De mantel der naastenliefde is vaak erg krap
Opkomst rechts-extremisme in Duitsland. Centrumdemocraten zes zetels. Een derde CD-stemmers is christen. Zomaar wat veelzeggende krantekoppen. Hieronder gaat een groot maatschappelijk probleem schuil. Waardoor komen er allerlei onlustgevoelens legen buitenlanders in de samenleving? Hoe moet je omgaan mei de buitenlander en zijn kuituur? Moeten buitenlanders integreren, of moeten ze hun eigen identiteit bewaren? Hoe is de houding van de gereformeerde gezindte tegenover de buitenlander? Zo kun je nog veel meer vragen bedenken. Over deze zaken spraken we met drie mensen die in Intn werk met buitenlanders te maken hebben, namelijk R. Cova, A.J. van de Pot en L. Mulder.
Op welke wijze komt u met de 'buitenlanderprohlematiek' in aanraking ?
R. Cova (C): Ik werk bij de Stichting Ontmoeting als maatschappelijk werker en als koördinator op de afdeling dagaktiviteiten. Hierbij kom ik in aanraking met allerlei thuis-en daklozen, waaronder veel vreemdelingen uit verschillende landen, met Nederlandse of niet-
Nederlandse nationaliteit, krimineel of niet-krimineel. Tevens doe ik 's avonds gevangenenbezoek. Ook kom ik in Rotterdam thuis, onder buren, familie en kennissen veel buitenlanders tegen. Daarnaast ben ik zelfvan niet-Nederlandse afkomst. Ik ben op Curacao geboren in een gezin met elf kinderen. Ik kom uit een roomskatholiek milieu, maar thuis deden we nergens aan. Mijn ouders komen uit Venezuela. Alle kinderen zijn geboren op Curacao. Toen ik ongeveer twintig jaar was. ben ik gaan varen en zo in Nederland gekomen. Hier ben ik in de kerk terechtgekomen. God heeft hierbij mijn huidige vrouw en haar ouders als middel gebruikt om mij met de Gereformeerde Gemeenten in aanraking te brengen.
A.J. van "de Pol (P): lk ben werkzaam bij de sektor algemeen bestuur van de gemeente Amersfoort. Hier ben ik als projektleider bij Projekt Opvang Nieuwkomers betrokken en bij de opvang van status-vluchtelingen uit de diverse asielzoekerscentra. Hierbij worden onder nieuwkomers verstaan alle buitenlanders die rechtsstreeks uit het buitenland afkomstig zijn, achttien jaar of ouder zijn, niel langer dan een jaar in de regio Amersfoort woonachtig zijn en in bezit zijn van de Vergunning tot Verblijf (A-stalus).
Daarnaast ben ik docent maatschappelijk werkzaam aan de Vijverberg/Felua.
L. Mulder (M): Eerst ben ik bij de Koninklijke Marechaussee geweest. Daarna bij de gemeentepolitie in Woerden. Nu werk ik bij de politie van dc regio Rijn-IJssel met als standplaats Woerden. Tijdens de surveillancediensten kom ik in aanraking met allerlei strafbare feiten, maar ook met sociale problemen rond buitenlanders. Tevens ben ik kerkeraadslid in Woerden. In die hoedanigheid ben ik wel eens benaderd met hulpvragen voor buitenlanders. In Woerden en de rest van de regio Rijn en IJssel is ongeveer 3% van niet-Nederlandse nationaliteit. Hierbij zijn Molukkers en Surinamers (Nederlandse nationaliteit) niet meegerekend. Jc praat dus hier wel over een totaal andere situatie dan in Rotterdam of Amsterdam. In mijn werk kom ik in aanraking met veel kriminaliteit, met name onder buitenlanders.
P: In mijn werk kom ik in aanraking met allerlei regelklussen en psychische problemen onder buitenlanders. Wat zij allemaal hebben meegemaakt..! Allerlei zaken voor grote groepen moeten worden geregeld. Ook kom
ik in aanraking met allerlei financiële problemen. Als iemand totaal niet past binnen de regels van de sociale dienst, kloppen we ook wel eens aan bij de Hervormde diakonie in Amersfoort.
