De waarde wan de doop
Toespraak jongerenkonferentie Haamstede
Wat is de zin van ons leven? Waarom zijn we op deze wereld? Ilelaas welen veel mensen de zin van het leven niet meer te formuleren. Steeds meer mensen zeggen op brute wijze: 'Ik ben nu eenmaal op de wereld geschopt, en ik ntoet maar zien dal ik er doorkom. En hoe ik er uitkom? Daarover maak ik me geen zorgen...' En zal het nu bij ons anders zijn, dan zullen we een antwoord moeten hebben op de vraag naar de zin van het leven. In hel Paradijs had het leven zin! Adam en Eva hadden het niet over 'op de wereld geschopt'. Zij waren geschapen door God en naar Gods beeld. Met het doe! om te leven en ie werken lol eer van God: om eeuwig gelukkig te blijven; om in de weg van gehoorzaamheid aan Gods gebod hel eeuwige leven te ontvangen. Maar toen kwam Genesis 3! Toen kwant de vreselijke zondeval. En wat is nu de zin van het leven na de zondeval? Dat leert de Bijbel ons. En als bevestiging daarvan dragen we het leken van de Heilige Doop aan ons voorhoofd. Het is het grote wonder dal de Heere na de zondeval een weg geopend heeft om aan liei leven van zondaren opnieuw dezelfde zin te geven: geboren worden om te leven lol eer van God; om zalig Ie worden.
De Heere komt tot Adam en Eva
Toen Adam en Eva in hel paradijs gevallen waren, toen zij de zin van het leven kwijt waren, toen kwam de Heere. Kwam Hij toen tot hen met Zijn verdoemende gerechtigheid om hen te verwijzen naar de buitenste duisternis?
Nee, wat een wonder! God is toen tot hen gekomen met de openbaring van Zijn genadeverbond. Hij is gekomen tot Adam en Eva. En dat waren toen geen bekeerde mensen. Integendeel!
Zij waren afkerig van God. En tegen zulke mensen zegt de Ilcere nu: 'Ik zal weer zin geven aan uw leven'. En hoe kan dat? 'Ik zal vijandschap zetten lussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en lussen haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen en gij zult het de verzenen vermorzelen'. En dal Zaad. deze Zaligmaker, zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Hij zal hen bevrijden van hun zinloosheid.
De Heere komt tot Abraham
En als daarna de wereld opnieuw wegzakt in zinloos heidendom; als de mensen weer gebogen liggen voor een dood stuk steen, wat gebeurt er dan?
Dan komt dc Heere tot Abraham in Ur der Chaldeën en zegt: 'Ga uil uw land en uw maagschap ... naar het land dat Ik u wijzen zal'. Dan richt Hcerc met
Abraham het verbond der genade op. en zegt: Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u. en russen uw zaad na u in Inm geslachten, tol een eeuwig verbond, om u ie zijn lol een en uw zaad na u' (Genesis 17:7). God,
Als teken en zegel van dat verbond gaf de Heere aan Abraham en zijn zaad het sakrament van de besnijdenis. Die besnijdenis betekende voor de Jood dan ook heel veel. Dat teken predikte hem: God heeft een verbond gemaakt met Abraham cn zijn zaad; God heeft een verbond gemaakt waarvan Hij nooit zal wijken.
Geboren onder de bediening van het verbond
Dat is ook de boodschap die dc Heilige Doop ons brengt. Je bent niet geboren in de heidenwereld, maar je mag leven onder de bediening van Gods verbond. Want in de Heilige Doop heeft de Heere Zi jn hand op ons gelegd en gezegd: 'Je hoon bij Mij! Ik zonder je af van de wereld, en breng je binnen de kring van Mijn verbond'.
Zoals de Heere onder het Oude Testament van het volk Israël sprak als 'Mijn volk', zo spreekt
Hij ook nu de christelijke gemeente als 'Mijn volk' aan. Dat wil niet zeggen dat allen, hoofd voor hoofd, genade deelachtig zijn. Maar de Heere spreekt op deze wijze om daarmee te benadrukken dat Hij een bijzonder recht op ons heeft, omdat Hij ons geboren deed worden op het erf van het verbond, en de beloften van dat verbond aan ons voorhoofd liet verzegelen.
Hij heeft er recht op dat wij ons tot Hem bekeren, dat wij aan Hem ons hart geven en ons leven in Zijn dienst besteden, opdat ons leven werkelijk zin zal hebben.
