Een wereld in nood... ook dichtbij
Ons vervolgverhaal deel 2
't Is woensdagavond. Gerard en Michiel hebben Jan opgehaald.
Fijn. dal het mocht. Jan. Je zult eens zien hoe leuk je het vindt op de klub. Meneer De Jong en meneer Verhaar zijn van de leiding. Die kunnen écht mooie dingen verzinnen om te maken".
„Nou. ik ben benieuwd. In het dorp waar ik eerst woonde was geen klub".
't Is al druk in de zaal van de kerk als de drie jongens binnen komen. „Ha. kijk eens aan. daar hebben we een nieuweling. Jullie zijn hier een paar weken geleden komen wonen hè. Dc Graaf heet je toch? Hoe heet je met je voornaam? " „Jan, meneer".
„Nou, Jan. welkom kerel. Dat is meneer Verhaar en ik ben meneer De Jong. Zoek maar gauw een plaatsje op".
Jan is op weg naar huis. Hij is nu al een paar keer naar de klub geweest en hij heeft het cr best naar zijn zin. Meestal doen zc na het bijbelverhaal iets van handenarbeid. Soms krijgen ze een boekje met vragen en een puzzel. Dat hoort dan bij de vertelling.
Als het af is mogen ze het mee naar huis nemen. Nu ook weer. Jan kijkt nog eens. „Een wereld in nood" staat er met grote letters op. Ze gaan met alle klubs en jeugdverenigingen een aktie voeren. Voor de zending. In Zuid-Amerika. in Afrika. Er is heel veel geld nodig. Ze gaan boeken verkopen en karweitjes doen waar geld mee verdiend kan worden. Jan denkt aan wat meneer De Jong vertelde over die wereld in nood. „Die is niet alleen ver weg. jongens, in Zuid-Amerika en in Afrika. Ook in de stad waar wij wonen is er heel veel nood. Zoveel mensen hier hebben nooit echt van God gehoord". „Zou het echt zo erg zijn? " denkt Jan. In de straat waar ze nu wonen, zijn zij de enigen die naar de kerk gaan. Erg eig...
„He. uilskuike. ken je niet uit je doppe kijke! Loop-ie te slaapwandele? Dan zal ik je effe wakker make!"
Jan is in een klap terug in de werkelijkheid. Een lange magere jongen van een jaar of vijftien pakt hem stevig bij zijn arm en schudt hem door elkaar.
„Kijk nou. jonges. Dennis heb beet". Een paar andere jongens komen ook dc snackbar uit. „Wat deed-tie. Dennis? "
„Niks!", schreeuwt Jan. „Ik deed niks! Laat me los!"
„Zo, dee jij niks? Mot je luistere mannetje! Ik kom hier uit de petatzaak lope, en jij knalt as een kip zonder kop tegen mijn an. 't Is goed dat me petat op is, anders lag 't nou op straat".
„Laat me los! Ik deed het toch niet expres!"
De jongens komen er om heen staan.
„Niet expres? Ken je dat bewijze dan? Nou, waar blijvie nou met jc grote mond? En wat heb-ie daar in je handje? La-me-is kijke? "
„Blijf af, dat is van mij!" Maar één van de jongens heeft het al te pakken. Jan houdt nog slechts een klein stuikje papier tussen zijn vingers. Tranen van machteloze woede springen in zijn ogen. Wanhopig kijkt hij om zich heen of er iemand is, die hem zou kunnen helpen. „Laat-es zien. John. wat is dat voor moois' k'r
(wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1993
Daniel | 32 Pagina's