JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bondsdag 1993

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bondsdag 1993

15 minuten leestijd

Het is een prachtige zomerse dag woensdag 12 mei 1993 als velen - soms al vroeg - op weg zijn naar 'De Doelen' in Rotterdam om de jaarlijkse bondsdag van onze Vrouwenbond bij te wonen. Om precies kwart over tien vraagt ds. C. A. van Dieren, de voorzitter, ter opening samen te zingen 'HEER\ ai maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend'.

Na zijn hartelijk welkom staat de voorzitter in zijn openingsmeditatie stil bij Psalm 73 waar Asaf zegt in vers 24 'Gij zult mij leiden door Uw raad'.

Net zo min als David uit zichzelf naar de wegen Gods vroeg, zo min vroeg zijn tijdgenoot Asaf naar de wegen des Heeren. Ook al zit ons hoofd vol met kennis, tóch geldt: 'Wijk maar van mij, want aan de kennis van Uw wegen hebben wij geen lust'. Wat een genade als de Heere Zelf op de weg des levens brengt en er ook op wil houden!

Als Asaf spreekt 'Gij zult mij leiden door Uw raad...' dan is daar wat aan vooraf gegaan. Hij zag op de voorspoed en blijdschap der goddelozen (daar zijn geen banden tot hun dood toe) en op zijn bestraffingen en tegenheden elke morgen. Asaf begrijpt dat niet en hij kan dc weg Gods niet aanvaarden. Hij kan er niet onderkomen! Hij heeft zelfs geen algemene overgave, zo van 'het wordt ons niet van mensen aangedaan'. En toch... Asaf wordt eruit gehaald. Hoe? Waar? In deze weg: 'Totdat ik in Gods heiligdommen (= in Gods Woord) inging en op hun einde merkte'.

Daar leert hij drie lessen:1. God deed zijn ogen open voor de waanwijsheid der goddelozen. die in de moerassen der wereld omkomen. De goddeloze wordt óók geleid: n wel door de geest dezer eeuw. door de geestelijke boosheden in de lucht op een heilloos spoor, dat eeuwig zal vergaan.

2. Asaf kreeg kennis van eigen dwaasheid en onwetendheid. Asaf heeft zich blind gestaard op de voorspoed der wereld en der goddelozen. Zijn nieren (dat zijn de zetel van alle begeren) werden geprikkeld. Hij had een hart, dat uitging naar alles dat geen God en geen Christus is. Toen werd hij iemand, die niets wist: een groot beest (eigenlijk: een monster) bij U. Daar werd de leiding Gods in zijn leven opnieuw noodzakelijk. Wat wordt hij in deze vernederende les afgebracht van de hoogmoed en gebracht in de ootmoed!

3. Asaf mag de Goddelijke wijsheid in dat leiden leren. Vanaf'vers 23 zegt hij: Gij, Gij, Gij. Dat 'ik' valt er tussen uit. Dat geeft verwondering aan de vernederde Asaf. De Heere gaf Asaf een terugleiding. Dat is een voorrecht! 'Gij hebt' is zijn geloofswetenschap. God is in Asafs leven, die zich leerde kennen als een wederspannige. begonnen. Het is een door God begonnen, maar óók een voortgezet werk. Het doet Asaf zichzelf zien in zijn opstand, tegenstand en onverstand. Die moeilijke wegen zijn goed voor hem. zc vernederen hem!

Als hij zich mag overgeven aan de weg Gods. wil hij niets van die weg afhebben. De Heere geeft hem onderwijs en doet hem over alle moeite en druk heen zien op de voleindiging van de weg: 'Daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen'. Ds. Van Dieren vraagt zijn aandachtig gehoor: Door wie worden wij geleid? Wat geeft leiding aan uw samenzijn op de vrouwenvereniging'! Worden we geleid door de geest van deze tijd: Ik vind. ik denk. ik meen. ik geloof? Asaf had een andere leiding! Leef maar bij de dadelijkheid van Psalm 25 vers 2 en vers 6. We hebben voor niets méér te vrezen, dan die leiding door Gods Woord en Geest te moeten missen! Beproef de geesten of ze uit God zijn!

