Een opwekking is hard nodig
In gesprek met ds. J. Driessen en ds. C. G. Vreugdenhil over de werking van de Heilige Geest in deze tijd
Pinksteren is de herdenking van de uitstorting van de Heilige Geest. Wat is nu eigenlijk precies het werk van de Heilige Geest Waaraan merk je of de Heilige Geest werkt? Merk je eigenlijk n wel iets van de werking van de Heilige Geest in deze voor de ke zo donkere tijd? Waarom werkt de Heilige Geest zo stil in de ke van vandaag? Vragen voldoende om stil te staan bij de werking de Heilige Geest in deze tijd en in het persoonlijke leven.
Wat is het werk van de Heilige Geest?
Pinksteren is de herdenking van dat heilsfeit waar het werk van de Heilige Geest in volle omvang een aanvang neemt. Het is goed om ons eerst af te vragen wat nu precies het werk van de Heilige Geest is.
D: Je vindt het werk van de
Heilige Geest mooi omschreven in Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus, namelijk Christus verheerlijken door Christus en al Zijn weldaden de zondaar deelachtig te maken. Dit is hèt werk van de Heilige Geest na Pinksteren.
V: De Heilige Geest werkt het geloof door de verkondiging van het Woord. Dit is de kern.
Hij schenkt en onderhoudt het geloof en verder alles wat daarmee samenhangt tot bloei van de gemeente. Het is bovendien een relevante vraag wat nu de specifieke betekenis is van Pinksteren.
D: Bij Pinksteren zie je dat de Geest met al Zijn zegeningen en volheid in Christus voor het eerst de kerk binnenstroomt en daar woning maakt. Je zou kunnen zeggen dat in het Oude Testament ieder voor zich de genadedruppels opvangt. In de nieuwe bedeling woont de Heilige Geest in de kerk, en ieder levend lid van de kerk. van het lichaam van Christus, krijgt daar door roeping, wedergeboorte en geloof deel aan.
V: Daarom worden de Heilige Geest en de kerk in hetzelfde stuk van de twaalf artikelen behandeld: de kerk is de woonplaats en de vrucht van de Geest. Met Pinksteren begint een nieuwe periode in de heilsgeschiedenis. De Geest wordt uitgestort en krijgt een nieuw werkterrein. Eerst was het Israël, nu ook onder de ? heidenen.
Er is ook verschil met de andere heilsfeiten. Met Kerst. Goede Vrijdag, Pasen gaat het om voltooide en afgesloten heilsfeiten. Pinksteren is een feest met een ander karakter.
Pinksteren is het feest dat doorgaat. We mogen Pinksteren niet beperken tot Handelingen 2, want je ziet duidelijk nieuwe tekenen van de komst van de Heilige Geest in Jeruzalem,
Samaria, Efeze, enzovoort. Na de voltooiing van het werk van Christus, is de Heilige Geest gegeven aan de gemeente om het rijk van God te voltooien en in dat tijdperk leven we nu.
D: Maar dan toch niet in die zin dat je spreekt van een herhaling van het heilsfeit?
V: Dat kan niet! Pinksteren is een eenmalige gebeurtenis, maar ook verder in Handelingen worden mensen vervuld met de Heilige Geest.
Vruchten en gaven van de Geest
Als het gaat over het werk van de Heilige Geest wordt ook wel onderscheid gemaakt tussen de vruchten en de gaven van de
Heilige Geest. Wal is precies hel verschil?
D: Ik denk dal onder de gaven van de Heilige Geest verstaan wordt, de weldaden die de Heilige Geest ons sehenkt uit de verdiensten van Christus. De vruchten staan genoemd in Galaten 5. Die zijn meer het gevolg van de schenking van de Heilige Geest. Daarin komt tot uiting dat de Heilige Geest werkt. De vruchten staan in het kader van de heiliging. Wanneer een zondaar deel krijgt aan het werk en de gaven van de Heilige Geest, dan openbaren zich ook de vruchten.
V: Je kunt de gaven ook heel anders verstaan, namelijk in de zin van charismata.
D: De Geest werkt niet alleen zaligmakend, maar geeft ook onderscheiden gaven aan wie Hij wil. zoals bedoeld in 1 Korinthe 12. Romeinen 12. enzovoort. Dat is gaven en talenten, waarvan de een deze. de ander die bezit.