Elke doopsbediening herinnert ons er weer aan dat onze naam is genoemd in verband met Gods Naam.
Ik heb Mijn Naam op je voorhoofd geschreven
Wij zijn gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat houdt méér in dan dat de doop aan ons bediend is in opdracht van God.
Hel doopbevel luidt eigenlijk: doop hen tót de Naam van Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat betekent dat wij door de doop in een bepaalde verhouding lot de Heere staan. Hij zegt bij de doop: je behoort jezelf niet toe, maar je behoort bij Mij! Ik heb Mijn Naam op je voorhoofd geschreven: Ik wil je voor Mijn rekening nemen.
Wat dat inhoudt zegt hel doopformulier: het is de aanneming tot kinderen van de Vader; de verzoening met God door het werk van de Zoon; de gave van de Heilige Geest Die ons tot lidmaten van Christus heiligt.
Gods barmhartigheid wordt zichtbaar in Christus
Welke rijkdommen van genade worden clan betekenend en verzegeld in de Heilige Doop als teken en zegel van Gods verbond. Zij prediken ons Gods verlossend heilshandelcn in Jezus Christus.
Want Christus en Zijn werk, de genade die Hij verworven heeft, dat is immers oorzaak dat God Zijn heilige Naam kan verbinden met onze zondaarsnaam. De innerlijke bewegingen van Gods barmhartigheid worden zichtbaar in Christus Jezus. Hij is gekomen om de verbondsweldaden le verwerven door Zijn verzoenend Middelaarswcrk, en die door dc Heilige Geest toe te passen in de harten van allen die Hem van de Vader gegeven zijn.
Wat is dat rijk! Waar ik geen andere zin aan mijn leven kan geven dan de zin van het verloren gaan, daar komt de Heere tot ons met dc boodschap dat in Hem genade is.
In en met de Heilige Doop heeft de Heere voor altijd en met elke gedoopte afgerekend met de vraag of Hij wel werkelijk met die persoon in genade te doen wil hebben. We zijn immers bij onze eigen naam geroepen. Op de meest persoonlijke wijze heeft de Heere bij de doop betuigd en verzekerd dat Hij in onze dood geen lust heeft, maar daarin lust heeft dat wij ons tot Hem bekeren en leven, en dat Hij om Christus' verdiensten, wil schenken wal tot bekering nodig is.
Zolang als de zon er is...
Het verbond Gods, op welks erf we mogen leven, en welks teken we mogen dragen, is dus zó rijk, dat we er de hoogste verwachtingen van mogen, nee, moéten hebben.
We zeggen wel eens: we moéten bekeerd, we moéten wederomgeboren worden.
En zeker, zonder bekering, zonder wedergeboorte, zonder geloof, wordt niemand zalig. Maar moeten we, ziende op de rijkdom van Goddelijke genade, niet veeleer zeggen: we mógen bekeerd worden, we mógen wederomgeboren worden?
De Heere zegt: 'Zolang als er de zon is, zal Mijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden: en zij zullen in Hem gezegend worden'.
Dal geeft uitzicht en verwachting. In de plaats van de vaders en moeders zullen de zonen en dochters staan. Wc hebben te doen met die God, Die Zijn verbond houdt. En Zijn raad uitvoert.
Die verwachting is dus niet afhankelijk van hetgeen we rondom ons zien. maar van wat we te horen krijgen uit de mond des Heeren.
Het is geen hopeloze zaak
Wij klagen soms dat we in zo'n moeilijke tijd leven. En inderdaad. wie zal dit durven ontkennen. De gevaren van misleiding en verleiding vermenigvuldigen met de dag. Veel beschermende muren worden geslecht.
Toch moeten we niet vergeten dat de tijd waarin bijvoorbeeld de apostelen leefden, ook niel eenvoudig was. Ook dal was een lijd van arenabezoek, van sekshuizen, oosterse religies, en dergelijke.
Veel mensen, ook veel jonge mensen denken of zeggen: och, wat helpt het allemaal: het is zo moeilijk tegenwoordig; de kerk is zo hopeloos verdeeld; en wie zegt me dat er in alle godsdiensten geen kern van de waarheid is?
