„De Heere is altijd in ernst”
vraaggesprek met ds. C. Harinck over de verhouding van Wet en Evangelie in de prediking
vraaggesprek met ds. C. Harinck over de verhouding van Wet en Evangelie in de prediking
Dinsdagmiddag 9 november trokken we na schooltijd in de richting van Houten, waar we in de pastorie hartelijk werden ontvangen door dominee en mevrouw Harinck. Het doel van onze reis was een vraaggesprek over de verhouding Wet en Evangelie. De catechismus zegt: „Door de Wet is de kennis der zonde". De opdracht van de Heere Jezus aan de discipelen was: „Predik het Evangelie". Sluit een en ander elkaar uit, of zijn deze uitspraken niet met elkaar in strijd? Voor de woorden Wet en Evangelie mag je ook zeggen: eis (Wet) en belofte (Evangelie). Wat de HEERE van ons eist, behoort hij de Wet: doe dat en gij zult leven! Datgene, wat de HEERE belooft, is het Evangelie. Laten we samen wel beseffen, dat Wet en Evangelie beide Gods Woord zijn. Daarom is het nodig, dat in de prediking het juiste evenwicht wordt gevonden. Wc hebben ds. Harinck bereid gevonden, om deze moeilijke materie voor jullie in een helder licht te plaatsen. Het was zijn hartelijke wens, dat de spiegel van de Wet ons zou mogen brengen tot de beloften van het Evangelie, die in Christus ja en amen zijn. Dan hebben we in ons leven beide nodig: Wet en Evangelie. Samen gebruikt de HEERE ze om zondaren te bekeren: het geloof is door het gehoor en het gehoor door het gepredikte Woord (Wet en Evangelie, eis en belofte)!
Dominee, kunt u in het kort zeggen, wat we moeten verstaan onder de prediking van Wet en Evangelie?
Ja, ik wil daar het volgende van zeggen: je kunt Wet en Evangelie ook aangeven met de woorden: eis cn belofte. Dus alles wat geëist wordt, behoort tot de Wet en alles wat beloofd wordt, behoort tot het Evangelie. Wanneer we zeggen: de juiste prediking is een prediking van Wet en Evangelie, dan bedoelen we een zeker evenwicht tussen wat God eist en wat God belooft. We moeten daarbij wel bedenken dat Wet en Evangelie uit dezelfde bron komen: beide komen van God. We mogen de Wet niet tot het Evangelie maken en het Evangelie niet veranderen in de Wet. Luther zei: „Wie Wet cn Evangelie kan onderscheiden. is een theoloog!"
Paulus zei, dat hij in zijn eertijds 'naar de Wet van God onberispelijk leefde'. Kunnen we dan toch de Wet onderhouden? Nee, we kunnen de Wet niet houden. Wat Paulus vroeger voor het houden van de Wet hield, was maar een uiterlijk houden van de Wet. Paulus wil zeggen: „Vroeger lette ik alleen op het uiterlijk, dus toen leek het alsof ik de Wet hield". Maar de Wet vraagt meer dan het uiterlijk, ze vraagt het hart. De Wet wijst er niet alleen op, wat jc doet, maar hoe je het doet. Zo leert dc Wet ons, dat we haar niet kunnen onderhouden.
Jezus zei: Predikt het Evangelie" (Markus 16:15). Is de prediking van de Wet dan wel nodig?
Je kunt in de Galatenbrief
merken, dat men dat ook tegen Paulus zei: Waartoe is dan dc Wet? (Galaten 3:19). Indien dc zaligheid dan toch door dc belofte is, waartoe is dan de Wet? " Paulus voert die gedachte dus vragenderwijs in. Zijn antwoord is dan: Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld". Met andere woorden, de Wet dient om de zonde aan te wijzen en om zo de weg voor het Evangelie te bereiden. Dus de prediking van de Wet blijft nodig. En dan zou ik kunnen wijzen op de bekende drieslag: e Wet is een kenbron van ellende, tuchtmeester tot Christus, maar vooral ook een leefregel der dankbaarheid.
Zondag 2 van de Heidelberger Catechismus leert ons met verwijzing naar Romeinen 3:20. dat we onze ellende uit de Wet Gods kennen. Wil dat zeggen, dat de ellendekennis alleen door de prediking van de Wet wordt gekend?
