlijk danken? Waarom wordt ook ik opgeroepen tot het houden van ccn dankdag? Ik kan eigenlijk helemaal niet dankbaar zijn; ccht, in meerdere opzichten.

Jongelui, ik begrijp het. Er zijn er onder jullie, die menen geen dankensstof te hebben. Die klagen. Die zich herkennen in de volgende voorvallen in de eigen situatie. Jullie — de kleinen en dc groten — zeggen me: alles komt uit Gods hand; maar danken... Weet u wel,

— dat mijn konijn, dat ik zó goed verzorgde, vanmorgen plotseling dood lag in het hok, naast haar nest met jongen? En nu danken?

— dat ik mijn perfekte mountain-bike, waarvoor ik maanden heb gespaard, gisteren terugvond in ccn moddersloot, totaal vernield? En nu danken? — dat ik voor de tweede keer in dezelfde klas zit, omdat ik bleef zitten, mijn diploma niet behaalde? En nu danken?

— dat ik door een auto ben geschept, ernstig gewond raakte? En nu danken?

— dat in ons gezin een zorgenkindje werd geboren? En nu danken?

— dat opa — die zo goed van de Heere kon spreken — onlangs is gestorven, zodat ik zijn gesprekken moet missen? En nu danken?

— dat mijn vader en moeder uit elkaar zijn gegaan, geschcidcn, en ons gezin verscheurd verder moet leven? En nu danken?

— dat wij thuis van een uitkering moeten rondkomen, de dubbeltjes omkerend, omdat papa werkeloos is, afgekeurd? En nu danken?

— dat mijn lieve zorgzame moeder wegkwijnt door een ongeneeslijke ziekte? En nu danken?

— dat ik in mijn werkkring gediskrimineerd word, omdat ik probeer voor mijn principes uil tc komen? En nu danken?

— dat ik al vage trouwplannen had, maar dat onze verkering onverwacht stuk is gelopen? En nu danken? dat in mijn dorp drie verschillende Gereformeerde Gemeenten zijn, waar pas geleden in de avonddienst overal Zondag 21 — over de Kerk — werd gelezen uit de catechismusverklaring van ds. G. H.

Kersten? En nu danken? dat we deze zomer een anti-christelijke regering kregen, die — de Naam van de enige ware God uit de troonrede schrappend — tot nog toe week aan week goddeloze voornemens bekend maakt op het gebied van onderwijs,

euthanasie, zondagsheiliging? En nu danken? — dat ik nog altijd... onbekeerd ben? En nu danken?

Ja, daar zit je dan als oproeper in onze 'Daniël'; oproeper tot hel (onder)houden van de dankdag. Allemaal vragen, die jullie, jongeren — maar ook wel ouderen! — bezig houden.

Laat ik een poging wagen om wal orde te scheppen in die warboel van vragen. Ik verzoekje allen: neem eens ccn pen en zet een kruisje voor de vragen hierboven, die op jou van toepassing zijn. Loop ze één voor één eens na en kruis maar aan. Niemand is er, die geen enkel kruisje zet. Ook niemand is er, die overal een ki uisje moet zetten. Van die kruisjes valt veel te leren. Immers, let erop:

— dat wij allen in een gebroken wereld met nood leven; allen de gevolgen van de zonde — onze zonden — moeten dragen; dat geldt van ieder kruisje, dat je hebt gezet;

— dat èlk kruisje ook een kastijdend kruis uil Gods hand is, voor ons persoonlijk; opdat we ons tot Hem zouden bekeren;

— dat op elke plaats waar géén kruisje staat, de Heere ons ervoor bewaarde; evenzeer opdat we ons tot Hem zouden bekeren;

— dat waar geen kruisjes werden gezet, jij in wezen steeds het tegenovergestelde hebt ervaren door Gods goedheid, indien je het maar opmerkt in jc jonge leven; wat een dankensstot' is er dan in overvloed (en dan keek je nog niet eens over de grenzen van ons vrije welvarend Nederland).

Maar pas op, dit is zo maar geen vanzelfsprekendheid. Allerminst niet met de laatste meest wezenlijk vraag. Ik herhaal hem: Dominee, ik ben nog altijd onbekeerd... en nu danken?

Is er een jonge lezer, die géén kruisje voor die vraag heeft gezet? Dan kan dit alleen door zaligmakende genade, door waarachtige wedergeboorte. Dan moet er een Godswonder in je leven zi jn gebeurd. Dan heb je door je hele leven een groot kruis moeten zetten: niets waard voor de Heere. Alleen maar zonde en schuld. Dan leer je in waarheid roepen tot de Hccrc: o God, wees mij zondaar genadig! Dan ga je onrustig over de wereld, zoekend naar een God voor het hart en een Borg voor de schuld. Om dan te gaan ervaren, dat er voor de grootste der zondaren nog doen aan is bij dc Heere Jezus Christus. Bij Hem zijn uitkomsten, ja zelfs tegen de dood. Mocht iets van Hem voor jouw zielsoog gaan schitteren? Dan versta je, dat de proleet Jeremia

— op de puinhopen van natie cn kerk, ja van eigen bestaan — door het geloof uitriep: „Het zijn de goedertierenheden des HHF.RFN, dat wij nog niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; ze zijn alle morgen nieuw. Uw trouw is groot.”

Onbekeerde jongens en meisjes, ook voor jullie een woord. Als je dus een kruisje voor dc laatste vraag zette (onbekeerd!) — is er dan geen enkele dankstof voor je? Dan maar klagen? Over God heb jc nooit te klagen.

Diezelfde Jeremia spreekt tot jou: „Maar, wat klaagt dan een levend mens? ; ieder klage vanwege zijn zonde." Dat moest je hart wel verschrikken. En naast klaagstof is er ook dankstof: jc bent er nog!

Dat moest je hart wel verbreken. Onbekeerd. God niet te bedoelen in je leven, die God te vertoornen, en toch had God geen lust in je dood. De allesbeslissende eeuwigheid snelt je tegemoet, nimmer eindigend. Al je levensdagen lang heb je je reeds waardig gemaakt om weggeworpen te worden. En daartegenover: je bent nog in de welaangename tijd. in dc mogelijkheid van zaligwordcn. Op déze dankdag roept de Allerhoogste je welmenend toe: „Wendt u naar Mij loe, wordt behouden, alle gij einden der aarde!, want Ik ben God en niemand meer, een rechtvaardig God en een Heiland.”

Dan valt er op dankdag ook te bidden!

Alblasserdam ds. C. de Jongste

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1994

Daniel | 32 Pagina's

Waarom zou ik danken?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1994

Daniel | 32 Pagina's