Door het water
Ons vervolgverhaal deel 4
Wacht... natuurlijk! 't Is simpel genoeg!
Als Wim de volgende morgen op het schoolplein komt, ziet hij de jongens al staan. „En, " vraagt hij een beetje uitdagend, „gaan jullie zaterdag weer met de roeiboot naar jullie hut op het eiland? "
„Wat? ? " „Hoe weet jij..." „Ja, ik mag wel niet meedoen, maar ik ben niet gek! En als ik wil, is jullie geheime hut straks voor niemand meer een geheim!"
„Gemene..." begint Henk. Maar Arjan gaal dreigend vlak voor Wim staan: „En als wij willen, weet straks iedereen dat jij een laffe verrader bent. En dan ben je nog niet jarig mannetje...!"
Even knippert Wim met z'n ogen. Een ogenblik is er dc gedachte om de jongens gewoon le zeggen, dat hij óók zo graag mee wil doen. Dat het zo ellendig is, altijd alleen te moeten spelen.
Even maar... Dan is het uitdagende er weer in zijn blik. „Heb maar niet zo'n grote mond, " zegt hij. „Jullie zijn gewoon bang!"
De bel maakt een eind aan hun gesprek.
't Is zaterdag. De jongens zijn naar hun eiland geroeid. Ze hebben hun hengels meegenomen. En brood! En chips! Ze blijven voor het eerst een hele dag. Alleen... Wim! Zou hij echt wat van plan zijn?
Die gedachte maakt hen toch een beetje onrustig. Maar als ze na een hele poos scherp opletten, nog steeds niets verdachts hebben gezien, verdwijnt die onrust.
, , 't Was alleen maar een dreigement, ." zegt Robert.
„Hij durft echt niks. Trouwens, wat zou hij moeten in zijn eentje? "
In zijn eentje... Die woorden blijven hangen bij André. Wim is altijd alleen. Hij woont een eind van school af. Niemand bemoeit zich na schooltijd eigenlijk mei hem. Als hij nou eens zo ver van school zou wonen en geen vrienden had. Zou je dan misschien daardoor ook anders worden? Zoals Wim?
„Hé, droom je van gebakken vis? Dan moetje wel je hengel gaan pakken, slome!"
Henk heeft André een por gegeven. Het loopt uit op een stoeipartij. Maar even ter zitten ze toch alle vier naar hun dobber te sturen. Het zit hen niet mee.
„We gaan eerst elen, jongens. Als de vissen dan niet willen bijlen, dan zullen wij het wel doen. Na het eten proberen we het opnieuw."
's Middags hebben ze meer sukses met vissen. „Zeg. Robert, waar blijft die zak chips nou? " vraagt Henk na een poos. „Wil jc die stiekem weer mee naar huis nemen, om zeil' op te eten soms? "
„Nou, dat zou eigenli jk geen gek idee zijn!" antwoordt Robert. Maai' hij staat toch op om de chips te gaan halen.
„Jongens! De boot! De boot is weg!"
„Ha, ha, écht een leuk grapjc!"
„Nee, serieus! Ik meen het!" Robert kijkt met een verschrikt gezicht van de een naar de ander. „Ik zou toch de chips gaan pakken en... weg!" Dc jongens halen hun hengel op. „Dat kan toch niet..." „Nou kom dan zelf kijken!"
Inderdaad, de plek waar ze altijd hun boot op de kant trekken is leeg! Op het water zien ze ook niets.
Wim! Zou Wim...? Zc kijken elkaar aan. Ze denken allemaal hetzelfde. „Zou Wim de boot hebben losgetrokken? " begint Arjan. „Als-tie dat toch gewaagd heeft, dan zal ik hem!" „Maar wat moeten we nu? Niemand weet dat dit ons plekje is, " zegt Henk. „Nee, alleen Wim!" komt Arjan weer. „Ik weet zeker dat hij ons deze streek geleverd heeft!"
André staart naar de lege plek. Wim... Zou het waar zijn? Is hel dan niet een beetje hun eigen schuld... Als zc nou eens wat gewoner tegen hem hadden gedaan...
„Maar het kan helemaal niet, " zegt hij dan ineens.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1994
Daniel | 32 Pagina's