Ja. ik wil proberen daar iets van te zeggen. Allereerst wil ik beklemtonen wat er staat in Romeinen 3:20 „Door dc Wet is de kennis der zonde". Jc zou kunnen zeggen: s daar nu persé de Wet voor nodig? Dan zeg ik toch: a. In de krant lees je dat er veel ellende is, maar dat brengt toch niet die kennis van de zonde met zich mee, die ons nodig is. Die zondekennis is inderdaad uit de Wet. Dc Wet plaatst dc zonde in het licht van Gods wil. en laat ons zien dat de oorzaak van onze ellende de overtreding van Gods gebod is. Eenvoudiger: e ellende is vrucht van het afwijken van de goede weg die God ons in Zijn Woord voorhoudt. De apostel noemt immers de Wet goed. Ten diepste is zonde dus ongehoorzaamheid. Ik wil in dit verband ook wijzen op Romeinen 7:7 en 8. In vers 8 lezen we: Want zonder dc wet is de zonde dood". De zonde is er wel. maar die wordt dan niet gezien of gevoeld. En in 1 Korinthe 15:56 lezen we: De kracht van dc zonde is de dood". Dus de Wet is de kenbron van de zonde. Dat blijft de Wet ook in het stuk der dankbaarheid. Lees maar vraag 115 van de H.C.:
„Opdat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen....". Dus de Wet heeft echt de funktie om het kwaad aan te wijzen, de zonde te ontdekken en ook in het leven van de gelovigen een steeds diepere kennis te geven van hun verdorven aard. Graag wil ik hieraan toevoegen, dat er ook een ander element is, dat vooral te maken heeft met het lijden en sterven van Christus. M. Henry zegt dat Jezus' lijden 'een kommentaar is op het kwaad van de zonde'. Wanneer jc door het geloof komt tot de kennis van wat Jezus geleden heeft voor overtreders en goddelozen je leert die lijdende Jezus kennen, dan zal dat de zondekennis verdiepen. cn Dan zie je, op het diepste wat voor kwaad de zonde is. Dan zie je dat jc door je eigen Zijn kroon hebt en Zijn beker hebt schuld gevlochten gevuld, zoals McCheyne het uitdrukte.
Professor Velema schrijft in zijn boek 'Wet en Evangelie': „Ik acht het onjuist om de kennis van de wet als temporeel en chronologisch voorafgaand aan het Evangelie tot een heilsordelijke 'must' te verklaren. Bij Calvijn kan men voor zulk een stelling geen bouwstoffen of basis vinden " (blz. 154). Bent u het met Velema eens?
Ja, daar moet ik toch even over nadenken. Ik heb overigens het boek nog niet gelezen. Ik vind dat woordje 'must' wat scherp gesteld. De Nadere Reformatoren spreken in ieder geval niet over een 'must', maar ze stellen dat 'gewoonlijk' het werk van
de Wet vooraf gaat. Ze geven toch ook toe. dat de HEERF. soms een andere weg gaat. Verder verwijst Velema Calvijn. Het moet hem naar toch bekend zijn. dat Calvijn en alle vroege reformatoren spreken over een drievoudige funktie van de Wet: de wet is cr om de zonde te beteugelen, om tot Christus te leiden cn ze dient om de gelovigen tot een regel des levens te zijn. Lees bijvoorbeeld de Institutie van Calvijn II, 7, 6. Hij zegt hierin dat het nodig is, dat de mens, die blind is en dronken is van eigenliefde, gebracht wordt tot de kennis en de bekentenis van eigen zwakheid en onreinheid. In één van zijn predikaties over Genesis 15 zegt hij zelfs, dat we bij de kennis der ellende beginnen moeten., . Wij moeten bedroefd zijn met zulk een treurigheid dat wij verlegen zijn voor God tot aan het haten van onszelf en een verfoeien van onszelf Wanneer wij zo onze rechters zijn, dan zullen wij door God vrijgesproken worden ".
Ik wil overigens opmerken dat Calvijn niet zo schematisch is als later de Puriteinen en de mannen van de Nadere Reformatie, die dc bekering en de bekeringsweg met allerlei dwaalwegen en misstanden hebben uitgediept. Toch moeten we zeggen, dat de bouwstenen er bij Calvijn wél zijn. In zijn kommentaar op Jesaja 55:1 zegt hij, dat Christus slechts beloofd wordt aan hen, die vernederd en terneergeworpen zijn door een gevoel van zonde. En bij Johannes 10:8 stelt hij. dat de Wet de gewetens in Gods oordeel stelt om hen te verwonden met vrees.
Toch maakten onze vaderen een onderscheid tussen wettische en evangelische bekeringen, zoals a Brakel en Guthrie. Is deze onderscheiding niet in strijd met de orde die Calvijn aangeeft op grond van Romeinen 3:20?
