Die alleen wonderen doet... tot aan de einden der aarde
Openingstoespraak bondsdag
„Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen ". (Psalm 87:4a)
Openingstoespraak bondsdag
Hoorde je de dichter zingen? Een lofzang, een hooggestemd lied. De voorzang heeft geklonken in Psalm 87: dat mocht de dichter doen, een zang op Gods verkiezend welbehagen. „De HEF.RE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob. Zeer heerlijke dingen worden van U gesproken, o stad Gods". En nu komt iemand anders aan het woord. De dichter moet een stap terug doen. God gaat spreken. Over wie? Over Rahab en Babel. Wie zijn dat? Bij Rahab moeten we denken aan Egypte. Het woord heeft te maken met hoogmoed, onstuimigheid, en het wordt wel weergegeven met 'zeemonster'.
Rahab, Egypte is in de Schrift altijd het Gode vijandige volk. In Egypte werd Israël verdrukt, daar werden de jongetjes van de Israëlieten verdronken in de Nijl. Ze hadden er God niet nodig. Integendeel. Tegenover God en Zijn dienst was er slechts sprake van haat en vijandschap. En Babel? Dat kennen we als het land van de ballingschap voor Juda. Babel, een volk van onderdrukkers en tirannen.
Welnu, over deze volken gaat de HEERE iets zeggen. Hij staat als het ware bij de poorten van Sion. Hoor: Ik zal Rahab en Babel buitensluiten als het gaat om Mijn Koninkrijk. Alzo zegt de HEERE: In Sion is geen plaats voor Rahab en Babel.
Dat zou niet onrechtvaardig zijn, als Hij zo over deze vijandige volken zou spreken. Weg met Rahab, weg met Babel.
Maar let op: er staat iets heel anders. „Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen." Dat is een woord van die God, Die alleen wonderen doet. Ik zal hen vermelden als burgers van Mijn rijk: ze zullen Mij kennen. Kennen is hier het kennen met het hart. van binnenuit. Een kennen van God in al Zijn deugden, Zijn heiligheid en rechtvaardigheid, ook Zijn barmhartigheid en genade. Waar de Heilige Geest werkt tot zaligheid leren we God kennen in Zijn algenoegzaamheid. Jezus in Zijn dierbaarheid en onszelf in onze vloekwaardigheid (Hellenbroek). In Rahab en Babel klinkt de prediking van bekering en vergeving der zonden.
Hoe ver reiken Jezus' doorboorde handen. Waar Hij Zijn werk al niet verheerlijkt. Wat is de Heere ruim in het zaligen van zondaren door Zijn Heilige Geest in het spoor van Zijn Woord. Zeker, de Schrift leert ons, dat zalig worden niet kan dan in de weg van persoonlijke wedergeboorte en bekering. Maar tegelijk laat God horen, dat geen volk, geen zondaar, hoe verloren ook. hoe vijandig ook, wordt uitgesloten van de nodiging van het Evangelie.
Hier klinkt de glorie van God in de woorden: Ik zal! 't Komt bij Hem vandaan. Daartoe heeft Hij zelf de weg open gelegd in een wereld in nood, ook in Rahab en Babel. En de weg is Jezus. Hij zegt: Ik ben de Weg. Rahab en Babel zaten muurvast in de zonden en de afgodendienst. Ze konden zichzelf niet verlossen en ze wilden het niet ook. Maar God zegt: Ik zal hen vermelden, onder degenen, die Mij kennen.
Zo komt de Heere ook vandaag. Tot wie? Tot jullie. Hij komt ook nu met de roepstem van het Evangelie: Wendt u naar Mij toe, wordt behouden,
al gij einden der aarde! Daar hoor jij ook bij: hoe vast ook in de zonden, hoe dood door de misdaden. God werkt door Zijn Heilige Geest in het krachtenveld van de zonden, wereldwijd. Geldt niet van heel het menselijk geslacht, van jou en mij: hoogmoedig, trots, vijandig, onstuimig in het bedrijven van de zonde, grof of verfijnd. Nochtans: Ik zal!, zegt God.
Kan dat je hart niet raken? Heeft het je hart geraakt? Dan zijn er vragen, dan wordt de schuldbelijdenis gehoord, net als op de eerste Pinksterdag, toen Petrus preekte over 'deze Jezus'. Heb jij vragen? Wat zullen we doen? Hoe komt God aan Zijn eer? Hoe komt het weer goed in mijn leven?
Vragen, vragen voor God? Nee. je hoeft eigenlijk geen verwachting te hebben. Kijk eens wie je bent. En het is waar: zonde rondom.
Maar zie eens wie daar Sion binnenkomen! Is dat Rahab niet en Babel? En ze worden niet teruggestuurd. Ze mogen binnenkomen. Gaat dat dan zomaar? O nee. buiten de poorten van Sion heeft een kruis gestaan. Daar was Golgotha. Daar hing de Zoon van God in het oordeel als Borg voor Zijn gemeente, voor mensen uit Rahab en Babel.
Hij heeft alle gerechtigheid vervuld. Nu kan het om Jezus' wil. Hoe goddeloos, hoe ver afgezworven: ..Nochtans! Ik zal", zegt God. Dat is de verwondering, de blijdschap van het geloof, want al Gods heiligen vinden Rahab en Babel terug in het eigen hart.
Daarom is er geen roem dan in het kruis van Christus. God doet alleen wonderen, en wel tot aan de einden der aarde. Zulke zondaren in Rahab en
Babel! Zulke vijanden, zoals jij en ik. En dan door God vermeld worden onder degenen, die Hem kennen? Wie had dat gedacht? God. zelfs van eeuwigheid! Hem alleen zij de glorie van nu tot in eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1993
Daniel | 32 Pagina's