JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het kerstfeest van Geesje

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het kerstfeest van Geesje

9 minuten leestijd

In het kleine kamertje zitten moeder en Geesje zwijgend bij elkaar, ieder vervuld met hun eigen gedachten. Onhoorbaar slaakt moeder een diepe zucht. Over een paar dagen zal het kerstfeest zijn. Kerstfeest, het feest van licht. Van "HET LICHT" als het goed mag zijn. En zou het ooit zo donker geweest zijn als nu? Donker van buiten, nu het oorlogsgeweld en de honger hen als het ware als een donkere deken omsluit. Donker van binnen, omdat.... ze haar vertrouwen op de Heere kwijt is.

..Zullen we maar naar gaan. Geesje? " bed

Moeizaam tilt moeder haar benen van het voetenbankje. , .De kachel is zo goed als uit en ik wil er geen nieuw blok meer op doen. want we hebben er maar een paar meer."

..En als die paar op zijn? ", huivert Geesje in de oude deken die ze om zich heen geslagen heeft. Met een hulpeloos gebaar haalt moeder haar schouders op. „Ik weet het niet kind, ik weet echt niet hoe het verder moet."

Dit antwoord treft Geesje diep. Als moeder, die altijd zo'n vast vertrouwen heeft dat de Heere wel voor hen zal zorgen, de moed laat zakken, wat moet er dan van hen terecht komen? Was papa maar thuis, die zou vast nog wel aan eten kunnen komen. Tot op de laatste dag. voor hij onder moest duiken, had hij op dc een of andere manier nog wat voedsel opgescharreld.

Soms door wat karweitjes bij een boer te doen, soms door iets te ruilen. Maar papa is al lang weg. Ze weten zelfs niet waar hij verblijft. Slechts af en toe komt er een kort briefje van hem, door een ondergrondse koerier in de bus gemoffeld. En iets te ruilen hebben ze ook niet meer. Alles wat maar een beetje waarde had, was al verruild. Lakens, handdoeken, papa's horloge, ja zelfs het oude schilderij dat nog van moeders opa geweest was. hadden ze omgeruild voor eten. Alleen de oude statenbijbel. Daar had moeder nog geen afstand van kunnen doen.

Dag in dag uit had ze. samen met moeder, met de oude kinderwagen waar zijzelf nog in gelegen had. de boerderijen buiten de stad langs gelopen om te proberen aan wat eten te komen. Maar dat kan nu ook niet meer. Moeders benen zijn helemaal open cn dubbel zo dik als normaal. De dokter is geweest en heeft haar streng verboden om nog op 'hongertocht' tc gaan. En toen moeder wat tegensputterde, heeft hij kortaf cn wat cru gezegd:

..Als u er onderweg dood bij neervalt, kunt u ook geen voedsel meer verzamelen!" En nu geeft moeder de moed op. Ja. wat erger is. ze heeft geen vertrouwen meer dat de Heere uitkomst kan geven. Hoe moet het nu verder?

Moeder merkl Geesjes ontreddering en heeft er direkt spijt van dat ze zich zo heeft laten gaan. „Let maar niet op mijn woorden, hoor kind", zegt ze troostend. ..ik denk dat het door die zere benen komt dat ik een beetje moedeloos ben. Morgen zal het wel beter gaan. als ze een hele nacht gelegen hebben. Ik moet me trouwens schamen. Dc Heere heeft nog altijd uitkomst gegeven, zou Hij dat dan nu ineens niet meer doen? We moeten maar heel veel bidden. Geesje? "

Met een geforceerde opgewektheid staat ze op en strompelt naar het tafeltje waarop de oude statenbijbel staat. „We zullen nog een stukje lezen en dan gaan we slapen."

Ze slaat de Bijbel open en leest Mattheüs 6. Langzaam en duidelijk leest zc het hoofdstuk voor: „Daarom zeg Ik u: Zijl niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten en wat gij drinken zult: is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan dc kleding? Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven? "

Na deze verzen houdt moeder even op met lezen.

„Hoor je het nu, Geesje? ", vraagt ze zachtjes. „Hoe de Heere altijd zorgt? "

Maar Geesje geeft geen antwoord. Iets in moeders stem zegt haar dat ze. diep in haar hart. daar niet zo vast van overtuigd is als dat haar woorden willen doen geloven. Als moeder de oude statenbijbel terug op het tafeltje zet, zegt Geesje ineens: „Ik denk dat we die Bijbel toch moeten verruilen, moe."

Het lijkt of moeder even schrikt. Zacht streelt ze even met haar hand over dc koperen sloten. ..Och kind", zegt ze dan triest, „ik heb er ook al over gedacht, maar deze Bijbel zou ik zo verschrikkelijk graag houden. Hij is al zo lang in dc familie. De namen van mijn betovergrootouders staan er nog in."

Ze neemt de Bijbel in haar handen en bekijkt hem liefdevol. Dan zet ze hem wat bruusk terug op het tafeltje en zegt: „Misschien moet ik ook hier afstand van doen."

„Zul jc goed oppassen kind? Vind je het niet eng om alleen te gaan? Jc moet proberen om vóór het donker terug te zijn, hoor."

Gelaten laat Geesje moeders woordenstroom over zich heengaan. Moeder moest eens weten hoe vreselijk zc er tegenop ziet om alleen 'dc boer op te gaan'. Maar ze laat niets merken cn zegt dapper; „Het zal best gaan. hoor moe. wie weet met wat voor buit ik terug kom."

Dan wipt ze de kinderwagen over het stoepje en loopt het tegelpad af. De oude Bijbel ligt onder de bodem van de kinderwagen in het voetenbakje.

