Veel goeds ondanks de vloek. Wie heeft dat verdiend?
Er zijn mensen die geweldig veel over hebben voor een ander. D doet warm aan en kan indruk op ons maken. Bijvoorbeeld om hongerenden in Afrika steun te verlenen of om hulpbehoevenden verzorgen en wat liefde te geven. Wanneer we daarover nadenken, komen er best wel vragen bove Zou de mens dan echt zo slecht zijn als de Bijbel ons dit tekent? Ook die mensen die zoveel goed doen voor hun medemens? Is het dan wel echt waar dat 'er niemand is die goed doet, niet tot één toe'? En ook de vraag: waar komt al dat goede vandaan? Is de mens toch de bron van dit goede, of is God de Gever? Heeft Christus er Zijn bloed voor geofferd?
Wat is goed?
Het is begrijpelijk dat zulke vragen opkomen, zeker ook bij jongeren. Hoe moeten we op deze overwegingen antwoorden?
We gaan proberen er wat over na te denken. Eerst moeten we ons dan de vraag stellen: „Wat is goed? " De Heere Jezus zei eens: ..Niemand is goed dan Eén. namelijk God". En onze catechismus leert ons dat alleen goede werken zijn die uit het geloof voortkomen, die tot Gods eer en naar Zijn geboden gedaan worden.
Een ongelovige kan dus in absolute zin niet iets doen dat goed is in Gods oog. „Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen." Al wat uit het geloof niet is. dat is zonde en zal in de oordeelsdag niet kunnen bestaan.
Toch veel 'goeds'
Toch is er gelukkig veel goeds op te merken in burgerlijke, in maatschappelijke zin.
Daar zorgt de Heere voor, want Hij is dc Bron van alle goed. De Heere laat in Zijn algemene goedheid nog veel dingen waardoor de zondigheid van ons mensen (in het menselijke vlak) niet steeds openbaar komt. Zo is er natuurlijke liefde, medemenselijkheid, fatsoen, algemeen normbesef, rechtsgevoel, enzovoort. Soms hollen zulke zaken erg uit: normbesef bijvoorbeeld. Soms vallen bepaalde vormen nadrukkelijk op: bijvoorbeeld wanneer t at te n. bepaalde mensen veel voor anderen over hebben, soms zelfs zonder zichzelf (merkbaar) te bedoelen. Laten we de goede dingen waarderen en stimuleren. Want het zijn uitingen van Gods algemene goedheid, die Hij ons laat (ook door middel van wereldse mensen soms).
Straks gaan we hierover verder: eerst even iets anders.
Alleen uit een waar geloof
Laten we anderzijds voor onszelf (wij hebben niet over het hart van een ander te oordelen) er van doordrongen zijn dat God het hart aanziet.
Ware naastenliefde is gevolg van Gods liefde tot een mens en onlosmakelijk verbonden met de liefde van de mens tot God. Echte naastenliefde is er alleen vanuit het geloof, niet vanuit een geloof, dat tijdelijk grote blijdschap kent. maar geen wortel heeft (Matth. 13:20). Echte naastenliefde is er ook niet vanuit een geloof dat bestaat in het graag veel goeds voor de Heere willen doen (Matth. 7:22). Maar die echte naastenliefde is er wel vanuit een waar geloof dat in de wedergeboorte door dc Heilige Geest gewerkt wordt.
Dan leert de mens zichzelf als een schuldig zondaar kennen en door de Heilige Geest alleen op Christus te hopen. Zo wordt de ware godsdienst betracht: Wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van dc wereld" (Jak. 1:27).
Alles onder de vloek
Wc willen nu wat verder nadenken over dat de Heere zoveel goeds geeft. Dat is eigenlijk een wonder! Want de Heere heeft meteen na de zondeval de vloek uitgesproken over heel de wereld, heel de schepping cn heel dc mensheid. Maar de Heere houdt deze vloek in heel veel opzichten in, want anders leefden wij op aarde al in ccn hel. De Heere is lankmoedig:
Hij stelt de straf uit. Bovendien geeft Hij enorm veel goeds. Moest dan de Heere dc zonde niet meteen straffen? Hij had toch de straf bedreigd. Bovendien eist Zijn rechtvaardigheid dat alle schuld betaald wordt. En schuld ontstaat door overtreding van Gods wet.
Voldoening nodig
Zo worden wij mensen in de Bijbel getekend in onze ongerechtigheid. Dat wil twee dingen zeggen. De mens is vol zonde, afwijking van Gods wet. En daarom is hij strafwaardig. In Leviticus 7:18 lezen we: De ziel die daarvan cct. zal haar ongerechtigheid dragen. (...) hij zal uit zijn volken uitgeroeid worden" (20).
Ongerechtigheid dragen, wil hier zeggen: e straf der zonde dragen. Diezelfde gedachte vinden we in Jesaja 53:7. „Als dezelve (ongerechtigheid. dat is hier dus de straf op de zonde) gccist werd, werd Hij verdrukt."
