Een beker koud water: meer dan een druppel op een gloeiende plaat
Interview met ir. A. van Maldegem over de verhouding arm en rijk in de wereld
Wie alleen al de krantekoppen van de afgelopen maanden heeft gelezen, heeft cd genoeg gezien van de ellende die Rwanda en de buurlanden heeft geteisterd. Na massale slachtingen. waarbij de oorlog in het voormalig Joegoslavië in het niet viel. volgden de besmettelijke ziekten. Eén foto van de ellende daar breekt meer harten dan menig interview. Desondanks willen we toch wat rustiger stilstaan bij de nood van de wereld door een aantal zaken op een rijtje te zetten. Gelukkig kan ir. A. van Maldegem dat beter dan wij, en daarom hebben we hem een aantal vragen voorgelegd over armoede en rijkdom. In het dagelijks leven is hij adviseur op het gebied van elektro-en energietechniek.
Wat moeten we eigenlijk verstaan onder armoede?
Armoede is dat je weinig of niet genoeg middelen hebt om in je levensonderhoud tc kunnen voorzien. Jc kunt dil in dc eerste plaats natuurlijk betrekken op voedsel, geld en onderdak.
Je zou er ook nog een aantal andere zaken loc kunnen rekenen. bijvoorbeeld ziekte. Als ergens veel ziekte heerst, kan cr voor mensen een tekort aan middelen ontstaan. Telkens is de vraag erg belangrijk of er nog perspektieven zijn. Kunnen mensen nog ontkomen aan hun benarde situatie?
Sommige mensen beweren dat er in Nederland ook steeds meer sprake is van armoede. Hoe ziet tt dat?
Het is zinvol om onderscheid te maken tussen absolute armoede en relatieve armoede. Absolute armoede wil zeggen dat er echt een tekort is. Zulke mensen hebben het allernoodzakelijkste niet. Dit komt in Nederland niet of bijna niet voor.
Relatieve armoede daarentegen komt denk ik wel voor. Dat wil zeggen dat er mensen zijn die niet mee kunnen komen met anderen uit hun omgeving. Dit komt doordat ze daarvoor geen geld hebben. Zo zijn er gezinnen denkbaar die geen geld hebben voor een wasdroger, terwijl hun buren wellicht allemaal wel in het bezit van zo'n automaat zijn. Het is dan heel jammer dat je niet in staat bent die uitgave te doen, maar het is natuurlijk ook geen noodzakelijke uitgave. Dit geldt ook van zaken als een fiets, een auto, kortom: luxe.
U zegt dat in ons land absolute armoede niet of nauwelijks voorkomt. Hoe moeten we dan
denken over het toenemend aantal daklozen?
Zijn deze mensen absoluut arm? Zeker niet in alle gevallen, denk ik. Iedereen kan in Nederland een uitkering krijgen.
Sommigen hebben zelfs een aardig kapitaaltje op de bank staan. De armoede komt niet door gebrek aan geld maar wordt veroorzaakt door alkoholverslaving, druggebruik, en psychische problemen.
U zegt: 'In vergelijking met de rest van de wereld is Nederland best rijk.' Maar zijn de prodtikten hier niet juist duurder?
Nee. Jc moet dan kijken naar wat een produkt je eigenlijk kost. Bijvoorbeeld: hoe lang moet een arbeider werken voor een brood? In Nederland is dat ongeveer tien minuten. In sommige gebieden in Afrika moet men wel een hele dag werken voor een brood. Brood kost hier dus minder.
Kunt u aangeven waarom sommige landen arm zijn?
Zojuist zei ik al dat armoede wil zeggen dat arme mensen niet of bijna niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Ten diepste komt dat natuurlijk dooide zonde; alle ellende in de wereld is immers een gevolg van dc zonde. Dat geldt overal ter wereld. In sommige landen is armoede erger dan bij ons. Wij moeten maar niet nieuwsgierig onderzoeken waarom dat zo is; God is vrijmachtig.
Wel kunnen wij dc middellijke oorzaken onderzoeken. In dit geval kan dal door te kijken naar wat zich op ekonomisch gebied in arme landen afspeelt.
Kunt u een voorbeeld geven? Je zou kunnen denken aan Rusland. Onder het kommunisme had men geld, maar cr was weinig te koop. Nu zijn cr veel nuttige en luxe artikelen te koop, maar ontbreekt het de mensen aan geld. Waar dat aan ligt? Een land heeft een ekonomische infra-struktuur nodig. Etmoet gezorgd worden voor een betrouwbaar geldstelsel, voor rechtvaardige wetgeving, voor arbeidsvoorzieningen, voor industrie, voor markten, voor wegen. Mensen moeten de mogelijkheden geboden worden om een eerlijk bestaan op te bouwen.