Het hangt er natuurlijk vanaf hoe je de gaven bekijkt. Je kunt gave blijkbaar op twee manieren zien: de gave van de Heilige Geest in de wedergeboorte en in de zin van charismata.
V: De vruchten van de Heilige Geest kunnen zich alleen openbaren als de Geest Zijn intrek genomen heeft in het hart. Dus dat kan alleen als je wederom geboren bent. Het gaat nu over de zaligmakende werking. Maar als het over de charismata gaat. dan denk ik dat de Bijbel zelf aanleiding geeft om te zeggen: eerst wedergeboorte en dan de charismata.
D: In de dogmatiek maken we onderscheid tussen de zaligmakende en de bijzondere gaven van de Heilige Geest. Als we over de charismata spreken, hebben we het dan niet meer over de bijzondere gaven van de Heilige Geest? V: Maar die staan wel in het kader van de heiligmaking en staan ten dienste van de gemeente om haar roeping in de wereld des te beter te kunnen uitoefenen. Als het ! gaat over deelkrijgen aan de Heilige Geest is het goed ook te zeggen: we zijn gedoopt en dat betekent dat we zo moeten leven dat we de Heilige Geest niet willen weerstaan. Bij de doop heeft de Heilige Geest beloofd 'dat Hij bij ons wonen wil'.
D: In de verkondiging van het Evangelie werkt de Heilige Geest als het ware steeds aan ons. en in die zin moeten we de Heilige Geest niet weerstaan.
Door de verkondiging van het Evangelie werkt de Heilige Geest om een bres te slaan.
V: Precies, en dat werk kunnen wij tegenstaan door bijvoorbeeld een sportprogramma aan te zetten na de kerkdienst en noem maar op.
D: Ja. de indrukken wegnemen.
In dit verband is het ook goed de Dordtse Leerregels erbij te betrekken. Die leggen de nadruk op het ernstig waarnemen van de genademiddelen.
V: Het gebed om de Geest is ook erg belangrijk. En het gebruik van het Woord. Want de Heilige Geest komt niet indirekt. Hij heeft een vervoermiddel en dat is de Bijbel, dat is het Woord.
Werkt de Geest nog?
Is het juist om te zeggen dat er tegenwoordig zo weinig van het werk van de Heilige Geest wordt bespeurd, of hebben we er geen oog voor?
D: Dat er onder ons sprake is van een opwekking dat kun je niet zeggen. Anderzijds is het onschriftuurlijk om te zeggen dat de Geest niet meer werkt. De Heere heeft Zelf gezegd: ..Ik ben met ulieden tot aan de voleinding van deze wereld".
Of de Geest doorwerkt? Ik denk dat vele van Gods kinderen blijven steken in de eerste beginselen van het nieuwe leven. Ze komen niet tot de zekerheid van het geloof.
V: Ja dat is waar. maar anderzijds moet het ook worden onderkend dat er ook wel eens werk van de Geest wordt gevonden onder jongeren dat niet wordt onderkend. Als ik met jonge mensen praat dan ontmoet ik toch wel eens wat van die eerste beginselen. Het zou dus in die zin wel mee kunnen vallen. De Heilige Geest werkt wel. maar we onderkennen het niet altijd.
Het is anderzijds echt een kenmerk van deze tijd dat er weinigen zijn die kunnen zeggen: ..Ik weet en ben verzekerd dat noch dood. noch leven mij zal kunnen scheiden van de liefde Gods". Het is j vaak veel armer dan nodig zou | zijn.
Waardoor wordt dit veroorzaakt?
D: Talloze oorzaken. Er is vaak zo een vastzitten aan het aardse bezit, aan deze wereld en aan de zonden.
V: Ook de Bijbel zegt het: een uitblussen en weerstaan van de Heilige Geest.
D: Weinig persoonlijke omgang met de Heere. Ook bij Gods kinderen vindt je wel een teveel teren op dat wat vroeger gebeurd is.
Te weinig oproep tot zekerheid?
Is er ook in de prediking niet te weinig een oproep tot staan naar zekerheid? Dit is toch ook een gegeven dat ons in de Reformatie aangereikt is?