Daar hebben we dc kern van de plaatsbekleding. „Ik voor u daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven." Christus is Borg geworden en heeft Zich vrijwillig gegeven om heel de straf te dragen en al de eisen der wet te voldoen. Zo verwierf Hij vrede en gerechtigheid voor heel Zijn Kerk.
Het Lam Gods
Zo zorgde God cr Zelf voor dat aan Zijn gerechtigheid genoegdoening geschiedde.
God moet de zonde straffen. Dat eist Zijn rechtvaardigheid. Zijn terecht ontstoken toorn moet gestild worden. Maar cr is geen zondaar die deze straf zou kunnen dragen. Nu heeft God Zelf Zich een Lam ten brandoffer voorzien: namelijk Zijn eigen Zoon. H.C. antwoord 37 leert ons dat Hij de toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht (want deze toorn is ondeelbaar) heeft gedragen. Zo heeft de Middelaar voor voldoening aan, en daarmee ook voor verheerlijking van Gods gerechtigheid zorg gedragen.
Voor wie leed Hij?
De vraag komt dan op: voor
wie heeft Hi| nu precies geleden? Voor heel de wereld ' Voor alle mensen'.' Of alleen vour de uitverkorenen?
..De goede Herder stelt /t|tt leven voor de schapen ". zegt de Heere Jezus m Johannes 10:11 en Hij ..bidt niet voor de wereld, maar voor degenen die C i11 Mij gegeven hebt" (Joh. 17 9).
Anderzijds wordt Hij ook genoemd de Zaligmaker der wereld (Joh. 4:42) en het Lam Gods. dat de zonde der wereld wegneemt (Joh. 1:29). Laten wij eens luisteren naar onze belijdenis. Door Schrift met Schrift te vergelijken hebben onze Dordtse vaderen hierover heldere en evenwichtige uitspraken gedaan.
Enerzijds wordt gesteld: „Deze dood van de Zoon van God is overvloedig genoegzaam tot verzoening der zonden van dc ganse wereld" (D.L. 11, 3). Anderzijds wordt beleden, „dat de levendmakende en zaligmakende kracht van de dierbare dood van Zijn Zoon zich uitstrekt tot alle uitverkorenen om die alleen met het zaligmakend geloof te begiftigen" (D.L. II. 8).
Inhoud van het evangelie
Enerzijds: genoegzaam voor alle mensen. Daarom is er een ruime prediking mogelijk. Deze Fontein raakt nooit leeg.
Anderzijds: daadkrachtig voor de uitverkorenen, die alle en die alleen. Het verbond is in Christus vast.
Er zal er niet één achterblijven van degenen die Hem gegeven zijn. Hij verdiende niet alleen de zaligheid, maar past deze ook toe in de harten der Zijnen.
Gans verlorenen, die nooit naar God vroegen, zo doet de Heilige Geest hen zichzelf kennen. Zo wordt Christus een volkomen Zaligmaker van totaal verlorenen, die niets goeds hebben en ook nooit iets goeds voor God voortbrengen. Er wordt een Kerk zalig omdat God het wil (en verkoor), omdat Christus Zich gaf. omdat de Heilige Geest dit geloof werkt.
Het Evangelie is niet alleen prediking van het aanbod der genade. Het verkondigt ook de vastheid van het verbond dat God om Christus' wil zeker zalig maakt en geloof schenkt aan al de Zijnen.
Algemene en bijzondere genade
Dat is de eerste en wezenlijke vrucht van Christus' komst: de zaligheid der Kerk.
Maar waar komt het dan vandaan dat de Heere de wereld nog draagt en de mensheid van zoveel goeds voorziet? Dal heeft de mens niel verdiend, want Gods vloek rust na de zondeval op heel de schepping en heel de mensheid. Toch geeft Hij veel goeds. Dat is Zijn algemene genade.
Soms bestaan er verkeerde gedachten over de (algemene) genade. Het gebeurt wel dat mensen merken dat de Heere hen helpt. De Heere deed merken dat Hij van hen wist toen zc ziek waren of het moeilijk hadden. En nu 'geloven' ze ook dat de Heere van hen weet wat de eeuwige dingen betreft. Maar laten we daarmee toch erg voorzichtig zijn. De Heere hielp Hagar. en genas ook de negen melaatsen. Maar dankbaarheid des geloofs kenden ze niet. Ze hadden de dingen van zonde en genade niet persoonlijk geleerd. Natuurlijk is het wel zo, dat als de
Heere ons helpt in het natuurlijk leven, dit een aanmoediging is Hem tc zoeken voor de eeuwige dingen.
Oorsprong van de algemene genade
Het gebeurt ook wel dat er scherpzinnig gediskussieerd
wordt over de algemene genade. Zou deze nu wel of niet door Christus verdiend zijn? Dat iedere boterham die een uitverkorene krijgt, door Christus is verdiend, zal iedereen duidelijk zijn. Hij leed honger voor de Zijnen. Maar het brood dat een nictuitverkorene krijgt, heeft Christus daar ook voor geleden?
