Het verhaal van Dorien
Dorien gaat door de regen. De straat is leeg, de bomen druipen. Zij loopt met trage stappen.
Bij de brievenbus, rood gulzig monster, staat zij stil en haalt een langwerpige envelop tevoorschijn. Ze draait hem om en om. Haar gezicht is wit en strak. Dan. haastig, schuift zij de brief tussen de grctig-wijkende tanden. Het begint harder te regenen. Zij gaat terug, ze zet haar kraag op.
Al aan het begin van de middelbare school weet Dorien dat zij onderwijzeres wil worden. Zij heeft een vastomlijnd doel voor ogen: een fijne baan, een kleine school, een leuke kamer. Verder denkt zij niet; dan begint het grote leven.
Eén voor cén worden haar idealen verwezenlijkt. Ze slaagt voor alle eksamens en wordt juf op een mooi. nieuw schooltje in een rustig dorp. In het begin bewoont zij een kleine kamer, maar later krijgt zij dc beschikking over een gerenoveerd huisje van rond de eeuwwisseling. Het is heerlijk dit woninkje in te richten en langzaam wordt het dan ook een artistiek, sfeervol thuis voor haar.
Dan is alles klaar en zij begint te wachten. Zesentwintig jaar is niet meer echt j jong. De kinderen in haar . klas vinden dat oud. stokoud.
Haar leven is vol werk. hobby's, kctkgaari. verenigingsleven. Het is ook leeg: ZIJ IS alleen Ze leeft van hoogtepunt naar hoogtepunt
Ergens in de toekomst moet het geluk toch liggen Dat zulke hoogtepunten vaak dieptepunten worden, is niet gemakkelijk te aanvaarden
De drie kruisjes komen dichterbij. Dorien laat zich niet kennen. Zij is kunstzinnig en kreatief en ze weet haar avonden uitstekend te vullen. Met haar werklust en haar puntige humor weel zij kennissen en kollega's om de tuin te leiden. Haar familie weet echter wel dat zij niet altijd zo opgewekt is.
In die tijd heefl zij een paar maanden omgang met een aardige jongen. Nu wordt haar leven werkelijk eenzaam. omdat hun harten elkaar zoeken en elkaar toch niet kunnen vinden. Het is een opluchting als er een einde aan komt, hoewel het alleenzijn daarna wel pijn doet.
Op haar dertigste verjaardag zegt ze lachend tegen haar vriendin: ..Ik begin er zo langzamerhand een beetje belegen uit te zien. vind jc ook niet? "
Haar zelfspot wordt wel wal wrang. Ik ben 't alleenzijn moe. denkt ze. Ik zoek een sterke schouder. Oftewel een jongeman om een goede relatie mee op te bouwen. Nadere kennismaking is ook goed....
Sinds kort leest ze huwelijksadvertenties. Vroeger waren die slechts een bron van vermaak voor haar. Nu zit ze wel eens te spelen met bepaalde mogelijkheden. Dorien wacht nog altijd.
Zij moet soms vechten tegen een gevoel van minderwaardigheid. Op een avond staat ze voor de spiegel en fluistert verbijsterd: ..Mankeert er iets aan mij? Ik hen niet knap. maar toch ook niet lelijk. Zou er iets in m'n houding zijn dat mannen afstoot? Wat is er nou mis? " Erger nog is haar strijd met God. „Heere. moet ik nu altijd alleen blijven? Waarom dan? Waarom trouwen anderen wel en ik niet? Geef mij ook geluk...." Ze worstelt, ze vecht, ze dwingt.
Later wordt haar bidden anders, minder cisend. En dan wordt het stiller in haar. Zc gaat ook om berusting vragen, om een taak in haar leven.
Dorien wacht niet tncer. Zij begint om zich heen te kijken. Is er iemand anders die haar liefde nodig heeft misschien? Iemand die ziek is, eenzaam of ongelukkig? Een uitspraak van haar moeder komt in haar gedachten: „Wie de zon laat schijnen, loopl zelf ook in het licht."
