Ezau en Jakob
Lezen: Genesis 25:19-34
„Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat." Dc Heere maakt iets hekend van Zijn welbehagen. Daarbij telt niets van de mens mee. „Als ik niet uitverkoren ben, kom ik er toch niet." Het zo zéggen... nee, dat doen we niet zo gauw. Maar zo denken... misschien maar al te vaak, of al te diep. Laten we eens zien hoe het was in het leven van Ezau en Jakob.
Rebekka is eindelijk in verwachting. Zc is al bijna twintig jaar getrouwd. Wat een vreugde. Na enige tijd komt er onrust. Zc begint te vermoeden dat ze een tweeling verwacht.
En. wat erger is. ze merkt dat de twee 'kinderen' elkaar al in de moederschoot niet verdragen. ..Toen zeide zij: Is het zo? Waarom ben ik dus? en zij ging om de Heere te vragen."
Meerdere en mindere
Wat is dat een goede zaak wanneer wij met onze vragen, ook van het natuurlijke leven, naar de Heere gaan om raad.
Meestal, van nature altijd, gaan we bij onszelf te rade, of bij de wereld. Ook Gods kinderen gaan van zichzelf uit bij vlees en bloed te rade en houden de Heere voor het laatst. Een wonder van de leiding van Gods Geest als we door schade en schande geleerd, of zonder veel omwegen, net als Rebekka de Heere om raad mogen vragen. En de Heere geeft antwoord. „De meerdere zal de mindere dienen." Calvijn merkt bij deze woorden op: „De eer van het eerstgeboorterecht wordt door Hem van de meerdere op de mindere overgedragen, opdat Hij Zich uit Jakobs zaad naar Zijn wil. niet uit verdiensten van mensen, maar uit enkel genade, een Kerk zou verkiezen." Dat er een Kerk is. dat er mensen zalig worden, dat is alleen omdat God het wil.
Uitverkiezing een wonder
Veel mensen hebben moeite met de leer van de uitverkiezing. Misschien jij soms ook wel. Calvijn gaat ook op dit vraagstuk in. „Omdat het algemeen menselijk besef dit verwerpt, zijn er in alle eeuwen vernuftige mensen opgestaan, die de leer der uitverkiezing Gods schaamteloos hebben verminkt. Nu ligt het niet op mijn weg elk van hun lasteringen afzonderlijk te weerleggen of te ontwarren. Ik acht het beste te blijven bij hetgeen wij besluiten kunnen uit Paulus' verklaring, dat schoon het menselijk geslacht eenzelfde ondergang heeft verdiend, en onder eenzelfde schuld lag besloten, dezen uit vrije genade worden gered, anderen rechtvaardig in hun verderf worden gelaten."
Duidelijk laat Calvijn vervolgens uitkomen dat God niet verkiest „omdat God vooruit ziet. dat ze heilig zijn. maar opdat zij heilig zouden zijn". De grond van het onderscheid ligt dus niet in de mens, maar alleen in Gods wil.
Verborgen en geopenbaard
Deze uitverkiezing laat onverlet dat „God toch wilde dal de middelen tot verzameling van Zijn Kerk voor hei gehele \olk gemeenschappelijk zouden /ijn" Iedereen die het leken van het verbond dtaagi. heeli een groie veiantwourdelijkheid „Want hen zijn de woorden Gods toebetrouwd." Dat gold zowel I zau als Jakob: dat geldt ook ons allemaal.
En wie uitverkoren is en wie niet. dat weten we niet van te voren. Daar mogen we dan ook niet mee rekenen. „De verborgen dingen zijn voor de Heere onze God. maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen." En wat is de geopenbaarde wil van God onze Schepper? Immers dit. dat we Zijn geboden houden. Dat een gevallen mens dat niet kan. is niet aan God te wijten. Hij schiep ons goed. Wij zijn vrijwillig van Hem afgevallen en daardoor onbekwaam geworden tol het goede.
Evenwel komt de Heere tot ons. gevallen mensen met Zijn evangelische raad: „Vraagt naar dc Hccrc cn Zijn sterkte". Wal bij dc mensen onmogelijk is. is mogelijk bij God. Daartoe is Zijn Zoon gekomen, opdat door Zijn arbeid mensen zouden opstaan uit hun geestelijke dood.
Aan de vrucht te zien
In het leven van Jakob en Ezau komt naar buiten wat er in hun binnenste leeft. Aan de vruchten wordt immers de boom gekend. Bij het groter worden komt openbaar wie ze zijn. We lezen van Ezau. dat hij 'werd een man verstandig op de jacht, een veldman'. Hij kon goed mee in het leven. Stond zijn mannetje. En zijn vader waardeerde dat. Vooral het wildbraad, waarvoor Ezau door middel van de jacht zorgde, was naar zijn zin. Izak zondigde hierin met Ezau mee.
