Gomer, Hosea’s huisvrouw
Hosea moest op Gods bevel een zekere Gomer tot huisvrouw nemen: „Ga heen, neem u een vrouw..." Het was voor het volk Israël niet genoeg om het Woord des Heeren te hóren. Zij hadden het veel te druk en het Woord had bitter weinig invloed. Daarom moest Hosea prediken door middel van dc daad. En daartoe diende nu het huwelijk met Gomer.
Was het slechts een verhaaltje geweest, dat Hosea vertelde, dan had het de aandacht niet getrokken. Maar nu de profeet ging trouwen met deze Gomer. nu kwamen de tongen los!
Wie is Gomer? Zij is een Israëlitische vrouw, maar... ze is lichtzinnig, ze is een zondares, een vrouw der hoererijen. Als Hosea daarover begint in de straten van het wufte Samaria, dan luistert men wel! En de profeet wijst erop. dat 'ook het land hoereert van achter de Heere'. Zo weeft de Heere bij Hosea zijn profetie en zijn eigen leven dooreen. Hij moet in alles een levend getuige zijn van Gods liefdesmart over het afkerige Bondsvolk en de liefdeloosheid van Israël tegenover een liefdevol Bondsgod.
Gomer is nu getrouwd met Hosea, de man met het liefdevolle hart. Bovendien: hij heeft de Heere oprecht lief. En hoe is dat met Gomer? Zij kent geen liefde. Zij spéélt met wat zij 'liefde' noemt. De ernst van het huwelijk ontgaat haar. De huiselijke kring is haar veel te eng!
Uit het huwelijk van Hosea en Gomer word! een zoon geboren. De Heere zegt tot dc profeet: „Noem zijn naam Jizreël". Dat betekent: verstrooiing. Het ziet op Gomer, wier hart naar de wereld buitenshuis trekt. En het ziet op Israël, die het ook niet bij de Heere kan houden en weg wil.
Gomer met haar ontrouwe, zondige leven, ze krijgt een dochter, en later nog een zoon.
Maar... deze beide kinderen zijn geen kinderen van Hosea. Zij hebben niet voor niets 'Lo' voor hun naam staan! Lo-Ruchama: nietontfermde; Lo-Ammi: niet-mijn volk. Hosea heeft het verstaan: de Heere heeft hem Iaten trouwen met deze overspelige vrouw om hem iets te laten aanvoelen van dc smart van de Heere over Zijn ontrouwe volk. Zij deden precies hetzelfde als Gomer. Zij maakten zich schuldig aan geestelijk overspel en de Heere klaagt: „Zij laten Mij varen, ze versmaden Mij". Er is geen beantwoording van Zijn
liefde, geen wederliefde, geen dankbaarheid. Vanwege die trouweloosheid spreekt de Heere: „Efraïm zal tol verwoesting worden ten dage der straf'. Straks zal de Heere Zich terugtrekken met dc bediening van Zijn Geest.
De God-verlating zal dan steeds bruter worden. Jizreël. Lo-Ruchama cn Lo-Ammi snellen ook hun verderf tegemoet. Zij ontberen een biddende moeder, een onderwijzende moeder, een moeder die het goede zoekt voor haar man en kinderen.
Tenslotte loopt Gomer weg. De vrijheid lokt! F.n ze handelt schandelijk, ze overtreft de slechtste vrouwen in het bedrijf der zonde. „Zo doet u nu ook: u overtreft zelfs de heidenen!", roept Hosea Israël toe. Maar daar laat de profeet Hosea het niet bij. In dc straten van Samaria, in alle dorpen en steden van het tienstammenrijk spreekt hij de zonen en dochteren van Israël aan. „Twist toch tegen de vreselijke zonde, die de oorzaak is van alle rampspoed die tc wachten staat." Wie weet, de Heere mocht Zich ontfermen!
