God en koning
Vreest God, eert de koning (1 Petr. 2:19)
Petrus heeft twee brieven gezonden naar een aantal kleine jonge gemeenten, verstrooid in Klein Azië. Ze hebben het moeilijk. Uitverkoren en geroepen, zijn hun leden geestelijk pas geboren kinderkens. Zij moeten begerig zijn naar de redelijke onvervalste melk van Gods Woord. Er is opwas nodig in geloof en wandel, om staande te blijven in de druk van de goddeloze tijdgeest. Voor zover verwant aan Joden, acht men deze christenen afvallig van het farizeïslische juk der voorvaderlijke inzettingen.
Komen ze uit de heidenwereld, dan zijn ze niet meer in tel bij vroegere vrienden. Hun afgoden zijn afgezworen. Het leven in de moderne Griekse kuituur met stadions en schouwburgen is vaarwel gezegd. Voor de Romeinse overheid zijn de christenen verdacht. Staatsgevaarlijk, ze weigeren mee te doen aan de keizerverering. Hierin moeten ze wel burgerlijke ongehoorzaamheid betrachten. Alleen God komt aanbidding toe en geen mensenkind. Verder zijn ze gezagsgetrouw. Zo verkeert de jonge kerk allerwegen in de verdrukking, die soms bevorderd wordt door vuige laster. De ware christen moet in deze tegenwoordige boze wereld de voetstappen drukken van de Koning der Kerk. De dienaar is niet meerder dan zijn Meester. Voor Pilatus werd Jezus beschuldigd het volk te beroeren, verbiedende de keizer schatting tc betalen. Opstand tegen de rijksoverheid. Het was grove laster! Had de Heere niet nadrukkelijk gewezen op de belastingplicht jegens de Romeinse regering: „Geeft de keizer, wal des keizers is? " Hoe diep boog hier de Zoon van God - de Schepper en Eigenaar van alles - als Borg neer voor het schepsel, een aardse macht. Maar terdege heeft Hij eraan toegevoegd: , , En geef Gode, wat Gods is". Ook in dit laatste boog de Zoon als Middelaar der Zijnen voor de Vader, zelfs tot in de dood. De Heere Jezus Christus sprak en handelde overeenkomstig de Schriften. Salomo vermaande al: „Mijn zoon, vrees de HHKRE en de koning."
Vreest God, eert de koning. Petrus spreekt naar de regel van het Oude en Nieuwe Testament. Hij wijst op de wil van God. dat de christenen temidden van dc heidenen eerlijk zouden wandelen. opdat onwetende valse monden gestopt zouden worden. Allen, die over ons zijn gesteld, is vrees en eer verschuldigd. Wel is er groot verschil in verplichtingen. Aan mensen - hoe hoog van staat ook. zelfs koninklijk - zijn andere dingen verschuldigd dan aan de Allerhoogste Majesteit.
Wij beleven deze dagen onze nationale feesten:30 april Koninginnedag en 5 mei Bevrijdingsdag. D.V. Wij ontvingen een staatshoofd en regering uit Gods hand, nadat in 1945 dc Duitse fascistische overheid kapituleerde. Ondanks mogelijke kritiek op H.M. Koningin Beatrix en de regering, mogen we toch Gods hand nog opmerken over land en volk, onverdiend. Inmiddels verkeert de Gereformeerde Gezindte in het algemeen en Gods Kerk in het bijzonder in omstandigheden, die wel te vergelijken zijn met de Kleinaziatische gemeenten.
Rondom ons heen ebt het begrip voor ons weg en maakt plaats voor kwade laster en negatieve bejegening, indien christelijke gehoorzaamheid wordt betracht. De breuk lussen kerk en wereld zal radikaleraan het licht treden, indien het Woord van God en de God van het Woord de hoogste plaats innemen. Hoe moeilijk voor jullie, jongeren, te leven in een post-christelijk tijdperk. Het bewaren van onze identiteit dringt lot isolement. Petrus vermaant: „Wacht u, dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen mede afgerukt worde". Petrus' woord is daarom voor de kerk in ons land aktueler dan ooit: Vreest God. eert de koning. De apostel stelt het belangrijkste voorop in de dienst, die hij voorhoudt. Eerst God, dan dc koning (overheid). Als ik vraag: eer jij de koning(in)? Denkelijk zeg je: ja, er is liefde tot Oranjehuis, waardoor de Heere grote wonderen werkte in onze geschiedenis. Daarom eerbiedig ik ons vorstenhuis. Ik waardeer het. dat Hare Majesteit de bede in de troonrede zag hersteld. Ik bid voor Koningin Beatrix, of de Heere haar de genade des ouden lijds wil schenken, opdat ook zij zou uilroepen: Ik heb een verbond gemaakt met de Potentaat der potentaten; opdat ook zij de woorden zou spreken, die klonken van de stervende lippen van Prins Willem van Oranje in 1584: Heere, God, wees mijn ziel en dit arme volk genadig. Ik vraag de Allerhoogste, of Hij een regering wil schenken, die rekening houdt met Gods geboden. Ik respekteer onze overheidswetten en vul eerlijk mijn belastingbiljet in. Maar. vergeet niet wat Petrus voorop stelt: Vrees God. Eigenlijk duidt hij op 'een ding is nodig'. Ik meen, dat hij zelfs bedoelt, dat uit die godsvreze eer aan overheden moet voortkomen. Welnu, geef eens antwoord lussen God en je ziel: vrees je God al? Heb je - door de bearbeiding van Gods Geesl - als arme zondaar leren buigen voor die verheven Majesteit?
Bevende, eraan ontdekt, dat je voor de troon van die Heilige en Rechtvaardige niet kunt bestaan? Nochtans, ik zal mijn Rechter om genade bidden!
Let erop: nu is die troon nog een genadetroon; straks een troon des gerichts. O, de toorn des Lams zal erger zijn dan de toom Gods voor hen, die leefden onder het licht van het Evangelie. Kust de Zoon. opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Ps. 2:12.
Alblasserdam ds. C. de Jongste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1994
Daniel | 34 Pagina's