„Zou dan bij hem de streling van het verhemelte zoveel waard zijn geweest dat hij de Godsspraak vergat en Gods genade in Jakob verachtte en juist omgekeerd zijn hart hechtte aan hem die God
verworpen had? ", zo vraagt Calvijn zich hierbij af. Het getuigenis dat we van Jakob lezen is even kort als duidelijk. ..Maar Jakob werd een oprecht man." Dat getuigenis lezen we ook van Noach en van Job bijvoorbeeld. De vreze Gods werd in Jakobs leven zichtbaar. Niet als verdienste van Jakob. Maar als gevolg van het werk der genade in zijn leven.
Geen belang erbij
Later komt dit verschil nog schrijnender naar voren. Als Ezau vermoeid uit het veld komt. heeft Jakob juist een linzenkooksel klaar gemaakt. Ezau heeft dan maar bij één ding belang cn dat is bij eten.
Hij is een man van het hier en nu. Geestelijke dingen tellen voor hem niet. De eerstgeboortezegen? Die mag Jakob best van hem hebben, want hij gaat toch sterven. Wat een dwaas. Wat een onverschilligheid. Juist als hij gaat sterven, als hij God moet ontmoeten, dan heeft hij toch ccn
Zaligmaker nodig. En daartoe is die eerstgeboortezegen onmisbaar. Maar Ezau let daar niet op. Hij ziet alleen maar aan wat voor ogen is: eten en werken. Wat een materialist. Herken jij jezelf in dit portret? Wij zijn van onszelf uit ook zo zorgeloos. Als het er op aan komt. hebben we overal tijd en aandacht voor. maar het ene nodige... Zie toch in hoe een groot gevaar je verkeert en bekeer je toch van je boze wegen.
Alle belang erbij
En Jakob? Hij heeft belang bij de eerstegeboortezegen. Dat blijkt hier en ook in de geschiedenis van Genesis 27. We mogen gerust zeggen dat de geestelijke dingen hem blijkbaar zwaar wogen. Die namen de eerste plaats in zijn leven in. Toch is er hierbij niets goeds van Jakob te melden. Met list en bedrog wil hij de eerstgeboortezegen naar zich toehalen. Wat een schuld cn zonde laadt hij op zich. Juist in de geestelijke dingen komt hij als een dwaze zondaar naar voren.
Geen bedrog, maar genade
Toch krijgt hij de eerstgeboortezegen. Niet om zijn verdienste, dat is duidelijk. Maar ook niet op zijn listige manier. Want als je de zegening door Izak in Genesis 27 goed leest, valt op dat daar de aardsvaderlijke. messiaanse zegen niet in wordt genoemd. Deze krijgt Jakob wel. maar pas als vader Izak hem bewust zegent om hem naar Paddan-Aram te sturen.
Dan, als cr geen bedrog in het spel is, zegent zijn vader hem met de bijzondere zegen: Hij geve u de zegen van Abraham, aan u en aan uw zaad" (28:4a).
Niet in dc weg van bedrog, maar in een rechte weg geeft God Zijn zegen. Dat moet Jakob leren. Niet zijn aktiviteit, maar Gods gave. Dat is een les die wij ook moeten leren. Daartoe zegene de Heere Zijn Woord door Zijn Geest in ons leven. Dan leren wc ons schamen voor God vanwege onze zonde. Dan wordt het onmogelijk van onze kant om vrede met God te maken, ook door onze godsdienstige inspanningen. Maar dan wordt het juist een wonder dat God Zelf Zijn zegen, de weg der verlossing bij Hem vandaan, aan ons gaat bekend maken.
Schuldenaar voor God en mensen
Jaren later heeft Jakob zijn zondig leven nog eens terug gekregen. Wc lezen daarvan in Genesis 32. Daar wordt hij bang vanwege zijn verzondigd leven. Daar wordt hij schuldenaar voor God en voor zijn broer Ezau. Zijn geweten klaagt hem aan en dc wet van God stelt hem schuldig. Hij moet en hij mag het verliezen voor God en mensen. Hij blijft alleen over. worstelend met God. Maar dan mag hij ook het gote genadegetuigenis afleggen: ..en mijn ziel is gered geweest". Enkel genade. Dat heeft Jakob leren bewonderen.
Zijn leven enkel zonde, maar de Heere wilde hem hebben. Bron van eeuwige verwondering.
Enkel genade - eigen schuld
Zalig worden gebeurt omdat God het wil. Dat zien we duidelijk in het leven van Jakob. Ezau daarentegen zoekt telkens weer de zonde en het gemakzuchtige wereldse leven.
Hij heeft geen belang bij de eeuwige dingen. Ook in Genesis 32 praat hij niet meer over de eerstgeboortezegen.
„Hij heeft zoveel." Hij weet niet eens wat hij mist. (Hebben wij e dat wel eens gezien? ) Wat verschrikkelijk is dat. Zo werkt hij zijn eigen verderf uit. En straks krijgt hij het loon op de zonde: de eeuwige straf. Jonge vrienden, lees eens het slot van Spreuken 1 (vs . 20-33). Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. Daarentegen: Wie Hem need'rig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.
Capelle aan den IJssel ds. P. Mulder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1993
Daniel | 32 Pagina's