D: Het ware geloof kan niet rusten dan alleen in de zekerheid die in Christus Jezus is. Je kunt bemoedigd worden en iets zien van Christus. Maar we mogen daarin niet gaan rusten. Het gaat er om. door de oefeningen van het geloof, in Hem gevonden te worden.
V: Ik heb ooit een keer een voorbeeld gelezen: wij zijn lekkende vaten en die vaten moeten steeds gevuld worden. Moeten we toch ook niet naar de prediking kijken? Wordt er niet te weinig uitgedreven naar de zekerheid?
D: We moeten enerzijds het kleinste niet wegdoen, maar anderzijds moeten we in de prediking de mensen ook geen rust geven zolang ze nog geen rust gevonden hebben in de kennis van Christus. Ik denk aan wat m'n vader eens tegen me zei: „Ik denk jongen, dat je iets hebt mogen proeven van de vrucht. Je moet zien dat je
de Boom krijgt, dan heb je alle vruchten". Er zullen tijdens de woestijnreis misschien heel wat Israëlieten geweest zijn die teveel naar de slangebeten keken, terwijl zij juist naar dc verhoogde slang moesten kijken.
V: Ja. en daar moeten wij ze toe oproepen. Mensen kunnen alleen maar op de slang zien als deze bij ons in de prediking schittert. Dus we moeten niet alleen wijzen op de slangebeten. maar we moeten vooral Jezus prediken. Wij moeten wijzen op de rijkdom die in Christus te krijgen is en op de vervulling met de Geest. Dan komt er een gedrevenheid en een zekerheid.
Is er ook niet vaak een zo volkomen gesekulariseerd leven bij ons. dat er een geweldige scheiding is tussen het leven op zondag en het leven van alledag?
D: Als de omgang met het Woord en het persoonlijk gebed gemist wordt, dan moet je niet verwachten dat de Geest werkt. De oudvaders wijzen ook steeds heen naar de persoonlijke omgang met dc Heere. Als dat er niet is dan bedroeven we de Heilige Geest.
Te weinig aandacht voor heiligmaking
De reformatoren legden zowel nadruk op het werk van de Heilige Geest in de wedergeboorte als wel in de heiligmaking. Prof. Graafland wijt de verschraling van de 'spiritualiteit' onder andere aan de versmalling van de aandacht voor het werk van de Heilige Geest tot Zijn werk in de wedergeboorte en een verlies van aandacht voor Zijn werk ook in de heiligmaking en charismata. Kun je dit ook als een van de oorzaken zien?
D: In de prediking komen toch juist wel rechtvaardiging en geloof naar voren en het werk van de Heilige Geest daarin?
V: Ja. dat is één komplcx. Het andere is inderdaad de heiliging van het leven, het leven door de Geest, naar het Woord.
D: Ik denk dat er wel eens te weinig aandacht is voor de heiligmaking in de prediking in de zin van een bijbelse heiligmaking zoals daar in de brieven over geschreven wordt.
De heiliging hoort bij het geloof, want anders wordt het wetticisme. Een gebrek aan zekerheid heeft zonder meer ook te maken met een gebrek aan heiliging.
V: Er wordt vaak meer tijd besteed aan wedergeboorte, geloof, rechtvaardiging. Als je eens een aantal keren over dc heiliging preekt, dan zie je juist ook wie je moet zijn. maar niet bent en dat is voor ons zeer vernederend. Ik denk dat dit toch wel te weinig aandacht heeft. Er is een ontwikkeling te zien vanaf Calvijn dat in verhouding steeds meer aandacht gegeven wordt aan de wedergeboorte en minder aan de heiliging. De brieven van Paulus en dc andere apostelen bestaan voor een groot deel uit heiliging. En ik bedoel dan niet een wettische levensheiliging die bedoeld is om te komen tot dc verzoening met God, maar een evangelische heiliging die in Christus voortkomt uit het geloof.
Dus dat zou inderdaad een oorzaak zijn waarom de Heilige Geest minder werkt?
