Door het water
Ons vervolgverhaal deel 5
„Hoe kan Wim het nou gedaan hebben? Dan hadden we toch zijn boot moeten zien? "
„O ja? En toen wc in de hut zaten te eten dan? " ., ja, dat is waar. Maar, Wim hééft toch helemaal geen boot? "
„Nee, hij heeft geen boot. En toch..."
„Ik weet het, " roept André dan. „Toen we in de hut zaten te eten, hebben we toch een motorboot voorbij horen gaan? "
„Denk je dat Wim? " „Nee, maar door dc golven die zo'n boot maakt, kan onze boot zijn losgeraakt!"
Ze kijken nog eens goed naar de lege plek. „Tja, als we hem misschien niet goed genoeg op de kant hebben getrokken... 't Zou kunnen..." aarzelt Henk.
„Maar wat nu? Hoe komen we eraf? "
„Hadden wc het nou thuis maar gezegd, waar ons plekje is..."
Thuis...! Wat zullen ze ongerust zijn. André ziet in gedachten zijn vader en mer... Gek, dat hij nu ineens aan de Rode Zee moet denken. Als er nu ook eens een pad kwam...
„Wacht eens, " zegt Robert ineens, „zou e boot niet ergens zijn blijven steken...? " Aan die mogelijkheid hebben ze nog helemaal niet gedacht. „Kijken, waar de strom heen gaat, " roept Henk. Hij rent naar de andere kant van het eiland. Ziet hij het nou goed? „Daar!" schreeuwt hij. „Dat is em! Daar is de boot!"
Met z'n vieren kijken ze in de richting die Henk wijst. Dan zien ze hel ook. „Gelukkig, " roept Arjan.
„Ja, wat gelukkig." antwoordt Robert, „wat hebben we nou aan een boot in de verte? " „Niets! zegt André. „Maar als we hem halen wel! Ik zwem er naar toe!" En hij trekt zijn shirt al uit.
De jongens kijken hem na. André zwemt met forse slagen. Hu, het water is toch kouder dan hij gedacht had. 't Is tenslotte ook nog geen zomer. Een beetje rustiger zwemmen maar.
Nu hij in het water is, vall dc afstand hem toch wat tegen. Rustig doorgaan, 't Gaat goed. Hij was met schoolzwemmen altijd een van de besten...
Is hij er nu nog niet? Hij kijkt even achterom. Daar staan de anderen. Wat is hij al een eind weg. En die boot lijkt niet dichterbij te komen. Stel jc voor, als hij nu eens kramp krijgt. Dan heb je niks aan je diploma's. Hij kijkt nog eens achterom. Wat een afstand! Angst overvalt hem. Hel donkere water maakt hem opeens bang. Stel je voor...
Verdrinken... Waar is die boot nou? Hij ziet hem niet meer.
Verdrinken... De Rode Zcc... Even is het of alles draait voor z'n ogen.
„Er is altijd een weg omhoog!" flitst het door hem (teen. „Door de Rode Zee gegaan om dc Heere le dienen... God liefhebben... en jc naaste..." Heeft hij God lief...? En zijn naaste...? Wim...?
„André!!" Hoort hij zijn naam roepen? Maar de boot...
„André!!" Het zijn de jongens! Hij draait zich om in hun richting.
En dan weet hij ook ineens wat hij doen moet. Op zijn rug drijven en langzaam trappelen. Rustig blijven. Hij hééft geen kramp. De angst trekt weg. Hij gaat weer gewoon zwemmen.
Daar is de boot. Nog een klein eindje. Eindelijk. Even wachten. Hij kan niet meer. Dan hijst hij zich aan boord. Verdwaasd zit hij op de roeibank.
Hij is er. Huiverend kijkt hij naar het donkere water. Hij is niet verdronken... Blijven leven... Om God tc dienen. ..? Liefhebben...? Wim...? Ja, ook Wim... Hij moet het goedmaken. Hij zal het ook goedmaken.
Maandag...
Moe pakt hij de roeispanen en langzaam roeit hij terug naar het eiland.
H. I. Ambacht
R H. Herweijer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 1994
Daniel | 32 Pagina's