Gespreksvragen
1. Ook de Heere Jezus maakt het mee dat Zijn goddelijke roeping betwijfeld wordt. Soms door vrienden (Mattheus 11:3); soms door vijanden (Mattheus 21:23).
a. Hoe maakt Hij Zijn zending duidelijk tegenover de vrienden?
b. Hoe doet Hij dit tegenover de vijanden (Mattheus 21:33-46)?
2. Wanneer mensen verkeerde leiders volgen, loopt het verkeerd af. Dat ontdekte ook de rijke man (Lukas 16:19-31). Hoe denkt hij dat zulk een verkeerde geest van volgzaamheid bestreden moet worden? En wat stelt de Heere Jezus hier tegenover?
3. „Want bij de Heere is alleen aangenaam wal Hijzelf beveelt en wat Hijzelf werkt". Dat is ten diepste Zijn eigen werk; dat is eigenlijk Christus. Hoe moeten we dan bijvoorbeeld Jesaja 66:2b en Handelingen 10:35 verstaan?
4. Zou de Heere werkelijk het hele volk hebben willen verteren (vers 21)?
a. Zou dat rechtvaardig geweest zijn?
b. Hoe verhouden zich (hier) Gods verborgen en Gods geopenbaarde wil?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1993
Daniel | 32 Pagina's