M: Waarom de Hervormde kerk van Amersfoort?
P: Op mijn werk kende ik een kontaktpersoon vanuit deze diakonie, zo is dit kontakt tot stand gekomen. We hebben ook we! eens hulpvragen neergelegd bij de Gereformeerde
Gemeenten. Wc stappen pas op de diakonie af, als asielzoekers geen enkele kans meer hebben bij dc Sociale Dienst en we er toch van overtuigd zijn dat ze hulp nodig hebben. F.en beroep op de diakonie moet een uiterste redmiddel blijven. Jc ziet dan dat deze mensen vragen: moet je lid worden? moetje naar de kerk gaan? Zij kunnen haast niet begrijpen dat dc kerk dat belangeloos doet. Zo komen ze in aanraking met christelijke naastenliefde.
M: Worden vaak diakonieën aangeschreven?
P: Dat komt voor, sommige organisaties hebben goed kontakt met de kerk.
Veel Nederlanders denken dar de buitenlanders veel van hun ruimte innemen. Ligt hier een oorzaak van racisme?
M: De belangrijkste oorzaak is dc ekonomische recessie, die zijn uitweg zoekt in een zeker onbehagen tegenover mensen die anders zijn. die worden als schuldigen aangemerkt.
P: Dc buitenlander wordt als zondebok gezien voor een heleboel maatschappelijke problemen. De ekonomie zit in de min. Dit betekent minder banen, minder subsidies en een krappere woningmarkt. Men denkt nu dat er meer geld voor zichzelf overblijft, als we maar met minder mensen zouden zijn. Daarom wordt het buitenlanderprobleem de uitlaatklep voor het probleem, de ekonomische recessie.
Hoe denkt u in dit verband over de opkomst van bijvoorbeeld de Centrumdemocraten?
P: Daar kunnen we heel kort over zijn. Die mensen denken dat zij een oplossing voor het probleem hebben, maar zij bieden geen werkelijke oplossing. Als je zo eens wat uitspraken op een rij zet, dan zie je dat daar geen visie achter zit. De Centrumdemocraten zeggen wel hoe het niet moet, maar niet hoe het wel moet.
We hebben leerlingen om enkele opmerkingen gevraagd ten aanzien van buitenlanders. Als eerste vroegen we of ze wel eens te maken hadden met buitenlanders en vervolgens wat ze als probleem zagen. Het opvallende m'as dat ze vaak aangaven dat ze geen buitenlanders persoonlijk kenden, maar toch al vrij snel met de bekende vooroordelen kwamen aandragen.
C: Is dit ook niet ccn stukje onbekendheid? Men is onbekend met gewoonten, kuituur, taal en opvoeding. Toen ik technisch onderhoudsmedewerker was op de Plancius zag ik heel duidelijk dat leerlingen van buiten Rotterdam veel negatiever op de buitenlander reageren dan leerlingen uit Rotterdam. Die gingen op een nonnale wijze met buitenlandse leerlingen om.
P: Ook de media dragen bij aan oppervlakkige kennis over buitenlanders. Je beperkt jc bij het krantlczen vaak tot koppensnellen cn deze koppen zijn vaak toch smaakmakers cn enigszins uit hun verband gerukt.
Kun je ook zeggen dat het probleem met name speelt in de lagere sociale klassen ? Zij merken bijvoorbeeld dat banen die zij aankunnen nu bezet worden door buitenlanders en wonen zeifin wijken waar buitenlanders terechtkomen.
P: In hogere sociale klassen speelt het probleem ook, maar zij zeggen het veel voorzichtiger. Zij merken ook iets van het vluchtelingenprobleem, doordat daardoor de woningmarkt krapper wordt.
M: Ik denk dat inderdaad de onbekendheid met name een rol speelt bij ontstaan van racisme.
