Gespreksvragen
1. Had Abram Lol niel moeien verbieden me! hem mee te trekken? De Heere had immers gezegd: „Ga uit uw maagschap".
2. Ook Abram had vrienden: Aner. Eskol en Mamre. Wat is het verschil nu tussen zijn staan in de wereld en dat van Lot?
3. Als de Heere aan Abram verschijnt, blijkt Abram bevreesd te zijn < 15:1). Waarover was Abram bevreesd? (Let op de vraag die Abram stelt. Deze vraag is kennelijk door zijn oorlogvoeren - de dood is dan dichtbij - opnieuw levend geworden). Hoe lost de Heere deze vrees op?
4. De Heere doet Abram een bijzondere toezegging (15:1). Toch is Abram niet verblijd, maar gaat vragen stellen. Is dat geen ondankbaar ongeloof van de vader aller gelovigen?
5. Lot kwelde zijn ziel en werd vermoeid in Sodom. Wat moeten we daaronder verslaan? Lot had toch best Sodom kunnen verlaten? War zal hem tegen gehouden hebben? '/.ouden ook wij zo tweeslachtig kunnen leven: vermoeid worden van de zonde en toch de kwelling van er te blijven niet verbreken?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1993
Daniel | 32 Pagina's