Ze krijgt ook weer plezier in de kleine vreugden van het leven: eett aanhankelijk kind op school, een fijne wandeling. een onverwachte brief.
De school bestaat vijfentwintig jaar en dat geeft handenvol werk. Ze ontwerpt een groot wandkleed voor de hal en ze geniet van het toveren met lapjes en kleuren.
Daarbij wordt ze geholpen door een paar meisjes van groep acht en dat geeft veel gezelligheid. Er zijn nog genoeg moeilijke momenten, maar het leven is toch goed.
Drie jaren verglijden. In de verte begint het vierde kruisje te dreigen. En dan komt Dorien opnieuw in een krisis terecht.
Dag in dag uit gaat ze mei kinderen om. Zal ze nooit zelf kinderen krijgen? Nooit een eigen kindje in haar armen koesteren, nooit een slaap-warm bolletje tegen zich aan? Ze heeft toch een gezond en sterk lichaam....
Het is een pijn die het stille schrijnen om het alleenzijn nog overtreft. In het gebed kan ze geen troost vinden, de toekomst is een diepe, donkere tunnel.
Als de najaarsstormen over het land gaan is hel haar tc moede of nu ook in haar leven de herfst is aangebroken.
Opnieuw begint ze in de kranl te letten op de rubriek Korrespondentie/Kennismaking. Zou je nu werkelijk op die manier een 'levenspartner' kunnen vinden?
Ze leest de advertenties nauwkeurig, iedere dag. Ze verdiept er zich zo in dat ze wel een studie zou kunnen schrijven over 'bewegingen op de huwelijksmarkt'.
Het leidt haar een beetje af van haar eigen sombere gedachten en vaak kan ze een glimlach niet onderdrukken. Een man zoekt een komm. ingest. meisje.... Moet ze nu kommunistisch ingesteld zijn? Of kommercieel? Misschien zoekl hij een soort sekretaresse.
Een jongeman van negenenveertig jaar (wanneer zou hij vijftig worden? ) heeft iemad nodig om de eenzaamheid op te lossen: een meisje van achttien zoekt na teleurstelling een nieuwe vriend (de tijd dringt zeker).
Drie meiden snakken naar drie sportieve knullen die van fietsen en wandelen houden (wie neeml wie? ).
Zou het hebben van gemeenschappelijke hobby's trouwens noodzakelijk zijn voor een goed huwelijk? Het lijkt er soms veel op. Wat moet je dan als jc grote liefhebberij handwerken is?
De mensen hebben blijkbaar ook veel vrije tijd. Reizen, fietsen, vakantie, uitgaan.... Zou er nog wel iemand werken?
En wat bezitten ze veel: auto. telefoon, eigen woning, caravan, boerderij.... Deze advertenties spreken Dorien nog hel minst aan. al beseft zij wel dat er een wereld van eenzaamheid achter schuil kan gaan.
En dan zijn cr nog die duistere regels van: Je zal op de tweede rij cn we hadden oogkontakt.... Dikwijls struikelt ze over de afkortingen: d.bl. haar. bl.bl. broek. gebl. bl. Eén ding is zeker: voor haar zal er nooit zo'n oproep geplaatst worden.
Er zijn ook andere, gewone advertenties, maar cr is er nooit één bij die haar treft.
Zal ze er zelf eens één zetten? Vrouw zoekt man.... Maar wat voor man? Goed kunnende schilderen misschien, dat is altijd meegenomen. Nee. laat ze daar maar niet aan beginnen.
Op een dag ziel Dorien een advertentie die zo kort is dat het bijna bits aan doet. Een zwijgzame boer. denkt ze. een individualist, iemand die nors bekent mei zijn rug tegen de muur te staan.
De hele avond achtervolgt haar het simpele stukje tekst.
De volgende dag huppelen de woorden over hel schoolbord cn ze dwarrelen langs de donker-dreigende lucht als ze naar huis fietst.
Na het eten pakt zc pen cn papier. Het eerst half uur brengt ze door met kluiven op haar pen. hel Iweede mei het verscheuren van verknoeide vellen.