Het is een onbegrijpelijk wonder: Hosea wil Gomcr. haar liefde en het gelukkige gezinsleven weer terug. Hij roept en schreit er als het ware om. hoe zeer hij ook verbolgen is. Heeft Gomer niet alle liefde van haar man versmaad, wat hij ook aan haar schonk? Het is met Israël precies hetzelfde en daarom zal de Heere met Israël twisten. Het zal - net als Gomer - smart op smart te dragen krijgen. En waarom? Opdat Gomer. opdat Israël in die ellende, waarbij de bodem onder de voeten zal wegzinken, zal uitroepen: „Ik zal heengaan en keren weder tot mijn vorige man. want toen was het mij beter dan nu".
Want wat gebeurt er? Gomer. die man en kinderen verlaten had en in de dienst der zonde vrij en vrolijk leefde, raakt aan lager wal. Slavin wordt ze en het is uit met dc vrijheid. Ja. ze wordt zelfs naar Assur gevoerd. Nu ligt er een bange woestijn tussen haar cn Hosea. Ze lijkt reddeloos verloren. Wederkeren kan niet: dat is totaal onmogelijk; ze is slechts slavin. En Hosea wacht. Dan komt de Heere en de proleet krijgt de opdracht zijn Gomcr te beminnen. Dat is niet zwaar voor hem. want zijn liefde is onuitblusbaar. Zo gaat Hosea op reis om zijn vrouw vrij te kopen, te verlossen.
Wat een wonder: zoveel goedheid tegenover zoveel schande cn zoveel schuld. „Zij zullen vrezende komen tot de Heere en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen", profeteert Hosea. Hij weet ervan. Hij heeft het wonder Gods aanschouwd!
Gomer moet haar vorige leven vaarwel zeggen. Een ander mens moet zc worden. In eigen kracht? Wat de Heere begon, zal Hij voleinden. Dc slavin is vrijgekocht, met behoud van Gods deugden.
En Israël? „Ik zal heengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken". Daar is dc ballingschap voor nodig. Een smartelijke weg van wedergeboorte moet plaatshebben cn dat herschapen, nieuwe Israël zal zich de Hccrc ondertrouwen. Op vreemde goden of op andere machten der aarde zal het zijn vertrouwen niet meer stellen. En de Heere zal genade voor genade geven.
Zijn u cn ik ook als Gomcr: zien wij ons in het licht van dc Heilige Geest als een albedervcr? Voor onze naam staat ook het woordje 'Lo': nergens-rccht-op-hebbend. Dat kunnen wij niet wegwissen.
En Gomcr kan zich ook niet vrijkopen uit de slavernij der zonde, evenmin als een dode levend kan worden door eigen toedoen. Niet door haar tranen, haar heimwee naar haar vorige man. of door wat dan ook, werd Hosea bewogen om Gomcr vrij te kopen. De Heere zei: „Ga heen. bemin u een vrouw..." De werken van Gomer waren geen oorzaak van genade. „Eer zou iemand olie drukken uit een steen, dan dat men uit ons onbekeerd hart goede werken zou kunnen drukken", zegt Calvijn.
Hosea roept het verdorven Israël toe: „Daarom zie. Ik zal ze lokken. Ik zal ze voeren in de woestijn. Ik zal naar haar hart spreken". Tientallen malen: „Ik zal..." De bewezen genade komt alléén op uit Gods barmhartigheid in Christus! Gomer beleefde door de bckwaammaking van Zijn Geest haar ellendestaat, waarin ze door eigen schuld moest verkeren. Haar ogen gingen open voor de onmacht om zich eruit te redden. Zc vreesde nog verbroken, vermorzeld te worden onder de vreselijke slavernij. Wat wordt dc meerder Hosea, de grote Heilaanbrenger. nu groot in de ogen van Gomer....
Ik maakte gebruik van een brochure uit de Bibliotheek 'Koop de Waarheid en verkoop ze niet', 3ejaargang 1950. no. 4, getiteld: 'De dochter van Dublaïm'. Het werd geschreven door de heer P. Kuyt.
Zwijndrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1993
Daniel | 32 Pagina's