JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Dank-, bede- en boetedagen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dank-, bede- en boetedagen

7 minuten leestijd

In onze steeds verder gesekulariseerde samenleving, waarin wij. door 's Heeren goedheid nog steeds onze jaarlijkse dankdag kunnen, en mogen houden, is het goed om eens stil te staan bij de historie van de dankdag. In de allereerste plaats willen we kijken hoe Gods Woord spreekt over bid-en dankdagen.

In het Oude en Nieuwe Testament

In het Oude Testament treffen we plechtige verbods-en boetedagen aan, waarop het volk Israël, in buitengewone omstandigheden, zich voor de Heere verootmoedigde, en onder vasten en weegeklag. ontferming en redding afsmeekte. Wij lezen hoe het volk door dankzegging, offerande en gebeden Gods goedheid en ontferming loofde.

In Jozua 24 staat geschreven hoe Jozua het ganse volk tesamen riep te Sichem. om zich te stellen voor het aangezicht van de Heere God. tot vernieuwing van het verbond.

Door Samuël werd het volk Israël bijeengeroepen te Mizpa. Zo lezen we in 1 Samuël 7:5. 6: Verder zeide Samuël: ergadert het ganse Israël naar Mizpa. en ik zal den Heere voor u bidden. En zij werden vergaderd te Mizpa. en zij schepten water en goten het uit voor het aangezicht des HEEREN; en zij vastten te dien dage. en zeiden aldaar: ij hebben tegen de HEERE gezondigd". Koning Jósafat riep het ganse volk samen om de Heere te zoeken, in de strijd tegen de Moabietcn en de Ammonieten.

2 Kronieken 20:3. 4: Jósafat nu vreesde, en stelde zijn aangezicht om de HEERE te zoeken: n hij riep een vasten uit in gans Juda. En Juda werd vergaderd, om van de HEERE hulp te zoeken; ook kwamen zij uit alle steden van Juda om de HEERE te zoeken".

Na de overwinning in ditzelfde hoofdstuk lezen we in vers 27 en 28: ..Daarna keerden alle mannen van Juda en Jeruzalem weder, en Jósafat in dc voorspitse van hen. om wederom met blijdschap tot Jeruzalem te komen; want de HEERE had hen verblijd over hun vijanden. En zij kwamen te Jeruzalem, met luiten, cn met harpen, en met trompetten, tot het huis des HEEREN".

Ook in latere tijd zien we. hoe Ezra zich gereedmaakte om met een gedeelte van de gevangenen Israëls, uit Babel naar Jeruzalem op te trekken. Aan de rivier A'have riep Ezra eerst een vasten uit, en daar verootmoedigde men zich voor de Heere, om van Hem een voorspoedige overtocht af te smeken.

In het Nieuwe Testament komen we geen bevelen of verordeningen tegen ten aanzien van boete-, bede-en dankdagen.

Wel lezen we in Handelingen 12 hoe de gemeente in nood bijeen was, om te bidden. Handelingen 12:5: Petrus dan werd in de gevangenis bewaard, maar van de gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan".

De kerk in de eerste eeuwen

De christelijke kerk in de eerste ecuwen kende dan ook geen officiële bede-en dankdagen. Wel was het niet ongewoon dat christenen, in dagen van nood en gevaar, bepaalde dagen afzonderden voor boete en gebed, ten einde de toorn Gods af te bidden, en te vragen om Zijn bescherming en gunst. Vaak ging dit gepaard met een algeheel vasten, of zo men door omstandigheden verhinderd was om te vasten, nam men alleen water en brood tot zich. Toen ook in ons vaderland het licht van het Evangelie ging schijnen, deden deze bede-, en dankdagen hier zijn intrede. Waren het aanvankelijk dagen die bestonden uit gezamenlijke bedediensten, en een algeheel vasten, onder invloed van de Roomse kerk veranderden zij in een processie-plechtigheid. Deze processies werden door de overheid uitgeschreven en de kerkelijke regering zorgde voor de uitvoering hiervan.

Na de Reformatie

Ook de kerk van de Hervorming roept op tot dank-, vast-en bededagen.

In plaats echter van de opwekking 'tot het eerbiedig volgen van het H. Eerw. Sacrament' spreekt men over 'om zich te begeven tot bidden, vasten, aalmoezen en andere goede werken den Heer aangenaam' en het woord: 'generael Bededach' komt in de plaats van 'generael Processie', terwijl bij de opwekking tot 'vasten, bidden en andere goede deuchdelycke werken' toegevoegd wordt 'zonder eenich waen van verdienste'.