Tenslotte schrijft ze een heel kort briefje:
Beste onbekende. Nog nooil heb ik op een advertentie geschreven en ik weet er eerlijk gezegd niet goed raad mee. Daarom zal ik maar wat over mezelf vertellen. Ik heet Dorien Willemsc en ik ben onderwijzeres. Ik woon zelfstandig en ik ben in het bezit van een eigen fiets...."
Met wat gegevens over leeftijd, familie en kerkgenootschap besluit ze. Ze plakt de envelop dicht en legt hem op haar bureautje.
Daar blijft hij drie dagen liggen. Ze weifelt en wikt en weegl. Tegen het einde van de derde dag beslist ze: Ik doe het niet. ik sla een modderfiguur. Misschien is het wel een bekende....
Maar als ze even later zit te eten. gaat het plotseling door haar heen: nu zal 't altijd zo blijven - alleen aan tafel. Ze voelt zich zo schamel zitten achter dat ene bord dat zelfs de kamer haar lijkt te bespotten.
Alleen.... tikt de klok. Overgeschoten.... giechelen de planten. Eenzaam.... fluistert de boekenkast. De tranen stromen over haar wangen. Moet ze het dan loch doen? Zou dc Heere het willen zegenen? Ze knielt neer. klein voor God.
Een week nadat Dorien de brief heeft verstuurd, begint ze naar de post uit te kijken. Het geeft een spanning die niel onplezierig is. Zou het werkelijk een boer zijn die de advertentie heeft opgesteld? Vast niet....
Als zc 's avonds in haar rieten stoel zit. marcheert een leger van de meest uiteenlopende figuren aan haar verbeelding voorbij: een bleke geleerde, een chauffeur met een buik als een ballon, een militair, iemand met haar als uitgetrokken wol. een stipt bank-mannetje. een witbestoven bakker.
Het is jammer dat het geheim moet blijven, want het zou een prachthistorie zijn om breed uit te meten met een vriendin.
Op een middag schuift de deur een stapeltje post opzij. Gejaagd sorteert ze: reklamefolders. een paar krantjes. een geboortekaartje en - een brief. Met trillende vingers maakt ze hem open.
„Beste Dorien. Bedankt voor jc brief. Ik zal maar hetzelfde doen als jij: iets over mezelf vertellen. Naam: Gerard Nieuwenhuyzen (achtendertig jaar). Ik ben...."
De brief is even kort als de advertentie. Gerard (vreemd, nu heeft die onbekende ineens een naam) weidt niet uit over zijn gevoelens. Alleen over zijn werk vertelt hij vrij veel.
Hij werkl hij Staatsbosbeheer en is verantwoordelijk voor een groot natuurgebied. Soms zit hij achter zijn bureau of woont vergaderingen bij. maar meestal trekt hij er opuit om de bossen te kontrolcren en dc mensen, die daar werken, aanwijzingen te geven. Dat gedeelte van het werk is hem het liefst. j i t l ] ; 1
Dan zat ik cr toch niet zo heel ver naast met die zwijgzame boer. denkt Dorien. In ieder geval is het een beroep dat met de natuur te maken heeft.
De brief valt haar niet tegen. Er is iels stroefs in. iets betrouwbaars. En het staat haar aan dat hij blijkbaar veel van zijn werk houdl.
Zal ze terugschrijven? Natuurlijk. ze heeft a gezegd, daar hoort b op le volgen. Ze zal alleen nog even wachten, niet te happig zijn maar....
Langzamerhand ontstaat er een soort korrespondentie tussen hen. Van zijn kant blijven de brieven beknopt; hij houdt niet van schrijven. Toch merkt ze dat hij over de belangrijkste dingen in het leven hetzelfde denkt als zij en dat is een hele gerusistelling.
In Doriens hart ontluikt een klein, aarzelend plantje: hoop. Ze durft het geen voedsel te geven, maar het is sterk en het groeit en groeit.
Ze heeft nu ook een foto van hem. Hij is blond (en een beetje kalend, vermoedt Dorienj. hij draagt een bril en hij heeft geen onaardig, wat hoekig gezicht. Verder valt er van zo'n pasfoto weinig tc zeggen, daar is ze zich wel van bewust.