Waardoor wordt u geleid in uw gezinnen! Door de geesten van de wereld, die ook door de kieren en naden in ons kerkelijk leven binnen dringen? Gaat u als ouders de taal van de kinderen spreken óf heeft u uw kinderen wat mee te geven zoals David en Asaf? Waardoor wordt u geleid in uw persoonlijk leven'! Er kunnen wegen van druk en kruis zijn, ... maar daarom zijn wij geen Asaf! Uitreddingen zijn evenmin een grond voor de

eeuwigheid! Kennen wij iets van het leven van Asaf. van de zelfkennis als dwaas, als een groot beest voor God. die niet meer waard is dat God nog naar ons om ziet?

Kennen wij dat verborgen leven, waar de Heere Zijn volk brengt waar ze zelf niet kunnen komen? God brengt op Zijn tijd op de plaats in het heiligdom om Hem te aanbidden in Zijn onveranderlijke trouw. Dezulken, die Asafs, stelt Hij nog nuttig voor Zijn kerk op aarde. Zulke vrouwen hebben wij in onze gemeenten nodig! De Heere geve u dat op uw plaatselijke vereniging, maar ook deze dag te mogen ervaren.

Telegrammen en verzoekschrift

Ds. Van Dieren leest de tekst voor van de telegrammen, die zijn verzonden aan H.M. Koningin Beatrix en aan H.K.EI. Prinses Juliana en ook van het verzoek van de leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal om hun stem uit te brengen tegen de heilloze wetten, die in wording zijn.

Aansluitend daarop zingen we staande van het Wilhelmus het le. 2e en 6e vers.

'Twee wegen'

Ds. C. Sonnevelt uit Krimpen aan den IJssel refereert over 'Twee wegen'. Vroeger was het de gewoonte een prediking te beginnen met 'Geliefde medereizigers naar de eeuwigheid'. Woorden kunnen afgesleten raken, maar tóch blijven zij van diepe inhoud en betekenis. Wij zijn allen op weg naar een allesbeslissende en nimmer eindigende eeuwigheid. We doen de reis maar één keer en kunnen haar niet overdoen! Wij hebben hier geen blijvende stad. Niemand van ons zal over tachtig jaar nog in leven zijn! De mens gaat naar zijn eeuwig huis en we zijn op reis naar de grote Godsontmoeting waar we rekenschap af moeten leggen van onze daden.

Ons leven wordt in Gods Woord getekend als een reis. We zijn op weg naar de eeuwige heerlijkheid óf naar de eeuwige rampzaligheid. De Heere Jezus wijst daarop in Mattheüs 7:13 en 14 'Gaat in door de enge poon. want wijd is de poon en breed is de weg. die tot het verderf leidt, en velen zijn er. die door dezelve ingaan; want de poon is eng en de weg is nauw. die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die dezehen vinden'.

Aan de ene kant de wijde poort, die toegang geeft tot de brede en gemakkelijke weg en aan de andere kant de enge poort met een nauwe ingang. Niets kan worden meegenomen door die poort naar de smalle weg. die een bospaadje lijkt vol doornen en takken.

Er zijn twee wegen. Hebben wij er een derde weg bijgemaakt? Tussen de weg van Gods kinderen en de weg van de wereldling een weg van deugdzaamheid en godsdienstig zijn?

Niet behouden maar ook niet verloren, niet koud maar ook niet warm, niet bekeerd maar er wel alles aan gedaan wat een mens kan doen, vertrouwend op ijver en bidden.

