Van twee jongens en een kuil vol goud!
Een verhaal uit de tijd van de 80-jarige oorlog (1568-1648)
ons vervolgverhaal deel 4
F.n zo gaat hel. De volgende dag.... voor de derde keer. Weer sluipen ze als twee soldaten van de Prins van Oranje door "t veld. Ze zorgen ervoor dat niemand hen ziet. F.n als ze achter in het knollenveld gekomen zijn. pakt Govert de stok.... Weer schuilt hij de aarde opzij, maar dan....
..Arend-Jan. 't is weg.... "t goud., ., 't is.... 't is.... alleen maar aarde. Kijk. in dc kuil! Ja. echt.... kijk.... o!"
Hoe Govert ook schuift en steekt en roert in de kuil. er is geen goud meer te zien. „En ik. en ik", zegt Arend-Jan. ..ja maar. ik /.ie nu meer sporen van voetstappen rond de kuil.... Kijk daar en.... Luister, hoor ik daar iets? Is dat gekletter van wapens? Is dat gehinnik van een paard? Is dal het geluid van een trompet? "
Govert en Arend-Jan.... ze luisteren, ze kijken.... Maar nee. ze horen niets, ze zien niels....
Maar als ze terugkomen in het dorp zien ze de vader van Arend-Jan. die zegt: ..Wal jammer, wat jammer nou. dat jullie er niel waren. Waar zaten jullie toch? Nu was er (och daarnet even. heel even maar een echte ridder in ons dorp. Een edelman. Eén uit het leger van de Prins van Oranje. O. wat droeg hij fier en dapper dc kleuren van de Prins! Oranje, blanje. bleu! Met zijn paard stond hij daar. midden in hel dorp. vlak voor het huis van de burgemeester. Eerst blies hij op de trompet en toen pakte hij uit een prachtige rol een stuk perkamenten papier cn hij las voor: ..In naam van de Prins van Oranje. Wie heelt er een ontsnapte Spaanse spion gezien? Hij moet zich in deze buurt bij dit dorp verscholen hebben. Een Spaanse spion, maar ook een lelijke dief van zijn eigen volk. die vele Spaanse goudstukken gestolen heeft. Wie er iels van vernomen heeft, moet het gelijk bij de burgemeester gaan vertellen." Als vader is uitverteld, ziet hij Govert en Arend-Jan pas echt goed. En hij ziet dat ze hem verschrikt aankijken. En ze zeggen bijna tegelijk: „Wij weten, wij hebben.... wij.., ."
En als ze zijn uitverteld, zegt vader: „Mee... Kom mee. naaide burgemeester, en alles vertellen!"
Als de burgemeesfer alles gehoord heefl. zegt hij: „Wat jammer, hadden jullie het maar niet geheim gehouden, hadden jullie het maar gelijk verteld. Dan hadden we de Prins van Oranje kunnen helpen. Nu zal het wel te laat zijn. Maar ik zal toch nog gelijk de nachtwacht de ronde laten doen."
De volgende dag. als ze op school komen, horen ze niets anders dan over de echte ridder die in hun dorp is geweest en meester Murre zegt: „Laten we allemaal maar goed opletten, wie weet wat we nog ontdekken."
En als dc school die dag gaat beginnen, dan begint de schooldag met gebed cn de stem van meester Murre klinkt heel ernstig als hij bidt: ..Heere. wil de Prins van Oranje toch helpen. Wil hem wijsheid geven in de strijd tegen de Spanjaarden, 't Is toch om de vrijheid van Uw kerk in ons land. 't Is toch om de eer van Uw Naam." En Govert en Arend-Jan denken: „Als we weer eens zo iets beleven, zullen we het gelijk aan vader vertellen en het niet meer geheim houden. Jammer dat het zo gegaan is. anders hadden we de goudstukken misschien wel zelfbij de Prins van Oranje mogen brengen. Hè. wal jammer, nu weten we niet waar het goud gebleven is en we weten ook niets van die Spek. die Spanjool..."
Die middag lopen Govert en Arend-Jan weer naar de knollentuin van Aaldert. Maar ze zien alleen hun varken en hoe ze ook zoeken, hoe zc ook speuren, er is niets, maar dan ook niets meer te zien. De kuil is verdwenen.... de sporen van de voetstappen zijn weg.... cr is niels meer le zien. Hun avontuur is voorbij. Hun geheim is voor altijd een geheim gebleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1993
Daniel | 32 Pagina's