Nee, dat niet. Zc bedoelen ermee, dat in de ene bekeringsweg meer de wet overheerst, hen met vrees en verslagenheid vervult, terwijl in de evangelische bekeringsweg de zondaar vervuld met liefde en evangelisch berouw. Je kunt daar een mooi voorbeeld van vinden bij Guthrie. Hij zegt van Zacheüs: „Door enkele woorden der liefde, als verzwelgende het werk wordt der Wet". Guthrie zegt niet, dat er bij Zachcüs geen werk der Wet was, maar hij stelt dat de aanklacht en de veroordeling van de Wet er maar kort was. Hij heeft het niet lang en diep gevoeld, omdat het verzwolgen werd door de liefde van Christus. Brakel spreekt ook op deze wijze over een evangelische bekering.
Dominee, is er een ontdekking van de Wet buiten het Evangelie om?
Als alleen de Wet gepredikt wordt, leidt dit tot wanhoop. Wanneer men alleen het Evangelie predikt, leven mensen in zorgeloosheid en oppervlakkigheid verder. We moeten de Wet niet preken buiten het Evangelie om ook niet ten koste van het en Evangelie. Luther schrijft: „Zoals donder en bliksem zonder regen meer kwaad dan goed doen, zo doen predikers die de vloeken van de Wet prediken, maar de dauw van het Evangelie niet laten nederdalen. Zij zijn geen wijze bouwers, want ze breken af, maar bouwen niets op in de plaats daarvan ".
Owen zegt, dat de Wet besteld was in de handen van de Middelaar en dat ze in de handen van de Middelaar gepredikt moet worden. De Wet moet evangelisch gepredikt worden. Hij bedoelt dat cr altijd uitzicht geboden moet worden als de Wet gepredikt wordt. Comrie zegt: „Sinaï doet de tranen opdrogen, maar een gezicht op Sion doet de tranen welig vlieten".
In verband hiermee willen we u de vraag stellen of er ware boetvaardigheid is buiten Christus om?
We moeten een onderscheid maken tussen overtuiging van zonde en boetvaardigheid. Het eerste gaat gepaard met vrees, schrik, bekommernis. Maar boetvaardigheid is toch iets anders. Dat is er alleen, wanneer het hart smelt vanwege de kennis van Gods barmhartigheid in Christus. Calvijn zegt, dat er zonder een bevatting van Gods barmhartigheid geen boetvaardigheid kan zijn. Boetvaardigheid heeft dus alles te maken met de hoop op Gods genade en de vergeving.
Maar kan iemand eerst kennis van vergeving door het Evangelie hebben en daarna kennis van ellende door de Wet?
Nee. dat kan niet. Hoe kun je nu vergeving begeren van zonden die je niet kent en van schuld die je niet gevoelt? Wel zeggen we ook hier weer dat dc kennis van het Evangelie de zondekennis meer verdiept. Maar dat wil niet zeggen dat het ware geloof aan de ontdekking van de Wet vooraf gaat. Waarom zou jc geloven als de Wet je nooit onrustig heeft gemaakt?
Nu u dit zegt. dominee, hoe moeten we dan Boston verstaan die ergens schrijft: „Het geloof van de Wet is het zaligmakend geloof inderdaad niet"?
Boston spreekt van het geloof van de Wet als zijnde ook geloof. Maar dan niet geloof dat redt en behoudt. Het is een geloof dat je juist in nood en in angst brengt. Dc Wet
; cht geloven doel roepen: .Wat moet ik doen om gehouden te worden? " Maar Boston onderscheidt dat duidelijk van het zaligmakende geloof, het reddende geloof, waarmee Christus wordt aangenomen.
Welk verband ziet u dan mee de heilsorde? Horen de ontdekking van de Wet en de vergeving door het Evangelie hiertoe?
Wij geloven naar de Schrift dat alles uit cn door Hem Ook de ontdekking door de Wet is Gods werk. Dus de Wet heeft een funktie in de heilsorde. Maar het is. Evangelie ook. Wanneer Gods Geest je de ogen opent voor wat er staat in de Bijbel, dan zie je dat God je veroordeelt. Maar gelukkig, dan mogen ook de beloften je aanspreken. In die zin hebben Wet en Evangelie een plaats in de heilsorde. Ik kom nog even terug op vorige vraag. Wat het de geloof betreft - en dat is eigenlijk ook een aanvulling op vorige antwoord - de het Westminstcr Confessie zegt, dat het geloof beeft voor de dreigementen en dat het de beloften omhelst.
Zo zie je hoe het geloof staat tegenover de Wet en tegenover het Evangelie. Bij Calvijn vind je die gedachte niet zo. Bij hem is het geloof altijd reddend van aard. De Wet als tuchtmeester tot Christus wordt door hem sterk benadrukt.
Mag slechts een ontdekte, uitgewerkte en schuldverslagen zondaar het Evangelie worden gepredikt?