Behalve ekonomisch moet een land ook sociaal goed bestuurd worden. De mensen moeten in staat worden gesteld om met elkaar samen te werken. Er mag niemand 'buiten de boot vallen'. Ook arme mensen moeten er boven op kunnen komen. En de rijken moeten vertrouwen kunnen hebben in dc ekonomie. Anders zetten ze hun geld in het buitenland op de bank. En dan is er in hun eigen land geen kapitaal genoeg om investeringen te doen.
Men komt cr steeds meer achter dat het voor een land goed is om een grote middenklasse te hebben. De rijke mensen verspillen vaak hun geld, terwijl het de arme mensen meestal aan de middelen ontbreekt om produktief te werken. Mensen uit de middenklasse hebben meer inkomsten dan ze kunnen opeten, maar tc weinig om met werken te kunnen stoppen. Ze zorgen dan ook voor de meeste investeringen en arbeidsresultnten.
Zou je kunnen zeggen dat op het noordelijk halfrond zich de rijke landen bevinden en op hel zuidelijk halfrond de arme?
De dampkring is bij het noordelijk halfrond veel vuiler dan bij het zuidelijk halfrond, dus dat geeft wel aan dat men in onze streken het meest overdadig leeft. Toch klopt het niet helemaal. Zuidelijke landen als Australië en Argentinië zijn rijk, noordelijke landen als Albanië en Bangladesh zijn arm.
Ik denk ook dat hel armoedevraagstuk niet alleen meer een zaak is tussen landen, maar steeds meer een probleem binnen landen. Doordat er sprake is van een toenemende vrije handelspolitiek, vestigen bedrijven zich daar waar het goedkoop is. Overal ter wereld ontstaan welvarende gebieden met kantoren cn fabrieken. Maar meestal verspreidt de welvaart zich niet over een heel land. zodat ook overal verpauperde gebieden tc vinden zijn.
Hoe is het nu gekomen dat het ene land wel in staar is welvaart (ekonomische en sociale infrastruktuurj op te bouwen en het andere niet?
De politiek is hierbij van groot belang. Als de overheid er niet in slaagt otn maatschappelijke vrede en gerechtigheid te handhaven dan breekt dc een af wat de ander opbouwt. Zaken als burgeroorlog, korruptie, mis-
daad. terreur, en onderdrukking leiden onherroepelijk tot verval.
Vroeger hebben de Westerlingen veel koloniën gehad. Nu zijn juist deze tanden vaak onderontwikkeld. Kun je zeggen dat dat eigenlijk de schuld is van het Westen?
Vroeger was er duidelijk sprake van onrechtvaardige handelsbeperkingen. Een kolonie werd beschouwd als wingewest. Door de vrijer wordende wereldhandel worden de handelsrelaties gelijkwaardiger. De koloniën van toen zijn de konkurrenten van nu. Ze hebben echter nog wel vaak een achterstand, ondanks gekregen ontwikkelingshulp. Dat is echter meer de schuld van wanbestuur in de ontwikkelingslanden dan van de Westerse 'moederlanden'. Staten als Singapore en Botswana met een stabiel bestuur doen het beter dan vergelijkbare buurlanden.
U zegt dat de onrechtvaardigheid op ekonomisch gebied tot het verleden behoort. U denkt dat de politieke instabiliteit een belangrijke oorzaak van de armoede is. Kan dat ook niet te maken hebben met het kolonialisme?
Inderdaad. De landgrenzen zijn op een onredelijke manier aangegeven. Dit is een reden tot allerlei ruzies. Men is tot in onze eeuw nooit gezien als politiek volwaardig. Men heeft zich tot die tijd ook nooit zelfstandig kunnen ontwikkelen. Mede daardoor zit men nu niet goed in het zadel. Dat komt door gebrek aan bestuurlijke ervaring. Ook is dc dekolonisatie niet ordelijk verlopen.
Zitten de oorzaken van de armoede ook in de dagelijkse leefwereld van de inwoners van zulke 'arme landen' ?
Ja. Denk maar aan het leven in familieclans. Men zorgt voor zichzelf en voor z'n familie. Ook al zou men meer kunnen produceren, men ziet het nut daarvan niet in en doet dat dus ook niet. Daarmee laat men soms kansen liggen.
