De deugd der need’righeid
Wanneer de hemel geeft Zijn zegen. Van enen schonen zomerregen, Zo valt de gaav' wel overal Maar al wat hoog is en verheven. Daar komt het water afgedreven. En stroomt in 't allerlaagste dal. Dat is wat schoons om mij te leren. Zo vloeit de milde Geest des Heeren In 't need'rig en ontmoedig hert (= hart) O. need'righeid. zo hoog te roemen. Wat draagt uw hof toch schone bloemen. Och of mijn berg een diepte werd. Och kon ik klein zijn en gebogen. En God in mijne zieI verhogen. Wat zou er van die hoogte of (~ af) Toch lieflijk water in mij vloeien En doen mijn ziet zo lustig bloeien Als enen schonen rozenhof. Daar zou zich Jezus mijn beminden.
Zo zoet en lieflijk laten vinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1993
Daniel | 32 Pagina's