De opdracht van Christus tot Zijn discipelen was: „Gaat dan henen, predikt het Evangelie aan alle kreaturen". Dus niet alleen tot verslagenen worden ze uitgezonden. In Comries 'Eigenschappen' is er een mooi citaat te vinden. Je vindt het op blz. 392. Daar gaat het over de algemene amnestie die afgekondigd wordt. „Zie, als er een generaal pardon aan alle deserteurs uitgeroepen wordt, elk, die gedeserteerd heeft, heeft een wettig recht op het pardon, in die afkondiging beloofd, schoon niemand het dadelijk eigendom en de genieting van de vergiffenis zijner misdaad heeft, dan die. die binnen den bepaalden tijd op de afkondiging inkomt, steunende op de trouw der hooge machten, dat zij hun trouw, in den pardonbrief verpand, zullen nakomen, en den schuldige dadelijk doen ondervinden de vruchten der beloofde vergeving. Evenzoo is het in dit geval, elk die gelooft, en bewust is, dat hij een zondaar is. die heeft grond om het pardon aan te nemen, en daarop te vluchten tot dien God. Die het heeft laten afkondigen, en die zoo komt, zal geenszins uitgeworpen worden. Daarom mijne geliefden! elk kan zien, wat recht hij tot de beloften heeft, en die het gebruiken wil zal de vruchten daarvan genieten."
Hoe moet je dan Mattheüs 9:23 zien? Die tekst moet je in zijn verband lezen. Het Evangelie is gericht op zondaren. Ze behandelt ons als zondaren, als verloren mensen, al willen we niet zo behandeld worden. Dc mensen die zichzelf zochten tc rechtvaardigen, waren het verst verwijderd van het Koninkrijk Gods.
Christus en Johannes de Doper predikten de zonden scherp in het licht van Gods Wet. Wordt dit niet te weinig nagevolgd? Stappen velen niet te snel over naar het Evangelie?
Ja, ik denk van wel. We hebben in deze tijd behoefte aan een juiste prediking van dc Wet. De mensen moeten horen wat God eist en ook horen dat, wanneer we niet luisteren, we onder de vloek zijn. Tot de prediking van de We; behoort natuurlijk ook dc eis van bekering en geloof. Daar kan niemand zich aan onttrekken. God zal ons hiervoor verantwoordelijk houden.
Dominee, wat wordt bedoeld met 'de volle raad Gods verkondigen'?
De apostel zegt dit tegen de ouderlingen van Efeze. Wat ben je een begenadigd dienaar geweest, als je met deze woorden de gemeente kan achterlaten. Maar vergeet niet, dat Paulus dit zegt na een verblijf van drie jaar te Efeze. Je kunt niet alles in één preek zeggen. Wat de tekst zegt, dat moet je preken. Men moet daarom in de tekstkeuze niet eenzijdig zijn. maar het juiste evenwicht zoeken.
De Wet is niet alleen een ken bron van ellende en een tuchtmeester tot Christus, maar
ook een regel der dankbaarheid. Kunt u over die laatste funktie van de Wet iets zeggen? De Heere Jezus heeft gezegd: „Indien gij Mij liefhebt. zo bewaart Mijn geboden". De verloste zondaar begeert God te dienen. Zo iemand wil ook weten hoe God gediend moet worden. Zo komt hij weer bij Gods Wet terecht. God, Die in het stuk der ellende tot de mens zegt: „Omdat Ik je van de vloek der Wet heb verlost, daarom houd Mijn geboden". Dus in een zeer evangelische vorm komt de Wet terug in het stuk der dankbaarheid. Het is dan: „Hoe lief heb ik Uw Wet!"
Tenslotte nog deze vraag, dominee, welke boodschap hebt u aan de jongeren die dit blad lezen, als het in het bijzonder gaat om de verhouding Wet en Evangelie?
Onze jonge mensen moeten bedenken, dat God altijd in ernst is, als Hij ons dreigt, veroordeelt en ter verantwoording roept. We moeten niet denken, dat het wel mee zal vallen in het einde. Bedenk dat God de zondaar vervloekt, die Zijn Wet niet houdt. Nee, het zal niet meevallen. Het zal verschrikkelijk wezen om God buiten Christus te ontmoeten. Maar laten we toch ook bedenken dat God in ernst is, als Hij in het Evangelie tot ons komt. Hij meent het, je kunt op Hem aan als Hij roept: „Wendt u tot Mij en wordt behouden" en als Hij zegt: „Ik heb geen lust in uw dood", als Hij Christus laat prediken als de verzoening van onze zonden, wanneer Hij zegt: , A1 waren uw zonden als scharlaken. Ik maak ze witter dan sneeuw".
H. I. Ambacht
M. H. Eckhardt
B. S. van Groningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1993
Daniel | 33 Pagina's