Er zijn twee wegen. Niet één weg en ook géén drie wegen. De Bijbel spreekt ons van tweeërlei bestemming. Laten we dat goed vasthouden en dat niet alleen belijden maar óók beleven! Er is géén tussenweg. U gaat op de smalle óf op de brede weg naar de hemel of naar de hel. Een andere mogelijkheid is er niet!

Van nature gaan we op de brede weg. De Heere Jezus spreekt over het ingaan door dc brede poort en een zoeken van de smalle poort, met andere woorden: de enge poort moet gevonden worden. Door de brede poort gaan we vanzelf. Wij moeten van dood levend gemaakt worden. De Heere gaat door met Zijn kerkvergaderend werk zolang de zon en de maan er zijn. totdat de laatste is toegebracht! De Heere heeft het Zelf gezegd: 'Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn. Die moet Ik ook toebrengen en het zal worden één kudde'. Laat niemand vandaag zeggen, dat het voor haar of hem niet meer kan! Dut vinden we nergens in Gods Woord! Het kan nog! We zijn nog in het heden der genade!

In de Bijbel staat: 'Gaat in door de enge poort'. Het is een eerlijke boodschap: dc poort is eng. Wc moeten gaan behoren tot die weinigen, waarover de Heere spreekt.

Daarna haalt ds. Sonnevelt de 'Christenreis' van Bunyan aan. die ons duidelijk toont dal we wonen in de stad Verderf. Daar voelt de pelgrim de zonde als een zware last.

Eén ding weet hij: ik heb tegen God gezondigd en het zou rechtvaardig zijn wanneer Hij voor eeuwig met mij zou afrekenen. Dit doet hem vluchten uit dc stad Verderf. Wanneer Evangelist de pelgrim wijst op de poort, kan hij deze niel zien maar wél ziet hij het licht dat vanuit de poort schijnt! Christen raakt zijn zondepak niet bij de enge poort kwijt maar pas wanneer hij op mag zien bij het kruis van de Zaligmaker. Ds. Sonnevelt wijst ook op de 'Christinnereis'.

Christiana komt tot inkeer als haar man is heengegaan. Ze heeft dan dag en nacht geen rust meer en ze spreekt daarover óók met haar kinderen. Ze verwacht tc moeten sterven. Dan komt Verborgenheid en nodigt haar te komen tot

het nieuwe Jeruzalem. Laat dit tot bemoediging zijn voor tobbers, die geen raad weten met zichzelf en met dc kinderen, aldus ds. Sonnevelt. Christiana krijgt ook een vriendin. 'Barmhartigheid'. Deze ziet zo groot op Gods kinderen, maar ze kan er voor zichzelf niets van bezien. Zij loopt met het lampje op de rug!

Gods leiding met Zijn volk. getekend in de Christen-of in de Christinnereis is wel onderscheiden, maar niet moeilijker! Natuurlijk is het waar. dat de leiding des Heeren met Zijn volk verschillend is. Veel bange strijd en onnodig verdriet wordt ook veroorzaakt wanneer men zijn of haar weg wil vergelijken met anderen van Gods kinderen.

We doen er goed aan acht te geven op de weg. die de Heere Zélf aanwijst: een enge poort en een nauwe weg. We moeten door veel verdrukkingen ingaan. Dat geldt al dc pelgrims, die de Heere zoekend heeft gemaakt en die Hij zoekend houdt! Zij weten wat het is zondaar te zijn gemaakt!

Een kenmerk van het nabijkomend werk is: het raakt nooit in de diepte!

De moeite van het ingaan door de poort ligt meer in ons als in de poort. Indien gij niet wordt als een kindeke... Ons vrome vlees moet eraan! Wij moeten sterven aan al het onze om Hem te gewinnen als onze Borg en Zaligmaker: sterven aan de wereld, sterven aan onze werkheiligheid en tenslotte onze bevinding kwijt raken. Het is smartelijk als Gods kind óók zijn bekering kwijt raakt als grond, maar het is óók profijtelijk. We moeten sterven aan ons eigen 'ik' om voor de Heere tc leren buigen, aldus de referent.

