De Heere denkt aan mij
Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij. Psalm 40:18a
Iedereen komt alleen tc staan. Vroeg ot' laat komen wc er achter dat mensen nietige vertroosters zijn. De dichter zegt niet voor niets: ..Vest op prinsen geen betrouwen. waar gij nimmer heil bij vindt". Velen zijn eenzaam en gaan onbegrepen hun weg. Nee. ik heb het nu niet over de geestelijke verlating en eenzaamheid, maar ik bedoel gewoon de toestand van ieder mens op deze aarde. Het leven is hard en bestaat vaak uit de drieslag 'opgaan, blinken en verzinken'. We kunnen denken onmisbaar te zijn. maar het leven blijkt gewoon door te gaan. ook zonder ons. Mensen kunnen veel meeleven tonen, maar na een paar maanden is men het verdriet van de ander grotendeels vergeten. Hoeveel ouden van dagen, maar ook hoeveel jongeren lopen niet hard tegen de muur van het leven op.
Nog ernstiger is hel als alleen de eenzaamheid en alleen dcgevolgen van de zonde ons kwellen, want cr is meer aan de hand. Wij hebben God vaarwel gezegd en ons van Hem vervreemd. Wij zijn zeil' de eersten die God gehoond hebben en vergeten. Met onze vader Adam hebben wij God tol een leugenaar gemaakt en onszelf in het verderf gestort. Daarom is het zo nodig dat het ons in de eerste plaats om God gaat. om Hem Zelf. Helaas, hoevelcn bidden alleen als ze problemen krijgen. En wanneer een cn ander is opgelost, is de nood ook over. Welgelukzalig, die het om de Heere te doen is geworden. Als de Heere het wonder van de wedergeboorte in het hart van een mens begint, komt er een geestelijk alleen zijn. Dan is men God kwijt cn hongert de ziel naar de gemeenschap met God. En zo was het bij David. de dichter van Psalm 40. David schrijft: ..Ik heb de Heere lang verwacht". Het is David te doen - dat kunnen wc duidelijk vinden in deze Psalm - om Zijn gerechtigheid, om Zijn wil. om Zijn barmhartigheid. Hij vindt zijn vermaak in het zoeken van God Zelf en hij roept hel uit in vers 18: Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij. O. zeker, de ellende waar hij over spreekt en de nooddruft, waar hij in verkeerd heeft ook een natuurlijke zijde. Hij lijdt eronder dat kwaden, zondergelal hem hebben omringd. Zij zijn menigvuldigerdan de haren van zijn hoofden hij sterft bijna van verdriet (vers 13). Maar liet gaal hem toch om de Heere. om Zijn gunstrijk Aangezicht en Zijn nabijheid. Als hij daarvan maar iets heelt, is het goed.
Hij is ellendig. Het is waar. dal dil oerhollandse woord 'ellendig' oorspronkelijk iets Ie maken heeft gehad met 'uit-landig' zijn. "balling' zijn en soms past die betekenis ook nog wel bij Davids toestand. Maar. laten we eerlijk zijn. hel werkelijke woord in de grondtaal heeft meer diepte. Hel komt van een werkwoord dal vertaald kan worden met vernederd zijn. diep buigen en zich verootmoedigen. In Psalm 119:107 wordt het weergegeven met „lk bens gans zeer verdrukt". In Psalm 102:24 staat: Hij heeft mijn kracht op de weg terneder gedrukt". David is dus klein gemaakt en loopt gebuki door hel leven. Alles drukt hem op de schouders en alle dingen zijn tegen hem. Ach. wat heeft hij al mee moeten maken, ook met zijn kinderen. En David weet dat hij God niets verwijten kan. maar dat de schuld bij hem ligt. Nee. hier spreekt geen hoge David. die nog wat pretenties heeft cn zich beroemt op zijn bekering of godvruchtige leven. Het is een straatarme David. zoals ook het andere woord ons leert. I lij is ook nooddruftig, behoeflig. Higenlijk slaat er gewoon 'arm*. Ja. een mens is arm. zonder God. Wc kunnen wel denken dat we heel wal bezitten, maar wal hebben we zonder gerechtigheid Gods? Zijn we niet arm zonder deel te hebben aan de ware kennis Gods cn vreze des Hoeren? David vergelijk! hel met een ruisende kuil en modderig slijk. Maar nu heeft de Heere zijn voeten op een rotssteen gesteld en zingt: Ik bon wol ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij". Wat een blijdschap voor de koning. Al heeft hij zelfs eigen kinderen legen zich. al gaal hij gebukt en gestaag in het aak'lig zwart, de God van Abraham, Izak en Jakob denkt aan hem. Hij weet van hom af en is hem niet vergeten. De God. Die in zijn leven begon, houdt hem nog vast en wil nog voor hem zorgen. Wat zal een nietig mens hem dan doen? Zo Cïod voor hom is. wie zal dan togen hem zijn? Nu kan David weer vrolijk zijn in de Heere. Hij heeft een nieuw lied in zijn mond gegeven. Psalm 40 is vol van hel betrouwen op do Heere. Toch is deze Psalm maar in zekere maal geldig voor David. In Christus is deze Psalm pas echt vervuld geworden. Voor Christus is het ten volle: oen zeide Ik: Zie Ik kom. in dc rol dos boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust. o Mijn God. om Uw welbehagen te doen". En Cïod zag David aan in Zijn Zoon. De Zoon Die allerdiepst gebukl ging cn van allen verlalen was. Zijn kuil was dieper en zijn armoede groter. Hoeveel vijanden hadden Hem omringd. Maar Hij heeft de ellende en nooddruft uitgedragen, hoewel Hij nooit legen Zijn Vader gezondigd had. En in Christus moeien zondaren de zaligheid gaan leren zoeken. Van ons moet alle werkheiligheid af. Nee. Christus wil geen halve zaligmaker zijn. maar een volkomen. Daarom moeien Gods kinderen leren en erkennen dal zij ellendig en nooddruftig zijn. Zolang er nog iets van ons bij is. kan er geen ruimte komen in Hem. Wat was David gelukkig, want de Heere dacht aan hem. Wat zijn do kindoren van Cïod gelukkig, wani de Heere denkt aan hen. Sla je overal buiten? Ook met jouw ellende ben je welkom bij Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1993
Daniel | 32 Pagina's