Moeder kijkt haar na zo lang ze kan. Kon ze maar mee met Geesje. Ze vindt het maar niets, zo'n jong meisje alleen op pad in deze oorlogstijd. Wat kan er al niet gebeuren. Maar dan vouwt ze haar handen en bidt zachtjes: „O Heere, U kunt Geesje bewaren, brengt u haar alstublieft weer veilig terug thuis. En wilt U geven dat ze eten voor dc Bijbel krijgt. U weet hoe ik cr aan gehecht ben. maar leert U mij maar af om mijn hart op aardse goederen te zetten."

Het is nog maar amper licht als Geesje de straat uitloopt. De bandjes van de kinderwagen maken een eentonig geluid op de trottoirtegels.

Kedjoek, kedjoek. kedjoek.

, .'t Gaat goed. 't gaat goed, 't gaat goed", maakt Geesje ervan. Ja. nu gaat het nog goed. da! zal vanavond wel anders zijn, weet ze. Dan zal ze, door het urenlange lopen, haar ene been bijna niet meer voorbij het andere kunnen krijgen. Haar handen zullen blauw van de kou zijn en als ze nergens iets te eten krijgt, zal ze zó moe zijn dat ze bijna niet meer thuis weet te komen. Dit alles weet zc uit ondervinding.

„Maar kom", houdt ze zichzelf voor. „geen zorgen voor dc tijd. nu ben ik nog lit."

Ze zet cr flink de pas in en na een paar minuten is ze al bij de spoorwegovergang.

Dan blijft ze ineens van verbazing stokstijf staan en staart met grote ogen naar het tafereel voor haar. Een lokomotief staat dwars over de spoorbaan en twee wagons, vol geladen met kolen, zijn omgekiept. Een paar grote bergen kolen liggen midden op de spoorbaan.

Tientallen mensen zijn aan het grabbelen zo vlug ze kunnen. De een heeft een zak. dc andere een karretje en een vrouwtje houdt zelfs haar schort omhoog cn probeert daar zoveel mogelijk kolen in tc krijgen. Een stel Duitse soldaten staat er met onverschillige gezichten bij. Laten ze dit toe om zo het gemakkelijkst en het vlugst de kolen van de rails af te krijgen? Wie zal het zeggen. Een paar sekonden

maar staat Geesje naar dc grabbelende mensen te kijken, dan stort ook zij zich op de kolenmassa en graait met haar blote handen in de kolen zo vlug als ze kan.

Als ze. terug thuis, de kinderwagen voor de ogen van een verbouwereerde moeder in het schuurtje leeggekiept heeft, rent ze voor de tweede keer naar de spoorlijn. Doordat ze nu een kolenschop heeft meegenomen, gaat het inladen vlugger en beter dan de eerste keer. Geesje werkt wat zc kan. Zes keer is ze al een volle wagen leeg wezen kiepen en nu komt ze voor de zevende keer bij de spoorlijn. Maar nu zijn er al zoveel mensen aan het kolenscheppen, dat ze er maar nauwelijks meer bij kan komen. Zc krijgt dan ook haar wagen maar voor de helft meer gevuld. Moe en afgemat, met kapotte handen en zo zwart als dc kolen zelf, maar intens tevreden, rijdt ze haar laatste ritje naar huis. Naar moeder, die van blijdschap haast niet praten kan.

's Middags gaat Geesje toch nog de boer op. Nee. niet met de statenbijbel maar met een zak kolen. Bij de eerste dc beste boerderij waar ze aanklopt, kan zc al zaken doen. Zc krijgt in ruil voor de kolen een stukje spek. een paar eigengebakken broden, een klont boter, een zakje bruine en een zakje zoute boontjes en ook nog een zakje aardappelen. Als ze overgelukkig de boerin uitbundig bedankt. stopt die ook nog wat eieren in haar handen: „Hier. arme stumper, neem die ook nog maar mee."

Het is eerste kerstdag. Weer zitten 's avonds moeder en Geesje bij elkaar. Maar wat een verschil met een paar dagen geleden. Toen was alles somber, koud en ongezellig in het kamertje.

Maar nu lichten de kooltjes door het raampje van de kachel vriendelijk op en verspreiden een behagelijke warmte. Moeder en Geesje hebben een 'koningsmaal' genoten, twee boterhammen met boter cn ccn heerlijk eitje erbij. En voor morgenmiddag staan er zoute boontjes met spek op het menu. De statenbijbel staat weer in zijn oude glorie tc pronken op het tafeltje. Na het eten heeft moeder hem als vanouds weer op haar schoot genomen en heeft ze het Kerstevangelie gelezen. Daarna las ze ook nog het zevende hoofdstuk uit Mattheüs: „Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader Die in de hemelen is, goede gaven geven degenen, die ze van Hem bidden!"

Tot haar blijdschap merkt Geesje dat moeder nu weer heel haar hart in haar woorden kan leggen als ze zegt: „Hoor je het Geesje. hoe de Heere zorgt? "

Even is het stil, dan gaat moeder verder met een stem die af en toe hapert van ontroering: „We mogen vandaag kerstfeest vieren Geesje. mèt eten en warmte.

Dat is een wonder en een grote zegening. Maar het echte kerstfeest bestaat niet uit uiterlijke zegeningen kind. hoe groot die ook zijn. Echt kerstfeest kun je pas vieren als je mag weten dat de Heere Jezus ook voor jou naar de aarde gekomen is. Vraag maar veel aan de Heere of je een nieuw hart mag krijgen. Geesje, dan zal het ook voor jou écht kerstfeest worden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1993

Daniel | 34 Pagina's

Het kerstfeest van Geesje

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1993

Daniel | 34 Pagina's