Maar zie, dan gaan we redeneren. Maar redeneren wil zeggen: de réde eren, en Gód ónteren! En dat is er misschien de oorzaak van dat we zo weinig ernst maken met onze doop. Dat we zeggen: zou het dan alleen het christendom zijn, of alleen de gereformeerde belijdenis? Of, vanuit een andere hoek: wat helpt al m'n bidden? Als je niet uitverkoren bent, dan kun je doen wat je wilt. maar je komt er toch nooit.' En een mens kan toch Gods Wet niet nakomen.
Maar luister! We zitten hier vanavond, of zondags in de kerk niet op een bijeenkomst van het humanistisch verbond. Het gaat in de kerk en in het teken van de doop gelukkig niet over wat een méns kan cn wil. Dan was het inderdaad een hopeloze zaak: dan waren we de ellendigste van alle mensen. Maar het gaat op het erf van Gods verbond en ook in de Heilige Doop over hetgeen de genade van Gód vermag.
Want nogmaals: God houdt Zijn verbond. Daarom hoeven we ook niet te bidden als degenen voor wie geen hoop is, want dc Héére geeft in het verbond cn in de doop uitzicht, plcitgrond en verwachting!
Geen verbondsautomatisme
Die grote verwachting die we van het verbond Gods mogen hebben, mag ons echter de ogen niet doen sluiten voor de onmogelijkheid van onze kant. Anders zouden we ons mei een verbondsautomatisme in slaap wiegen, zoals helaas maar al tc veel gedaan wordt. Dan houden we het cr maar op dat wij kinderen van het verbond zijn. en dat het met ons wel terecht komt. alsof het werk van de Heilige Geest in dc wedergeboorte en bekering niet meer nodig zou zijn.
In deze veronderstelling leven helaas duizenden. Ze houden hun eigen leventje, zonden en lusten vast. Zij vragen in hun harl niel naar God en Zijn Woord, en nemen toch aan dat de Heere gereed staat om hen op hun wenken le bedienen. We zeggen echter tot allen die ook maar enigszins zulke gedachten koesteren: je speelt met vuur dat je verteren zal. als je niet bijtijds uitje droom ontwaakt.
Juist het feit dat wij leven onder de bediening van het genadeverhond. dat wij gcdoopl zijn. maakl de zaak voor ons zo ernstig. Want we leven allen vanuit onszelf met dc rug naar Gods verbond toegekeerd. Ons hart richt zich niet naar de schatten van het verbond, maar naar alles wal dil leven, de zonde cn de wereld bieden en aanprijzen. We vragen in het diepst van ons hart niet naar wat dc Heere wil. maar naar onze eigen zin en lust. We zijn blind voor de rijkdommen van Gods verbond, omdat we blind zijn voor dc ellende waaraan wij onderworpen zijn.
Dat is de toestand waarin we van nature verkeren. Een veel gebruikt vragenboekje zegt zo terecht: 'Wat is onze grootste ellende? ' En dan luidt hel antw oord: 'Dal wc onze ellende niet kennen'. Dat geldt nu van alle mensen binnen en buiten de gemeenie. Zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. De Bijbel windl daar geen doekjes om. maar lekent ons portret met schrille kleuren.
De inwilliging van het verbond
Laten we daarom ook beseffen dat. zal er werkelijk sprake zijn van een gezegend worden vanuit het verbond Gods waarvan wij het teken en zegel dragen, het moei komen lot een inwilliging van dat verbond. Dal wil niet anders zeggen dan dat wij wederom geboren moeten worden. zodat w ij weten van waarachtige bekering, van de droefheid naar God. en de vruchten daarvan in ons leven.
Waar hel door dc kracht van dc Heilige Geest mag komen tot een inwilliging van het verbond Gods. daar zullen we het verbond met de dood en hel voorzichtig verdrag met de hel verbreken, en gedrongen worden 0111 met Jozua te zeggen:
'Aangaande mij. en mijn huis. wij zullen de HLLRL dienen'. Dan kunnen en willen we niet anders dan ons verbinden aan dc zalige dienst van de Drieënige Verbondsgod.
Hoe klein, arm en nietig zien we onszelf dan voor de heilige God. Vanwege al onze zonden zouden we nooit niet de Heere in verbondsbetrekking durven treden, als Hij Zelf ons daartoe niel nodigde: en door Zijn Geest daartoe bracht.
Tegenover al onze bezwaren w il Hij echier in Woord en sakrament voor ogen schilderen de rijkdom cn heerlijkheid van de Verbondsmiddelaar. de Heere Jezus Christus.