Die onbekendheid roept onlustgevoelens op. Het beste is om dat met dc buitenlanders zelf te bespreken. Je ontmoet dan soms heel mooie dingen. Ik woon in ccn buurt met een flink aantal 'buitenlandse' gezinnen, zoals Molukkers. Surinamers en
Marokkanen. Naast de verschillende 'nationaliteiten' is de buurt ook bijzonder kinderrijk, met name dc Marokkaanse gezinnen. Op een gegeven moment was er overlast van de jeugd in de buurt voor ccn groot gedeelte ook veroorzaakt door buitenlandse jeugd. Naast overleg met 'Hollandse' ouders werden onder andere ook de vaders van twee achter mij wonende fundamentalistische
Marokkaanse gezinnen aange- sproken. Dit gesprek ging over beschadigde auto's, gemeenschappelijk invulling van de
buurt en over ouderlijk gezag. Zelfs over het feit dat een van die twee ouders de kleine kinderen 's avonds om elf uur nog buiten liet lopen. Eerst werd er wat terughoudend gereageerd. Later zei de vader van die laatopblijvende kinderen toch: 'Joh, je hebt gelijk'. Het probleem werd gemeenschappekijk opgelost. Er ontstond een goed en prettig samenspel tussen 'Hollandse' en 'buitenlandse' ouders waarbij overlast veroorzakende kinderen werden aangesproken door alle ouders. P: Je ziet vaak wel veel aandacht voor dc buitenlanders, maar het blijven vaak mooie woorden. Er wordl veel over dc groep geschreven, maar cr is geen kontakt met de mensen zelf en dat is jammer.
M: In een wijk kwamen we regelmatig op een pleintje rondhangende buitenlandse jongeren tegen. Dil tot ergernis van de buurt. Wij zijn toen in gesprek met hen gegaan en vroegen wat ze nu eigenlijk wilden dat er voor hen gedaan werd. Daar kwam uit dat het probleem opgelost 7.0u kunnen worden door een klubhuis naast de moskee in te richten. Hel werd kleinschalig aangepakt. Vanuit de gemeente kwam er wat geld voor schoonmaakmiddelen, verf, aansluiting op gas. water en elektriciteit. Daarnaast nog honderd gulden voor boodschappen zodat de mogelijkheid bestond deze artikelen met enige winst te verkopen om zichzelf te kunnen bedruipen. De schoonmaak van het klubhuis, het verven en de inrichting werd door de groep zelf verzorgd. Het buurtprobleem was toen opgelost. Helaas is dit projekt later doodgebloed doordat het ontbrak aan goede leiding in de groep. Dit ondanks het feit dat in die groep een aantal jongeren was die leidinggevende kwaliteiten bezaten. Die wilden zich niet boven hun eigen groepskultuur plaatsen en gingen niet in op ons verzoek om leiding te geven.
U pleit dus nu voor funktioneren van buitelanders in de eigen klub?
M: Ja en nee. Alles moet integreren, daar is het beleid op gericht. Je ziet vaak ook een afsluiten door zich niet te willen aanpassen en dat is negatief.
Mijnheer Cova, vindt IJ dat een builen/ander zich moei aanpassen?
C: Dat is moeilijk. Waaraan moeten zc zich aanpassen? Willen we hen laten aanpassen aan onze kerkelijke tradities? Moeten ze zich aanpassen aan wereldse normen of aan kerkelijke normen? Als dat betekent dat Marokkaanse vrouwen in strakke broeken moeten lopen of dal deze jongeren naar de disko moeten, dan zeg ik hartgrondig nee. Is het hebben van een eigen kuituur erg? Je ziet toch ook Joden en Chinezen die sterk binnen de eigen groep leven en dat is geen probleem. M: Ik denk dat het samenklitten binnen de eigen groep op zichzelf niet het echte probleem is. Het is vaak de negatieve aandacht die deze groepen krijgen, wanneer sommigen van hen tegen de bestaande regelgeving ingaan.