De weg achter Christus aan is een weg van zelfverloochening, van kruisdragen en dienen, van ootmoed, van zeventig maal zeven maal vergeven en van geen schatten vergaderen op de aarde. Het oog. dat tot zonde verleidt moet worden uitgerukt.

Dat is niet gemakkelijk in onze samenleving. Dode vissen drijven met de stroom mee. Maar die de Heere zoeken, komen alleen te staan! Het wordt ook moeilijker om kinderen op te voeden! Wat vallen ze steeds meer op als u trouw blijft aan Gods Woord door hun kleding, hun haardracht en - als het goed is - de levensstijl.

Wat is de weg er voor dc jeugd niet gemakkelijker op geworden! Maar laten wc daarover niet klagen. Gods volk leert het meest klagen over zichzelf. Hij zal Zich doen overhouden ccn arm en ellendig volk. dat op Zijn Naam vertrouwt.

De pelgrim lijkt een moeilijk leven te hebben, maar ze mogen hier reeds delen in de eeuwige vreugde. Als de Koning in de stad i.s. mag er blijdschap in dc ziel zijn. De goddelozen daarentegen hebben géén vrede.

De Heere heeft ook Bunyan vastgehouden en willen louteren en oefenen in de diepe wegen, waarin hij verkeerde. Hem vertroost met: 'Gods kerk kómt thuis!'

Wat een wonder voor die pelgrims! Hier meer naast het pad als op het pad! Onverbeterlijk, maar Hij onveranderlijk. Dat dat óók onze hartetaal mag zijn. Tot zover ds. Sonnevelt. Daarna zingen we biddend 'Doorgrond m'. en ken mijn hart, o Heer".

Gedicht

Mevrouw J. C. Roest-van den Bos. die in hel bondsbestuur kwam in plaats van mevrouw K. A. Hartman-Brouwer draagt dc gevoelvolle wijze voor 'De laagste plaats' van P. Huet.

Middagvergadering

Aandachtig cn stil wordt er geluisterd als ds. Sonnevelt dc schriftelijk gestelde vragen beantwoordt over onder andere

het onderscheid tussen bekering en wedergeboorte

het dragen van het lampje op dc rug

de orde des heils

de vierschaar der consciëntie

uitstraling van Gods kinderen

de mate van het schuldgevoel

het meenemen van Christiana van de kinderen door de enge poort, enzovoort.

Na een persoonlijk getuigenis besluit ds. Sonnevelt met de bemoediging, dat we als ouders in de opvoeding de laagste plaats moeten innemen en het niet moeten verwachten van óns vóórleven, maar van de Heere met de bede 'Al wat u ontbreekt, schenk Ik. zo gij 't smeekt, mild en overvloedig'.

Daarna verwelkomt ds. Van Dieren het 'Seba Jeugd-en Meisjeskoor' uit Krimpen aan den IJssel met de dirigente Ria Kalkman-van den Noort cn de organist Aart Saly. Omdat deze bondsdag op woensdag is. waren we in dc gelegenheid om jeugd te vragen te komen zingen.

Helder, zuiver en eerbiedig klinken de jonge stemmen onder begeleiding van het mooie

'Doelen'-orgel. Vol overgave wordt er gezongen en aandachtig geluisterd!

Als het "t Aardse pad door ons betreden, heeft twee wegen, spreekt dc Heer'. Orpa koos voor zich het brede. Ruth het smalle tot Gods eer...' verklonken is, dankt ds. Van Dieren de kinderen en vraagt hen: „Als het nu eens oorlog was en dc soldaten jullie weghaalden bij je vader en moeder, zou jc dan ook zin hebben om te zingen 'God heb ik Hef? In Gods Woord lezen we van een meisje, dat de Heere vreesde. Dat meisje woonde in het huis van Naaman. de Syriër. Ds. Van Dieren vraagt de koorleden de Heere te bidden of ze net zo'n hart mogen krijgen als dat meisje.

