Van twee jongens en een kuil vol goud!
Een verhaal uit de tijd van de 80-jarige oorlog (1568-1648)
ons vervolgverhaal deel 2
En dan.... ineens, daar staat het varken stil. In de luin van meester Murre. Daar bij een grote bak. vol met aardappels staat "ie stil.... en duikt met z'n snuit in de aardappels! ..Wacht", roept Covert. ..vlug. daar zie ik een touw. Dat touw. o hier. een lus erin en dat touw doe ik om z'n poot. Zo. Arend-Jan. dat zit en nu verder.... het dorp uit."
Dan gaan ze rustig verder. Keurig loopt het varken naast de jongens. Het is z'n kuren kwijt. Zo lopen ze over de lange, lange weg tot ze gekomen zijn bij het huis van Aaldert. Maar ze zien het al gelijk, die Govert en Arend-Jan. Aaldert is niet thuis.... Alles zit dicht. nou. dan gaan ze maar gelijk met het varken in het knollenvcld. Dat veld, die tuin is heel lang en staat vol met knollen. Wat kan het varken daar eten!
Ze doen het hek open. laten het varken erin en ja. ze gaan zeil'ook maar mee. Het varken wroet en knort en kauwt. Z'n staart krult van plezier! En ineens zet het varken het weer op een rennen. Het loopt en loopt lot hel helemaal achter in de tuin is gekomen. En daar. waar nog een groot hek staat, begint het weer te wroeten. De jongens lopen er achteraan en kijken een beetje wat het varken doet en Govert zegt: ..Wat jammer hè. dat Aaldert er niet is. 'k Had juist zo graag die Bijbel nog eens bekeken...."
Maar Arend-Jan roepl er dwars doorheen: ..Govert. ik. ik zie... ik zie glinsteren.... daar waar het varken wroet, daar bij die paal van het hek. daar.... een kuil.... nee. maar. ja toch.... het is goud! Kijk eens. Govert!" En Arend-Jan knielt neer op de grond. ..Spaanse geldstukken!" en Arend-Jan houdt in z'n handen de geldstukken omhoog. Govert zegl: „Nee. Arend-Jan. vlug. doe die geldstukken.... doe dat goud weer terug. Wie weet. waar het vandaan komt.... Wie weet van wie het is.... Ik vertrouw ze niet. die Spekken.... Kom. een hoop aarde erop en stenen.... Laten we het varken maar hier in de knollentuin laten. Dan doen we hel hek goed dicht en laten we maar weg gaan. Aaldert is er toch niet en 't is hier zo stil....
Zullen wc het aan de klepperman gaan vertellen? " „Nee", zegt Arend-Jan. „laten we dat nog maar niet doen. Misschien is het wel van een Spaanse spion of misschien heeft een Geus het verstopt. Lalen we hel zelfonderzoeken. wie weet doen we een grole. een hele grote ontdekking. Er is vast iets verschrikkelijks aan de hand. Weet je wat. Govert. vanavond als het bijna donker gaat worden, dan gaan we achter bij de struiken zitten. Wc verschuilen ons erin en dan wachten we.... wie weel!"
„Durf jij dat? ", vraagt Govert. „Ja. natuurlijk!"
„Nou. als jij het durft, ga ik ook mee...."
„Laten we maar tegen niemand iels zeggen, 't Is een geheim..."
Als ze thuiskomen, zegt de moeder van Arend-Jan tegen Govert: „Govert, jij mag hier eten. Je hebl zo goed geholpen om het varken weg te brengen. Jij hebt ook wel lekkere spekpannekoeken verdiend."
Na het eten gaat vader uil de Bijbel lezen. Vader doet dat heel eerbiedig. Arend-Jan vindt het altijd zo mooi als vader zo leest. Hij luistert heel goed en als hij toch even naar de overkant kijkt, dan ziet hij dat Govert ook goed luistert. Geen wonder.... want vader leesl over een dief. over Achan. die prachtige dingen verborg in de aarde, in het midden van zijn tent. En dan moeten Arend-Jan en Govert natuurlijk denken aan de kuil in hel land. De kuil met goudstukken. Hun geheim.... Van wie? Wie? Een dief.' Een Spanjool, een Spek? Of een Geus? ?
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1992
Daniel | 32 Pagina's