C: Wij vormen als kerk ook een afgesloten, aparte groep in de samenleving. Je kunt ook vragen: zijn wij echte
Nederlanders? Stel je voor als men ons vroeg ons aan te passen aan de heersende normen en waarden. Op zichzelf is het niet erg een eigen kuituur te hebben. Soms moet men zich wel aanpassen. Ze moeten zich zo aanpassen, dat ze normaal kunnen funktioneren in dc samenleving. Daarvoor moeten ze bijvoorbeeld scholing en werk krijgen. In iets als kleding hoeven ze zich niet aan te passen.
Ze moeten zich dus meer in hun gedrag dan in uiterlijk aanpassen.'
C: Het heeft er ook mee te maken dat we hen moeten leren begrijpen. Een gewoonte als spugen op de grond vinden wij vies. Als ze het doen. moetje proberen le begrijpen waarom ze zoiets doen. Ook pleit ik voor eenzelfde behandeling voor buitenlanders als voor Nederlanders. Buitenlanders moeten niet voorgetrokken worden.
P: Buitenlanders moeten normaal behandeld worden. Er moet niet positief gediskrimineerd worden.
M: Alleen bij echte asielzoekers heb ik voor wat belrcfl woningtoewijzing en huisvesting geen probleem met positieve diskriminatie. Een dak boven je hoofd is een basisbehoefte, daar moet in worden voorzien.
Gebeurt dat ook mijnheer Van de Pol?
P: Ja de overheid springt hierop in door regelgeving. Hier ontstaat ook een spanning tussen burger en overheid. De burger ziet dat hij nu twee maanden langer op een huis moet wachten. Als een asielzoeker erkend is. dan zou hij eigenlijk direkt moeten verdwijnen uil het asielzoekerscentrum en dan moet er iets aangeboden worden. M: Je komt wel eens in een asielzoekerscentrum? Het zal daar ongetwijfeld wel eens spoken. Komt dit door al deze traumatische ervaringen of door verveling?
P: Beiden. Door de traumatische ervaringen zeker. Alles wat je maar kunt bedenken, hebben ze soms meegemaakt: verkrachting. marteling, schijnexecutie, elcetera. Deze mensen moeten zo snel mogelijk geholpen worden. Je moet je maar eens voorstellen: honderd Nederlanders opsluiten in een kleine ruimte waarin ze niets mogen, wat zou jc dan krijgen?
Zit Nederland inderdaad vol en moeten daardoor de grenzen gesloten worden ?
P: De cijfers die ik heb. zijn oud. maar ik ben van mening dat het in Nederland nog wel meevalt in verhouding tot omringende landen. Het is niet alleen een Nederlands probleem. Wel is het probleem in Nederland minder dan bijvoorbeeld in Duitsland. Aan de andere kant is misschien het Duitse probleem voor ons een signaal waar het heen zou kunnen gaan.
M: Het toelatingsbeleid moet eens bekeken worden. Als in Duitsland de regels strakker worden, dan wijkt men uit naar Nederland.
C: Praten we nu over asielzoekers of over vreemdelingen? P: Ik kan me indenken dat justitie ten aanzien van vreemdelingen de regels slrakker aantrekt. Ook ten aanzien van gezinsherenigers en gezinsvormers wordt een en ander beter bekeken. C: Dit is echt zo. Je krijgt echt niet zomaar een huis.
Om even terug te komen op integratie: tot hoever moet een buitenlander zich nu aanpassen? P: Integratie is een moeilijk woord: ben jc geïntegreerd als je wel een baan hebt, maar geen Nederlands spreekt of als je wel Nederlands spreekt, maar geen baan hebt? Ik ga uit van sociale zelfredzaamheid als norm: dat men weef waar men voor welke vraag terecht kan en behoorlijk Nederlands kan spreken.
Mijnheer Cova, lioe hebt u Nederlands leren spreken?
C: Ik heb het op straat geleerd, maar ook nog vroeger op Cura§ao. Toch was er wel •schaamte om Nederlands tc spreken. Toen ik bijvoorbeeld mijn toekomstige vrouw ontmoette, begon ik Engels te spreken, maar zij kon hel beter. Toen zijn we Nederlands gaan praten.
