Judas - Matthias
Lezen: andelingen 1:15-26 De Bijbel is de openbaring van God aan ons mensen. Soms zouden wij over bepaalde zaken of personen graag meer willen weten. Maar in Zijn Woord doet de Heere er verder het zwijgen toe. Dan moeien wij ook eerbiedig en ootmoedig niet verder vragen maar 'ons tevreden houden dat wij leerjongeren van Chris lus zijn, om alleen te leren hetgeen Hij ons aanwijst in Zijn Woord' (NGB art. 13). Want de Heere heeft ons Zijn Woord niel gegeven ter bevrediging van onze nieuwsgierigheid of om oneigenlijke redeneringen op te bouwen. Maar Hij heeft ons in Zijn Woord geopenbaard 'zoveel als ons van node is in dit leven lot Zijn eer en lol de zaligheid der Zijnen' (NGB art. 2). Deze wijze woorden van Guido de Bres moeten wij altijd goed voor ogen houden als we de Heilige Schrift bestuderen. Zo ook bij onze bijbelstudie van deze keer.
In de dagen juist na de hemelvaart van de Heere Jezus staat Petrus op. Hij treedt, nu de Ilcerc Jezus lichamelijk niet meer op aarde is. weer op de voorgrond.
Naar de Schriften
Judas is als huichelaar openbaar gekomen. Huiveringwekkend. Ook voor Petrus. Hij had immers zijn Meester verloochend. Maar voor hem had de Hccrc gebeden. Waar komt dat onderscheid tussen Petrus en Judas vandaan? Alleen uit de verkiezing Gods. Wal is dat verootmoedigend. Als hij over Judas gaat spreken, doet hij dit niet hard of verwijtend. maar ook dan vindt hij houvast in de Schrift. Wat een genade wanneer een mens, in welke omstandigheden hij ook verkeert, dat geloof door de Heilige Geest in praktijk mag brengen. Dan vindt hij steun in hel Woord.
Het geloof bouwt niet alleen op het Woord, maar onderwerpt zich ook aan hel Woord en daarmee aan dc God van het Woord. En zo alleen vinden we rust. Petrus verbindt in vers 16 de Schrift mei de Heilige Geest. Hierin belijdt hij de inspiratie van de Schrift door de Heilige Geesi. Ook kunnen we hierin lezen dal Petrus houvast vindt in de Schrift, en daarmee ten diepste in God Zelf.
Buigen voor Gods vrijmacht
Judas' dood moest wel volgen, want Gods profetie moest vervuld. Judas 'moest er zijn' naar Gods raad en welbehagen. Hier staat ons verstand eerbiedig stil. Voor het geloof blijft hier alleen maar over een eerbiedig buigen onder God. Er is geen willekeur in Hem en geen wreedheid. Hel is enkel welbehagen. Daaronder buigen en dat aanbidden is een werk van het geloof.
Wij hebben vanuit onszelf grote weerstand legen God ui /ipi beleid. Want wij willen zelt als God zijn Hem n lil (iod laten. Wordl geleerd op de leerschool; v; m de Heilige < iccst. Maar dan mag hel geloof ook huigen. Verbroken oiidei hel recht Gods mag hel erkennen dat ( iod mei Zi jn maaksel mag doen wat Hem ~ behaagt Dan k.111 zelfs wel gezegd wol den „Als ik dan een Judas hen. dan zal de Heere ver heerlijk! worden, zelfs in mijn ondergang. Uiteindelijk heb ik niet anders verdiend."
Als we door het ware geloof, in een weg van veel strijd en ondergang van je eigen leven, hier komen, maakt dat de nood niet kleiner, maar wel anders. Dan kunnen we de Heere niet loslaten. maar wel Zijn vrijmacht erkennen. In zo'n weg mag Gods genade zeker ervaren worden.
Verantwoordelijk discipel
Intussen was Judas volkomen verantwoordelijk. De Heere Jezus geeft deze twee zijden weer bij de ontmaskering van Judas tijdens het laatste pascha. Hij zegt dan (Markus 14:21): Dc Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven is; maar wee die mens door welke de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware hem (Judas) goed zo die mens niet geboren ware geweest". Judas was verkoren in hel een (het ambt), maar verworpen in het ander (de zaligheid). Het luistert zo nauw als we onszelf onderzoeken over ons houvast voor de eeuwigheid. Er is geen enkele andere grond dan alleen dc verdiensten van Christus. En daaraan moeten wij persoonlijk door een waar geloof deel hebben. Een geloof dat door de liefde werkt. Een geloof dat met ootmoed en eerlijkheid vervult. Judas miste dil geloof en deze liefde. Lange tijd heeft Judas dicht bij Christus geleefd. Maar dc zonde is blijkbaar in zijn hart gebleven. Eerst ging de zonde een tijd schuil onder zijn enthousiasme. Zelfs toen velen weggingen (zoals we aan het slot van Johannes 6 lezen), bleef Judas.