Het onvermijdelijke gebeurt: hij stelt haar voor elkaar ergens te ontmoeten. Dorien schrijft terug dat het goed is en dc zaterdag daarop stapt ze met bibberende knieën in de trein. Ze zullen elkaar ontmoeten bij dc kiosk op het station in een stad niet ver bij haar vandaan.
Wat zal het worden? vraagt ze zich zenuwachtig af. Als ze hem maar sympathiek vindt, dat is voorlopig genoeg. I
Misschien geeft hij haar wel een paar van die nare onhollandse zoenen op beide wangen. Nou. dan maakt ze meteen dat ze wegkomt.
Ook moet ze steeds denken aan het verhaal dat ze eens van een meisje hoorde. Zij had ook met iemand afgesproken en ze was stipt op tijd aanwezig. Haar 'korrespondentievriend' kwam echter niet opdagen. Later begreep ze dat hij er wel geweest was. Uit de verte had hij haar bekeken cn toen had hij de benen genomen. Ze was afgekeurd.
De trein mindert vaart. meedogenloos, en stopt. Dorien bijt op haar lip en stapt uit. Een stroom reizigers duwt haar voort naar de uitgang. Daar is de kiosk af.... Ze gaat langzamer lopen.
Haar handen worden ijskoud. Er is niemand. De verkoopster zit op een kruk en rookt een sigaret. Dorien slentert voorbij en gaat door dc draaideur naar buiten. Zc is te vroeg.... maar toch niet zoveel. |
Zonder iets te zien kijkt ze een poosje naar het drukke verkeer op het stationsplein.
Dan gaat ze door de andere deur weer naar binnen en dwingt zich naar dc kiosk te lopen. De vloer lijkt wel een golvende zee. waarop zij hulpeloos ronddobbert. De verkoopster is opgestaan. Een meisje koopt een roman, twee jongens met rugzakken zoeken naar een stadsplattegrond.
Bij een standaard met kranten staat een man met de rug naar Dorien toe. Hij heeft brede schouders en dun. blond haar. Aandachtig bestudeert hij de verschillende krantekoppen. | |
Ze haalt snel en bevend adem. ineens wordt ze een beetje misselijk.
De man draait zich om. Vlug kijkt Dorien de andere kant op. maar ze volet dat hij naai haar toe komt. „Dorien Willemsc? ". hoort ze hem vragen.
Ze knikt en brengt een raar piepgeluidje voort dat 'ja' moet betekenen. Dan geven ze elkaar een hand. Hij is een stuk groter dan zij en hij heeft een gebruinde huid. En hij heeft kalme, grijze ogen. Doriens ademhaling wordt weer gewoon.
Naast elkaar lopen ze naar builen. Hij stelt voor om in een rustige gelegenheid een kop koffie te gaan drinken. Zij vindt het best.
Het is heel druk op straat. Auto's schuiven langs hen heen en een vrachtaulo trekt ronkend op. Niet bepaald een omgeving om een fijn gesprek te voeren, denkt Dorien.
Er trekt iets om haar mond. „Hier lopen we nou. langs deze onsympathieke weg", zegt ze.
Hij grinnikl. „Had jc fiets maar meegebracht...."
Ze kijken elkaar aan. Dc spanning wijkt. Het is heerlijk om samen te kunnen lachen.
Dorien is nu getrouwd en ze heeft twee zoontjes. Ze woont tussen bossen, roggevelden en weilanden. Hun huis ligt weggekropen achter donkere dennen en is eenvoudig en apart ingericht.
Tegen de avond ziet men haar soms gaan over het pad dat naar de weg voert, een kleine, donkere vrouw met een lief gezicht en een glimp van humor in haar ogen. Het oudste jongetje dribbelt voor haar uit. het jongste heeft ze op de arm. Zij gaat haar man tegemoet.
Het huwelijk heeft haar veel gebracht. En vooral, zc heeft het als uit Zijn hand ontvangen.
Dordrecht
A. Korpershock-van Wendel de Joode
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1993
Daniel | 32 Pagina's