P: Hel zich schamen voor gebrekkig Nederlands is inderdaad een probleem. Wat je ook ziet. is dat Nederlanders daar verkeerd mee omgaan: ze gaan in gebrekkig Nederlands terug praten cn bovendien ook hard praten.
C: Ja. dat is zo beledigend voor een buitenlander! Thuis-en daklozen accepteren het gebrekkig Nederlands spreken van elkaar. In kerkelijke kring is dit ook vaak een probleem: men gaat bijvoorbeeld tijdens een huisbezoek hard en gebrekkig praten. Je voelt je dan als een klein kind benaderd, hoewel het goed bedoeld is. In preken tref je wel eens de uitdrukking aan 'zwart van de zonde'. Dit kan pijn doen bij mensen met ccn donkere huidskleur. Een blanke legt direkt de relatie met vies, smoezelig van vuiligheid. Een donkergekleurd iemand gaat dan een relatie leggen tussen zondigheid en de eigen huidskleur. Ook in zulke eenvoudige dingen kun je mensen beledigen. M: De Bijbel spreekt toch ook over 'zwart van de zonde'? C: Ik wil van de inhoud daarvan ook niets afdoen, maar zwart heeft voor een blanke een heel andere gevoeislading. Hij koppelt hel aan viesheid en vuilheid. Waarom zou je dan direkt die woorden gebruiken? P: Sommige begrippen en gewoonten hebben in de Nederlandse kuituur een heel andere gevoeislading. Sommige buitenlanders vinden de neus snuiten in de zakdoek vies: je gaat toch nietje eigen vuil bewaren? Soms levert dat verschil in kuituur ook problemen op. bijvoorbeeld bij het maken van een afspraak. Sommigen komen veel tc vroeg of te laat. Je ziet dan dat tijd niet in hun kuituur past. ze hebben er nooit mee leren omgaan. Je kunt dan wel boos worden, maar dat is dan je eigen probleem.
Wij moeten ons dus ook aanpassen aan buitenlanders?
P: Je moet te allen tijde blijven die je bent en de problemen die door kultuurverschillen rijzen bespreekbaar maken. Jc moet buitenlanders al vroeg vertrouwd maken met allerlei van dit soort gewoonten cn gebruiken in de samenleving, zodat het geen probleem meer is, wanneer ze bijvoorbeeld bij dc sociale dienst terecht komen of werk vinden.
M: Wij zijn in onze kuituur aan de tijd gebonden, maar als je de tijd neemt voor hen dan win je weei" het vertrouwen.
P: Vertrouwen blijven houden dat is heel belangrijk. Jc moet hen wel duidelijk maken: zo werkt dat hier en tegelijkertijd hen niet afwijzen. In gesprek blijven over de verschillen heen. is heel belangrijk.
In ons gesprek komt iedere keetweer terug dal onbekendheid een probleem is in de omgang met buitenlanders. Hoe kom je nu over die onbekendheid heen?
P: Als je niet met buitenlanders te maken hebt. is het heel erg moeilijk. Je zou op JeV en op sehool bij maatschappijleer aandacht aan kunnen schenken aan leven in een multiraciale samenleving en de daarbij horende omgang met buitenlanders. Laat bijvoorbeeld eens iemand uit een asielzoekerscentrum komen en vertellen hoe het er daar aan toe gaat.
C: In de kerk zie je ook dat veel kerkmensen zich afsluiten van buitenlanders.
P: Voorlichting is heel belangrijk om over dc onbekendheid heen te komen. Ook moeten onze kontakten niet dwangmatig zijn. Sommigen hebben al moeite met het uitnodigen van hun buren, om maar niet te spreken van kontakten in trein of metro. C: Ik ga bijvoorbeeld in de tram en metro vaak bewust naast een donker iemand zitten. Hiermee geef je aan datje geen afstand neemt en dit biedt vaak mogelijkheid voor spontaan kontakt. Je moet ook met je kinderen beginnen. In de opvoeding moet ook goede omgang met buitenlanders worden bijgebracht. Wij, ook de kerkmensen, maken vaak veel te onnadenkend grapjes over buitenlanders, bijvoorbeeld het zogenaamd Surinaams spreken met een dikke 'w'. Dit zorgt ook voor een minder positief beeld van dc buitenlander.
