JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe ga je om met je baas?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe ga je om met je baas?

9 minuten leestijd

Aan je hond vraagje: waar is hef baasje? Dat vraagje zo, omdat die hond van jou is en je van dit dier houdt. Feministische vrouwen zeggen soms: baas in eigen buik. Ze bedoelen dan dat ze zélf wel uitmaken of ze wel of geen abortus willen. Wanneer er sprake is van een chaotische janboel kun je zeggen: daar is booi (= de bode, degene die de leidinggevende dient) de baas. Hoe ga jij om met jouw baas?

De Bijbel geen blauwdruk

Waarom heb je eigenlijk een baas. of: aarom werk je eigenlijk? Die vraag moet jc eerst beantwoorden voordat je kunt spreken over de relatie met je baas. Het antwoord op deze vraag is: e werken omdat ons werk een doel heeft. Het allesomvattende doel van ons werk is de eer van God, getrouw als de engelen in de hemel (vgl. H.C. antw. 124). Daar vloeit als vanzelf het tweede doel uil voort: et beogen van het heil van onze naaste. Denk aan het bijbelse liefdegebod (Matth. 22:37-40). In de derde plaats werken we om in ons levensonderhoud te voorzien (vgl. 2 Thess. 3:10). Achter dit alles staat het perspektief:

„Werkt niet om de spijs die vergaat, maar om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven" (Joh. 6:27).

Geeft de Bijbel een antwoord op de vraag over de relatie werkgever-werknemer? Maakt het verschil wat voor type mens je als baas hebt? De woorden 'baas', 'gezagsverhouding'. 'ondernemingsraad', 'medezeggenschap', 'CAO', 'arbeidskontrakt' en zo meer zoek je tevergeefs in de konkordantie van Abraham Trommius (1633-1717). het alfabetisch register op de Bijbel.

Zegt de Bijbel dan niets over de manier waarop jij met je baas omgaat? En als de Bijbel daar wèl iets over zegt. heeft dat dan nog betekenis voor jou en mij? Inderdaad, in dc Bijbel gaat het goeddeels om een agrarische samenleving. Onze samenleving i.s een geïndustrialiseerde informatiemaatschappij. We kunnen de Bijbel dus niet gebruiken als blauwdruk, als plan van uitvoering.

Efeze 6 en Kolossensen 3

Toch zijn cr in de Bijbel verhoudingen waarop we ons kunnen oriënteren, waaruit we kunnen leren hoe onze grondhouding moet zijn.

Daarover schrijft Paulus bijvoorbeeld in Efeze 6 en Kolossensen 3. Tussen de regels door lezen we dat de praktijk vaak anders is dan hetgeen God beoogt met Zijn heilzame geboden. De gevolgen van de zonde doortrekken ook de werkverhoudingen. Dat neemt niet weg dat de Bijbel ook navolgenswaardige voorbeelden geeft over de verhoudingen tussen heer en knecht. Al met al is er reden genoeg de Bijbel ter hand te nemen bij de vraag die ons bezighoudt.

In Efeze 5:22-6:9 noemt Paulus verschillende levensrelaties waarin wij staan. Ze zijn allemaal voorzien van een gezagsstruktuur. er is telkens iemand die dc leiding heeft. In het huwelijk is dat de man. en de vrouw moet onderdanig zijn. In het gezin zijn dat de ouders; zolang de

kinderen binnen deze gezagskring leven, moeten ze hen gehoorzamen en eren. In de arbeidsverhoudingen is de heer de gezagsdrager cn moet de dienstknecht (slaaf) hem gehoorzamen. Telkens wordt eerst de ondergeschikte genoemd en daarna de gezagsdrager.

Werknemer volgens de gedachten van Paulus

De werkgemeenschap wil ik nu iets nader bezien. Voor de oorspronkelijke lezers valt die binnen de kring van het gezin: laven zijn vooral huisknechten. Veel christenen zijn vermoedelijk als slaaf verbonden aan ongelovige meesters (vgl. 1 Petr. 2:18).

Daar kunnen ze de hele dag niets anders doen dan de aardse wil van hun aardse meester. Dat is een heel moeilijke positie. Moet men ook daar Gods wil zoeken en Hem dienen?