De onherbergzame natuur vormt ook een belemmering. Nederland is een vlak land. Daar is het gemakkelijker om wegen aan te leggen dan in de bergachtige bush-bush in Afrika!
En wat te denken van natuurrampen? Dat zorgt voor heel veel instabiliteit. Je zult maar al je plantjes vernietigd zien worden door een windhoos of een zware regenbui. Het is natuurlijk ook heel erg moeilijk om in zulke omstandigheden te moeten werken.
Zijn de landerijen ook niet minder vruchtbaar dan bij ons?
Dat is zeker niet overal hel geval. Het is een groter probleem dat de voedselopbrengsten niet even hard groeien als de bevolking. Want daardoor plegen de mensen roofbouw op hun landerijen en raken deze uitgeput.
Soms hoor je zeggen: 'Zwarte mensen zijn lui. die willen niet werken.' Hoe moet je daar tegenover staan?
Die bewering is niet waar. Wel kan er sprake zijn van een ander arbeidsethos: men zorgt voor zichzelf en de familie, en dat is genoeg. Men is niet gericht op het maken van zoveel mogelijk winst. De materialistische 'tijd is geld'-mentaliteil is vreemd aan de Afrikaanse kuituur.
Verder zijn er veel redenen voor een verminderde arbeidsinzet in arme landen. Omdat er meestal geen goede gezondheidszorg is, heeft men te kampen met veel ziekte. Ook wreekt zich het gemis aan produktiemiddelen.
En het klimaat is anders. Laten we eerlijk zijn: als het in Nederland boven de 30 graden is. werken wij ook niet zo hard als bij 18 graden!
Wat vind! u positiever: de Afrikaanse of de Westerse kuituur?
Bij ons is men vaak individualistisch. op het egoïstische af.
Mensen leven langs elkaar heen. Maar daar hoort wel bij dat we ons voor onszelf verantwoordelijk voelen, en dat zaken snel kunnen worden afgehandeld. In Afrika is men veel meer groepsgericht. Men heeft meer aandacht voor elkaar en trekt daar ook tijd voor uit. Nadeel daarvan is wel dat het regelen van zaken traag en omslachtiger verloopt. De beide kuituren moesten eigenlijk het goede van elkaar kunnen overnemen.
Kunt u een voorbeeld geven van de nadelen van dat werken in groepsverband?
Men gebruikt bijvoorbeeld gemeenschappelijke weidegronden. Dat gaat in het begin prima, ledereen kan er aan meedoen. Maar niemand is verantwoordelijk voor het onderhoud ervan. Dus na verloop van tijd verwaarlozen de weidegronden en wordt de armoede weer bevorderd.
We hebben gezien hoe de samenleving er uitziet in de 'arme landen'. Zijn er bijbelse gegevens waarmee we wat dit betreft onze winst kunnen doen?
Jazeker. In de eerste plaats is het ccn bijbels gegeven dal de mens rentmeester is over de schepping. Iedereen is persoonlijk verantwoordelijk voor een goed beheer van het gekregen bezit. Om dat goed te doen. zijn er in het Oude Testament veel wetten en regels gegeven. Een andere bijbelse opdracht is liefde tot de naaste. Dat betekent in
hel maatschappelijk leven dat jc je medemens ook het recht moet geven op ccn zelfstandig bestaan. Denk aan de plaats van de weduwe, de wees, en dc vreemdeling. Ook voor dc medemens is iedereen medeverantwoordelijk.
Hen belangrijk bijbels begrip is ook vrede, 'sjaloom'. Daarin zit hel begrip harmonie. Dat wijst op een situatie zonder tegenstrijdigheden, zonder schrijnende tegenstellingen, waarin mensen die verschillend zijn elkaar niet tegenwerken, maar aanvullen. Dat heeft ook gevolgen voor de verhouding lussen rijken en armen: elkaar niet uitbuiten noch bestelen, maar elkaar ter wille zijn en ten dienste staan.
Tenslotte wil ik hel begrip gerechtigheid noemen. Ieder mens. rijk of arm, moet in dc samenleving gelijkwaardig cn rechtvaardig worden behandeld.
