De Zee van Galilea
Hoe lieflijk is me uw blauwe gloed, o, Galilese Zee; want Die kwam om te redden door Zijn bloed, stond dikwijls aan uw reê.
Schoon zijn de meren in mijn vaderland, waar de den en de heide groeit, maar u liebt een schoonheid van hogerhand, die mij meer dun het aarclse boeit.
Niet om de gazelle, die komt voor zijn dorst, die drinkt van uw •water en rust; maar om de lijdende Levensvorst, Die vaak wandelde langs uw kust.
Gebeurde 't niet liier dat God Petrus verhief toen de Levensvorst drie malen vroeg: 'Simon, Jonaszoon, hebt ge uw Meester lief? ' en hem 't weiden der kudde opdroeg?
O Heiland! gevaren naar Gods rechterhand! U bent nog Dezelfcl' als •weleer; in Uw hart is getekend dit lieflijke strand en de heuvels rond dit meer.
O! toon, deez'geheiligde plaats nabij, drievoudig m' Uw liefde en geef dat ik nu toch Uw kudde, < van U en van mij, nog mag weiden so lang als ik leef.
(fragment)
Robert Murray MacCheyne lierdicht door ds. C. J. Meeuse
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1994
Daniel | 32 Pagina's