Bij het passeren van de jaargrens
Wat moet alles toch wonderlijk goed geweest zijn in de staat der rechtheid. Een wonderlijke harmonie was er tussen de Schepper en Zijn schepsel. Geen zonde die scheiding maakte. De mens. het pronkjuweel van de schepping, had maar één doel. Het was zijn hoogste lust om zijn Schepper te loven en te prijzen. Niet uit dwang, maar gewillig en uit liefde. Maar ook de Heere verlustigde Zich in Zijn schepping: „En zie, het was zeer goed".
Zes dagen heeft een drieënig God gearbeid. Maar op de zevende dag rustte Hij. Waarom? Omdat de Heere, met eerbied gesproken, vermoeid was van alles dat Hij gemaakt had? Nee. maar om
Zich daarin te verlustigen.
Daarom heeft de Heere de sabbatdag ingesteld en geheiligd.
Wat een wonder dat we zelfs na de val, in Gods algemene goedheid nog een rustdag mogen hebben. Eén der paradijsbloemen, hoewel schromelijk geschonden en meer en meer ontheiligd.
En is het niet zo met alles dat met God en Zijn dienst te maken heeft? Zijn dag. Zijn naam. Zijn eer. Zijn kerk en volk. Het is na de val in het paradijs nog nooit anders geweest. Maar naarmate we de eindtijd naderen, worden de aanslagen van de vorst der duisternis steeds feller en heftiger, maar ook geraffineerder.
Hoe moeilijk wordt het voor ons, maar vooral voor onze jeugd, om staande te blijven. Dat is in eigen kracht onmogelijk. Hoe voert de satan zijn listige aanslagen uit in het bijzonder op onze jonge mensen. Te denken valt aan allerlei vormen van verslaving. Wat een nood en intens verdriet als onze kinderen in die strikken terecht gekomen zijn.
Maar ook op andere fronten heeft hij zijn trawanten. Wat denkt u van degenen die in de gezondheidszorg werken. Of als één van uw kinderen na veel sollicitaties eindelijk een plaats heeft gekregen in de maatschappij. Na kortere of langere tijd wordt verwacht dat hij of zij in bijvoorbeeld een winkel ook 's zondags zal werken. Dan moeten er keuzes gemaakt worden. Zo zijn er voorbeelden te over. Laatst sprak ik een meisje dat bezig was met een hogere beroepsopleiding op een neutrale school. (Voor haar de enige mogelijkheid om voor een deel haar werk te kunnen blijven doen. maar meer nog om thuis te kunnen blijven wonen).
Wat daar op die school voorgeschoteld en opgedist wordt, is werkelijk onvoorstelbaar. Van een ander meisje hoorde ik dat er op een zogenaamd christelijk instituut tijdens een bepaald lesuur op de achtergrond popmuziek ten gehore werd gebracht. En men vindt het gewoon. Als je al deze dingen hoort, dan denk je:
„Kinderen, hoe komen jullie hier doorheen!". Dan mag wel eens de stille verzuchting in het hart zijn: „O Heere, wilt U ze staande houden. Want in hun en in ons is geen kracht tegen die grote menigte". Maar dan mogen wc ook op Gods goedertierenheden zien. Want wat is het van onschatbare waarde en een onuitsprekelijk voorrecht, als er een veilige thuishaven mag zijn, evenwichtig, met warmte en toegenegenheid.
Waar nog gevraagd wordt naar de Heere en Zijn sterkte. Waar nog ouders zijn met een goed huwelijks-en gezinsleven. Als u dat hebben mag. wees er dan zuinig op. 't Is ook nog zo'n paradijsbloem. De kinderen voelen het aan. als het tussen vader en moeder goed ligt. En ze hebben het zo nodig in deze vreselijke tijd. 't Wordt bang op de wereld. De Heere haalt Zijn kinderen en knechten thuis, "t Zijn toch de heiligen der hoge plaatsen, de kurken waarop de wereld drijft. En als die kurken wegvallen, zakt de wereld steeds dieper in het moeras. Dat is voelbaar en merkbaar. Och. dat er nog anderen voor in de plaats mochten komen. Daartoe geve de Heere veel worstelingen aan Zijn genadetroon voor ons en onze kinderen, voor land en volk, voor kerk en staat. Wie weet, de Heere mocht ons nog genadig zijn.