Het mag niet zo zijn dal rijke mensen van de overheid meer mogen dan armen: korruptie is goddeloos. Ook mogen arme mensen niet in een uitzichtloze situatie worden gelaten. In het Oude Testament wordt voorgeschreven dat de akkers in het jubeljaar weer eerlijk moesten worden verdeeld. Kinderen van arme ouders worden zo niet achtergesteld bi j kinderen van rijke ouders. In moderne termen zou je kunnen zeggen dat iedere generatie de beschikking dient te krijgen over eigen produktiemiddelen. De meeste mensen voorzien nu echter niel meer met akkerbouw maar mei dc toepassing van kennis in hun levensonderhoud. Het past zo in dc bijbelse lijn dat de overheid er nu voor zorgt dat niet alleen rijke maar ook arme kinderen een goede schoolopleiding kunnen volgen.
Moeten alle mensen op hetzelfde financiële niveau zitten?
Nee, maar er moet wel sprake zijn van een billijke welvaarlsverdeling. In de tijd van de profeten kwam het voor dat de rijken 'akker aan akker trokken'.
Zo breidden ze hun bezit uit, ten koste van de armen. Ze hielden zich niet meer aan het jubeljaar. De profeten veroordeelden dat scherp, dat de korrupte rijken in weelde baadden terwijl dc armen honger leden. Het 'land van melk cn honing' verviel zo tol armoede. Als oud-Israël zich aan het sabbats-cn jubeljaar gehouden zou hebben, kon niemand overmatig rijk worden cn ook niemand onder het bestaansminimum zakken. Iedereen zou in de middenklasse terechtkomen, zonder al te grote inkomensverschillen. Het is treffend dal moderne ekonomen na hel mislukken van allerlei andere stelsels zo een ekonomischc ordening nu als oplossing zien voor de problemen van de ontwikkelingslanden!
Maar we lezen in de Handelingen dal de eerste gemeenteleden alle dingen gemeen hadden. Is da! dan geen ideaal voor ons heden ten dage?
Op zich wel. Maar jc moet wel bedenken dat je je bezittingen maar een keer kunt weggeven. Daarom is het in de praktijk beter om produktiemiddelen te houden, zodat je voor jczel f en voor je naaste in het levensonderhoud kan voorzien. Een voorbeeld: ccn bakker moet zijn bakblikken en zijn ovens niet weggeven; dan kan hij niet meer bakken! Wel kan hij regelmatig een aantal broden onder de armen verdelen. Dat het in onze zondige praktijk niet ideaal is om dingen gemeenschappelijk te gebruiken, merk je vanzelf als je regelmatig spullen uitleent!
Wat kunnen we nu in de praktijk betekenen voor onze arme naaste?
Natuurlijk is het goed om geld te geven aan diakonie cn hulporganisaties. Maar je zou ook kunnen denken aan het beschikbaar stellen van kennis. Het is erg belangrijk dat mensen worden opgeleid. Je zou je kunnen voorstellen dat scholen hier samen gaan werken met scholen in een ontwikkelingsland. Er zouden onderwijsmiddelen beschikbaar kunnen worden gesteld, begeleiding en kursussen zouden kunnen worden gegeven, en we zouden ervaringen kunnen uitwisselen. Via het bedrijfsleven kunnen soortgelijke dingen worden gedaan. Kantoren, komputers en vracht-
auto's zouden in de avonduren of 's zaterdags beschikbaar gesteld kunnen worden aan hulporganisaties. Verouderde artikelen zoals gereedschappen kunnen een tweede leven krijgen in de derde wereld. Ook zouden bedrijven stageplaatsen beschikbaar kunnen stellen voor mensen uit de ontwikkelingsgebieden. Het is belangrijk dat dc arme leert om zelf in het levensonderhoud le voorzien. Hij is niet alleen een behoeftige konsument, maar ook een potentiële producent!
U hebt het over goede organisaties en ontwikkelingssamenwerking. Maar soms hoor je dat veel van hun werk mislukt. Wat nu te doen?
Minister Pronk probeert het goed. Maar het is zo dat omstreeks 80% van de projekten die het ministerie opzet, mislukt. Waarom? Veel projekten lopen via onbetrouwbare en onbekwame overheden. Veel geld gaat verloren door korruptie en bureaucratie. Men heeft te vaak gekozen voor grootschalige projekten, die te ingewikkeld waren voor de mensen ter plaatse. Als er wat kapot gaat kan men het niel meer repareren.