Zijn er ook grenzen in onze omgang mei buitenlanders?
C: Ik heb ook wel onder prostituées gewerkt. Ik heb mijn kinderen er niet voor over. Je voelt toch een weerstand, juist omdat ik dit ook van een andere kant heb gezien, toen ik nog in de zonden leefde.
M: Toch, als je hoort van hun diepe leed... zc zijn toch je naasten. We moeten dan niet preken, maar wel een andere, uitnemender weg wijzen. Wc moeten ernaast gaan staan en niet onszelf profileren.
C: In de Bijbel kom je ook vooroordelen tegen anderen legen: 'Kan uit Nazarcth iets goeds komen? '.
M: Als we bezig gaan met (aan lager wal geraakte) buitenlanders, zijn we dan bang met onszelf geconfronteerd (e worden of zien we dan ons werk als een klein schakeltjc in Gods raadsplan om zo mogelijk mensen in Zi jn dienst te brengen?
C: Hen ander probleem in dc omgang met buitenlanders kan zijn: stel. jc kind krijgt verkering met een buitenlandse jongere. Hoe moetje daar tegenover staan?
M: Het feit dal het om een buitenlander gaat. mag dan niet doorslaggevend zijn.
Belangrijker is de opdracht vanuit de Bijbel: 'Trek geen juk aan met een ongelovige'.
Maar dat geldt net zo goed voor een verkering met een Nederlandse jongere.
C: Stel dat het een gelovige buitenlander is. dan blijft er toch vaak nog een emotionele barrière.
P: Ik heb wel eens een spreuk gehoord: de mantel der naastenliefde is vaak erg krap.
M: We moeten niet in dc kloof van hel kultuurvcrschil blijven steken. We moeten echter wel kijken of het een hartezaak is of dat de buitenlander om andere redenen naar de kerk komt.
Een bekend vooroordeel over buitenlanders is dat allochtonen vaker bij kriminaliteit betrokken zijn. Is dit inderdaad onder buitenlandse jongeren het geval?
M: Dat kan ik niet ontkennen. Maar dat te stellen lost het probleem niet op. Integendeel het versterkt het negatieve beeld. P: Ik denk datje wel moet zeggen dat buitenlandse jongeren het moeilijker hebben dan Nederlandse jongeren: ze leven tussen verschillende kuituren in. In de Nederlandse kuituur voelen ze zich buitenlander en in de eigen kuituur Nederlander. Je ziet ook een botsing tussen hel westerse denken en het denken thuis. Je kunt je dan ook voorstellen dat ze zich nergens thuisvoelen. En dat er dan gedragsproblemen ontstaan, is niet verwonderlijk.
C: Ze vallen meer op dan de gewone Nederlander. Als ze het weer verkeerd doen, zie jc dc mensen denken: weer die buitenlanders!
P: Ook de media en met name de kranten versterken dit. Als ergens een inbraak gepleegd is en een buitenlander heeft het gedaan, moet er speciaal bijgezet worden dat een buitenlander dat gedaan heeft. Ik vraag me wel eens af waarom. Ook de reformatorische pers doet daaraan mee.
C: Als je in de krant een foto ziel van een buitenlander met een pilsje op een bank in het park. denk je direkt: weer een alkoholist. Je denkt dan niet: die buitenlander heeft misschien
wel geen rhuis en drinkt daar zijn pils. Andere mensen doen hetzelfde, maar dan thuis op de bank en dan valt hel niemand op. Ook kleding en haardracht kunnen tot een andere benadering van buitenlanders leiden. Zelf kwam ik met de reklasseringsdiensl in aanraking. Ik moest toen gaan solliciteren. Bij personeelszaken van een bedrijf waar ik toen naar toeging, werd ik eerst niet aangenomen. Toen zei die man van dc reklasseringsdienst: ga maar terug, die man van personeelszaken heeft bij mij in dc klas gezeten, ik zal wel zorgen dat je wordt aangenomen. Ik werd toen wel aangenomen. Mijn nogal ongewone uiterlijk heeft toen eerst tot een negatieve uitslag geleid.