Van deze slaven wordt ook gehoorzaamheid verwacht en wel 'met vrees en beven'. Die angst betreft de zorg om het werk zo goed mogelijk te doen en Christus niet teleur tc stellen (vgl. Ef. 5:21. 1 Petr. 5:5). Die gehoorzaamheid wordt ook gekenmerkt door oprechtheid: envoud van hart. Het 'hart' duidt op de innerlijke drijfveer van dc mens (vgl. Ef. 1:18; 3:17; 4:18; 5:19). Alles kan de meester hen afdwingen, maar overtreding van de Tien Geboden mag hij niet eisen cn tot ccn onchristelijke gezindheid kan hij nooit afdwingen. Daarom dienen christenondergeschikten gewetensvol, met hun oog gericht op de verheerlijkte Christus. Daarmee blijft het dagprogramma gelijk. Wel verandert dit de houding van de dienaar: iet de baas naar de ogen zien als 'mensenbehager' (vgl. Ps. 52:6; Kol. 3:22). Het motief is de gehoorzaamheid aan Christus (Ef. 6:5; Kol. 3:23); dc verantwoordelijkheid ten opzichte van de baas wordt benadrukt door bet dienen van dc Hccrc (Ef. 6:7). Hij heeft ons een voorbeeld achtergelaten (Joh. 13:15:1 Petr. 2:21).

Als de baas onredelijk is...

Maar wat moet je nu als jouw baas onredelijk of zelfs nog erger is? Dat is geen simpele situatie, zo heb ik ook zelf ervaren. Als je naar de omstandigheden kijkt, word je soms moedeloos en zelfs radeloos. Dan leren we ook onze zondige aard kennen cn moeten we zoeken naar de gerechtigheid in Christus en vernieuwing naar het beeld van God (H.C. antw. 115).

Zoals altijd moeten wc dan in het bijzonder bidden: EERn, leer mij naar Uw wil te handelen... (Ps. 86:6 ber. 1773; vgl. Ps. 32:8; Matth. 6:10; H.C. antw. 124). Wel, zegt God, jc moet goed doen aan allen en het meest aan dc huisgenoten van het geloof; te zijner tijd zul je oogsten (Gal. 6:9, 10; vgl. 2 Thess. 3:13; 1 Tim. 5:8). Uw bescheiden vriendelijkheid moet bekend zijn bij alle mensen, zegt Paulus (Eil. 4:5), dus ook bij je baas.

Misschien denk je: at heeft dat voor zin? De zin is volgens Paulus dat wij in alles dc leer van God onze Zaligmaker moeten versieren. Daarom is onderdanigheid nodig (vgl. Titus 2:9. 10: .C. antw. 122). Van je hart hoef je geen moordkuil tc maken: ijs vrijmoedig op het onrecht dat je waarneemt en getuig van de hoop die in je is (1 Petr. 3:15). Laat je nooit verleiden tot hetzelfde onrecht in omgekeerde richting. Geef het over aan de Heere (vgl. Ps. 55:23; 1 Petr. 5:7). Hij oordeelt rechtvaardig: e vergelding zullen de gelovigen krijgen want zij dienen de Heere Christus (Kol. 3:23, 24:1 Petr. 2:23).

Eens komt de grote dag waarop de dingen niet meer worden beoordeeld door mensen. Dan zal God ieders daden oordelen naar het geestelijk gehalte ervan (Ef. 6:8; vgl. Matth. 16:27: al. 6:7). Christus let niet op de verschillen tussen knecht en baas en Hij zal dat ook niet doen in het laatste oordeel (vgl. Gal. 3:28).

Er is nog iets. Je moet bidden voor je vijanden en zegenen die je vervolgen (Matth. 5:44: om. 12:14). De Heere wil weten van je begeerten in alles en altijd, door bidden, smeken en dankzegging (Ef. 5:20; Fil. 4:6). Dat valt niet mee als je verschrikkelijk onheus wordt behandeld. Soms is dat zelfs onmogelijk.

Zeg dat maar vrijmoedig tegen de Heere Jezus, de grote Hogepriester (Hebr. 4:14-16). Vraag of Hij wil bidden als jij het niet kunt! Weest in geen ding bezorgd (Matth. 6:25; Fil. 4:6). Probeer te denken aan het ware. het waarachtige. het rechtvaardige, het deugdzame en loffelijke en de God des vredes zal met je zijn (Fil. 4:8-9).

En de baas dan?