En Hij is nog lankmoedig en genadig. Want in deze donkere wereld staan de kerstdagen weer voor de deur. Kerst, daar was in de staat der rechtheid geen plaats voor. 't Was ook niet nodig. Maar in Genesis 3 komt daar als het ware die zwarte bladzij in Gods Woord. Daar lezen we hoe het de mens niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden. Maar ondanks onze diepe
val is de Heere nog zo goed en goeddoende over ons. Dan laat Hij nog verkondigen dat beloofde Vrouwenzaad. Dat in de volheid des tijds gekomen is en waar in Bethlehem geen plaats voor was.
Voor dat Kind is van nature ook in ons hart en leven geen plaats. Dat dan de bede in ons hart mocht zijn: ..Och. dat Gij de hemelen scheurdet. dat Gij nederkwaamt om plaats te maken voor Uw eigen werk".
Dan mogen Gods knechten zich weer opmaken om de boodschap van vrije genade te verkondigen aan een doemschuldig volk. Dan mogen ze zich. als het goed is. verlustigen in het wonderlijke ambt dat de Heere hun op de schouders gelegd heeft. In eigen kracht? Nee, dat kon zelfs Mozes niet. Dat er dan onder ons veel Aarons en Hurs gevonden mochten worden. U kent de geschiedenis. Als dc armen van Mozes slap werden, had de vijand de overhand. Voelt u wat er nodig is? Een biddende gemeente, een behoeftig volk. Al zijn het maar van die zuigelingen, als het maar waar is.
De oude ds. P. Honkoop zei wel eens: ..Op de kansel heb ik het meeste profijt van die zuigelingen: die trekken het uit je mond. Als je zo mag preken is het geen taak. maar een heilig vermaak."
Is er onder ons nog een waarlijk adventsvolk. dat uitziet naar Zijn komst in het vlees met heet verlangen voor eigen hart en leven?
Dat is toch de enige troost, beide in leven en sterven. Daar kunnen we mee door dit leven. Hoe donker ooit Gods weg moog' wezen. Daar kunnen we ook mee uit dit leven. Want Hij ziet in gunst op die Hem vrezen. Mag ik u zo gezegende kerstdagen, maar ook een goede jaarwisseling toewensen.
Wat zal het komende jaar ons brengen? Veler gedachten zullen zich vermenigvuldigen.
Want juist in deze tijd. aan einde van het jaar, kunnen zoveel herinneringen bovenkomen betreffende bijzondere omstandigheden, die in het achterliggende jaar ons deel waren. Daar zullen blijde en droevige gebeurtenissen geweest zijn. Maar zelfs de meest vreugdevolle dingen kunnen omfloerst zijn door leed. Hoe kan het ook anders: waren er geen zonden, dan waren er geen wonden. Zo heeft elk huis zijn kruis, elk hart zijn smart.
En al waren er in ons persoonlijk leven geen schokkende gebeurtenissen, daarentegen waren er beroeringen te over op allerlei gebied. Sociaal, maatschappelijk, staatkundig en in het wereldgebeuren. De aarde heeft gebeefd en de oorlogen hebben gewoed. Hoeveel duizenden slachtoffers zijn niet omgekomen en gezonken in 's afgronds donkere nacht. Wellicht waren cr ook bij. die eeuwig God zullen groot maken. Want enerlei wedervaart de rechtvaardige en de goddeloze. Maar het predikt ons: de mens gaat naar zijn eeuwig huis. Wij mogen er nog zijn en we mogen doen wat onze hand vindt om te doen, ook op onze verenigingen.
Een nieuw jaar ligt weer voor ons. En bij de aanvang daarvan wil ik u namens het bondsbestuur van harte veel sterkte toewensen maar ook lust. liefde en onderlinge verbondenheid. Van harte Gods zegen op al uw arbeid en wellicht tot ziens op één van onze regiodagen bij leven en welzijn. Met een hartelijke groet,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1993
Daniel | 34 Pagina's