Kunnen buitenlanders goede ingang vinden in onze kerken'.' C: Ik geloof dat dat erg moeilijk is. Wij leven zelf sterk geïsoleerd en cr is bij ons sterke onbekendheid met andere kuituren. We stellen snel hoge eisen aan buitenlanders: haar als wij, baard eraf, hoed op. andere kleding en pas dan is het goed. Ik wil niets afdoen aan deze eisen als zodanig. In andere kerken zijn deze eisen minder strikt en daardoor hebben buitenlanders daar makkelijker ingang. Als je gaat evangeliseren, kan het zijn dat er een junk of provo of buitenlander naar de kerk komt. Eerst accepteert men zijn
Eerst accepteert men zijn anders-zijn wel. maar na twee maanden vinden wc eigenlijk dat hij/zij moet veranderen. Bijvoorbeeld dc vrouw moet een hoed op cn geen broek aan. Dit werpt een barrière op. Toch moeten we de vraag stellen of we de mensen altijd maar moeten accepteren zoals ze zijn. We moeten niet de kerk aanpassen, hoewel niet al onze tradities op de Bijbel terug le voeren zijn. P: Wij verwachten vaak tc snel verandering van hen. Als het doorwerkt en ze komen trouw, dan moeten we verwachten dat het wel veranderen zal.
C. Een voorbeeld: bij ons heb je de eis: hoed op. Je kunt dan dus eigenlijk niet iemand meenemen die geen hoed heeft. Toch zie je ook dat het andersom gebeurt. Ik nam eens een prostituée mee naar de kerk. Zij wilde solidair zijn cn zei toen. dat ze geen broek zou dragen naar dc kerk, omdat niemand dit deed. Als iemand met een positieve instelling naar de kerk meegaat, dan is er vaak ook een wil zich aan te passen aan de redelijke normen daar.
Dit zijn ook niet de belangrijkste zaken. Dal moet-aan de nieuweling in de kerk goed worden duidelijk gemaakt, dat het geloof niet alleen bestaal uit voldoen aan uil er! ijkh ed en.
C: Juist door die sterke nadruk op uiterlijkheid werpen we ccn hoge barrière op naar buiten toe. Dit heeft ook op de onkerkelijke Nederlander hetzelfde effekt.
M: Uiteindelijk gaat het om het persoonlijke geloof. Dan hoor je cr werkelijk bij. Het zit hem niet alleen in dc uiterlijkheden. Niet alleen daardoor hoor je erbij.
C: Als er een buitenlander met een mooi pak aan, maar die toch krimineel is. bij ons in dc kerk komt, wordt hij toch sneller geaccepteerd. Dit te sterk letten op uiterlijkheden is een fout in onze gezindte.
Wilt U nog een afsluitende opmerking maken?
M: Is dat ook geen lloers die over ons ligt. dat we geen woord voor de wereld hebben? In de hemel is meer vreugde over iemand die zich bekeert dan over negenennegentig rechtvaardigen. Moeten wc ons bij dc buitenlanderproblematiek niet afvragen, of het Gods raad niet juist was, dat ze hier met het Evangelie in aanraking kwamen. Als we dat zien, dan benaderen we hen anders. We zijn dan niet wezenlijk anders. Als je hen ziet, word je tegelijk met jezelf gekonfronteetxl. Hebben we onszelf al als vreemdeling leren kennen? Als jc de bede hebt leren bidden: Heere. maak mij vreemdeling, dan heeft dit een weerslag in dc benadering van de buitenlandse medemens: dan gunnen wc cr de duivel niet ccn.
Apeldoorn/Leiderdorp C.J. van Linden/J. de Wildt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1994
Daniel | 36 Pagina's