Ook zijn plannen niet altijd goed op elkaar afgestemd geweest, of halverwege de uitvoering gestopi. Van al die fouten heeft men wel wat geleerd. Bijvoorbeeld dat hulp via partikuliere hulporganisaties als Woord en Daad beter terecht komt dan via regeringen. En dat soms kleine dingen voor mensen al een hele steun kunnen zijn. Een voorbeeld: veel eenvoudige boeren op hel platteland krijgen te lage prijzen van handelaren die hun produktcn in de stad verkopen. Door het aanleggen van ccn telefoonlijn kunnen ze nu zelf bellen met de stad om te vragen hoe duur de produkten daar zijn. Zo staan ze sterker tegenover de handelaren cn neemt hun welvaart loc zonder dat ze daarbij steeds opnieuw hulp nodig hebben.
Kunt u een voorbeeld geven van J'oute hulpverlening?
In een deel van Soedan heerste hongersnood. Dc EG wilde helpen: ze zalen toch met vleesoverschotten in dc maag. Door transportproblemen bleef het 'hulp'-vlees steken in een gebied waar geen hongersnood was. Daar werd het vlees legen dumpprijzen verkocht. Het gevolg was dat de plaatselijke boeren en slagers werden geruïneerd doordat niemand meer bij hen kocht. Zodat men, toen na een tijd het EG-vlees op was, ook in dat gebied afhankelijk was geworden van aanvoer van vlees van elders. Zo werden produktieve mensen lot bedelaars gemaakt!
Als wij allerlei markten organiseren wordt daar altijd veel gekonsumeerd. Je zou kunnen zeggen: 'steun hongerend Afrika, eet een stroopwafel!'
Jammer genoeg zijn wij, ook in ons reformatorische volksdeel, erg baatzuchiig. We willen er zo graag beter van worden.
Honderd gulden weggeven vinden we goed als we cr iets voor terugkrijgen. Terwijl de Bijbel zegt dat we onze naaste moeten liefhebben zonder er iets voor terug tc verwachten.
Nu zijn die markten natuurlijk onze steun waard, maar we moeten daarbij kritisch naar onszelf blijven kijken. Het doel heiligt niet alle middelen. Je krijgt wel eens de indruk dat we meer bezig zijn met onszelf, met onze eigen gezelligheid, onze eigen 'show', dan met degenen die hulp nodig hebben. Dc goede gevers en het eindbe-
drag krijgen vaak meer publiciteit dan de hulpbehoevenden. We moeten onszelf er aan herinneren dat onbaatzuchtigheid en soberheid christelijke waarden zijn.
Hebt u nog konkrete adviezen die we in het dagelijks leven in de praktijk zouden kunnen brengen.
Er is al een aantal dingen aan de orde geweest. Ik wil de soberheid nogmaals onderstrepen. We moeten tegen de groepsmening en reklame in durven gaan. Je waarde wordt niet bepaald door je materieel bezit. Door zo overdadig te leven als we hier in Nederland gewend zijn, verstoren we dc wereldwijde 'sjaloom'. De gevolgen zijn er ook naar: de 'illegale' vreemdelingen staan ook bij ons op de stoep. Verpaupering en misdaad hebben de oveimatig rijken altijd omringd!
Rijk willen worden is gevaarlijk. Het is beter om meer persoonlijke betrokkenheid te krijgen op zendings-en ontwikkelingswerk. Dit kan door adoptieprojekten, door het bezoeken van zendings-en bezinningsdagen. Door het lezen van informatiebrochures en dc Paulus. En probeer je leven zo in te richten dat cr altijd ccn plaats openblijft om je dienstbaar te stellen voor de naaste. Laat dit meewegen in je keuze van studie en beroep. Koester niet de illusie dat hel
armoedeprobleem door ons, mensen, kan worden opgelost. Dat vraagt God ook niet van
ons. De Heere Jezus heeft Zelf het voorbeeld genoemd van het geven van een beker koud water. Op dat niveau bevindt zich ons kunnen. Verval ook niet tol onverschilligheid, zo van: het lost allemaal toch niks op! Mijn bijdrage is toch niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat! En de enige die er wat van merkt als ik wat geef ben ik zelf! Ook daarvoor heeft Christus ons een voorbeeld genoemd: de weduwe die een
penningske gaf. Een echt offer geven uit liefde tot God wordt niet beoordeeld op een zichtbaar resultaat.
Wie dat - door genade - mag inzien zal blijmoedig van en uit zichzelf geven. Ook al is het maar een beker koud water, het is toch meer dan een druppel op een gloeiende plaat!
C. J. van Linden
G. W. S. Mulder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1994
Daniel | 32 Pagina's