Ook na de Reformatie bleef zij onder wereldlijk gezag. De vele kerkelijke synoden bepaalden aldus: „Dat in tijden van oorlog, pestilentie en andere volksrampen een 'vasten met bidden' zou worden vastgesteld, „door den raad der kerk en bewilliging der overheid zoo dat geschieden kon". Ook de Dordtse Synode wijst op de taak der overheid tot het uitschrijven van boete-en bededagen. Men leest in deze kerkelijke verordeningen steeds van vast-en bededagen maar niet van dankdagen. Maar al maken deze verordeningen van geen dankdagen melding desalniettemin zijn ze wel gehouden. Zeker in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, hield men na de overwinningen, behaald op de Spanjaarden, een dankdag. Zo lezen we dat men na het ontzet van Leiden, op woensdag 10 november 1574, een "algemeynen vast-endc bededag' hield „omme den Almogende Godt voor syne oneyndelijke genade en barmharticheyt deur het wonderbaerlicke ontsetten deser stede bewesen. tc dancken ende loven de deselve te bidden, dat zyne God. wille sy de geesselen ons tot noch toe. als tot castydinge van de menichvuldicheyt ons aller sonde toegesond eenmale op te houden te gebieden".

En al wordt er in de reeks van kerkelijke verordeningen over dankdagen niets vermeld, dan moet men de rede hiervoor vooral daarin zoeken, dat de kerkelijke synoden dc zorg hiervoor aan de burgerlijke regering meende te kunnen overlaten, omdat dit als roeping der overheid beschouwd werd.

Zo'n bede-, vast-of dankdag was gericht aan de gehele bevolking van een stad of gewest. De overheid stuurde 'Biddagbrieven' aan de predikanten, waarin het bijzonder doel van de biddag bekend gemaakt werd. en zij werden gevraagd hun predikatiën voor die gelegenheid in te richten, naar de bijzondere omstandigheden waarin het vaderland verkeerde.

Deze brief werd door de predikanten op de eerstvolgende zondag vanaf de preekstoel voorgelezen.

Op deze bijzondere dagen bleven op bevel van de overheid alle herbergen gesloten; alle publiekelijke vermakelijkheden, alsmede alle openbare arbeid werden verboden.

De kerken konden vaak de scharen niet bevatten. Er werd tweemaal gepreekt, velen bleven een gehele dag in de kerk, en onthielden zich van spijs en drank. Doordat ons land uit verschillende gewesten bestond, kende men geen nationale bid-of dankdag. Omdat deze dagen gehouden werden naar aanleiding van de gebeurtenissen in ons land. kende men ook geen vaste jaarlijkse bid-of dankdag.

Uitzonderingen hierop waren de Overijsselse biden dankdag, die respektievelijk dc eerste woensdag in maart, en de eerste woensdag in november werden gehouden, speciaal met het oog op het gewas, en die zich tot heden hebben gehandhaafd. Ook Zeeland kende vanaf 1653 deze vaste jaarlijkse bededagen, de eerste woensdag in maart, en de derde woensdag in november.

In deze tijd

Tot de Franse Revolutie en de komst van de Fransen in ons land. circa 1795. is deze bid-en dankdagviering gebruikelijk gebleven. Wij kenden tot deze tijd in ons land een staatskerk. Onder invloed van de nieuwe tijdsgeest, de 'Verlichting', die vanuit Frankrijk ons land binnenkwam, werden staat en kerk van elkaar gescheiden. Het uitroepen van deze bedeen dankdagen is vanaf toen een taak van de kerk alleen geworden.

Groot is de invloed van de 'Verlichting', het bovenaan stellen van verstand en rede. binnen de kerken geweest.

De kerk (en haar belijdenis) was niet langer meer het centrum van het dagelijks leven. Velen geloofden niet meer in de voorzienigheid Gods en Zijn regering over alle dingen, maar vertrouwden nu op menselijk kunnen. In deze tijd zien we, dat niet meer alle kerkgenootschappen deze bede-en dankdag in ere houden. De Heere heeft ons, als gemeenten, nog steeds de vrijheid gegeven om deze dagen te mogen houden. Alleen het vasten, als godsdienstige oefening, is binnen de Reformatorische kerken eigenlijk geheel verdwenen.

Deze maand zijn en zullen er weer dankdagen gehouden worden. De geestelijke nood buiten, maar ook binnen de kerken is zeer groot. Dat de Heere ons mocht geven de gestalte van Jeremia, zoals beschreven in Jeremia 9:1: Och. dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen! zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks". De Heere geve ons allen persoonlijk een opmerkzaam hart, en een rechte dankdaggestalte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1993

Daniel | 32 Pagina's

Dank-, bede- en boetedagen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1993

Daniel | 32 Pagina's