Gespreksvragen
1. Bij de vroege offers is gezegd dat zij symbool waren van dankbaarheid of van overgave aan God. a. Noem bijbelse voorbeelden. b. De offerdienst is afgeschaft. Wat die vroege offers betreft, kunnen/mogen/moeten wij die nog brengen?
2. Bij de ark zijn ook de beide cherubijnen genoemd als dienaars van God en ook tot dienst van Gods kinderen. Geef een aantal bijbelse voorbeelden van het laatste.
3. Bij de voorhof werd gezegd: r is maar één deur, wel is hij heel breed. Wat zou de eenvoudige betekenis hiervan zijn? Hoe te verbinden met Lukas 13:24?
4. Hel komt bij offeren op het hart aan. Licht dit toe door bijvoorbeeld Psalm 51:19 en verklaar dit vers.
5. In Psalm 40:7b en 51:18 staal dal de Heere geen lust heeft tot offerande, terwijl de offers juist door Hem zijn voorgeschreven. Ga na in welk verband deze uitspraken gedaan zijn en probeer zo tot de verklaring te komen.
6. De Heere Jezus doet in Mattheüs 9:12 een soortgelijke uitspraak. a. Verklaar deze ook weer vanuit het tekstverband. b. Welke uiting van barmhartigheid wil de Heere Jezus hier vooral? (Zie kanttekeningen Statenvertaling)
7. Bij het kopje 'dienaren' is gesteld dat uit de voorschriften blijkt dat God in de tabernakel een heilige en volmaakte dienst eist. Is dat nog zo? Zo ja. hoe blijkt Gods eis en zorg daarvoor in het Nieuwe Testament?
8. Bij de ark is gezegd dat het op gehoorzaamheid aankomt. Aangehaald werd 1 Samuël 15:22, 23. a. Let op de ongehoorzaamheid en de ernstige gevolgen. b. Hoe zouden wij dit naar onszelf toe moeten vertalen? Betrek mede Johannes 16:8, 9.
9. Romeinen 12:1. Toch offerande? Betekenis? Zie kanttekeningen Statenvertaling. Denk ook aan Jakaobus 1:27 en 1 Petrus 2:5.
10. 2 Koningen 23:4-24. 7: chandjongens; 24: aarzeggers enzovoort. a. Licht deze zaken toe onder het motto: Er is niets nieuws onder de zon". b. Deze ernstige misstanden doen zich voor builen de tempel. Als men daar niet aan meedoet, zou men kunnen zeggen dat het de dienst van God en onszelf niet raakt. Juist of onjuist? Waarom? c. De twee wantoestanden herkennen wij. Zijn alle andere misstanden uit dit bijbelgedeelte achterhaald of zi jn erbij die wij eventueel na wijziging van de omstandigheden herkennen? Zo ja. hoe?
11. Het volk Israël handhaaft soms nog wel de vorm, maar vult die dan op een eigen manier. Een aangrijpend voorbeeld van eigenwillige godsdienst. Zouden wij daar ook voor bloot staan? Zo ja, hoe en wat moeten wij daartegen doen?
12. Kunnen wij onze kerkgebouwen gelijkstellen aan de tabernakel en de tempel?
13. Voor wie zou het eenvoudiger zijn om tot bekering en geloof te komen, de Israëliet, die het allemaal kon zien en horen of wij die hel van hel horen moeten hebben?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1994
Daniel | 32 Pagina's