Sommigen zeggen nadrukkelijk: ..Nee. want dan zou Christus Zijn bloed voor verworpenen gegeven hebben".
Airderen zeggen: ..Gods toorn is ondeelbaar, en doordat Christus die heeft weggenomen kan God Zijn algemene goedheid bewijzen". De eersten zeggen dan weer:
..Nee, want dan zouden mensen die iets vanuit Christus' bloed kregen, toch in de hel komen". Waarop de anderen dan weer antwoorden: „Ja. maar als Christus niet gekomen was. had God heel de wereld cn mensheid terstond na de val weggedaan".
Het zal. hoop ik. iedereen duidelijk zijn dat het op de spits drijven van dergelijke redeneringen niet vruchtbaar is. Toch komt dat voor. Soms vinden ze hun uitlopers zelfs in statuten van verenigingen.
Jongens en meisjes, doe daar niet aan mee. Gcdiskussiccr hierover heeft al vaak koude harten en hete hoofden teweeg gebracht.
Als er te sterk de nadruk op gelegd wordt dat de algemene genade voortvloeit uit de verdiensten van Christus, kan dat tot verkeerde gedachten leiden. Ten onrechte kan dan de gedachte opkomen dat de Heere ook van iemand afweet wat betreft de geestelijke dingen, als men merkt dat de Heere geholpen heeft in moeilijke omstandigheden.
Ook zou men. ver doorgevoerd. zelfs bij de alvcrzoening terecht kunnen komen.
Als er een absolute scheiding wordt aangebracht tussen de komst van Christus en de algemene genade dan kan er een verkilling optreden die samen kan gaan met een strikt verstandelijk dogmatisch redeneren. Misschien wel 'zuiver', maar waar het hart. de liefde in gemist wordt. Want belangrijker dan dc vraag naar de oorsprong van deze algemene goedheid, is de vraag: , .Wat doe je ermee? ".
Onderzoek de belijdenis
Vroeger zeiden verschillende predikanten van de Gereformeerde Gemeenten vaak onbevangen dat al het goede wat de Heere geeft, er niet zou zijn indien Christus niet gekomen was. Zo verklaart ook Owen de algemene genade vanuit dc tusscntreding van Christus in de eeuwigheid. (Nu weet ik wel dat dit in theologisch opzicht nog te onderscheiden is van Zijn bloedoffer). Maar het is niet nuttig theologische nuances in dc praktijk van het leven of in de prediking tot diskussiepunt of zelfs splijtzwam te maken.
Zeker in onze tijd, waarin de afval van God en Zijn Woord zulke ontstellende vormen aanneemt, is het hoognodig te zoeken naar wat samenbindt op de hechte basis van de schriftuurlijk-bevindelijke leer, zoals deze in de gereformeerde belijdenis wordt verwoord. Het is beter naar de belijdenis te luisteren, dan deze onder kritiek te stellen of te willen aanvullen.
Jongens en meisjes, verdiep je toch in die gereformeerde belijdenis en laat je er toch door gezeggen. Bovenal moge doorleefd worden wat erin beleden wordt.
Persoonlijke bevinding
Dan zal zeker de vraag belangrijk worden: zou ik bij die ene of bij die negen genezen melaatsen behoord hebben? Allen waren genezen maar alleen die ene kende het zaligmakend werk van de Heilige Geest. Dat bleek, want het was hem om Christus te doen. Is dat ook zo in ons leven? Of kunnen we het best in de wereld uithouden? Misschien in de godsdienstige wereld van de rechtzinnigheid.
Wanneer wij gaan beseffen dat wij al de goedertierenheid die de Heere ons bewijst niet verdiend hebben, wordt het anders. De Heere zegt: „Of weet ge niet dat de goedertierenheid des Hccrcn u tot bekering leiden kan? " Dan gaan we leren dat we bekeerd moeten worden. Dat wordt dan onze grootste nood. Als wij dan de eis van Gods gerechtigheid in ons leven leren kennen, cn deze leren aanvaarden, wordt zaligwordcn onmogelijk in ons leven. Wat een wonder van genade wanneer de Heere door Zijn Geest Zijn Woord dan voor ons gaat openen en wij het mogen gaan geloven:
„De Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen: als dezelve gccist werd, toen werd Hij verdrukt".
Tenslotte
Uiteindelijk is de theoretische diskussie over dc vraag 'krijgt een niet-uitverkorene brood vanwege Gods algemene goedheid of om Jezus' wil' niet zo belangrijk. Wel belangrijk is persoonlijk de vraag of ik mijn brood krijg uit Gods rechterhand of uit Zijn linkerhand. Want als ik door genade weten mag dat ik het uit Gods rechterhand krijg, dan ben ik een kind.
Een wonder als je dat mag worden door wedergeboorte om Jezus' wil!
Capelle aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1993
Daniel | 32 Pagina's