Paulus zegt dat van werkgevers hetzelfde wordt geëist als van werknemers: ankbaarheid tonen jegens dc Heere. het oog gericht op Christus en op de grote dag waarop een ieder zal terugontvangen (Ef. 6:8. 9; Kol. 3:24; 4:1). Christus is een volmaakte Heere. het voorbeeld voor onvolmaakte heren op aarde. In sociaal opzicht hebben ze een andere plaats, maar voor de Heere is cr geen verschil (Deut. 10:17; Kol. 3:25; 1 Petr. 1:17). Ook zij zijn dienaars ten opzichte van Christus en staan zo naast hun werknemers. De verhouding werkgeverwerknemer moet iets weerspiegelen van de verhouding tot God. Het werk moet worden uitgevoerd op basis van vriendschap. Een christelijke werkgever hecht veel waarde aan een goede verstandhouding onder het personeel. In de gezagsverhouding moet sprake zijn van vertrouwen en vriendschap. Het geven van verantwoordelijkheid schept een band die de gezagsverhouding niet aantast.

De baas kan zich zo gemakkelijk overgeven aan verkeerde gewoonten, zo zegt Paulus (Ef. 6:9). Als eerste noemt hij dc (bekende) dreiging, of jullie dreiging (vgl. Hand. 9:1; 1 Petr. 2:23); die moeten zij loslaten, daarvan moeten zij zich losmaken. Paulus hoeft niet uit te leggen op welke verwerpelijke gewoonten hij doelt. Hij zegt eigenlijk: e dreiging waarvan jullie steeds zo'n verkeerde gewoonte maken. Dan gaat het in de tijd van Paulus om geweld met woorden door het in het vooruitzicht stellen van lichamelijk geweld. Als tweede zegt Paulus waarom voor werkgever cn werknemer dezelfde eis geldt. Letterlijk zegt hij volgens de Griekse tekst tegen de baas: wetend dat zowel van hun als van jullie de Heere in (de) hemelen is en dat aanzien des persoons niet bestaat bij Hem" (Ef. 6:9b; vgl. Rom. 2:11; Jak. 2:1.9).

Andere voorbeelden

Misschien denk je: e bijbelse grondlijn is mij wel duidelijk, maar is die toe tc passen in de praktijk? Ik denk dan aan drie voorbeelden, waarin de verhouding tussen heer en knecht zich heeft gekenmerkt door liefde cn achting. In Genesis 24:1-10 (met name vers 7-10) draagl Abraham zijn knecht Eliëzer op een vrouw te zoeken voor Izak. Eliëzer krijgt van zijn meester vergaande zeggenschap. Hij regeert over alles wat Abraham heeft. Dc gezagsrelatie kenmerkt zich door wederzijdse achting en afhankelijkheid van de HEERE.

Ook denk ik aan Boaz en zijn knechten. Boaz spreekt zijn maaiers aan met de woorden: De HEERE zij met ulicdcn!" Daarop antwoorden zijn medewerkers hem: De HEERE zegene u!" (Ruth 2:4). Het derde voorbeeld is uit de nieuwtestamentische tijd.

Paulus stuurt de weggelopen Onésimus terug naar Filémon. hoewel Onésimus veel voor Paulus kon betekenen in dienst van het Evangelie (Filemon : 13. 14). Paulus maakt de indruk van een zeer beschaafd man. die goede vormen in acht neemt en zich graag bedient van een vriendelijke toon. Tegen Filémon zegt hij dat hij Onésimus nu niet meer heeft als een slaaf, doch als een broeder. Filémon moet Onésimus zelfs meer liefhebben dan de andere broeders, omdat hij tot hem staal in een aardse verhouding.

In de gezagsverhouding moet dus sprake zijn van vertrouwen en vriendschap. Dat is ook dc konklusie van Calvijn bij het achtste gebod (Inst.. II. VIII, 46). Dc werknemer moet zich ijverig en gewillig begeven tot gehoorzaamheid. Dat moet niet maar zo voor het oog, maar van harte alsof hij God Zelf dient. Dc baas moet wederkerig hem liefhebben cn vriendelijk behandelen, aldus Calvijn. Als werkgever en werknemer zo samenwerken in afhankelijkheid van God. dan kunnen beiden delen in Gods zegen.

Dat wij ons ambt en plicht, o HEER, getrouw verrichten tot Uw eer; dat Uwe gunst otts werk bekroon'; Uw Geest ons leid', en in ons woon'. Morgenzang : 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1993

Daniel | 40 Pagina's

Hoe ga je om met je baas?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1993

Daniel | 40 Pagina's