Een wereld in nood... ook dichtbij
Ons vervolgverhaal deel 5
„Zouden we wel genoeg pakjes bij ons hebben? ", vraagt Gerard zich af. „Tel eens even hoeveel we er eigenlijk nog hebben". Ze staan stil om de overige pakjes te tellen.
„He kijk. wie hebben we daar? As dat Jantje de Graaf niet is! Jantjéé...! Waar woont je pa? !"
Als aan de grond genageld blijft Jan staan. Op het grasveld waar ze langs lopen ziet hij een groepje jongens zitten. Eén heeft een bal in zijn handen. Dennis..., ziet hij. En die John is er ook bij. Hoeveel weken is het nog maar geleden?
Verbaasd kijken Michiel en Gerard van het groepje jongens naar Jan. Ze zien zijn schrik, die omslaat in woede. Voor ze iets kunnen vragen zegt Jan kortaf:
„Doorlopen. Hiervandaan..." „Hc Jan. ga je nou gauw naar je moesie? Je ben toch zeker niet bang? Wij doen niks hoor!"
Terwijl Jan zich uit de voeten maakt, klinkt de spotlach hem in de oren. Even kijkt hij achterom. Dennis is gaan staan. Komen ze hem achterna...? O nee, gelukkig, 't Was puur treiteren. Het lijkt erop alsof ze weer gaan voetballen.
„Blijf nou eens even staan", zegt Gerard. „Wie zijn die knullen? Hoe kennen die jou? "
Ze zijn inmiddels aan het eind van het grasveld gekomen en een zijstraat ingelopen. Jan is ziedend. Dit is nou de tweede keer. Vernederd. Getreiterd. Juist nu Gerard en Michiel erbij waren.
„Stelletje..." Een lelijk woord komt over zijn lippen. En daar blijft het niet bij. „Stop nou eens met schelden. Vertel op. wat hebben die jongens gedaan? "
Dan vertelt Jan van die bewuste woensdagavond uit de klub.
Hij gebruikt niet veel woorden. Maar het kost Michiel en Gerard weinig moeite om zich voor te stellen, hoe Jan zich toen gevoeld moet hebben. En hoe hij zich nu opnieuw voelt... „O. als ik kon, wat zou ik ze dan graag terugpakken", besluit Jan grimmig. „Nou, dat kan ik me voorstellen", antwoordt Michiel. Even blijft het stil.
„We zijn nu met z'n drieën", gaat hij dan verder.
„Kunnen we niet wat verzinnen? " „Ja. maar wat? " Vergeten zijn de stroopwafels. Vergeten zijn de adressen waar ze nog langs moesten. Vergeten is dc aktie.
Inmiddels zijn ze weer langzaam terug gelopen naar de hoek van de straat. Van daar kunnen ze het grasveld overzien. De jongens zijn er nog steeds. Ze zijn inderdaad weer gaan voetballen.
„Hoe zouden we ze nou eens..." begint Jan. Opeens ziet hij het!
„Die fietsen! Daar! Tegen die boom. Dat moeten hun fietsen zijn...! We kunnen er ongezien bijkomen met die struiken ernaast".
„Wat doen we? In elkaar trappen? " „Nee. dat maakt teveel herrie".
„We laten hun banden leeglopen. Maar dan wel goed: ventielen eruit! Doen? " „O.K.!" ,
Met een voldaan gevoel lopen ze even later verder.
„Wat zullen ze op hun neus kijken! Weg ventielen! Ze hadden hun fietsen niet op een betere plek kunnen 'parkeren'!"
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1993
Daniel | 32 Pagina's