D: Ik denk inderdaad dat dat een van de oorzaken is dat er weinig zekerheid is, want het steeds weer gekonfrontcerd worden met je diepe verlorenheid in de prediking, dat drijft weer uit tot dc bron van de zekerheid, namelijk Christus. Want een prediking over wie ben ik en wie behoor ik te zijn is ook schuldprediking. Schuldprediking is ook na de waarachtige bekering noodzakelijk. Wat zegt de Catechismus? Waarom moet die wet zo scherpelijk gepredikt worden?
De wet komt zowel voor in het stuk der ellende als in het stuk der dankbaarheid.
V: Het is een daarop volgendevraag of het ook daaraan te wijten is dat de Geest minder werkt.
Dan worden de vruchten ook
niet zo duidelijk gezien. Gebrek aan heiligmaking betekent ook een gebrek aan vrucbtdragen. Waar de vruchten zijn daar blijkt dat de Geest werkt en waar de vruchten minder zijn. werkt de Geest ook minder. En dat heeft dan misschien ook te maken met het tegenstaan en het blussen van de Geest, waardoor de Geest niet kan doorwerken, menselijk gezien natuurlijk, want het werk van de Geest is niet te weerstaan, die werkt dwars door alle menselijke weerstanden heen. Als je dit niet zou vasthouden dan zou het van ons afhangen.
De Heilige Geest en de gemeente
Het blijkt ook bijvoorbeeld uit 2 Timotheiis dat mensen ook de gaven van God kunnen veronachtzamen, waardoor ze verachteren in de genade. We wiüen nu overstappen naar een ander aspekt van het werk van de Heilige Geest. In Handelingen 2 en bijvoorbeeld in hoofstuk II tot en met 14 lees je over een nadrukkelijke aanwezigheid van de Geest in de gemeente. De Heilige Geest spreekt direkt en zendt mensen uit. Ook wordt er onderlinge liefde, eendracht, gebed, gemeenschap en verwachting gevonden. Dit alles zijn uitingen van de aanwezigheid van de Heilige Geest in de gemeente.
D: Je mag niet zo maar zeggen dat de tijd zoals het toen was, dat het ook nu zo moet zijn. Ik denk wel dat je de gemeente van Jeruzalem als voorbeeld mag stellen, alleen kun je niet zeggen zoals het toen was, zo moet het ook nu zijn.
V: Dat kan niet, want er zit tweeduizend jaar tussen. Dan zou je ook de ambten moeten opgeven. Er is een hele ontwikkeling gaande, ook een ambtelijke. Hoe eerder de brieven geschreven zijn. hoe minder er over de ambten in staat. In de later geschreven brieven, zoals die aan Timotheiis, staat veel meer over de ambten.
Maar anderzijds moet je wel stellen dat dit toch kenmerken zijn van een gemeente waarin de Heilige Geest werkzaam is?
D: Ja inderdaad. Er worden in Handelingen 2 allerlei dingen genoemd zoals het in de gemeente zou moeten zijn, maar of je dan ook moet stellen: düs moet het bij ons ook overal zo zijn?
V: Ja dat is de ene kant. Aan de andere kant moeten we ook niet zeggen, zoals in Handelingen 2: dit is abnormaal en zo arm als bij ons dat is normaal. Want eigenlijk zou het zo moeten zijn zoals het in Handelingen 2 is, alles wat daaronder zit is onder de maat.
Er werden er toen dagelijks toegedaan tot de gemeente. En dat moet ons met heimwee vervullen.
Zijn wij niet teveel naar binnen gericht?
En dat dat inderdaad ook nu nog kan en niet alleen in de tijd van Handelingen 2 dat hebben we beiden recentelijk voor onze ogen zien gebeuren in de Oekraïne en Siberië. Een gemeente die groeit en die bovendien ook enigszins de eigenschappen van de gemeenten in Handelingen vertoont. Het is ook opmerkelijk als je bijvoorbeeld Handelingen 12 leest dat de omstandigheden in de gemeente helemaal niet zo goed waren. Jakobus wordt bijvoorbeeld gedood. Het is dan opmerkelijk dat aan het einde van het hoofdstuk staat dat het Woord Gods wies en vermenigvuldigde.