Hij biedt Zich aan in de volheid van Zijn verdiensten, cn Hij Zelf Irekl ook lol die volheid, zodal we ons in Hem mogen verliezen, en het als het ware uit Zijn mond mogen horen: 'Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David'.
Ik bid wel maar...
Er is in dat verbond een oneindige volheid! Daarom hoeft niemand aan de zaligheid le wanhopen. Er is een ruime mogelijkheid van zalig worden.
Tenminste: van Góds kant! Van onze kant is er niet eens een klein kansje! Van onze kant is het eeuwig ónmogelijk! En daar
om kunnen we het ook alleen van de Héére verwachten. Ja. zeg je misschien: maar ik kan God niet vinden; ik bid wel, maar ik kan niet bidden; ik merk niet dat er iets verandert in mijn leven; ik ben zo lauw en zo dood!
Maar dan zeg ik toch: strijk eens over je voorhoofd. Dan is je hand nat. Want doopwater droogt nooit op. Dal blijft geldig, jc leven lang! Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt daarvan: onze doop is niet alleen van nut, zolang het doopwater op ons is, maar ook al de tijd van ons leven.
Vraag, ootmoedig daarop wijzend. bedelend als een arme zondaar, aan dc 1 Iccrc, of Hij met Zijn Heilige Geest wil binnendringen in je leven en je leven nieuw wil maken. Zeg maar: 'Heere, ik laat U niet gaan. tenzij dan dat Gij mij zegent'. Gevoel je je nood niet voldoende; kun je en wil jc dc strijd tegen de zonde niet aan: lokt de dienst van de Heere je niet? Dan mag je dat allemaal van Hem begeren. Die zegt: doe je mond maar wijd open. Ik zal hem vervullen!
Moetje zeggen datje zo'n stenen hart hebt: at je de IIccrc niet op Zijn Woord wilt en kunt geloven? Hoor het Woord van de Heere: F.n Ik zal her stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven' (Ezechiël. 11 : 19b). Is er in je hart geen hartelijk berouw, geen verbrokenheid? Dan zegt de Heere: al werk IK! 'Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik ze voeren'.
Wij kunnen zalig worden!
In de doop is de Heere met Zijn genade tot ons gekomen. Hij zegt ook vandaag: laat jc toch met Mij verzoenen!
Is dat ooit al een wonder voor je geworden? Want zie. dat werkt de Heere nu in de waarachtige bekering. Dan gaan we ons verwonderen dat ons leven door de Heere weer zin kan krijgen. Dan beleven we het met ons hart dat één ding het allerbelangrijkste is: maar zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid!
Dan ga je het beleven: ik ben geboren om te leven tot Gods eer. en wat een wonder Heere, dal er nu bi j U genade is voor eerrovers van God, voor de grootste van de zondaren.
Hoe zullen wij ontvlieden...
In de Heilige Doop is de Ilcere tot ons gekomen met het aanbod van Zijn genade. En wat zal het nu vreselijk zijn als we daar niet heilig werkzaam mee worden. Als Paulus inleeft wat dat is. roept hij bevende uil: 'Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen'.''
Het leven buiten de Heere is zo leeg. Maar nu kan dat lege leven van ons vol worden, door Gods genade.
Heb je daar iels van geleerd? Dal je hart vol wordt van de Heere, van Zijn gerechtigheid, van Zijn liefde? Dan zinken we vol verwondering aan de voelen van de Heere neer, en mag ons oog wel eens vallen op het teken van de doop. Want immers: de doop is voor Gods kinderen een teken en zegel dal Hij hen opzoekt en vasthoudt.
Het is het 'familie-wapen' van Gods kinderen, want het spreekt van het bloed des Lams. toegepast in het hart door de Heilige Geest, en het roept op tot de goede strijd des geloofs om in nieuwigheid des levens le wandelen.
De herten in het kamp van een Romeinse keizer, droegen aan een keilinkje om de hals een penning, waarop in het Latijn gegraveerd stond: 'Raak mij niet aan. ik ben van de keizer'.
Zo heeft de Heere ons Zijn merkteken gegeven, het merkteken van de Heilige Doop. Zalig degene, die op de school van de Heilige Geest geleerd heeft om duivel, wereld en eigen vlees, die niet ophouden aan te vechten, te antwoorden met te wijzen op dit leken: 'Raak mij niet aan. want ik ben des HEEREN'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1994
Daniel | 32 Pagina's