Jeremia 6 vers 16

Ds. A. J. Gunst uit Tholen mediteert over 'Zo zegt de Heere: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden'.

Jeremia profeteerde in een zorgvolle tijd. toen het in Juda uiterlijk nog wel ging. Het wetboek was weer gevonden, de tempel was gerestaureerd en geld was cr in overvloed. Ook was er een Godvrezende koning Josia. Maar de Heere ziet het anders: Hij ziet het hart aan. Daarom spreekt de Heere door de mond van Jeremia hier onze tekst. De kanttekenaren verklaren, dat hier gelet moet worden op de weg die God in het verleden gehouden heeft om Zijn volk te leiden tot de zaligheid.

Ds. Gunst bepaalt zijn gehoor bij de boodschap van Jeremia en let daarbij op drie gedachten.

1. Wat de boodschap betekent voor het volk van Juda. In het houden van Zijn geboden ligt grote loon. Juda beroemde zich erop. dat ze afstamde van Abraham, maar de verwachting van Abraham naar de komst van de Zaligmaker had Juda niet.

2. De boodschap als een liefdevolle opwekking voor de vrouwenverenigingen.

Er zijn ethische problemen in overvloed en het is een goede zaak daarin bezig tc zijn. maar toets ze aan het Woord des Heeren. Behandel op uw verenigingsavonden vooral Bijbelse onderwerpen en na de pauze kan ik u liet lezen van de kerkgeschiedenis aanbevelen óf van de zogenaamde kleine kerkgeschiedenis. Het gaat niet om die mensen, die hebben geleefd, maar om het werk Gods. in hun harten verheerlijkt. Wat van hen was is reeds lang begraven, maar wat van God is mag nóg juichen tot Gods eer. 3. De toepassing van de boodschap naar ons persoonlijk leven.

Is het ook üw vraag: hoe moet ik - afkerige - toch bekeerd worden? Moet u zeggen: onbekeerd ik mijn werk (ook op de vereniging) gedaan heb mijn hele leven getuigt tegen mij! Ziet toe. Laten we elkaar - ook in persoonlijke gesprekken - geen rust geven buiten Christus. Alleen in Hem ligt hèt leven en dè zaligheid! Zou volgend jaar onze plaats leeg zijn op de bondsdag? Zou het voor u en mij dan kunnen? Zou ons sterven voor ons beter-zijn betekenen? Het Godvruchtig voorgeslacht zei vroeger: 'Voor jou kan het óók nóg!' Aldus ds. Gunst. ..Ik mag in de naam Heeren verkondigen, dat er nóg een en des mogelijkheid tol zalig worden is! Niemand zal het in de dag des oordeels zó zwaar hebben als de uitstellers van hun bekering!" Tot zover ds. Gunst.

Dankwoord

In haar slotwoord zegt dc presidente - na de sprekers, de koren, de organist van deze bondsdag Cees 't Jonk en de vele helpsters hartelijk te hebben bedankt - dat ook dèzc bondsdag weer bijgeschreven is op de rol der eeuwen. Wie weet hoe spoedig de Heere er op zal terugkomen. Er zijn maar twee wegen... er is ook tweeërlei sterven: wel óf wee.

De wereldweeën volgen elkaar steeds sneller op - als bij een barende vrouw - tot de tijd rijp en de maat vol is. Waar zijn de tien rechtvaardigen? Waar die ene arme wijze man?

Staat óns leven in het teken van de vreze des Heeren? Dat ook wij gevonden mogen worden het smalle pad des levens. Aldus mevrouw Kaslander. op

Krimpen aan den IJssel J. de Blois-van Kempen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1993

Daniel | 32 Pagina's

Bondsdag 1993

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1993

Daniel | 32 Pagina's