De gemeente als zodanig is daar ook meer evangelisatorisch aangelegd. Als je daar bent is een van de eerste vragen: „Hoe is het met de aanwas (vanuit de wereld)? "
V: Dat moet ons toch tot nadenken stemmen. Zijn we niet te konserverend bezig? Ik heb het er wel eens moeilijk mee. Is onze zorg meer dat we onze identiteit bewaren of dat er nog heel veel zielen worden toegedaan. Het is typisch dat je dingen uit Handelingen, afgezien dan van het heilsfeit van Pinksteren, ook weer in de Oekraïne, Siberië of op het zendingsveld als het ware opnieuw ziet gebeuren. Je zou er zo naar uitzien dat het ook in je eigen kerk zou gebeuren. Zijn er dan toch belemmeringen die we opwerpen - ik zeg niet dat het zo is - maar hoe komt het dan?
D: Je moet als kerk ook voortdurend bidden: ..Doorgrondt ons en ken ons, en zie of bij ons een schadelijke weg zij. En leidt ons op de eeuwige weg".
V: Hoe is het met al die zaken gesteld in onze gemeenten? Als je ziet dat het in andere gemeenten nog voorkomt, dan moeten we wel zeggen dat het niet zo best is gesteld. Ik denk toch dat we teveel naar binnen en te weinig naar buiten gericht zijn. We zijn teveel bezig met het zuiver houden van de leer, wat op zich nodig is, maar we hebben toch ook een woord voor de wereld. Waarom hebben we anders het Woord?
We moeten ook vaststellen dat wij in een postchristelijke samenleving leven, waarin de mens zich bewust afwendt van het Woord en dat daardoor de gemeente minder werfkracht heeft. Toch blijft - als het gaat over die werfkracht - de vraag natuurlijk wel staan ondanks dat verschillend zijn van de situatie, of we die eigenschappen van de gemeente in Handelingen niet terug zouden moeten zien in onze kerk.
D: Als het gaat over uitbreiding is dat allermeest gekomen door het persoonlijk getuigenis van de gemeenteleden.
V: De christenen waren gewoon wat ze moesten zijn. namelijk belijders van Zijn naam. Dus ze verspreidden een goede reuk van Christus. Daar is de kerk door gegroeid.
Spontane groei door mensen die Zijn naam beleden en dat zelfs tegen de verdrukking in.
D: Zou ook niet een van de oorzaken kunnen zijn van de sterke groei, dat de eerste christengemeente sterk leefde in de verwachting van de spoedige wederkomst van Christus? En dat dreef uit tot het bedrijven van zending. We zien in het Nieuwe Testament dat in de zendingsprediking, naast de prediking van de
voldoening door verzoening, ook de wederkomst en het gericht grote aandacht krijgen.
V: Dus je zou ook kunnen zeggen dat er onder ons misschien wel te weinig verwachting is van die komst.
Het individualisme en de gemeenschap der heiligen
Ds. Johannes Kombo sprak op de laatste zendingsdag over het gevaar van individualisme dat de gemeente bedreigt. Juist ook dat individualisme van onze tijd. de tijdgeest die wij en dus de gemeente inademen, is dat ook niet funest voor de krachtige werking van de Heilige Geest, omdat het lijnrecht ingaat tegen dingen als eendracht, gemeenschapszin. gemeente-zijn. enzovoort?
V: Nou dat is waar. dat geloof ik ook en in hoeverre infekteert dit ons allemaal? Hoe vaak zeggen we niet: ..Laat hij er zo over denken, wij denken er anders over". Ten diepste is dat ook egoïsme. Wij geloven in de gemeenschap der heiligen en dat staat lijnrecht tegenover individualisme. Daar gaat de wereld aan kapot en de kerk en ons persoonlijk leven ook. Dat zei Johannes Kombo zeer terecht.
Die predikanten uit Irian hebben zich ook verbaasd, toen ze met de trein reisden en niemand met een ander zagen praten, of mensen zagen die op de trein wachtten en allemaal op een rijtje stonden en langs elkaar heen keken. Dit is nu het individualisme als kenmerk van onze samenleving ten top. Hoe kunnen we ons daaraan ontworstelen?
V: Het komt allemaal op hetzelfde neer. De Geest moet terugkomen.