Judas de dief
Maar later kwam de geldgierigheid toch meer naar voren. Bij
de zalving le Betanic (Johannes 12) misgunde hij openlijk aan de Heere Jezus wal hijzelf graag had gehad. Geld, eer en liefde eisie hij voor zichzelf op. Hij zocht een aards koninkrijk; toen ] c/us dat niet bleek te vestigen, werd hij teleurgesteld. Hel kan ver gaan. Judas had in Jezus' naam geprofeteerd en duivelen uitgeworpen. Zelfs had Jezus zijn voeten gewassen. Maar Judas" hart was niet oprecht voor God; hij had geen band van liefde aan Jezus. Wat een geduld heeft de Heere Jezus met Judas gehad. Hij waarschuwde hem nog (tijdens het laatste pascha, volgens Markus 13:21) terwijl hij het verraad al gepleegd had. Hij zond hem pas weg toen hij zijn valse afspraken met de vijanden al gemaakt had.
Arglistig is ons hart
Aangrijpende werkelijkheid. De discipelen vroegen toen het over het verraad ging: Ben ik het, Heere? ". Zo pasi ons wel de bede ..Doorgrond me en ken mijn hart. o Heere". Want 'arglistig is het harl. meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal hel kennen? ' (Jeremia 17:9). Geloof jij dat (Schriftwoord) ook? Of denk je nog dat jouw hart anders is? Dc Heilige Geest leert zelfkennis bij hel licht van het Woord Gods. En drijft je dat uit naar de Heere? Dat is het ware kenmerk van de liefde Gods.
Op welke plaats?
Judas kwam niet aan de voelen des Heeren terecht, maar in de wanhoop. Dc Heilige Geest brengt aan de voeten des Heeren. Met alle zonde en veroordeling. met alle schuld en onmogelijkheid. De duivel brengt in de wanhoop; met zijn inzicht in cn overtuiging van dc zonde, zelfs met tranen en angsten. Zo kwam Judas in zijn eigen plaats. Hij is afgeweken van het apostelschap. Hij is eigen wegen gegaan, die uitliepen op het verderf. Wat een waarschuwing voor ons. Wie niet breekt met dc zonde, komt voor ecuwig om. Wie met satan heult, krijgt geen meelij. Maar de Heere is de getrouwe. Hij laat nooit varen het werk Zijner handen. Het kan door zware aanvechtingen heengaan. (..Ben ik het. Heere", vroegen dc discipelen.) Er kunnen donkere nachten der zonde komen (denk aan Petrus). Maar 'dc Heer' i.s zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn werk, voor mij volenden'. Laat het gebed dan maar zijn: 'Verlaat niet wal Uw hand begon, o Levensbron, wil bijstand zenden'.
Een ander in zijn plaats
Onder leiding van Petrus stelt de gemeente een tweetal. Want dc plaats van Judas moet worden opgevuld. Twee mannen worden kandidaat gesteld die omgang gehad hebben met dc discipelen, cn dus ook met dc Heere Jezus. Ambtsdragers moeten duidelijk bij de gemeente horen cn de persoonlijke omgang met de Heere kennen. Want ze moeten getuige zijn. Dat wil zeggen: ze moeten getuigen kunnen van wie Christus is. En ze moeten Zijn Naam verkondigen gaan.
Tweetal gesteld
De gemeente had het tweetal gesteld. De ene kandidaat was Jozef, die ook de lalijnse naam Justus (= de rechtvaardige) droeg. Op zijn bijnaam lettend, mogen we aannemen dat hij een man was die leefde in de vreze des Heeren. De andere kandidaal was Malthias. Zijn naam betekent: geschenk van Jahweh. Men legde de keuze aan de Hecrc voor. Dc leiding van de Kenner der harten wordt gevraagd cn ook aanvaard. Voor ons is dit ccn voorbeeld, ook in het kerkelijk leven. Als het bij de vervulling van de ambten anders gaal dan wij het ons voorstellen. Wij mogen en moeten het gebed tot dc Heexc doen. Maar dan mogen (en moeten) we ook het beleid aan Hem overlaten cn met dat beleid tevreden zijn. Dal is misschien niet altijd gemakkelijk. Maar het is wel dc enige goede weg.
Het was alles 'mei gemene toestemming'. Zo kon de gemeente eendrachtig (!) biddende zijn cn blijven om de komst van dc Heiliac Geest. Wat een voorbeeld'!
Paulus in de plaats van Judas?
De gedachte is wel opgeworpen dal de Heere Zelf later Paulus als dc vervanger van Judas tot apostel heelt geroepen. Dan zou de gemeente hier voorbarig hebben gehandeld.
Toch kunnen we uit Handelingen 1 moeilijk opmaken dat de gemeente buiten de weg des Heeren gegaan is. Integendeel, de gemeente deed wat ze meende te moeten doen in biddend opzien tol dc Heere.
Paulus krijgt inderdaad het ambt en de naam van apostel. Maar dat krijgt Jakobus, de broeder des Heeren, ook. Lel maar op zijn positie in de begintijd van de gemeente (Handelingen 15; Galaten 1:19). Trouwens, waarom zou Paulus in de plaais van Judas gekomen moeten zijn? Zou het niet evenzeer voor de hand liggen dat hij de plaats heeft ingenomen van Jakobus, de broer van Johannes? Van diens dood lezen we in Handelingen 12 cn meteen in het volgende hoofdstuk lezen wc van Paulus' apostelarbeid.
Capelle aan den IJssel ds. P. Mulder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1994
Daniel | 32 Pagina's