Gespreksvragen
1. Uitwendige godsdienst (zoals bij Kaïn) kan wel wal lijken; daarin kan ook wel naar voren komen dat men bang is voor God, maar de echte vreze des Heeren is er niet in. Noem voorbeelden uit deze geschiedenis, waaruit blijkt dat Kaïn niet echt de Heere vreest, Hem niet echt bedoelt. Wat heeft dil ons te zeggen.'
2. Tot Kaïn kwam een appellerende prediking (vers 7a). Was dil appèl welmenend? (vergelijk Ezech. 33:11, en ook D E. II. 5 (vooral het tweede deel) en III/IV. 8).
3. In het appèl dat tot Kaïn komt, klinkt heel sterk door: ..Breek met de (konkrete) zonde". Vergelijk dit eens met de wel gehoorde oproep om voor Jezus te kiezen.
4. Ook bij Kaïn is sprake van kennis van de zonde (vers 13). Waarin verschilt deze zondekennis van de echte zondekennis (lees Luk. 23:41 en 2 Kor. 7:9.10). Hoe kunnen wij onze zonde leren kennen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1993
Daniel | 32 Pagina's