D: Als je alle vragen zo overziet en als we zo met elkaar spreken, dan kom je er steeds weer op uit dat we eigenlijk maar één ding nodig hebben, namelijk een opwekking en daarmee gepaard verootmoediging en bekering.
V: Het moet ons gebed zijn: ..Ontwaakt o Noordenwind cn kom gij Zuidenwind en doorwaai de hof van de kerk". Want je kunt geen programma maken zoals: .Als we nu zo en zo doen dan komt het weer goed". Er is maar een ding nodig en dat is verootmoediging cn schuldbelijdenis en zeggen:
Heere. we hebben alles kapot gemaakt". Ezeehiël moet ook profeteren tegen de dorre doodsbeenderen en dan komen ze samen. En als Hij zo tot de Geest profeteert, dan geeft God leven. Dit is het bevrijdende van het Evangelie.
D: God geeft Zelf Zijn dienaren de opdracht om aan geestelijk dode zondaren het Evangelie te prediken. En de Heere Jezus zei: „Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt en is nu. wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods. en die ze gehoord hebben, zullen leven".
Dit is niet zelf te regelen. Er is ontdekking nodig om te zien in welke desastreuze toestand de kerk in Nederland gekomen is. Je kunt er gezellig over diskussiëren. maar er is ontdekking door de Heilige Geest nodig om zo weer werkelijk plaats te maken voor het werk van de Heere.
Bijzondere gaven komen meer voor bij de kerk in opbouw
In de Handelingen zie je een krachtige werking van de Heilige Geest. Kun je zeggen dat er verschil is tussen het werk van de Heilige Geest in een gevestigde kerk en in een jonge kerk?
D: Het heeft natuurlijk ook verband met de gaven. Ik denk dat de uitdeling van die gaven bijzonder sterk was in de apostolische kerk. Die komen bijzonder naar voren bij de vestiging van een kerk. Dat zie je ook nu op het zendingsveld.
Daar zie je soms ook de charismatische gaven naar voren komen.
V: Ja daar ben ik het mee eens. Als je de Bijbel leest dan denk ik dat je nergens kunt lezen dat deze alleen voor toen waren. Dat zal niemand ontkennen, want de gewone gaven (zoals dc gave van onderscheidingsvermogen. de gave van de troost, de gave van leiderschap) horen daar ook bij. Maar onder de geestesgaven zijn ook hele bijzondere gaven, zoals
dodenopwekking. ziekengenezing en tongentaai, die bij vestiging van de kerk in Handelingen naar voren kwamen. We kunnen niet zeggen dat de bijzondere gaven niet meer naar voren kunnen komen, maar dat er in iedere tijd weer andere geestesgaven naar voren komen. Als we in Nederland horen over ziekengenezing en tongentaai, dan zijn we daar behoorlijk huiverig voor. want dat kon ook wel eens van de duivel komen. Daar zijn bewijzen voor ook. dan moet je het boek van Ouweneel (Het domein van de slang) lezen, dat is in dit opzicht duidelijk genoeg. Maar Romeinen 12 en 1 Korinthe 12 blijven in onze Bijbel staan. De bijzondere gaven treden op daar waar God bijzonder nodig vindt dat ze voorkomen, namelijk bij de vestiging en opbouw van de kerk.
Ik wil één voorbeeld van een zeer bijzondere werking van God geven. In Bomela was een geweldige tegenstand tegen het Evangelie. Toen er een kind stierf en in een boom gelegd was (begraafwijze aldaar), liep het kind de volgende dag weer in het dorp. Toen ging de mare door Bomela: „De God van Endog is de ware God". Deze gebeurtenis heeft de vaart gebracht in de verkondiging van het Evangelie daar. Als je dan zoiets meemaakt, dan verdiep je je daarin en dan laat je je niet meer verkopen, dat de geestesgaven er niet meer zijn. Hier misschien niet meer zoals bij de apostelen, maar de Heere gebruikt ze nog wel ten dienste van Zijn kerk.
