De herdersfluit
Eens ging ik langs het lage riet dat ruisen kan en anders niet, toen langs mijn pad een herder kwam die één van deze halmen nam en die besnoeide en besneed en maakte tot zijn dienst gereed. Door dit gekorven rietje, den als doocl hij in zijn handen had, die stemmeloze stengel, zond hij straks de adem van zijn mond, en als hij blies zo song het riet en als hij zweeg, verstomde 't lied: de zoete, pas ontwaakte stem bestond en leefde slechts door hem.
Zo gaf ik gaarne wens en wil in 's Heeren hand en hield mij stil. Zo dan als door een rieten fluit bij zwijgend eigen stemgeluid Gods aclem door mij henen blies, hoe grote winst bij klein verlies!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1994
Daniel | 32 Pagina's