Daarnaast zijn er ook de gewone gaven tot opbouw van de gemeente, onderschat dat ook niet. In Romeinen 12 en 1 Korinthe 12 blijkt dat die gaven niet alleen voorkwamen bij de apostelen, maar ook bij de gewone gemeenteleden. Het is heilzaam voor de gemeente als bijvoorbeeld een ouderling de gave van onderscheiding heeft. Die gaven zijn nooit tot verheerlijking van jezelf, maar je hebt die gaven om daarmee iets te doen voor de ander. Zc worden allen dienstbaar gesteld tot opbouw van de gemeente en tot vervulling van de taak die de gemeente heeft in de wereld.
Dat vind ik het kriterium en zodra mensen gaan pronken met iets dan zitten ze er al helemaal naast. Overigens gaat het uiteindelijk niet om de bijzondere gaven. Deze zijn hulpmiddelen ten dienste van de gemeente. Het belangrijkste is het werk van de Heilige Geest tot bekering en behoud van zondaren.
Tenslotte: wat vindt u van de volgende stelling: „Het werk van de Heilige Geest in de kerk is te vergelijken met een rivier: bij de oorsprong van de rivier vind je bruisende, wild stromende beekjes, verderop een brede en gestaag voortstromende rivier'?
D: Dit is een mooi beeld. In Zuid-Afrika hebben we het gezien dat als er geen regen kwam de rivier uitdroogde. Zo is ook de aanwezigheid van de Geest nodig, opdat de rivier van de kerk niet uitdroogt.
V: De Heere Jezus gebruikt Zelf water als beeld van de Heilige Geest. In Irian zagen we ook wel eens van die plaatsen waar het water stilstond. En je wist dat dat gevaarlijke plaatsen waren, omdat daar malariaplagen waren. De Rijn bij de waterval van Schaffhausen is geweldig, maar als je nu bij Lobith gaat staan, dan stroomt er meer water door de Rijn dan daar.
D: Het heeft twee kanten. Bij Lobith stroomt meer water dan bij Schaffhausen. maar er is voortdurend regen nodig om de rivier te voeden.
V: Het beeld betekent ook dat er plaatsen zijn, waar de rivier dreigt op te drogen of misschien ondergronds verder gaat naar een andere plaats. Daarom mogen we wel bidden om een opwekking, aan een opnieuw krachtig werken van de Heilige Geest. Misschien is het gebrek aan zendingsarbeiders een indikatie voor een gebrek aan geestelijk leven in de gemeente.
In Handelingen 13 wordt de Heere gediend en er wordt gevast en dan wijst de Heilige Geest ze Zelf aan en roept hen. Ze worden uitgezonden de Heilige Geest.
D: Het valt me ook altijd weer op dat die mensen die een dagelijkse nauwe omgang met de Heere hebben, een hart hebben voor dc naaste ver weg en dichtbij. Ze hebben bijvoorbeeld een liefde tot het zendingswerk.
V: En dat heeft ook weer te maken met opwas in het geloofsleven. Want als dat er niet is. ben je erg op jezelf gericht en kun je je niet richten op de naaste in de gemeente en die veraf. Als je zo dicht bij de Heere leeft, dan komt de nood van de naaste op je af.
D: Als je je roeping en verkiezing vast hebt mogen maken, dan plukken anderen daar de vruchten van.
V: Een tekort aan arbeiders is in feite een gebrek aan doorwerking van de Heilige Geest en een gebrek aan zekerheid. En dat organiseren we niet. We moeten er beschaamd onder staan. Laten we daarom vragen: „Heere. maak een nieuw begin met het werk van Uw Heilige Geest in de kerk". Voor de uitstorting van de Heilige Geest is er in Handelingen 2 toch ook een gedurig bidden en smeken en vasten om de komst van de Heilige Geest.
D: Het moet ons gebed zijn: „Gij Geest! Kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden. opdat zij levend worden". En dat valt niet te organiseren.
Misschien was het een gesprek in mineurstemming?
D: Maar over de kerk van vandaag kunnen we ook niet de loftrompet laten horen.
V: We kunnen er ook niet omheen. Je zegt mineur, maar het is met droefheid. Je kunt met de vinger naar de ander wijzen, maar wij zijn het. Wij zijn die kerk van vandaag!
Ds. Vreugdenhil en ds. Driessen, hartelijk dank voor de wijze waarop u de vragen beantwoordde.
C. Janse
J. de Wildt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1993
Daniel | 32 Pagina's